Sidi Bouzid, het Tunesisch stadje waar het sociaal protest tegen het autoritaire bewind van Ben Ali begon (foto: Al Jazeera)
Opinie, Nieuws, Wereld, Politiek, Ico Maly, Egypte, KifKif, Tunesië, Jasmijnrevolutie, Botsende beschavingen -

Wanneer een Jasmijnrevolutie in het denken?

De Jasmijnrevolutie in Tunesië. De revolutionaire sfeer in Egypte. De verschillende betogingen, protesten en verzetsdaden in Algerije, Libanon, Jemen, Jordanië en zelfs in Saoedi-Arabië, hebben ook consequenties voor ‘ons’ en meer bepaald voor ‘onze blik' op deze landen, schrijft Ico Maly van KifKif.

maandag 31 januari 2011 18:50

‘De islam’, zo wordt ons al vele jaren dagelijks ingelepeld, is de allesbepalende motor van de Maghreb, het Midden-Oosten en ook van de moslim om de hoek. Begrijp: ze willen niet echt vrijheid en democratie, dat zou botsen met ‘hun cultuur’ die incompatibel is met ‘onze waarden’. ‘Hun’ enige drijfveer is ‘de islam’.

Vandaag wordt nogmaals overduidelijk geïllustreerd dat deze visie niets met de realiteit van doen heeft. Dit verzet toont duidelijk het failliet aan van de dominante blik op het Midden-Oosten en moslims.

En net dat verband wordt zelden tot nooit expliciet geduid in onze mainstreammedia. Het lijkt wel alsof deze feiten zich in een vacuüm afspelen. Dat ze enkel bestaan op onze tv en pc. Die impact zou nochtans groot moeten zijn. Ze bewijst immers het failliet van de aanhangers van de botsendebeschavingentheorie.

De voedingsbodem van het verzet

De Jasmijnrevolutie en de opeenvolgende opstanden in Egypte en Algerije zijn er niet van vandaag op morgen gekomen. Dit verzet kan bovendien niet louter begrepen worden binnen een lokale context van dictatuur, censuur, privatiseringen, … en het verzet ertegen.

We kunnen deze regionale evoluties maar ten volle begrijpen in een context van globalisering. Die globalisering speelt op zijn minst op twee niveaus.

Enerzijds de globalisering van media, en nieuwe media in het bijzonder, die krachtige dragers zijn van het verzet. Al deze landen hanteerden een strenge controle op de mediacirculatie, die zeker met de opmars en toegankelijkheid van de nieuwe media ondermijnd werd. En dit ondanks de massale en dure pogingen van overheidsinterventie en censuur van de staten.

Anderzijds is er natuurlijk de economische globalisering. Al deze landen vormen wel degelijk een onderdeel van hetzelfde wereldwijde economische systeem. Zowel in Egypte, Tunesië als Algerije, maar ook in Jordanië is de neoliberale logica ver doorgedrongen in de laatste decennia. De financiële en economische crisis is dus ook daar niet ongemerkt voorbij gegaan. Integendeel ze heeft er hard toegeslagen.

We zien dus een combinatie aan factoren die dit verzet voeden en mogelijk maken: politieke dictatuur, economische globalisering en de globalisering van de (nieuwe) media. Daar zitten de directe kiemen voor het huidige verzet tegen de dictators die tientallen jaren aan de macht waren. En dit met de steun van het Westen.

Dit verzet draait dus in eerste instantie om menselijke levensstandaarden, democratie en vrijheid. Dat zijn feiten waar ook in onze media consensus over is. Ze vormen bovendien de kern van de slogans in de verschillende opstanden.

Het Tunesische en Egyptische volk, waaronder dus moslims, komen op voor sociaaleconomische rechten, einde aan de corruptie, voor vrijheid en democratie. Bovendien zien we dat deze revolutie en verzetsdaden ook op de voet gevolgd worden door ‘allochtone jongeren’ in Europa.

De sociale netwerksites maken duidelijk dat ook in België en andere Europese landen deze opstand een warm hart wordt toegedragen. Daar horen we dezelfde slogans en dezelfde eisen samengebald in één woord: vrijheid. Vrij van censuur en dictatuur, vrij van armoede, vrijheid van meningsuiting, …

Deze terreinen konden tot voor kort niet worden geassociëerd met woorden als allochtoon, moslim, Marokkaan, … zonder op hoongelach onthaald te worden. We zien nu al enkele weken dagelijks allerlei zaken in de media die helemaal niet passen in het beeld dat jarenlang werd gebracht over deze regio. En toch lijkt niemand hier bij stil te staan. Zelfreflectie over onze eigen fouten is natuurlijk altijd wat moeilijk.

De culturele bril maakt ziende blind

Het huidige verzet komt uiteraard niet uit het niets. Het is geworteld in een overtuiging van democratie en vrijheid. Een eis van de bevolking voor het recht op arbeid en goede werkomstandigheden, voor vrije meningsuiting.

Kortom allemaal zaken die volgens het dominante discours over moslims en ‘moslimlanden’ niet kunnen bestaan wegens incompatibel met ‘de islam’. Alle leuzen en eisen die we in Tunesië en Egypte horen, zijn leuzen voor al die waarden die ‘wij’ zo hoog in het vaandel dragen.

Waarden die niet alleen om de haverklap aangehaald worden op de internationale politieke bühne, maar ook in het integratiedebat. Waarden bovendien die per definitie zouden botsen met ‘de cultuur van de moslims’. Moslims zouden antidemocratisch zijn, tegen vrije meningsuiting en dat zou eigen zijn aan hun cultuur.

Dat is het dominante verklaringsmodel in het maatschappelijk debat van de laatste jaren. Een model dat ‘culturele genen’ naar voor schuift als een alles verklarend verhaal.

Zo vertelde een bekende en sterk bejubelde gids ons tien afleveringen lang dat ‘zij’ die drang naar vrijheid en democratie niet kenden. Dat was het oordeel van Jan Leyers. Een oordeel dat uitermate populair bleek, gezien de massieve kijkcijfers, de toegezwaaide lof en de uitgeloofde prijzen.

Meer nog, als iemand het aandurfde om daar een kanttekening bij te maken, werd hij of zij overspoeld met de ondertussen bekende labels. Tot en met de ondertussen genoegzaam bekende scheld-, haat -en dreigmails van nobele onbekenden.

Cultuur, en dan nog vaak een uiterst statisch cultuurbegrip, was het enige geoorloofd verklaringsperspectief. En die culturen botsen, dat leek de ijzeren wet te zijn.

Sociaaleconomische analyses, machtsanalyses, (geo)politieke analyses, ze leken van geen tel als het over moslims ging. Ze waren louter eufemismen, politiek correcte praat van de linkse kerk, wollige academische taal.

De roep dat ‘zij’ niet democratisch zijn, niet voor vrijheid zijn, won het pleit. Zowel in de kijkcijfers als in de politieke arena en tegen alle wetenschappelijke bevindingen in. Verklaringen bij daden van (vermeende) moslims werden al te vaak verdronken in een culturele saus.

Vandaag wordt echter duidelijk dat dit culturele model de huidige realiteit niet kan verklaren. Niet alleen wordt duidelijk dat de bevolking wel degelijk meer vrijheid en democratie wil, bovendien wordt duidelijk dat de bevolking zeer divers is: seculieren, moslims en christenen komen samen op in een volksbeweging voor rechten.

Op zich niets nieuws onder de zon. Iedereen die de moeite genomen had om bijvoorbeeld de resultaten van het Gall-Up Institute er op na te lezen en au serieux te nemen, wist dit al langer. Wie zich de moeite getroost had om zich te verdiepen in de politieke geschiedenis van het Midden-Oosten of eens een gespecialiseerde site te bezoeken, wist dit al langer. Iedereen die met zijn voeten in deze wereld staat, zij het hier of elders, wist het dus al veel langer. ‘We wisten het niet’ is hier dan ook geen excuus.

De hypocrisie van de westerse politiek

Vandaag wodt nog maar eens duidelijk dat we een complexe bril nodig hebben als we de wereld enigszins willen begrijpen. De eenzijdige, culturele bril verkleurt immers niet alleen onze blik op de realiteit. Ze zorgt ook voor een slecht beleid.

Dat kunnen we zeer goed illustreren met een onderbelicht element uit het mediaverhaal over Tunesië. De Jasmijnrevolutie speelt zich af in een land dat behoort tot de bondgenoten van het Westen. President Zine El Abidine Ben Ali en zijn Tunesië werden tot voor kort nog geprezen voor de strijd voor de mensenrechten en de democratie.

En dat op een moment dat de feiten enkel bewijs leverden voor manifeste schendingen van de mensenrechten. Ze werden met de mantel der liefde bedekt. In de strijd tegen het ‘terrorisme’ mogen onze hooggestemde rechten blijkbaar even opzij geschoven worden. Ook al betekent het goedkeuring van harde dictatuur en censuur.

Deze, weinig uitzonderlijke, feiten vormen het zoveelste voorbeeld van de holheid en contraproductiviteit van ons waardendiscours in de internationale politiek. Daar schreeuwen de westerse landen uit dat ze de vertolking zijn van vrijheid en democratie.

De politiek – economische realiteit ziet er echter veel minder rooskleurig uit. Zelfs als we de westerse bemoeienissen in Irak en Afghanistan buiten beschouwing laten, is de realiteit dat vele van ‘onze bondgenoten’ geen mooi palmares kunnen voorleggen.

Onderdrukking en schendingen van de mensenrechten zijn eerder regel dan uitzondering. En toch worden deze bondgenoten geroemd om hun inzet voor de mensenrechten. Economische en politieke machtsbelangen tonen met andere woorden een veel complexere wereld, die bovendien zeer globaal verstrengeld zit.

De realiteit in Egypte is niet anders. Het Egyptische regime, en zijn president Moebarak, was een favoriete bondgenoot van de VS en kreeg dan ook de nodige financiële middelen.

Dat diezelfde ‘president’ zijn volk daarmee hardhandig onderdrukte en op geen enkele manier aanstalten maakte om democratie in te voeren, was blijkbaar van geen tel zolang hij zich schikte naar de belangen van de VS.

Vreemd is ook dat er vanuit diezelfde VS en Europa nu geen openlijke steun komt voor de strijd van de bevolking voor vrijheid en democratie. In het beste geval roept men op tot ‘pacificering’, wat betekent dat de president zou kunnen blijven. Van openlijke morele steun, laat staan van concrete steun aan het verzet en druk op de dictators is geen sprake.

Uit alle speeches van minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton en president Barack Obama blijkt in eerste instantie hun grote zorg voor de belangen van het Westen. De belangen van het Egyptische volk staan duidelijk niet zo hoog op hun agenda. De huidige gebeurtenissen en de reactie van de westerse leiders, toont dan ook op de eerste plaats de hypocrisie van het Westen in de politieke arena.

De Jasmijnrevolutie in ons denken

Als dit verzet iets duidelijk maakt, dan is het wel dat de culturaliserende blik op het Midden-Oosten en moslims compleet los staat van de realiteit.

“Als dit verzet een iets duidelijk maakt, dan is het wel dat de culturaliserende blik op het Midden-Oosten en moslims compleet los staat van de realiteit”

Jarenlang riepen de westerse culturalisten dat de dictaturen in die landen een gevolg waren van ‘de islam’, van de wil van het volk daar. De koran werd hier niet zelden als bewijs aangehaald. Nochtans zouden we ondertussen al moeten weten dat een boek niet kan verklaren hoe meer dan één miljard mensen denken.

Cultuur en overtuigingen, laat staan de complexe realiteit in de Maghreb en het Midden-Oosten is niet zomaar te verklaren vanuit één boek. Als we de realiteit in het Midden-Oosten en ook hier in België willen begrijpen, moeten we een complex instrumentarium hanteren. Net zoals we dat hanteren als we gebeurtenissen in eigen land trachten te verklaren.

De Tunesische revolutie leert ons dat de essentie gaat over het recht op een menswaardig bestaan. Het gaat over democratie, vrijheid en gelijkheid. Het is dan ook opmerkelijk dat de politieke klasse in het Westen nu veel minder noten op haar zang heeft.

Jarenlang predikten die Westerse leiders de noodzaak van democratisering in dat deel van de wereld. Nu er daar opstanden en revoluties ontstaan, gebaseerd op de eis tot democratie en vrijheid, blijven de westerse leiders stil.

Als we het echt menen met de strijd voor democratie, vrijheid en gelijkheid, dan moeten we die waarden in de praktijk brengen. En bijgevolg het verzet van de bevolking zo veel als mogelijk steunen. Geen holle democratie- en vrijheidsretoriek dus om de eigen geopolitieke belangen, zoals de zucht naar olie, te vrijwaren.

Als de westerse belangen echter bedreigd worden doordat het volk zelf opkomt voor democratie, roept men op tot pacificatie in plaats van de opstand te steunen. De hypocrisie wordt zo overduidelijk. Hoog tijd dus voor een Jasmijnrevolutie in ons denken.

Ico Maly

Ico Maly is coördinator van Kif Kif en is auteur van het boek ‘De Beschavingsmachine, wij en de islam’ (Uitg. EPO, Antwerpen, 2009).

take down
the paywall
steun ons nu!