Omer Mommaerts (midden) zet zich al jarenlang in voor de Brusselse Anneessenswijk. Hij werd de winnaar van 'De Pluim 2010'
Interview, Nieuws, Samenleving, België, Brussel, ACW, Intercultureel samenleven, Asielzoekers, Globalisering, Omer Mommaerts, CM, KWB, Brussel, Sans papiers, Multiculturele samenleving, TV-Brussel, KAJ, De Buurtwinkel vzw, De Pluim 2010, Anneessenswijk, 11.11.11-comité, Sociale strijd, Jozef Cardijn, CVP -

Vechten voor sociale rechten: ‘De Pluim 2010’ voor Omer Mommaerts

Omer Mommaerts is de winnaar geworden van 'De Pluim 2010'. 'De Pluim' is een jaarlijks initiatief van TV-Brussel en de Koning Boudewijnstichting. Het doel: de promotie van vrijwilligersinzet in de hoofdstad. In deze zevende editie was de eer dus voor Omer Mommaerts, voorzitter van de vzw De Buurtwinkel in de Anneessenswijk. Ideaal moment voor een gesprek met hem. Over leven en werk.

woensdag 29 december 2010 11:45

“Ik ben geboren in 1932 ‘op ’t Kassei‘, een volkswijk in Vilvoorde, en kom uit een bakkersgezin. Aan het Sint-Thomasinstituut in Brussel heb ik mijn diploma regentaat Germaanse talen behaald. Ik ben ook enkele jaren leraar Nederlands geweest in Don Bosco in Woluwe.”

“Wat echter, zoals voor zovele anderen, een beslissende stempel heeft gedrukt op mijn leven, en op dat van mijn vrouw, is de KAJ levensschool.” (nvdr: KAJ: Katholieke Arbeidersjeugd, de sociale jeugdbeweging opgericht door kardinaal Jozef Cardijn)

Zien, oordelen en handelen

“’t Kassei was een volkse buurt. Ik was al de twintig gepasseerd toen men mij vroeg om leider te worden van de KAJ. Ik heb wel mogen studeren, maar zag dat mijn vrienden vanaf hun veertiende aan ’t werk moesten. Met de jonge arbeiders van de KAJ van Vilvoorde vormden wij een militantengroep. Daar heb ik vooral veel kunnen luisteren naar wat zij meemaakten op hun werk. Ik werd geconfronteerd met hun problemen: hoe moeilijk het was om vast werk te vinden, hoe ze werden uitgebuit. Zonder ooit van Marx te hebben gehoord, leerde ik via hen de wereld van kapitalistische uitbuiting kennen.”

“Zonder ooit van Marx te hebben gehoord, leerde ik via hen de wereld van kapitalistische uitbuiting kennen”

“Ik leerde er ook de typische methode van Jozef Cardijn: zien-oordelen-handelen. Samen juist ‘zien’ wat in het feitelijke leven gebeurt, daarover een mening, een ‘oordeel’ vormen, en dan besluiten er wat aan te doen, te ‘handelen’. En dan die (al dan niet gelukte) handeling opnieuw bespreken. En steeds weer. Zo leerden wij samen de achtergrond van het arbeidersprobleem concreter te begrijpen. En proberen te veranderen, onder meer door actief te worden in de vakbond.”

Grenzen verleggen

“Ondertussen was ik ook beginnen werken in de toenmalige KAJ-centrale aan de Poincarélaan in de buurt van het Zuidstation. Ik was gevraagd in te staan voor de ‘kostgangers’, een 100-tal logés, jonge arbeiders, die tijdens de werkdagen in de centrale verbleven en tijdens de weekends naar huis gingen. Eind jaren zestig werd het gebouw verkocht aan de Christelijke Mutualiteit. Ik werd mee ‘verkocht’, en begon in het ziekenfonds te werken als loketbediende.”

“Toen werd ik gevraagd om op de lijst van de sociale verkiezingen voor de vakbond te staan. Met mijn inzet in de vakbond brak ook een nieuw engagement aan. Vroeger was mij altijd gezegd: ‘de socialisten die zijn niet te vertrouwen, ze zijn tegen ons’. Ik ontdekte in gesprekken met ABVV-délégués dat dat niet waar was. Wij hadden dezelfde problemen.”

“Dat kritisch en zoekend grenzen verleggen, is in mijn leven altijd een constante gebleven. Bijvoorbeeld in mijn zoeken hoe christen zijn en socialisme met elkaar kan worden verbonden. Ik leerde via de bevrijdingstheologie en Christenen voor het Socialisme hoe marxisme voor mij paste in het ‘zien’ van Cardijn.”

“Of ook nog in het zoeken naar een politiek engagement als vakbondsmilitant. Voor mij was het duidelijk dat de Christelijke Arbeidersbeweging uit de toenmalige CVP weg moest, indien ze haar opdracht wou realiseren. Een eerste stap daartoe was voor ons – wij waren soms met meer dan 100 militanten op vergaderingen van de ‘werkgroep congresbesluiten’ – de oprichting van een eigen Christelijke Arbeiderspartij.”

“Voor mij was het duidelijk dat de Christelijke Arbeidersbeweging uit de toenmalige CVP weg moest, indien ze haar opdracht wou realiseren”

“Natuurlijk heeft het ACW dat nooit toegestaan. Ik werkte toen bij de KWB als vrijgestelde en heb een brief moeten ondertekenen dat ik niet meer in het openbaar zou spreken over politiek, omdat ik anders mijn job zou kwijtspelen. Een andere kopman, Paul Pataer, is om dezelfde reden ontslagen als LBC-propagandist.”

De globalisering

“Een andere, steeds wijzigende, grens is de internationale solidariteit. In Ganshoren waren mijn vrouw en ik al actief in het 11.11.11-comité en ACW-Wereldsolidariteit. Door reizen naar Zaïre (1989), Guatemala (1993), Cuba (2000) en Palestina (2006) werden mijn nationale grenzen steeds verder opengegooid.”

“Ik heb ook altijd geprobeerd als militant de vakbond in deze internationale strijd te betrekken. Bijvoorbeeld via de nationale of internationale fora. Wij hebben sinds jaren in Brussel een Werkgroep Internationale Solidariteit. Er werd ook actie gevoerd tegen de oorlog in Irak, en tegen de bezetting van Palestina door Israël.”

“Ook de solidariteit met de mensen-zonder-papieren is er een belangrijk item (nvdr: sinds een paar jaar is in ACV-Brussel Anna Rodriguez werkzaam voor de sans papiers). In Vorst, in Kuregem, in de Begijnhofkerk waren wij solidair met de kerkbezetters. In 1995 hebben wij anderhalf jaar Carlos, een uitgeprocedeerde asielzoeker, bij ons thuis opgenomen. Ondanks een onwillige OCMW-voorzitter woont hij nu met zijn Belgische vrouw en hun twee kinderen als volwaardige burgers in ons land.”

“Natuurlijk speelt onze woonplaats Brussel in dat alles een grote rol: de grootstad als multiculturele smeltkroes. Toen Maria en ik trouwden in 1962 hebben wij vanuit ons sociaal engagement gekozen om in Brussel te gaan wonen. Tot 1966 in Molenbeek, daarna tot 1997 in een sociale woning in Ganshoren, en nu de kinderen het huis uit zijn in een kleiner, sociaal appartement in de Anneessenswijk.”

“Natuurlijk speelt onze woonplaats Brussel in dat alles een grote rol: de grootstad als multiculturele smeltkroes”

Vzw De Buurtwinkel

“Die Anneessenswijk telt pakweg 10.000 inwoners”, vertelt Omer Mommaerts verder, “en is gelegen in de Brusselse Vijfhoek, tussen de Beurs en het Zuidstation. Na de eerste migranten, de Vlamingen, zijn er verschillende migrantengolven gevolgd: de Italianen, de Marokkanen, de Zuid-Amerikanen, de Oost-Europeanen, de Afrikanen … Het is een achtergestelde wijk met vooral huurwoningen, enkele kleine zelfstandigen. Een passantenwijk ook, een vijfde verblijft er enkel ‘en passant‘.”

“Via ‘Brussel Gekleurd’ (nvdr: een tweetalige vzw die zowel allochtone als Vlaamse en Franstalige verenigingen groepeert en in Brussel activiteiten organiseert om culturen te laten samenwerken) ben ik dan ook voor ‘De Buurtwinkel’ gevraagd.”

“Dit buurthuis is gevestigd op het Anneessensplein 13, en sinds 2007 eigendom van de vzw. Op de benedenverdieping is er een keuken, een onthaal- en vergaderruimte. Op de eerste verdieping zit het secretariaat, en de tweede verdieping wordt verhuurd aan ‘Chez nous’ (nvdr: een tehuis voor daklozen).”

“Je moet het initiatief breed zien. Het is dus helemaal geen verkooppunt of goederenwinkel. Wel een wijkhuis met een waaier aan activiteiten en opdrachten: twee of drie dagen per week contact-, advies- en infopunt, organisatie van allerlei activiteiten (kookmiddagen, uitstapjes, feestjes, deelname aan manifestaties, kinderactiviteiten op het Fontenasplein, …), aandacht voor huisvesting, veiligheid, netheid, sociale leefbaarheid.”

“Je moet het initiatief breed zien. Het is dus helemaal geen verkooppunt of goederenwinkel”

“De vzw biedt werk aan vijf opbouwwerkers. Er is een Raad van Bestuur, een bewonerscomité, en allerlei ad hoc-werkgroepen. Omdat wij een tweetalig initiatief zijn, worden wij door heel wat instanties bij voorkeur gevraagd: de politie, de scholen van de buurt, het stadsbestuur van Brussel, …”

“Een hele bedoening dus, en daarom kwam de geldprijs van 2.000 euro, verbonden aan ‘De Pluim’ goed van pas. Subsidies zijn er immers niet op overschot, ook omdat wij alleen door de Nederlandstalige instanties (nvdr: VGC, Vlaamse Gemeenschapscommissie, en de Vlaamse gemeenschap) worden gesubsidieerd.”

In de breedte

“Eigenlijk wordt ‘De Pluim’ meestal toegekend aan mensen die zich focussen op één bepaald terrein”, besluit Mommaerts. “Dat is bij mij niet het geval. Ik heb altijd gewerkt vanuit de basis, het concrete leven, en hoe dat te verbeteren, meer rechtvaardig te maken. Ik houd ook niet vast aan de ene, ware leer. En er zijn veel waardevolle zaken om zich voor in te zetten: de aarde en de natuur, solidariteit en gelijkheid, zorg en warmte.”

“Ik houd ook niet vast aan de ene, ware leer. En er zijn veel waardevolle zaken om zich voor in te zetten”

“Eigenlijk ben ik een vrijwilliger die in de breedte werkt. Veelzijdig, en dwarsverbindingen makend. Tussen buurt, vakbond, stad, verenigingen, individuen. En misschien ook wat een dwarsligger …”

Info: De Buurtwinkel vzw, 02 512 69 85, vzw.buurtwinkel@belgacom.net

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!