Nieuws, Wereld, Cultuur, België, Jasaad, Erotisch arabisch tijdschrift, Mondes arabes, De hallen, schaarbeek -

Een avond met ‘boze Arabische vrouw’ Joumana Hadad

Hadad trekt de aandacht vanwege haar uitgesproken erotische schrijfsels en als stichtster van het eerste erotische tijdschrift in de Arabische wereld, 'Jasaad' (lichaam). Zij kon donderdag dan ook op veel belangstelling rekenen in het Brussels cultuurcentrum 'de Hallen' van Schaarbeek.

maandag 21 februari 2011 15:00
Spread the love

“Als een man gepeperde passages schrijft, dan gaat dat onopgemerkt voorbij. Dan denkt iedereen : dat ligt in de lijn van de geschiedenis. Maar als een vrouw dat doet, dan is zij meteen ‘gedurfd en stoutmoedig’. Wel, ik zeg u, dat is geen compliment”, aldus Hadad. Een dergelijk zogenaamd complimentje doet zij af als paternalistisch. Noem Hadad dus niet gewaagd enkel en alleen omdat zij toevallig een vrouw is. Laat staan, ook nog een Arabische vrouw is die graag over erotiek schrijft. Het is de literatuur waar het haar om gaat.

‘Boze Arabische vrouw’

In de Hallen hebben ze dat natuurlijk goed begrepen. Met hun cyclus “Mondes arabes” bieden zij een programma van Arabische literaire avonden aan om de vingers bij af te likken. Eerdere gasten waren onder meer Hanaan Al-Sheykh (Lib.) en Khaled Al-Khamissi (Eg.). Nog voorzien voor dit voorjaar zijn schrijvers Elias Khoury (Lib.), Etel Adnan (Lib.) en Khaled Khalifa (Syr.)

De avond begint telkens met een voordracht door de auteur en wordt gevolgd door een gesprek, deze keer geleid door Le Soir hoofdredactrice Béatrice Delvaux.

Hadad verbaasde tijdens haar voordracht met een mengeling van Frans- en Arabischtalige sensuele en zelfreflectieve poëzie. Die lijn werd makkelijk doorgetrokken naar haar recente roman “Ik heb Shehrazade gedood”. De uitgave van de Franse vertaling vormde de aanleiding  voor haar bezoek in Brussel. Dit boek is het autobiografische verhaal van een ‘boze Arabische vrouw’.

Hadad vertelt hoe de literatuur haar leven veranderde en zij de weg van de dichtkunst begon te bewandelen. Haar boosheid is tweedelig. Zij verafschuwt de Westerse clichébeelden over de Arabische vrouw enerzijds en het obscurantisme – de neiging om mensen in onwetendheid te houden –  in de Arabische samenleving anderzijds.

“Het boek is gegroeid uit een brief die ik wou schrijven naar een Zweedse journaliste. Ik wou haar uitleggen dat er andere Arabische vrouwen bestaan dan het (oriëntalistische) clichébeeld dat zij in gedachten had”, begint Hadad. Gaandeweg heeft het boek zich ontwikkeld tot haar eigen levensverhaal van een literatuurminnend meisje dat thuis gestimuleerd werd om te lezen en dat zich in alle vrijheid ontplooide als een internationale prijzen winnende dichteres.

“Ik was ontevreden geworden over de apologetische insteek van de brief naar de journaliste en voelde me schuldig aan hetzelfde denkpatroon waarvan ik haar beschuldigde”, zegt Hadad.

Frans of Arabisch

Ondanks de vrije cultuur waarin Hadad kon opgroeien, vormde de Arabische taal aanvankelijk een obstakel om er zich authentiek in uit te drukken. Frans was de taal waarin zij onderwezen werd maar Arabisch was de algemene omgangstaal.

Dat zij  spontaan in het Frans begon te schrijven heeft zij achteraf begrepen als een soort lafheid. “Ik schreef niet in het Arabisch omdat ik het eerst niet aandurfde om die dingen in deze taal te benoemen en te beschrijven. Dat was uit lafheid”, vertelt Hadad.  “In het Frans leek het evident om emoties en verlangen in uit te drukken, omdat ik hier zelf in die taal ook al over gelezen had.”

En niet bij de minste auteurs. Haar vaders bibliotheek deed dienst als emotioneel laboratorium. Hij bood haar regelmatig boeken aan, maar zij hield er intussen haar eigen geheime voorkeur op na .

Op jonge leeftijd leest zij op die manier “Justine” van Markies de Sade. Een boek dat voor haar een fundamentele boodschap meegaf. “‘Als dit allemaal ooit opgeschreven kon worden, dan moest ik ook over mezelf kunnen schrijven”.

Zelf schrijven in het Frans en vervolgens in het Arabisch gaf haar steeds meer voldoening en bracht succes. Het werd bepalend voor hoe zij zichzelf en haar rol in de samenleving als vrouw zag.

Het initiatief om een magazine te starten over de literatuur en kunst over het lichaam (“Jasaad”) is slechts een van de resultaten van haar engagement. Maar noem het geen feminisme, want hiermee identificeert zij zich niet onmiddellijk. Net als haar landgenote en collega schrijfster, Hanaan Al-Sheyk, die in 2010 te gast was in de Hallen, schudt zij die term van zich af.

Hadad: “Er zijn een aantal kenmerken in het vroege feminisme waar ik me niet in terug kan vinden. Ik voel bijvoorbeeld niet de noodzaak om mannelijk gedrag over te nemen of om er mannelijk uit te zien. Ook zie ik de man in de eerste plaats als een ‘handlanger’, niet als een tegenstander.”

De uitgesproken feministes in de zaal die de vraag stelden namen genoegen met haar standpunt, de onderlinge verstandhouding primeert op het plakken van etiketten.

Voor de laïciteit

Wanneer Hadad wel op de barricaden gaat staan, dan is het om op te komen voor een seculiere samenleving. Godsdienst in het algemeen ontkomt volgens haar niet aan haar sterk bevoogdende en regelgevende gedrag en dat is voor haar verfoeilijk.

“Terwijl godsdienst eigenlijk om transcendentie en spiritualiteit zou moeten gaan, slaagt ze er altijd weer in mensen juist te gaan belemmeren in haar vrijheid. Ik wens een andere, seculiere, wereld”, zegt zij.

Spontaan applausje in de zaal. Van afkomst is zij Christene maar haar mening formuleert zij uitdrukkelijk als agnoste. “Hoe is het mogelijk dat een religieus leider vandaag nog het gebruik van voorbehoedsmiddelen in Afrika kan ontmoedigen?”. 

Een woord van steun richt zij aan de Egyptische vrouwen vandaag die prominent een rol opnamen in de nationale protesten. Met enorme fierheid kijkt Hadad naar wat zich afspeelt in de Arabische wereld en hoe vrouwen zich in Egypte tevens manifesteren voor gelijkheid tussen man en vrouw.

“Nu moet de Egyptische vrouw egoïstisch zijn. Zij moet haar rechten opeisen in deze revolutie! In Egypte zijn vrouwen minder goed af dan in Tunesië, ik hoop dat zij blijven verder strijden”, besluit Joumana Hadad.

take down
the paywall
steun ons nu!