Waarom het Westen militair wil interveniëren in Libië
Opinie, Nieuws, Wereld, Samenleving, Politiek, Libië, Egypte, Tunesië, Ben Ali, Mubarak, Kadhafi - Georges Spriet

Waarom het Westen militair wil interveniëren in Libië

Het land dat tienduizenden onschuldige slachtoffers maakt in buitenlandse oorlogen, beweert een morele strijd te voeren om te beletten dat Muammar Qadhafi zijn eigen volk aanvalt. Het Atlantisch bondgenootschap, dat nu al zeven jaar actief oorlog voert tegen een regime dat het Westen niet heeft aangevallen, houdt zich klaar.

woensdag 2 maart 2011 17:49

Het weze duidelijk, het is absoluut onaanvaardbaar dat een regering haar onderdanen vermoordt. Dit moeten we ten stelligste veroordelen en een dergelijk regime moet volledig geïsoleerd worden. Elke regering die oorlog voert en moordt, moet worden veroordeeld. Het Westen sluit echter de ogen voor het geweld dat het zelf veroorzaakt of dekt het toe als het van bevriende regimes komt.

Qadhafi zit al lang op de schopstoel. In vele landen steunde hij met raad en daad de oppositie, rebellen en terroristen. Hij werd ervan beticht kernwapens te willen verwerven. Hij werd tot een paria gedegradeerd na de aanslag op het Pan-Am-vliegtuig dat boven Schotland neerstortte.

Bevriende vijand

De Lockerbie-kwestie werd met een compromis aangevat. De verdachten werden in een neutraal land (Nederland) berecht. De VN sancties werden opgeschort en verschillende landen hervatten  de commerciële relaties met Libië. Als Qadhafi in 2003 officieel afstand neemt van alle internationaal gebande wapens, wordt ook de zaak rond de massavernietigingswapens als opgelost beschouwd en stond niets de normalisering van de relaties met Libië in de weg. Ook niet de negatieve rapporten van mensenrechtenorganisaties. De wereld kon de Libische olie best gebruiken en Tripoli groeide uit tot de derde grootste petroleumleverancier van de Europese Unie. Naast de EU werden de VS, China en Zwitserland de voornaamste handelspartners van Libië.

In november 2010 onderhandelde de EU-Commissie een Kaderovereenkomst met Libië. Dit behelsde een heel palet aan samenwerkingen. Begin 2011 stond de EU  op het punt een veregenwoordigingsbureau te openen in Tripoli.

Een van de belangrijke punten in de kaderovereenkomst betreft de migratie-gerelateerde onderwerpen, zoals dat in diplomatentaal heet. Inderdaad, het belang van de Noord-Afrikaanse landen voor de Europese Unie ligt niet alleen in handelsrelaties en energieleveringen. Elk land van Noordelijk Afrika is voor de Verenigde Staten van belang in de strijd tegen het terrorisme, en in de ogen van de Europese Unie, in de strijd tegen de illegale migratie. Qadhafi was een goede leerling in deze klas.

Arabische schokgolven

En toen stak een werkloze Tunesiër zichzelf in brand. Een schokgolf ging door de Arabische wereld: in Tunesië, Algerije, Egypte, Marokko, Jemen, Bahrein, Oman, Soedan en Libië kwam de jongere generatie op straat. Met als eisen: Een toekomst, vrijheid, een job en een inkomen. De heersende despoten wisten zich geen raad: de presidenten van Tunesië en Egypte moesten een stap opzij zetten. Nu komt de Libische leider in het zoeklicht. 219 doden in Tunesië, zegt een VN team, meer dan 300 in Egyte. Er is sprake van duizenden doden in Libië.

Voor Tunesië en Egypte kwamen er geen oproepen om militair te interveniëren. Tenminste als we het Franse aanbod buiten beschouwing laten, tijdens de eerste uren van het Tunesische protest, om de Franse expertise in het controleren van massa’s (lees repressie door veiligheidstroepen) ter beschikiing te stellen van president Ben Ali.

Het leger maakt het verschil

Het verschil tussen de drie landen ligt onder meer bij de rol van het leger. Zowel in Tunesië als in Egypte nam het leger een terughoudende positie in. Beide instellingen hebben nochtans een geschiedenis van totale verwevenheid met hun afgezette presidenten-voor-het-leven. Ze zijn een integraal deel van het systeem dat de laatste tientallen jaren in deze landen heerste. En toch hielden ze zich ver van een actieve, repressieve inmenging in de gebeurtenissen. In Libië kan de president rekenen op de absolute trouw van zijn elite-troepen die kennelijk het geweld tegen de eigen bevolking niet schuwen.

De legers van Tunesië en Egypte schatten hun eigen toekomst in een post-despotisme wellicht minder precair in dan de militairen van Libië. Hun jarenlange banden met het Pentagon maken dat een wijziging aan de top van het land, niet noodzakelijk zou leiden tot de eigen ondergang. Door zich ‘neutraal’  op te stellen wisten ze het vertrouwen van de protesteerders te verwerven, dat van het Westen hadden ze al.

Op het moment dat de protesten in Cairo begonnen, zaten een twintigtal Egyptische hogere officieren in het Pentagon voor de jaarlijkse gezamenlijke besprekingen. Volgens een woordvoerder van het Ministerie van Defensie in Washington kregen de officieren de raad mee om ‘terughoudendheid’ aan de dag te leggen. Het is geweten dat Obama appeleerde aan het militaire professionalisme van het leger, en dat defensieminister Robert Gates geregeld direct contact had met de Egyptische defensiemister Mohammed Tantawi.

Egypte is na Israël de belangrijkste ontvanger van Noord-Amerikaanse militaire hulp. De militaire steun aan Tunesië is heel wat bescheidener, zij het constant en te situeren op verschillende domeinen zoals terrorismebestrijding. Ook het Tunesische leger zou bij het verdwijnen van Ben Ali de westerse steun niet verliezen.  De militairen van Egypte en Tunesië konden dus even afwachten om te zien hoe de bal zou rollen, om dan des te meer de eigen positie te kunnen bestendigen.

Libië is daar een uitzondering op. De Westerse militaire contacten en steun zijn nieuw en beperkt vergeleken met de twee andere landen. Qadhafi ontving de chef van het US Africom. Tripoli werd uitgenodigd om te participeren in de U.S. Trans-Sahara Counterterrorism Partnership (TSCTP), maar is niet formeel toegetreden. Er zijn enkele programma’s voor opleiding en miliaire samenwerking, vooral op het vlak van contraterrorisme. Hiervoor voorziet de VS in 2010 een budget van 330.000 dollar, alsook 150.000 dollar voor de verbetering van de luchttransport capaciteit en de kustwacht. Voor 2011 is er 350.000 dollar voorzien aan militaire opleiding en 250.000 dollar voor het moderniseren van de oudere Libische C-130 luchtvloot. Het gaat eigenlijk om zeer kleine bedragen. De banden van de elitetroepen van Qadhafi  met het VS leger vallen in de verste verte niet te vergelijken met de situatie in Tunesië of Egypte.

Mubarak kan onder bescherming van zijn ‘tolerant’ leger uitrusten in een rijkelijk kustoord, Ben Ali vond onderdak in Saoedi-Arabië. Maar waar moet Qadhafi naar toe? Hij klampt zich bijgevolg nog meer vast aan de macht dan zijn voormelde collega’s. Als Qadhafi op televisie zegt dat de problemen in zijn land te wijten zijn aan Al-Qaeda, wil hij zich aandienen als de eerste frontlijn in de strijd tegen het terrorisme. Zo hoopt hij dat de angst voor het terrorisme in het Westen het zou halen op andere overwegingen.

De EU-landen en de VS lijken er echter van uit te gaan dat de Libische bevolking even hardnekkkig zal blijven protesteren als in de buurlanden. Dus zetten ze nu volop in op een post-Qadhafi oplossing. Alleen beschikt men niet over het leger als belangenbehartiger zoals in Tunesië of Egypte. Vandaar de dwang en drang om deze omwenteling in Libië te kunnen sturen via militaire tussenkomst. De oude, beproefde methode om een humanitaire catastrofe met een militaire aanpak op te lossen, zal de Westerse publieke opinie wel doen volgen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!