Dave Sinardet neemt het splitsingsdiscours onder de loep
Nieuws, Politiek, België, België, Tmd, Splitsing, Belgische politiek, Splitsingsdenken, Dave Sinardet -

Dave Sinardet neemt het splitsingsdiscours onder de loep

Bart De Wever en co spreken de taal van het gezond verstand. Scherp, duidelijk, logisch. Of zo lijkt het toch. Politicoloog Dave Sinardet ontleedt voor ons het discours van het splitsingsdenken.

woensdag 9 februari 2011 16:15

We legden aan professor Dave Sinardet (politieke wetenschappen, VUB en UA) enkele van de vaakst terugkerende argumenten en stellingen voor. Wat blijkt: de werkelijkheid is vaak complexer dan de oneliners van het splitsingsdiscours doen vermoeden.

#1: “België is geen democratie. Het is een gedwongen huwelijk van twéé democratieën.”

Dave Sinardet: “Letterlijk klopt die stelling niet. België is natuurlijk wel degelijk één democratie, met een parlement, regering, etc. De woordkeuze ‘twee democratieën’ is dus wat overdreven of ongelukkig. Maar in een groot deel van de achterliggende analyse kan ik mij wel terugvinden. Want België kampt wel degelijk met een democratisch deficit.”

“Wanneer wij federale verkiezingen organiseren, organiseren we eigenlijk twee aparte verkiezingen: aan de ene kant heb je Vlaamse partijen die zich aandienen aan Vlaamse kiezers en debatten voeren in Vlaamse media. Aan de andere kant heb je Franstalige partijen die zich aandienen  aan Franstalige kiezers en debatten voeren in Franstalige media. Je hebt na die verkiezingen dan twee verkiezingsresultaten waarmee een regering moet gevormd worden en dat heeft soms inderdaad iets weg van een diplomatieke conferentie, om een ander veelgebruikt beeld aan te halen. Dat is ook een deel van de verklaring voor al de blokkeringen en crisissen die we nu kennen.”

“Voor een deel maken Bart De Wever en ikzelf dus dezelfde basisanalyse. Maar onze oplossing is verschillend. Volgens De Wever is de enige oplossing voor het democratisch probleem een splitsing van het land. Mij lijkt dat om tal van redenen niet evident. Het is niet omdat een splitsing technisch mogelijk is dat het ook politiek mogelijk is. Wat met Brussel, om maar één ding te noemen. Bovendien stelt het probleem van het democratisch deficit zich nú, terwijl De Wever zelf beweert dat zo’n splitsing zeker niet voor vandaag is en hij de weg van de geleidelijkheid predikt. In de tussenstappen richting splitsing zie ik niet direct een oplossing voor dat democratisch deficit. Vermits we dus nog een tijd voort moeten met België, moeten we het dus beter en democratischer laten werken, om ook een herhaling van het scenario van de voorbije jaren te helpen vermijden.”

“Er zijn echter oplossingen voorhanden die veel minder energie vragen dan een splitsing van het land en minder moeilijkheden opleveren. Laten we bijvoorbeeld vijftig volksvertegenwoordigers verkiezen via een federale kieskring. Eens je daarvoor een meerderheid hebt, is dat een relatief makkelijke ingreep om te stemmen en door te voeren. Het klopt dus dat we met twee verschillende politieke sferen zitten, maar zij die het hardst roepen dat dit een probleem is, zijn ook degenen die het hardst tegen één van de meest logische oplossingen zijn. Bart De Wever heeft er bij de onderhandelingen van de voorbije maanden een zeer duidelijk veto tegen gesteld.” (nvdr: Op het idee van een federale kieskring komen we nog terug op het einde van dit interview.)

#2: “We hebben het niveau Vlaanderen en het niveau Europa. België is een overbodig tussenniveau.”

Sinardet: “Hier gebruikt men Europa als argument voor de stelling dat België zal verdampen. Ik geloof daar niet in. Neem nu de sociale zekerheid, het systeem van interpersoonlijke solidariteit. Momenteel bestaat er zo’n systeem op Belgisch niveau, tussen bijna 11 miljoen Belgen. Het lijkt me zeer utopisch om te denken dat dit snel op Europees niveau zal worden geregeld. Jammer genoeg eigenlijk, want op zich is het een mooi streefdoel om de schaal waarop je solidariteit organiseert te vergroten. Je hoeft helemaal niet links te zijn om dat te beseffen, het is meer een ethisch principe. Maar zelfs de voorstanders van een Europese sociale zekerheid moeten erkennen dat zoiets in de huidige context geen goed idee zou zijn. Op dit moment kan je dat niet implementeren, omdat er te veel verschillen zijn tussen de systemen. Bovendien zou ons eigen sociaal vangnet er op kunnen achteruitgaan.”

“Een vergroting van de solidariteitskring naar Europa is dus wel iets om naar te streven, maar dan op lange termijn. Als je dan de solidariteitskring in België gaat verkleinen – door solidariteit nog maar te organiseren tussen bijvoorbeeld 6 miljoen Vlamingen en 4 miljoen Walen – is dat vanuit die doelstelling echter  een stap achteruit. Het is bovendien ook geen goede zaak vanuit de logica van het verzekeringsprincipe dat inherent is aan elk systeem van sociale zekerheid: je kan best de risico’s zo veel mogelijk spreiden. Hoe kleiner de groep verzekerden, hoe slechter je verzekering.”

“Kortom: gezien Europa de interpersoonlijke solidariteit nog niet voor haar rekening neemt, en dat waarschijnlijk in de komende decennia niet zal doen, lijkt België mij alleen al daarom zeker geen overbodig niveau.”

#3: “Solidariteit is goed, maar… zoals het nu werkt, gedraagt Wallonië zich als een hulp-junkie. Er is geen responsabilisering.”

Sinardet: “Ten eerste vind ik de terminologie (‘junkie’) nogal problematisch, zeker als je dit vertelt in een bekend buitenlands tijdschrift (nvdr: Bart De Wever in Der Spiegel). Dit draagt bij tot de verruwing van het debat. Maar laten we even voorbij de terminologie kijken, naar het idee erachter.”

“Het klopt dat Wallonië in de jaren 1980 en 1990 niet het beste beleid heeft gevoerd om haar economisch herstel te bespoedigen. Het creëren van extra tewerkstelling leek niet de eerste prioriteit van Waalse regeringsleiders zoals Collignon of Van Cauwenberghe of van ministers als Happart – die trouwens ook Waalse regionalisten waren. Ik zou daarbij wel willen opmerken dat dit een gevolg was van de regionalisering die men ook aan Vlaamse kant heeft gewild. Het is niet echt consequent om eerst te zeggen dat ieder een beleid naar inzichten moet kunnen voeren en dan ineens: ‘Ho, maar daar in Wallonië doen ze het heel anders dan wij en ze zouden beter een voorbeeld aan ons nemen’. Dan had men het economisch beleid maar nationaal moeten laten.”

“Maar de laatste tien jaar is er toch duidelijk een nieuwe wind gaan waaien. Er is ook een nieuwe generatie aangetreden. Elio Di Rupo (PS) natuurlijk, maar ook Jean-Claude Marcourt (Waals minister van Economie, PS), Rudy Demotte (PS), Paul Magnette (PS) en nog een aantal anderen. Wat je ziet is dat Wallonië vandaag een beleid voert dat heel sterk lijkt op dat van Vlaanderen. Het Waalse ‘Marshallplan’ wil de economie aanzwengelen en tewerkstelling creëren om zo Wallonië vooruit te helpen. Het is erg vergelijkbaar met het ‘Vlaanderen In Actie-plan’ van Kris Peeters. Het cliché dat men in Wallonië een soort marxistische politiek voert, klopt al lang niet meer.”

“Bij bedrijfsleiders hoor je trouwens dat het ondernemingsklimaat in Wallonië op dit moment beter is. Zo is er in het Waals gewest minder administratieve rompslomp voor wie wil investeren. Of zoals Louis Tobback het onlangs formuleerde: ‘Google is voor haar vestiging in Mons naar Di Rupo gestapt en binnen de zes maanden was alles in orde. Waren ze naar Kris Peeters gestapt om in Puurs iets te beginnen dan was het waarschijnlijk nog altijd niet in orde geweest’. Er wordt dus stevig aan de weg getimmerd.”

#4: “Als Wallonië het tegenwoordig toch zo veel beter doet, waarom heeft het dan zoveel schrik voor meer responsabilisering?”

Sinardet: “Er is wel degelijk een begin van nieuw elan in Wallonië. Qua economische groei deed het Waals Gewest het zowel in 2008 als 2009 beter dan het Vlaams Gewest. Maar ze komen natuurlijk van ver, waardoor de kloof op heel wat punten groot blijft.”

“Als je naar het primaire inkomen kijkt (dat is het inkomen voor belastingen, sociale bijdragen en uitkeringen, dus voor herverdeling) dan zie je dat dit in 2009 in Vlaanderen gemiddeld bijna een kwart hoger lag dan in Wallonië en bijna 15 procent hoger dan in Brussel. Na die herverdeling ligt het gemiddelde inkomen van een Waal nog steeds 17 procent lager en dat van een Brusselaar nog steeds 11 procent lager dan van een Vlaming. Dat blijkt uit cijfers van het Instituut voor Nationale Rekeningen. Het is een werk van lange adem om die achterstand in te halen. Als je vandaag de solidariteit die bestaat via de sociale zekerheid of via de financieringswet zou doorknippen, dan zal Wallonië wel degelijk verarmen. Vandaar dat Franstalige partijen als de PS zich daartegen verzetten.”

“Je moet weten dat de financieringswet zoals ze nu bestaat al vrij ‘responsabiliserend’ werkt, omdat de dotaties die de regionale overheden ontvangen voor een groot deel gebaseerd zijn op de ontvangsten van de personenbelasting in die regio. Het is wel zo dat er daarnaast een solidariteitsmechanisme bestaat dat de grootste verschillen compenseert. Dat kent nu enkele perverse effecten die men best kan wegwerken, al zijn ze in de praktijk wel vrij beperkt.”

“Het wood ‘responsabilisering’ is trouwens een slogan geworden waaraan impliciet verschillende definities gegeven worden. Nu, ik ben ook voor responsabilisering. Voor mij betekent dat vooral: zorgen dat een overheidsniveau de negatieve financiële gevolgen van haar beleid niet kan afwentelen op een ander overheidsniveau. Het dossier over de pensioenlasten van de ambtenaren is een prachtig voorbeeld. De gewesten kunnen zelf beslissen om meer ambtenaren aan te werven of om ze opslag te geven (wat onlangs is gebeurd). Maar de pensioenen worden federaal betaald. Als de Vlaamse of Waalse regering beslist om meer ambtenaren aan te nemen, dan vind ik dat zij daarvan ook een deel van de financiële gevolgen voor de pensioenen moeten dragen. Maar wat zien we? Dat politici die dat al jaren publiek bepleiten, terugkrabbelen als het zover is. Nu dat in de nota Vande Lanotte staat, zegt Kris Peeters: ‘Ja maar dat gaat ons geld kosten!’ Tja, dat is nu eenmaal de bedoeling van responsabilisering. Dat gaat ook Wallonië geld kosten.”

#5: “De Franstaligen vormen een front, de Vlamingen helaas niet.”

Sinardet: “Binnen de context van de voorbije maanden met zeven onderhandelende partijen, klopt het dat de overeenstemming tussen de Franstalige partijen groter is dan tussen de Vlaamse. Aan Vlaamse kant is er een duidelijke breuklijn tussen SP.A en Groen! aan de ene kant en wat je stilaan het kartel N-VA/CD&V kan noemen aan de andere kant.”

“Je mag niet vergeten dat er naast een communautaire tegenstelling ook een links/rechts-tegenstelling bestaat. Die blijft vaak onderbelicht. Het is logisch dat linkse Vlaamse partijen zoals SP.A en Groen! en de ACW-vleugel van de CD&V het eerder eens zijn met linkse Franstalige partijen over dossiers die raken aan de solidariteit en de sociale zekerheid. Wat ook meespeelt is dat rechtse Vlaamse partijen ook bevoegdheden willen splitsen om dan op Vlaams niveau een rechtser beleid te kunnen voeren dan wat nu op federaal niveau mogelijk is. Dat linkse partijen daar huiverachtig voor zijn is niet onbegrijpelijk.”

“Maar het Franstalige front is vooral hechter omdat het een defensief front is. Het is makkelijker om een consensus te vinden over waar je een lijn trekt op het vlak van toegevingen, dan om een consensus te vinden binnen een offensief front over wat je wil binnenhalen.”

“Toch zijn er ook tussen PS, CDH en Ecolo wel wat meningsverschillen. Zo ziet de PS de regionalisering van justitie wel zitten, omdat de partij zo meer greep krijgt op het gerechtelijk apparaat, onder meer via benoemingen. Het fenomeen dat net voor de verkiezingen weleens PS-politici in verdenking gesteld worden door hen minder gunstig gezinde rechters, zouden ze op die manier wat kunnen indijken. Ecolo en CDH zien zo’n dominantie van de PS op justitie en dus zo’n splitsing liever niet gebeuren.”

“Ook op het vlak van de gezondheidszorg zijn er verschillen. De PS heeft veel macht in de ziekenhuizen en is daarom eerder voorstander van het direct raadplegen van specialisten. CDH en vooral Ecolo zitten meer op de ‘Vlaamse’ lijn van eerstelijnshulp door huisdokters. Daarom willen ze de gezondheidszorg liefst federaal houden, omdat ze aan Vlaamse zijde bondgenoten hebben om hun standpunt te verdedigen tegenover de PS.”

“En als de MR mee aan tafel zou zitten, dan zou het Franstalige front zeker brozer zijn. Tijdens de onderhandelingen met Jean-Luc Dehaene wou de PS de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde vooral gecompenseerd zien met meer geld voor Brussel en niet zozeer met rechten voor Franstaligen in de faciliteitengemeenten, terwijl dat net de eerste eis was van het FDF (MR).”

#6: “Verder splitsen is nodig om de bevoegdheidspakketen te homogeniseren.”

Sinardet: “Sorry, maar in deze tijden van ‘multi-level governance’, zoals dat in de politicologische literatuur heet, zijn homogene bevoegdheidspakketten een utopie. Verdeling van beleid over verschillende niveaus is de norm geworden. Kijk naar het milieubeleid: dat is Europees, en federaal, en Vlaams, en lokaal, maar ook mondiaal – denk aan Cancun. De politieke realiteit wordt steeds complexer. Steeds meer niveaus zijn veroordeeld om samen te werken. De éne natiestaat die alles besliste, dat bestaat niet meer.”

“Bovendien is het vaak zo dat door het éne bevoegdheidspakket homogeen te maken, een ander bevoegdheidspakket ophoudt homogeen te zijn. Neem bijvoorbeeld het arbeidsmarktbeleid.”

“Tewerkstelling is vandaag voor een groot deel een regionale bevoegdheid. Er zijn mensen die daarom voorstellen om ook de werkloosheidsuitkeringen te regionaliseren, want dan krijg je een homogener pakket. Daar zit misschien iets in, maar dan ga je het pakket van de sociale zekerheid, dat nu wél homogeen (federaal) is, weer versnipperen. Werkloosheidsuitkeringen hebben ook repercussies op de rest van de sociale zekerheid, zoals de pensioenvorming.”

“Uiteindelijk gaat achter het debat over het al dan niet homogeniseren van het tewerkstellingsbeleid ook een links/rechts-tegenstelling schuil. De inzet is de vraag:’waarvoor dienen werkloosheidsuitkeringen?’ Definieer je ze als een onderdeel van het arbeidsmarktbeleid, dan zie je ze vooral als een instrument om mensen aan het werk krijgen. Je kan de uitkeringen dan bijvoorbeeld in de tijd beperken en er zo de arbeidsmarkt mee reguleren.”

“Maar als je de werkloosheidsuitkeringen beschouwt als een onderdeel van de federale sociale zekerheid, dan zie je ze eerder als een sociale verworvenheid, een sociaal recht, dat losstaat van arbeidsmarktpolitiek. Het homogeen maken van bevoegdheidspakketten is dus niet alleen een technische kwestie. Er zit ook een ideologisch debat achter. Dat is ook normaal, maar wat mij stoort is dat het ideologische debat niet meer in die termen gevoerd wordt, maar verduisterd wordt door de indruk te geven dat het enkel om een technische en communautaire kwestie gaat.”

#7: “De Franstaligen houden alleen van België omdat het hun eigenbelang dient.”

Sinardet: “Het pro-Belgisch discours van sommige Franstalige politici is inderdaad vrij hypocriet. De PS is in de jaren 1970 en 1980 een regionalistische partij geweest. Toen ze meer baat had bij het federaal houden van een aantal bevoegdheden, keerde ze haar kar. Al kan hetzelfde natuurlijk gezegd worden van sommige Vlaamse partijen die ook vooral die bevoegdheden willen splitsen die financieel interessant zijn voor Vlaanderen.”

“Ik gebruik hiervoor de term ‘instrumenteel federalisme’: iedereen bekijkt het federale niveau in functie van wat hij eruit kan halen voor de eigen gemeenschap (of de eigen partij, wat niet altijd samenvalt). Er zijn vandaag nauwelijks politici die het federaal belang verdedigen. Een federale kieskring zou daaraan kunnen verhelpen.”

“Wat in elk geval niet klopt is het beeld dat nu aan Franstalige kant wordt opgehangen van ‘wij zijn allemaal goede Belgen die altijd geprobeerd hebben om België bij elkaar te houden, maar helaas zijn er die stoute Vlaams-nationalisten die al jaren proberen om België kapot te maken’.”

“Heel de Gewestvorming is er mede gekomen op vraag van de PS. En dat men in de jaren dertig België niet volledig tweetalig heeft gemaakt, was niet enkel omdat Vlaams-nationalisten tegen waren, maar ook omdat heel wat Franstalige politici vreesden dat tweetalige Vlaamse ambtenaren de plaats zouden innemen van eentalig Franstalige ambtenaren. Ook in het onderwijs is er in Franstalig België zeer lang te weinig geïnvesteerd in tweetaligheid. Al is dat nu aan het veranderen.”

“Neem ook dat voorstel voor federale kieskring. Vaak wordt gezegd dat dit een Franstalig idee is, maar dat klopt niet. In de jaren 1980 werd het bijvoorbeeld al eens voorgesteld door Wilfried Martens, in het kader van de derde staatshervorming. Dat werd toen onder meer afgeblokt door de PS, officieel omdat het een terugkeer zou betekenen naar de unitaire staat – eigenlijk hetzelfde argument dat de N-VA nu gebruikt, volgens mij trouwens ten onrechte. De PS was natuurlijk vooral tegen omdat ze vreesden dat een populaire nationale figuur als Martens dan ook stemmen zou kunnen halen bij Franstaligen, wat ongetwijfeld ook grotendeels de reden was dat die het voorstelde.”

“De standpunten over de federale kieskring hebben weinig te maken met overtuiging over wat nu het best is voor het land, maar vooral met electorale calculs. Bij de SP.A zijn er bijvoorbeeld heel wat mensen voor, maar de partijtop is tegen, onder meer omdat sommigen vrezen dat de Franstaligen die aan de kust wonen dan niet meer voor hen zouden stemmen maar voor de PS.”

#8: “Het probleem is het taalimperialisme van de Franstaligen. Ze doen in Brussel en zelfs in de Vlaamse rand geen enkele moeite om het Nederlands te leren.”

Sinardet: “Over de problematiek van Brussel en de Vlaamse rand wordt vaak gesproken in termen van Franstalig imperialisme. Alsof de Franstaligen bewust in de Vlaamse rand komen wonen om de regio te annexeren. Ook hier wordt een bestaand spanningsveld enkel door een communautaire bril bekeken. Het zou beter zijn dit te bekijken als het socio-demografisch proces dat het ook is.”

“We zien dat een aantal inwoners van het Brussels gewest – net zoals die in andere grote steden – het centrum ontvluchten om zich te vestigen aan de rand van de stad. De redenen zijn overal dezelfde: onveiligheid, te veel allochtonen, onvoldoende groen,… Hetzelfde proces zie je bijvoorbeeld in Antwerpen. Dat creëert natuurlijk fenomenen in de rand van verstedelijking van wat ooit dorpen waren, vermindering van de sociale cohesie et cetera. Maar in Brussel ent zich daarop het probleem dat een grote meerderheid van de Brusselaars Franstalig is en dat de Rand ééntalig Nederlands grondgebied is. De stedelingen die zich in de Rand vestigen hebben vaak geen enkele drijfveer om Nederlands te leren want hun beroeps- en vaak ook hun sociale leven speelt zich af in een Brusselse, Franstalige context.”

“Ik wil dit niet goedpraten. Het zou natuurlijk logisch zijn dat  deze Franstalige Brusselaars moeite moeten doen om Nederlands te leren maar zo werkt het natuurlijk niet. Bovendien is er dezer dagen, door de internationalisering van Brussel, ook steeds meer sprake van verengelsing van de Rand in plaats van verfransing. En er is ook nog het feit dat heel wat Brusselse allochtonen in de Rand gaan wonen, waardoor ook de spanningen die multiculturaliteit met zich meebrengen er bovenop komen. Het is dus allemaal veel complexer dan Franstalig imperialisme.”

“Volgende vraag is: hoe ga je daar als overheid mee om? Ik vind het zeker legitiem dat de Vlaamse regering probeert om het Vlaamse karakter van de Rand te behouden. Alleen: je kan dit doen met negatieve of met positieve stimuli. Negatieve stimuli voeren de spanning alleen maar op.”

“De rondzendbrief-Peeters is een voorbeeld van zo’n negatieve ingreep. Franstalige inwoners van de faciliteitengemeenten verplichten om elke keer als ze een officieel document in het Frans willen ontvangen een aanvraag te doen, dat zet geen zoden aan de dijk. Je geeft ze het gevoel dat ze gepest worden en dat is niet echt een stimulans om Nederlands te leren.”

“Bovendien geef je een wapen in handen van de radicale Franstaligen van het FDF. Ik denk dat Olivier Maingain (FDF) nog elke dag bloemen stuurt naar Leo Peeters (SP.A, toen nog SP), die als minister de rondzendbrief in 1998 heeft uitgevaardigd. Heel die affaire van de drie burgemeesters in de rand die tot een soort martelaren gemaakt zijn van de Franstalige zaak – wat op zich een compleet absurde voorstelling van zaken is; als je het FDF soms bezig hoort lijkt het alsof ze in een kerker op water en brood zitten – is een gevolg van die rondzendbrief. Zo zie je altijd opnieuw dat de radicalen aan beide kanten elkaar versterken.”

“Wat Vlaanderen wél kan doen is proberen om een aantal evoluties positief te begeleiden. We zien dat meer en meer Franstaligen in de Rand hun kinderen naar Nederlandstalige scholen sturen. Voor een deel omdat ze het belangrijk vinden dat hun kinderen Nederlands leren, voor een deel omdat het Nederlandstalig onderwijs een betere reputatie heeft. Nu hoor ik sommigen klagen dat de Nederlandstalige scholen verfransen! Je moet natuurlijk weten wat je wil. Probeer die evolutie dan positief te begeleiden door extra middelen aan die scholen toe te kennen voor speciale taalprogramma’s.”

“Nog een nuance in verband met dat taalimperialisme. Onderdompelingsonderwijs, waarbij leerlingen vakken krijgen in een andere taal: het gebeurt wel in Wallonië, maar het is nog steeds onmogelijk in Vlaanderen – omwille van de taalwetgeving. Ik geef trouwens zelf een vak, volledig in het Nederlands, aan de Facultés Universitaires Saint-Louis, een Franstalige universiteit in Brussel. Mijn vak maakt deel uit van een tweetalig programma dat meer en meer succes heeft. Ook de ULB is daarmee bezig. In het Waalse Marshallplan wordt een betere taalkennis ook gestimuleerd. Je ziet dus onmiskenbaar een evolutie, zij het nog embryonaal.”

Tot slot willen we nog even terugkomen op het idee van een federale kieskring. U verdedigt dat als een mogelijke oplossing voor de communautaire impasse. Kan u de voordelen eens samenvatten?

Sinardet: “Het is natuurlijk geen wondermiddel. Maar er zijn op dit moment twee grote problemen. Ten eerste het democratisch deficit en ten tweede een probleem van efficiëntie. Het probleem van het democratisch deficit is,  bijvoorbeeld, dat het voor een inwoner van het Waalse Gewest sinds 1974 niet meer mogelijk is geweest om zich bij verkiezingen uit te spreken over de eerste minister van dit land, of zelfs maar over de partij van de eerste minister. Sindsdien is die eerste minister immers steeds een Vlaming die deel uitmaakt van een partij die enkel in Vlaanderen opkomt.”

“Omgekeerd is het voor de meeste Vlamingen al sinds 1988 niet meer mogelijk om bij verkiezingen het beleid van de minister van Financiën te beoordelen, toch een belangrijk departement. De laatste 11 jaar was dat Didier Reynders (MR), waarop nochtans veel kritiek was in Vlaanderen, voordien Philippe Maystadt (PSC, voorloper van CDH). Gevolg: de ministers in kwestie voelen zich niet verantwoordelijk voor de andere taalgemeenschap, voor de inwoners van het hele land, hoewel ze een federaal beleid voeren. Een federale kieskring zou op dit vlak kunnen zorgen voor ‘responsablisering’.”

“Een tweede probleem is de efficiëntie van ons systeem. Dat hoeft na drie jaar politieke impasse, denk ik, weinig betoog. Voor die impasse zijn natuurlijk verschillende redenen, maar ze zat ook al structureel besloten in ons systeem. Als je als Vlaams politicus enkel rekening moet houden met Vlaamse kiezers (en hetzelfde aan Franstalige kant), dan krijg je wat in 2007 is gebeurd. Aan Vlaamse kant hebben een aantal politici toen een grote staatshervorming beloofd, terwijl aan Franstalige kant de retoriek van ‘on n’est demandeur de rien’ weerklonk. Dat zijn zeer uiteenlopende, gepolariseerde standpunten. Als je na de verkiezingen op basis daarvan een regering moet vormen, is het evident dat dit niet van een leien dakje zal lopen. Met een federale kieskring zouden partijen verplicht worden om reeds voor de verkiezingen wat realistischere standpunten te hanteren, aan beide kanten van de taalgrens. Dit zou een nieuwe dynamiek kunnen creëren.”

“Men zegt vaak ‘alles in dit land is communautair’. Dat moet genuanceerd worden: in het asieldossier bijvoorbeeld zit de MR meer op de lijn van Open VLD dan op die van CDH en PS. Een ander voorbeeld is het dossier van de wapenuitvoer. Voor Vlaamse politici was het destijds natuurlijk makkelijk om te verkondigen dat er geen wapens van FN mochten worden uitgevoerd naar oorlogsgebieden, want als Vlaams politicus moest je veel minder rekening houden met de economische gevolgen van inkomstenverlies bij FN. Zo werd een dossier over wapenuitvoer, dat eigenlijk een probleem is van economie versus ethiek, een communautair dossier. Nu die bevoegdheid geregionaliseerd is en Vlaanderen er zelf over kan beslissen, blijkt trouwens dat het pacifistische Vlaanderen helemaal niet zo vredelievend is als het om de hoogtechnologische wapens van Barco gaat. De Vlaamse wapenuitvoer neemt elk jaar toe, zoals onlangs nog naar Saudi-Arabië.”

“Het cliché dat alles communautair is klopt dus niet maar ons systeem zorgt er wel voor dat veel problemen gecommunautariseerd worden. Een federale kieskring kan helpen om dit te veranderen.”

(Dit interview verschijnt ook in KENTERINGenDigit, ‘Het bezielende magazine dat in beweging zet’)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!