Duits fregat opereert voor de Somalische kust in het kader van de EU-operatie 'Atalanta' tegen piraterij
Nieuws, Wereld, Afrika, Economie, Politiek, EU, VS, Tmd, Soevereiniteit, Somalië, VN-Veiligheidsraad, Afrikaanse Unie, Noorwegen, Piraten, Antipiraterijplan, Atalanta, Zeegrenzen, Zeconventies, Natuurlijke rijkdommen, Mohamed Siad Barre, Abdulkadir Salad Elmi, Indische Oceaan, Golf van Aden, Somalische territoriale wateren, 200 zeemijlsgrens, Oorlogsschepen, UNCLOS, Exclusieve economische zone (EEZ), Seabed Authority, Visgronden -

Willen de echte piraten in Somalië opstaan! Washington? Parijs? Oslo?

26 januari was een trieste verjaardag voor Somalië. Precies 20 jaar geleden werd toenmalig dictator Mohamed Siad Barre verdreven en viel het land uiteen. Sindsdien maken krijgsheren de dienst uit en zijn er piraten actief. Maar Abdulkadir Salad Elmi wil wel eens weten wie de échte piraten zijn, denkend aan sommige rijke landen die achter de olie- en visreserves van dit arme land aanzitten.

vrijdag 28 januari 2011 17:35

In augustus 2010 stelde VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon een nieuw, internationaal antipiraterijplan voor. Dat zou de strijd moeten aangaan tegen de Somalische piraterij in de Indische Oceaan en de Golf van Aden.

Vele mensen lijken niet te begrijpen – of willen het niet – dat meer dan de helft van Somalië bestaat uit de zeeën die het land omringen. Die wateren zijn levensnoodzakelijk voor Somalië.

De Somalische territoriale wateren, erkend in een verdrag uit 1972, beslaan 825.052 km². De exclusieve economische zone (EEZ) van 1989 bestrijkt hetzelfde gebied als de territoriale wateren. Een continentaleplaatzone (CPZ) van 55.895 km² vult het Somalische zeegebied aan. Alles samen – het binnenlands grondgebied inbegrepen – gaat het hier om een oppervlakte van 1.518.604 km².

Hopelijk verduidelijken deze cijfers het belang van de zeewateren voor het Somalische volk. Ze verklaren ook de interesse van sommigen om hier meer invloed te verwerven. Daarbij worden de belangen van het Somalische volk bedreigd.

Nationale soevereiniteit versus internationale belangen

Volgens de Territoriale Zee- en Havenwet (nr.37) van 10 september 1972, beschikt Somalië over een breedte van 200 zeemijl. Deze wet stelt duidelijk dat visserij en transport van personen en goederen, tussen Somalische havens, enkel mogelijk zijn voor schepen die de Somalische vlag voeren; ook schepen met volmacht van de Somalische regering – en niet van een regionale regering – mogen binnenvaren.

Landen zoals de VS wensen die wet niet te respecteren en oefenen druk uit om te stoppen met die 200 zeemijlsgrens. Ondertussen heeft de VS – vanwege de eigen soevereiniteit en veiligheidsoverwegingen – het VN-akkoord over UNCLOS (United Nations Convention on the Law of the Sea; de VN-conventie die de zeewetgeving bepaalt) nog niet geratificeerd. Ze drongen zelfs aan tot wijzigingen van die wetten, om zo hun rechten te vrijwaren.

Wereldwijd zijn er veel landen en volkeren die niet gelukkig zijn met het feit dat de VS vele internationale wetten en conventies niet respecteert, waaronder de afschaffing van het gebruik van landmijnen. De meeste landen willen dat de VS nationale wetten – zoals de doodstraf – afschaft.

Zo zou de VS minstens moeten respecteren dat Somalië zijn wetten in zijn eigen territorium toepast. De Amerikanen zullen echter nooit enige soevereiniteit opgeven, tenzij ze denken dat ze deze kunnen terugwinnen – samen met een stukje soevereiniteit van de ander. Het volstaat om te kijken naar de klucht rond de Organisatie van Amerikaanse Staten.

Het plan was de Latijns-Amerikaanse landen, samen met Canada, te betrekken in een nieuw handelsimperium; daarbij zou de VS de leiding behouden. De rest van het Noord- en van het Zuid-Amerikaanse continent zouden dienen als de economische periferie, die bovendien afhankelijk zou zijn van de Verenigde Staten.

Zo zou de VS de voornaamste exportlijnen kunnen bestendigen. Dat is weerzienwekkend profiteren van de anderen. Toch blijft het regime bestaan, aangezien het zodanig efficiënt is dat de VS de voorbije 60 jaar in staat bleek om de wereld te domineren.

Territoriale wateren en de uitbreiding ervan

De VS was de eerste staat om haar territoriale wateren uit te breiden. Sinds de Middeleeuwen was het zeeterritorium namelijk vastgelegd op 3 zeemijl: dat was toen de afstand die kanonnen aankonden. De Amerikaanse president Truman breidde de controle op natuurlijke rijkdommen nog uit, van 3 zeemijl naar de hele continentale plaat waarop de Verenigde Staten liggen.

Hij verwees daarbij naar het internationale gewoonterechtsbeginsel dat stelt dat een natie het recht heeft om haar natuurlijke rijkdommen te beschermen. Andere naties volgden al snel dit voorbeeld. Tussen 1946 en 1950 breidden Argentinië, Chili, Peru en Ecuador hun territoriale wateren uit tot 200 zeemijl. Zo beschermden ze hun Humboldt Current-visgronden.

Andere landen breidden hun zeeterritorium uit tot 12 zeemijl. In 1967 gebruikten nog maar 25 landen de oude limiet van 3 zeemijl; 66 landen hadden een limiet van 12 zeemijl geplaatst, terwijl 8 landen al een limiet van 200 zeemijl hanteerden.

Somalië voerde zijn limiet van 200 zeemijl pas in vanaf 1972. Sinds 28 mei 2008 gebruiken nog maar twee landen de Middeleeuwse limiet van 3 zeemijl, namelijk Jordanië en het kleine eilandstaatje Palau. Die limiet wordt ook nog gebruikt rond sommige Australische eilanden, rond Belize, langs enkele Japanese zeestraten, rond sommige gebieden van Papoea-Nieuw-Guinea en rond sommige Britse overzeese gebieden, waaronder Anguilla.

Die toekomstgerichte expansie van de territoriale wateren tot 200 zeemijl was niet alleen gelegitimeerd: het was ook een teken van verantwoordelijkheid nemen. Het vooruitzicht op een goed en verantwoord beheer van de zeerijkdommen door Somalië kan – ondanks de huidige onveilige situatie – niet ontkend worden.

De Somalische wet nummer 37 beheert ook de zogenaamde ‘innocent passage’, de vrije doorgang voor vreemde koopvaardijschepen. Deze kan enkel toegestaan worden indien het schip onder een door Somalië erkende vlag vaart en indien de doortocht minstens werd meegedeeld aan en goedgekeurd door de Somalische autoriteiten.

Illegale wapentransporten (zoals dat naar verluidt gedaan werd door de MV Faina), Franse onderzoeksschepen die olie opsporen of schepen die varend onder een buitenlandse vlag, illegaal vissen in Somalische wateren, schenden onmiskenbaar die Somalische wetgeving.

Buitenlandse oorlogsschepen in de territoriale wateren

Volgens artikel 10 van de Somalische Territoriale Zee- en Havenwet (nr.37) mogen buitenlandse oorlogsschepen evenmin de territoriale wateren (die 200 zeemijl beslaan) van het land bevaren, tenzij ze daarvoor toestemming kregen van de Somalische regering. Deze regeling is van kracht sinds 1972 en werd internationaal gerespecteerd en afgedwongen tot 26 januari 1991.

De niet-bestaande brief die naar verluidt door Adullahi Yussuf, president van de voormalige federale overgangsregering (TFG), ondertekend werd, heeft hoe dan ook geen enkele wettelijke betekenis. De – illegaal getekende – latere versie van de niet-Somalische Ould-Abdallah heeft dat evenmin, aangezien hij geen gouvernementele macht bezat. Het maakt de huidige bezetting van de territoriale wateren van Somalië door buitenlandse oorlogsbodems bijgevolg niet legaal.

Hoewel iedereen het erover eens is dat de piraterij en andere misdaden op zee moeten stoppen, dient iedereen te beseffen dat het ene onrecht niet kan beteugeld worden door een ander.

In de tussentijd is het wel duidelijk dat deze misdaden niet tot een halt kunnen worden geroepen door een zeevloot die de rechten en de soevereiniteit van Somalië en zijn burgers schendt. Wetten zijn er om onrecht te voorkomen en te bestrijden; ze zijn er niet om nieuw onrecht te scheppen.

De exclusieve economische zone van Somalië

Somalië heeft een exclusieve economische zone van 200 zeemijl, gebaseerd op de UNCLOS. Somalië was één van de 40 landen die de conventie als eerste ondertekende; op 24 juli 1989 heeft het parlement in Mogadishu deze conventie geratificeerd. Dit gebeurde vijf jaar voordat het vereiste aantal landen getekend had. De conventie werd van kracht op 16 november 1994 en is dus bindend voor alle staten die tekenden – ook al hebben ze de achtereenvolgende Somalische regeringen van na 26 januari 1991 niet erkend.

De internationale wetten – waaronder de UNCLOS – blijven gelden, ook al beweren landen dat er geen wettelijke Somalische regering was. Dit is eenvoudig te begrijpen: wanneer je aanklopt bij een vreemde woning en niemand antwoordt, dan heb je nog steeds niet het recht om zo maar binnen te gaan.

Zo is het bijvoorbeeld ook met een vissersboot: wanneer de kapitein ervan denkt dat de toelating – die vereist wordt door het nationaal en het internationaal recht – niet nodig is omdat de legitimiteit van de Somalische overheid niet erkend wordt door het thuisland, of omdat niemand het verzoek om toelating heeft beantwoord, dan heeft hij het bij het verkeerde eind. Hij zou onder geen enkel beding de Somalische wateren mogen binnenvaren.

Het maakt niet uit dat bepaalde landen en groepen herhaaldelijk de indruk proberen te wekken dat Somalië geen exclusieve economische zone (EEZ) heeft, waarbij ze stellen dat de desbetreffende zeekaarten niet op de website van de Verenigde Naties te vinden zijn.

De Somalische regering heeft zijn EEZ wel degelijk aangegeven; de desbetreffende kaarten lagen in de hoofdstad Mogadishu en in de VN-kantoren in New York en Genève voor het uitbreken van de versplinterende oorlog. Het is niet de fout van de Somaliërs wanneer de VN ze niet meer terugvindt.

De hoofdzaak is echter dat Somalië zijn EEZ wel degelijk aangaf: het land deed dat gebaseerd op en samen met de ondertekening en de bekrachtiging van de UNCLOS in 1989. De betekenis van de EEZ kan en mag niet misbruikt worden om de Somalische zeerechten af te zwakken.

Somalië heeft een continentaleplaatzone (CPZ) van 350 zeemijl, gebaseerd op het internationaal recht en op de door de Somalische regering bij de VN en de internationale ‘Seabed Authority’ (de Internationale Zeebodemauthoriteit) ingediende vordering van 17 april 2009. Vóór de deadline van 13 mei 2009, met andere woorden.

Het vastleggen van de buitengrenzen van de continentale plaat, verder dan 200 zeemijl, is het recht van alle landen die een kustlijn bezitten. Dat stelt het internationaal recht.

De kans op disputen over de manier waarop de wet gebruikt en geïnterpreteerd zal worden om bindende overeenkomsten uit te werken die handelen over bepaalde grenzen, betekent niet dat de grenzen (bijvoorbeeld tussen Kenia en Somalië of tussen Djibouti en Somalië) niet duidelijk waren en zijn. Dit is wel degelijk het geval, en dat sinds de Somalische ondertekening en ratificatie van UNCLOS.

Pogingen om deze memoranda om te buigen,, af te zwakken of te veranderen – zoals bij Kenia het geval was, Noorse economische belangen lagen toen aan de basis ervan – zouden als een waarschuwing moeten worden beschouwd.

Somalische soevereiniteit, marine en zeevaartrechten

De AU (Afrikaanse Unie) en ook landen zoals Indonesië en Duitsland respecteren de Somalische zeewetten en de EEZ van Somalië. Maar landen zoals Spanje en Italië stropen nog vis in de Somalische wateren. Ze zeggen dat ze niet binnenvaren met schepen die hun nationale vlag voeren, maar ze gebruiken vlaggen zoals het voor hen het best uitkomt.

Tijdens een vergadering in Libië heeft de Franse president Nicolas Sarkozy verklaard dat Frankrijk de 200-zeemijlzone rond Somalië zal respecteren. Eerst hadden landen zoals Frankrijk getracht de lijn te volgen die sinds de UNCLOS-EEZ-kaarten vastlag, maar die kaarten verschenen niet op de website van UNCLOS. Het feit dat de EU zijn economische zones deelt, geldt niet voor Somalië, maar het was wel een van de redenen waarom Noorwegen niet tot de Europese Unie toetrad.

Maar wat Noorwegen en de EU en de IMO trachten openbaar te maken i.v.m. de herstelling van de Somalische EEZ en met hun onverantwoorde ‘hulp’, ligt niet alleen in de lijn van de VS, die Somalië wilde dwingen zijn 200 zeemijlenwet af te schaffen, maar ook de inbreuken op de Somalische wet, van de laatste 20 jaar, onder de mat wilde vegen! De VS wilde dus die feiten doen verdwijnen om te laten uitschijnen dat er voordien geen EEZ van Somalië was, wat flagrant gelogen is.

Velen waren aanwezig in Mogadishu voor 1991; ze zijn nog levende getuigen van het feit dat vele diplomaten trachtten om de regering van Mohamed Siad Barre te overtuigen de 200 zeemijlenwet af te schaffen, om zelf de rijkdommen te kunnen inpikken.

Het beheer van de zeewateren

Landen zoals Somalië en Peru vragen de internationale gemeenschap te bedenken dat het wel goed zou zijn dat de zeewateren zouden worden beheerd door de kuststaten. Dit legt een link naar de wetsbepalingen, zoals die staan in de VN-conventie over de zeewetten, waarbij gedacht wordt aan een zone van 200 zeemijl voor alle kuststaten. Dit geldt ook voor hen die nog zulke zone willen aanvragen. Het is een daad van agressie indien bepaalde landen dit nu willen omkeren.

Heden, na 20 jaar burgeroorlog, versplintering en in een periode van nooit geziene verzwakking en kwetsbaarheid van de centrale staatsinstellingen, denken buitenlandse machten de geschiedenis te kunnen bedriegen voor eigen profijt!

Vergeet niet dat de interesse van Noorwegen in de vis- en olierijkdommen van Somalië ligt. Dit geldt zeker voor olieconcessies in volle zee. De Noorse bedrijven zoeken voordeel te halen op Frankrijk, dat op zijn beurt al geheime contracten heeft gesloten om olieboringen aan te vatten in de Somalische wateren. Noorwegen hielp zowaar om de deadline van 13 mei 2009, omtrent de CSZ, af te wimpelen! Dit mag niet leiden tot een situatie dat Somalië nog meer rechten zou verliezen omdat het land momenteel geen centrale regering heeft!

Maar nu met de nieuwe 350 zeemijl ‘continental shelf’-regelingen, mag dit toch niet leiden tot een situatie waarbij een uitbreiding van bepaalde rechten, de kernrechten van vroeger verzwakt.

Natuurlijk is de VS niet blij te zien dat sommige landen, volgens nationale en internationale wetten, de US Navy kunnen weigeren binnen hun soevereine wateren te opereren. Dit was ook al duidelijk te zien in de Zuid-Chinese Zee, waar de VS China krampachtig op afstand hield.

Bovendien heeft een afgevaardigde van Indonesië, gesteund door de VN-Veiligheidsraad en met de VN-resoluties 1816, 1836 en 1846, gemeld dat er wel incidenten waren met piraten langs de Somalische kust. Hij beklemtoonde ook dat de besluiten die piraterij aanpakken, de rechten en plichten van internationaal erkende staten niet mogen aantasten. Dus moet eerst en vooral de soevereiniteit van elke staat gerespecteerd worden!

Somalië heeft een 200-zeemijlzone, net zoals de erkende staten Benin, Congo-Kinshasa, Ecuador, El Salvador, Liberia en Peru. In Peru zijn die bepalingen zelfs opgenomen in de grondwet.

Somalië mag zijn maritieme eigendomsrechten, zijn soevereiniteit
en zijn rechtsbevoegdheid niet opgeven. Daarbij komt nog dat de ‘Verklaring van Santiago’ van 1952 voorziet dat de regeringen het recht hebben hun volk te verzekeren van voldoende voedsel. Daartoe hebben ze het recht hun economie te beschermen. Deze verklaring bevestigt ook dat de maritieme zone niet minder dan 200 zeemijl zou uitbreiden!

En volgens de verklaring van 1970 van de Latijns-Amerikaanse landen, omtrent de zeewetten, was de beslissing om de rechtsbevoegdheid uit te breiden, verder dan de vroegere zeegrenzen, het gevolg van ‘ de gevaren en schade die door grove praktijken bij het ontginnen van zeerijkdommen’, alsook ‘het misbruik van de maritieme omgeving’ kan leiden tot ‘vervuiling en verstoring van het eco-evenwicht’.

Een toekomst voor het Somalische volk

De natuurlijke zeerijkdommen van Somalië zijn de enige betrouwbare en duurzame bronnen voor een voorspoedige toekomst voor het Somalische volk. Zelfs de Afrikaanse Unie, in de jaren negentig, en de Conventies van Maputo en Kaapstad over de economische ontwikkeling van de Afrikaanse kusten, dringen aan op het wereldwijd respecteren van de Somalische EEZ.

Al wie zegt dat Somalië geen EEZ heeft, geeft een klap in het gezicht, niet alleen van het Somalische volk, maar ook van al de volkeren van de Afrikaanse Unie!

We moeten oppassen voor de Noorse wolven of voor de Somalische tegenhanger ‘warabe’, gehuld in schapenvacht, beweren ze nog vrienden van het Somalische volk te zijn! Laat ons met volle kracht de soevereiniteit, i.v.m. onze zee- en landrijkdommen verdedigen.

Dat we tijdelijk door een fase zullen moeten gaan door regionale en lokale regeringen te versterken om op termijn de vroegere eenheid terug te winnen, is mogelijk. Maar dit zijn interne beslissingen die de internationale wetsbepalingen niet aantasten. Onze interne problemen mogen geen aanleiding geven tot het niet-eerbiedigen van ons land of tot het verzwakken van onze algemene belangen.

Al zijn we soms teneergeslagen of al te afhankelijk van buitenlandse hulp, dan nog moet de internationale gemeenschap de soevereiniteit van Somalië respecteren.

Alleen dan kunnen sommige landen als vrienden erkend worden. Trojaanse paarden moeten we niet hebben en sommigen die meewerken met dergelijke bedriegerijen, zijn verraders en vijanden van het Somalische volk.

Abdulkadir Salad Elmi

Het originele artikel, geschreven door de Somaliër Abdulkadir Salad Elmi, werd eerst gepubliceerd op Somali Talk en daarna overgenomen op de Afrikaanse nieuwswebsite Pambazuka News onder de titel: ‘The real pirates in Somalia: Washington, Paris and Oslo’.

(Vertaling uit het Engels door André Schippers)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!