Opinie, Nieuws, Economie, België, Tmd, IPA 2011-2012, Walter Pauli - Erwin De Deyn, voorzitter BBTK

Pauli’s pen: een scherpe pen schrijft niet altijd juist

"Binnen de socialistische bediendecentrale BBTK krijgen we recent heel wat negatieve reacties binnen rond de artikels die Walter Pauli, journalist bij De Morgen, afgelopen week schreef. Tendentieus, eenzijdig, onnodig agressief…", schrijft BBTK-voorzitter Erwin De Deyn.

vrijdag 4 februari 2011 18:48
Spread the love

Ook zijn ‘gedachte’, die verscheen op vrijdag 4 februari, de dag waarop het federaal comité van het ABVV met grote meerderheid het IPA verwierp, lokte dergelijke reacties uit. Het lijkt ons dan ook nodig die gevoelens ernstig te nemen, te reageren, en meteen een aantal bemerkingen te formuleren bij de argumentatie die in die ‘gedachte’ uit de doeken wordt gedaan.

De journalistiek en onze samenleving

De BBTK behoort niet tot het kamp van diegenen die automatisch journalisten opzij schuiven als ‘reactionair’ vanaf het moment dat ze kritiek formuleren op vakbondsstandpunten. Dit soort artikels kunnen wij bovendien ook plaatsen in het rondje ‘zwartepieten’ dat nu aan de gang is.

Wie krijgt de schuld van het falen van het IPA? Denk in dat verband ook aan de uitlating van VBO-topman Thomas Leysen in verschillende media woensdag. Nauwelijks verholen werd verwezen naar het gevaar dat we ‘het ratingbureau Standard & Poors’ wel eens zouden kunnen wakker maken. Kortom, een artikel dat ook dient om de verantwoordelijkheid te plaatsen bij de hond in het kegelspel. In dit geval het ABVV dat ‘durft’ het IPA te verwerpen.

De BBTK is een organisatie met verantwoordelijkheidsgevoel, niet ten aanzien van ratingbureau’s, maar tegenover onze achterban. Waartegenover wij op een democratische manier verantwoording afleggen.

We zijn er ons als vakbond bovendien van bewust dat we leven in een maatschappelijke context, die zich ook naar de media vertaalt, die onze organisatie – en vooral de ideologie die erachter schuilt – ongunstig gezind is. Wat wij doen is namelijk het fundamenteel in vraag stellen van bepaalde ‘vastgeroeste’ waarden.

Daarbij horen: de vanzelfsprekendheid van winstmaximalisatie als motor van welvaart, het aanvaarden van ons economisch systeem als een wetenschappelijk feit (in plaats van een optelsom van menselijke keuzes) en het kiezen voor een openlijk verzet in plaats van een mak conformisme. Wij zijn een tegenmacht, wat wij ook willen blijven.

Dat betekent dus dat we er ons aan moeten verwachten dat onze argumenten half geciteerd en anders geïnterpreteerd worden. Overgiet dat alles met een saus schadenfreude (leedvermaak), en je krijgt artikels waarin met plezier uit de doeken wordt gedaan hoe de ‘kameraden’ elkaar verscheuren.

Als De Morgen ruimte biedt aan dergelijke gedachten, is er ontegensprekelijk nog altijd een gevoel van verraad

We krijgen bovendien meer verontruste reacties van onze mensen als dergelijke stellingen in De Morgen worden ingenomen, en niet als het in de Standaard wordt neergepend. Ten eerste is er, als De Morgen ruimte biedt aan dergelijke gedachten, ontegensprekelijk een gevoel van verraad.

Was De Morgen niet die ‘bevriende krant’? Die ooit trots ‘progressief dagblad’ op haar voorblad droeg? Ooit was dat misschien het geval. Zonder het proces te willen maken van de veranderingen die het dagblad onderging, zou het al vanaf 2004-2005 (Generatiepact) duidelijk moeten zijn dat dit niet langer het geval is.

Lees De Morgen dus als eender welke andere krant en er kan u heel wat ergernis worden bespaard. De gratis DVD’s krijgt u erbij. Het is overigens het goede recht van eender welke krant om een onafhankelijke editoriale lijn te kiezen en te volgen.

De Morgen lijkt een aantal journalistieke deontologische codes niet ernstig te nemen

Een tweede, meer fundamenteel probleem, dat zeker duidelijk wordt uit lectuur van het specifieke artikel dat vrijdag verscheen, is dat men een aantal journalistieke deontologische codes niet ernstig lijkt te nemen. Als Johan Rasking (De Standaard) en Alain Mouton (Trends), niet bepaald vakbondsliefhebbers, ongelukkige zaken schrijven over de BBTK (en bij uitbreiding het ABVV), hebben ze zich dan ook bij de BBTK (en bij uitbreiding het ABVV) geïnformeerd.

Quod non bij De Morgen. Aan geciteerde ‘ABVV-bronnen’ geen gebrek in de artikels van Walter Pauli, maar hier hebben we hem nog nooit aan de lijn gehad. We zouden deels durven vermoeden dat het een redactie is waarop misschien met te weinig journalisten wordt gewerkt om tijd over te hebben voor een woord- en wederwoord?

Toch is het eigenaardig dat we al sinds jaren op momenten waarop het de BBTK niet aan persaandacht ontbreekt, slechts heel zelden journalisten van De Morgen te horen krijgen over dossiers die ertoe doen. Althans niet de journalisten die ons de dag erop ervan betichten van ‘bijziend’ te zijn, of zelfs ‘ter kwade trouw’.

Het is eigenaardig dat we al sinds jaren op momenten waarop het de BBTK niet aan persaandacht ontbreekt, slechts heel zelden journalisten van De Morgen te horen krijgen over dossiers die ertoe doen

Lezers van de krant moeten dan ook weten dat constructies over de gebeurtenissen van het ABVV alvast niet rechtstreeks afgetoetst zijn met de personen die verantwoordelijkheid dragen in de grootste centrale van het ABVV. Jammer.

Mogen we er trouwens op wijzen dat ook het ACLVB het akkoord uiteindelijk verwierp? Van dat inzicht bleven de lezers alvast verstoken. Het toont meteen de waarde van dergelijke voorspellingen aan.

‘De republiek der kameraden’

In de bijdrage van 4 februari, ‘Interprofessionele onmin in de republiek der kameraden’, waarin Pauli ongetwijfeld deels als doel heeft met een ‘scherpe pen’ te provoceren, slaagt de journalist alvast glansrijk in dat opzet. Of hij de lezer correct en objectief informeert is een ander paar mouwen, al is het natuurlijk ook duidelijk een opiniërend stuk.

We overlopen een aantal argumenten. Beginnende bij Pauli’s vaststelling dat ABVV-metaal stelt dat het IPA ‘belachelijk weinig’ eenheidsstatuut bevat, terwijl de BBTK stelt dat het IPA ‘onverantwoord veel eenheidsstatuut’ bevat. Op het eerste gezicht twee totaal tegengestelde redenen. Of niet?

Een telefoontje naar de BBTK was zelfs niet nodig geweest om te leren waarom onze centrale het eenheidsstatuut verwerpt. In ons ruim verspreid – ook onder journalisten – memorandum van maart 2010 lees je namelijk waarom we problemen hebben met dat eenheidsstatuut: ‘Bij het spreken over een ‘eenheidsstatuut’ dat ‘in het midden’ uitkomt moet men zich bewust zijn van de gevolgen die een dergelijke keuze inhoudt.

Het zal onvermijdelijk gepaard gaan met het inperken van de rechten van de grootste groep werknemers in dit land, de bedienden. Het zal ook niet de verbetering voor de arbeiders opleveren waar zij recht op hebben.’ De tekst van het ontwerp-IPA is hier een sprekend voorbeeld van.

Kortom, wij verwerpen het concept van het eenheidsstatuut niet uit principe, maar omdat we op voorhand erg goed beseften dat het een valstrik was, die onvermijdelijk zou leiden tot waar we vandaag staan: een statuut dat ‘ergens in het midden’ zal staan.

De dag dat er een oplossing voorligt die dezelfde rechten toekent aan arbeiders én bedienden, zonder dat de bedienden globaal moeten inleveren, zal de BBTK dat goedkeuren

En laat daar geen misvatting over bestaan: als het ABVV-metaal stelt dat ze ontgoocheld zijn over het feit dat er in de tekst geen sprake is van een eenheidsstatuut, gaat dat ook over hun ontgoocheling over het feit dat er van een gelijke behandeling geen sprake is.

Navraag bij mijn collega Herwig Jorissen zou dit bevestigd hebben, net als hij niet wil dat er van de bedienden ‘iets zou afgepakt worden’. De dag dat er een oplossing voorligt die dezelfde rechten toekent aan arbeiders én bedienden, zonder dat de bedienden globaal moeten inleveren, zal de BBTK dat goedkeuren.

En ja, de verantwoordelijkheid voor het feit dat het ontwerpakkoord dit vandaag niet voorziet, ligt inderdaad bij de werkgevers. Mogen we even? De verantwoordelijkheid voor bedrijfsbeleid, zoals ook de keuzes voor ontslag en herstructureringen, ligt inderdaad daar. Als er dus pogingen worden gedaan om ontslag goedkoper en flexibeler te maken, komt dat dus uit die hoek. De verantwoordelijkheid om niet in dit verhaal mee te stappen, die ligt bij ons. En daar schamen wij ons niet voor.

De BBTK, onredelijk?

Sta me nog toe om in te gaan op nog een aantal andere argumenten die Walter Pauli met zijn pen ontwikkelt, waarbij telkens de BBTK geviseerd wordt, beginnende bij de lonen. Dit IPA voorziet, volgens de journalist, een loonsopslag van 4,2 procent. Namelijk 3,9 te verwachten indexeringen en 0,3 procent maximaal daar bovenop. Onze houding zou dit in gevaar brengen.

Wat de journalist vooral lijkt dwars te zitten, is dat wij de index niet beschouwen als een loonstijging. Het is zijn goed recht om dat niet te doen, maar wij herhalen onze analyse: de index is een middel om de koopkracht op peil te houden. De index laat je min of meer toe dezelfde producten te kopen met je loon, maand na maand.

Geen index hebben, staat gelijk aan verarmen. Een loonstijging is echter een verhoging van je loon die je toelaat meer te kopen. Dat is wat wij verstaan onder opslag. Een opslag is extra loon, dat werknemers mee laat genieten van de vruchten van het werk dat ze dagelijks in de bedrijven leveren.

En op een moment dat de economische groei dit jaar al opnieuw zou aanslaan tot tegen de 2 procent, vinden wij 0,3 procent stijging eind 2012, inderdaad mager. We durven vermoeden dat de dividenden en bonussen wat meer zullen stijgen.

In het licht van de druk die vanuit Europa bestaat om sociale verworvenheden terug te schroeven heb je twee keuzes

Maar is het behoud van die index op zich dan geen overwinning? Zeker in ‘een Europese context die zich als bijzonder guur aankondigt’, zoals Pauli stelt? Ook hier stellen wij duidelijk neen. In het licht van de druk die vanuit Europa bestaat om sociale verworvenheden terug te schroeven heb je twee keuzes.

Je kan conformeren, wat toegeven, en in een hoekje stil gaan hopen dat het dan ‘zo erg wel niet zal worden’. Of je kan je weigeren neer te leggen bij de onvermijdelijkheid van de sociale achteruitgang. De BBTK staat samen met het ABVV duidelijk in het tweede kamp. Maakt dat van ons ‘dromers’? Het maakt van ons alvast een tegenmacht, in de lijn met hoe wij ons zien.

In verband met de hervorming van het ontslagstelsel lijkt de BBTK, na lectuur van het artikel, enkel te denken aan de ontslagbescherming van de ‘hogere bedienden’. De beschuldiging van elitair corporatisme is zo niet ver af. De ‘hogere bediende’ is een fictie. Iedereen die meer dan 2200 euro bruto per maand verdient, valt binnen deze categorie. De overgrote meerderheid van de bediendepopulatie. Bovendien geldt het ‘beste’ systeem in geval van herstructureringen vaak als doel bij een sociaal akkoord. Ook als het over arbeiders gaat.

Als de lezer de volledige BBTK-argumentatie wil kennen, kan hij die op onze website, www.bbtk.org, terugvinden. Eén laatste punt van kritiek willen we nog graag weerleggen. Namelijk dat de BBTK amper de tijd zou hebben genomen om de tekst van het IPA, een moeilijk en technisch werkstuk, écht te lezen.

We zouden slechte vakbondsmensen zijn als we niet snel en precies de addertjes, die vaak onder het gras van een tekst schuilen, zouden herkennen

En dat we de tekst in de feiten al zouden hebben afgeschoten voor we onze achterban, waaraan wij verantwoording af te leggen hebben, te raadplegen.
Ten eerste: de BBTK is al meer dan tien jaar met dit dossier bezig. Wij zijn dagelijks in deze materie ondergedompeld. We zouden slechte vakbondsmensen zijn als we niet snel en precies de addertjes, die vaak onder het gras van een tekst schuilen, zouden herkennen.

Ten tweede: zelfs los van die ‘addertjes onder het gras’ stelt dit ontwerp-IPA een aantal fundamentele zaken in vraag. De indicatieve loonnorm. De index. Belastingsvrije ontslagpremies. En er zijn er nog. Je hebt geen week nodig om dit in te zien.

En ten slotte: als vakbond staan wij dicht, zelfs tussen onze leden. Als de BBTK dus al de dag na het afsluiten van het IPA fundamentele problemen in de tekst aanwees, is dat omdat wij weten wat er aan onze basis leeft. En die basis heeft –in alle vrijheid- dan ook het laatste woord.

Onze militantenbasis komt dagelijks voor hun mening uit binnen het eigen bedrijf, vaak in moeilijke omstandigheden. Onder kameraden (jawel, kameraden) durven ze dat dus zeker te doen, ook als ze er een ‘andere’ mening op nahouden.

Erwin De Deyn is voorzitter van BBTK

take down
the paywall
steun ons nu!