Uraniummijn in Niger

 

Nieuws, Wereld, Europa, Afrika, Economie, Niger, Frankrijk, Ivoorkust, Tunesië -

Franse economie verweven met woelige Afrikaanse dictaturen

De drie Afrikaanse landen die in een politieke crisis zijn geraakt - Ivoorkust, Niger en Tunesië - hebben allemaal warme banden met Frankrijk, zowel economisch als politiek. De machthebbers konden jarenlang rekenen op Franse bescherming.

vrijdag 28 januari 2011 23:11

Economisch gezien is Tunesië, waar dictator Zine El Abidine Ben Ali na massale demonstraties het land moest ontvluchten, volledig afhankelijk van Frankrijk. Zo’n 1250 bedrijven vormen de kern van de Tunesische economie. Van textiel en elektronica tot auto’s, luchtvaart en diensten: in 2009 werd er door Fransen voor 140 miljard euro in het land geïnvesteerd.

Veel van deze bedrijven hebben warme connecties met de kliek rond Ben Ali. Telefoonprovider Orange Tunisie, bijvoorbeeld, is voor de helft in bezit van de telefoonreus France Telecom. De andere helft is van de schoonzoon van de voormalige dictator.

Franse hulp
Deze verwevenheid is er de reden van dat Parijs al sinds 1987 achter het staatshoofd in Tunesië staat, ook al waren zijn corruptie en mensenrechtenschendingen geen geheim. Cultuurminister Frédéric Mitterrand noemde het “overdreven” om Tunesië een dictatuur te noemen. Zelfs toen de demonstraties bloedig werden neergeslagen, met honderd doden als gevolg, bood de Franse minister van Buitenlandse Zaken politieke en militaire hulp aan Tunis om “de rust te herstellen”. Volgens haar was het recht op demonstreren even belangrijk als het recht op veiligheid. Ze had steun van president Nicholas Sarkozy, blijkt uit verschillende bronnen.

Veel argumenten voor de steun, zoals het belang van de Tunesische hulp in de strijd tegen het terrorisme, blijken niet te kloppen. Dat zegt een groep Franse intellectuelen onder leiding van politiek filosoof Etienne Balibar. De radicale islam is in Tunesië nooit een serieuze bedreiging geweest, zo blijkt uit documenten van e Franse geheime dienst die de krant Le Monde kon inkijken.

Uranium uit Niger
Ook in Niger zijn de Franse belangen groot. In dat land werd president Mamadou Tandja een jaar geleden door een militaire junta afgezet, omdat hij de grondwet wilde veranderen om langer aan de macht te blijven. Hij was gecorrumpeerd door het geld dat hij kreeg voor de uraniumconcessies aan het Franse staatsbedrijf Areva. Uranium vertegenwoordigt zeventig procent van de totale exportwaarde uit Niger.

Ivoorkust is een gelijkaardig verhaal. Zevenhonderd Franse bedrijven beheersen de Ivoriaanse economie, van de lucratieve cacaohandel tot infrastructuur en telecom. Volgens officiële bronnen komt de helft van het belastinggeld in het land van Franse bedrijven.

Die verwevenheid speelt een rol bij de coulante houding die Frankrijk aanneemt ten opzichte van president Laurent Gbagbo die, volgens internationale waarnemers, de verkiezingen van 2010 heeft verloren, maar weigert op te stappen. Gbagbo, die na oneerlijke verkiezingen in 2000 aan de macht kwam, wordt verantwoordelijk gehouden voor de onrust in het land. Hij introduceerde het concept “ivoirité” om de honderdduizenden immigranten, die al generaties lang in het land wonen, uit te sluiten van deelname aan lokale verkiezingen.

Sinds 2002 is het land praktisch in tweeën verdeeld. Gewapende rebellen regeren over het noorden, terwijl het zuidwesten in Gbagbo’s handen is gebleven. VN-vredestroepen, geleid door het Franse leger, waakten over de verdeling, maar verkiezingen werden keer op keer uitgesteld, zodat Gbagbo kon blijven regeren. Sinds het begin van de burgeroorlog hebben Franse bedrijven 270 miljard euro in het land geïnvesteerd.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!