Turkse zakenlui kijken met bang hart naar toestand in Libië
Nieuws, Wereld, Libië -

Turkse zakenlui kijken met bang hart naar toestand in Libië

ANKARA — Voor het Turkse buitenlandse beleid is de politieke onrust in de Arabische wereld een lakmoesproef. De regering en allerhande zakenmannen zijn vooral bevreesd voor de wankele situatie in Tripoli, waar miljarden euro aan Turkse handel en investeringen op het spel staan.

dinsdag 1 maart 2011 17:44

De massale exodus van migranten uit Libië herinnert de Turkse publieke opinie eraan hoe kwetsbaar hun land is nu het zich economisch steeds meer naar het Midden-Oosten en Afrika richt. Naar schatting 25.000 Turkse arbeiders en zakenmensen verbleven in Libië eind januari. Meer dan 3000 zijn al gerepatrieerd en de wachtlijst om het land te verlaten is lang.

De Turkse investeringen in Libië bedragen meer dan 11 miljard euro, waarbij veel Turkse bedrijven lucratieve contracten hebben lopen met de regering-Kadhafi en familie. “Als Moammar valt, zullen onze contracten minder waard zijn dan behangpapier”, vreest Murat Can, een bouwondernemer in Istanboel.

Het was de zakenlobby in Ankara die ervoor zorgde dat de Turkse regering zich terughoudend opstelde tegenover Tripoli en dat Turkije officieel niet wilde weten van VN-sancties tegen Libië. De Turkse premier Erdogan vroeg de Veiligheidsraad om geen sancties op te leggen, omdat het Libische volk en niet het regime daar volgens hem het eerste slachtoffer van is. Velen geloven dat het standpunt van Erdogan wordt ingegeven door de economische belangen van Turkse exporteurs en investeerders.

Dit jaar staan parlementaire verkiezingen op de agenda. De zakenlui hebben zich vastberaden achter de partij van Erdogan geschaard bij de gewonnen verkiezingen van 2002 en 2007. Ook voor het referendum over de grondwetsherziening in september 2010 kon de premier op hun steun rekenen.

Zachte hegemonie

Turkije heeft zich net als alle andere landen laten verrassen door de Arabische revolutie. Maar de gevolgen op politiek en economisch vlak zijn groter voor Turkije dan voor zijn westerse bondgenoten. Voor de crisis in de regio waren de handels- en diplomatieke relaties met landen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika solide. Turkse export naar de regio steeg van 3,6 miljard euro in 2002 naar 21 miljard in 2010, zes keer zoveel dus. De uitvoer naar de EU nam slechts 2,5 maal toe tot 38,1 miljard euro in dezelfde periode. Het laatste jaar daalde deze handel zelfs met bijna 20 procent in vergelijking met 2007 en 2008.

De redenen voor deze verschuiving zijn van zakelijke en politieke aard. Nieuwe kansen op groeimarkten in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, vooral in constructie, landbouw en defensie. Zo kan Ankara de ingeslagen weg van ‘zachte hegemonie’ vervolgen, een doctrine van Ahmet Davutoglu. Deze man staat sinds 2009 aan het hoofd van de Turkse buitenlandse zaken.

De 52-jarige Davutoglu ontwikkelde een visie op Turkije als regionale macht, waarvan de wortels liggen in het Midden-Oosten, de Euraziatische Turkse staten en de Balkan. Deze geografische gebieden maakten bijna vijfhonderd jaar deel uit van het Ottomaanse rijk. Aanvankelijk verwelkomde het Westen, met de VS op kop, het initiatief als model voor democratisering in deze landen. Maar snel kreeg Davutoglu het etiket neo-Ottomaan opgekleefd.

Iraanse bondgenoot

Vanuit dit zelfvertrouwen haalde Ankara de banden aan met Teheran. Als niet-permanent lid van de VN-Veiligheidsraad stemde Turkije tegen nieuwe sancties om het Iraanse kernprogramma te treffen. Zo nam het land afstand van de NAVO maar ook van China en Rusland. Humanitaire redenen werden genoemd om de stemming te verklaren. Maar waarschijnlijk lagen economische redenen aan de basis van de beslissing. Turkije mag bijvoorbeeld 25 jaar lang drie gasvelden in Iran ontginnen en jaarlijks 30 miljard kubieke meter Iraans en Turkmeens gas leveren aan Europa.

Turkije heeft ook zijn steun aan de Palestijnse zaak versterkt, wat in mei 2010 leidde tot een open confrontatie met Israël. De val van de Tunesische en Egyptische presidenten kon Ankara niet verontrusten. Egypte gold als een rivaal die regionale suprematie nastreefde sinds het vredesverdrag met Israël in 1979. Maar de snelheid waarmee de onrust zich verspreidt, werd toch verkeerd ingeschat door de Turkse diplomatie. President Gul bezocht in Teheran in februari, op het moment dat de Iraanse oppositie grote betogingen hield die brutaal de kop in werden gedrukt door de Revolutionaire Garde.

Erdogans houding ten aanzien van Kadhafi en het feit dat hij geen internationale sancties tegen Libië wil, is een verwarrend signaal voor het Arabische volk dat vrijheid zoekt. Vorige week bijvoorbeeld blies de nieuwe regering in Egypte een groot infrastructuurproject met Turkije af.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!