Oproerpolitie omsingelde deelnemers aan de solidariteitsbetoging van 27 december in Tunis
Nieuws, Wereld, Afrika, Economie, Vakbonden, Corruptie, Sociaal protest, Persvrijheid, Censuur, Betogingen, Jongerenwerkloosheid, Subsidies, Journalisten, Privatiseringen, Liberalisering, Reporters Sans Frontières, Bananenrepubliek, Tunesië, Sidi Bouzid, Tunis, Al-Jazeera, Larbi Sadiki, Politieke elite, Informele economie, Ongelijke ontwikkeling -

Tunesië: de ‘verworpenen der aarde’ zijn de werklozen van vandaag

Een duizendtal mensen is maandag in Tunis komen opdagen voor de grote solidariteitsbetoging voor 'werk en waardigheid' waartoe de Tunesische vakbonden hadden opgeroepen. Ondertussen doet de overheid verwoede pogingen om het sociaal protest uit de media te houden. Larbi Sadiki, een Tunesische docent verbonden aan de universiteit van Exeter, analyseert de toestand.

dinsdag 28 december 2010 20:15

Tunis leek maandag wel een bezette stad. De oproerpolitie was massaal aanwezig om te verhinderen dat de betogers zouden doordringen tot het stadscentrum van de Tunesische hoofdstad. Rond 13 uur werd een groep betogers omsingeld die zich hadden verzameld voor het gebouw van de Union générale tunisienne du travail (UGTT), de vakbondscentrale.

Zij eisten dat de regering echt werk zou maken van economische ontwikkeling, ook in het achtergebleven centrale en zuidelijke deel van het land. Een onbekend aantal betogers liep verwondingen op nadat de politie met de wapenstok de massa uit elkaar dreef. Een correspondent van de krant Al-Quds Al-Arabi die het gebeuren wou verslaan, werd hard aangepakt.

Reporters Sans Frontières, een mediawaakhond, heeft al officieel geprotesteerd bij de Tunesische autoriteiten omdat persmensen worden verhinderd hun werk te doen.

De betoging kwam er uit solidariteit met het aanhoudende sociaal protest dat al meer dan tien dagen Tunesië in de ban houdt als direct gevolg van drie zelfmoordpogingen van jonge werklozen in het stadje Sidi Bouzid. De betogers droegen slogans mee als “Wij willen werk” en “Stop de corruptie” en “Vrijheid voor alle gevangenen van Sidi Bouzid”. Niemand weet precies hoeveel mensen de voorbije dagen zijn gearresteerd bij de diverse protestacties over het hele land. De regering wil hierover niets kwijt.

Georganiseerde black-out

De overheid is als de dood voor een al te openlijke mediaberichtgeving over de protesten en doet er alles aan om de pers aan banden te leggen.

Maandag organiseerde een twintigtal onafhankelijke journalisten daarom een sit-in voor het gebouw van het Syndicat national des journalistes tunisiens (SNJT), de officiële persbond die onder strakke overheidscontrole staat. Zij klaagden de “georganiseerde black-out” aan over de gebeurtenissen in Sidi Bouzid. Reporters Sans Frontières zegde al zijn volledige steun toe aan de Tunesische journalisten die in uiterst moeilijke omstandigheden moeten werken.

Het nummer van 24 december van het weekblad Al-Maouqif, het orgaan van de enig toegelaten oppositiepartij Parti démocratique progressiste (PDP), dat uitgebreid verslag deed over het sociaal protest, werd onmiddellijk verboden door de autoriteiten.

De Société tunisienne de presse bevestigde aan Reporters Sans Frontières dat op 25 december alle nummers van het weekblad uit de kiosken werden weggehaald op bevel van de overheid. Het is al de derde keer op een jaar tijd dat het weekblad het slachtoffer wordt van dit soort van brute censuur.

Censuur werkt niet meer

Maar de overheid beseft heel goed dat het hoe langer hoe moeilijker wordt om de berichtgeving helemaal onder controle te houden. Via Facebook en Twitter houden de jonge activisten elkaar op de hoogte en spreken ze af om te betogen. De rest van de bevolking volgt de zaken vooral via de Arabische nieuwszender Al-Jazeera, die uitgebreid toont wat de Tunesische media niet willen of kunnen tonen. Er ontstaat een surrealistische mediasplit.

Larbi Sadiki, een Tunesische docent politieke wetenschappen van het Midden-Oosten, verbonden aan de universiteit van Exeter in Groot-Brittannië, analiseert dinsdag op de website van Al-Jazeera de gespannen toestand in zijn vaderland.

Nieuwe slag bij Sidi Bouzid

Sadiki vergelijkt de recente gebeurtenissen in het stadje Sidi Bouzid met een beslissende veldslag uit 1943 die de geallieerde troepen er leverden tegen de Duitse bezetter. Hij zegt dat het afhaken van de overheid in het economisch beleid geleid heeft tot de wanhopige situatie waarin vandaag vele Tunesische jongeren moeten zien te overleven.

Voor vele hooggeschoolden is er geen werk. De goede scholingsmogelijkheden en de emancipatie die bereikt werden dankzij het systeem van zo goed als gratis hoger onderwijs werden teniet gedaan door het neoliberaal beleid van de Washington Consensus met privatiseringen en buitenlandse investeringen in een aantal sleutelsectoren van de economie.

Daardoor is een scherpe tweedeling ontstaan tussen een ‘moderne’ economie in de hoofdstad en de kustgebieden, terwijl in het binnenland en het droge en armere zuiden van het land de landbouw zwaar werd verwaarloosd. Samen met de corruptie en de wereldvreemdheid van de leidende politieke klasse heeft dat geleid tot de huidige impasse, zegt Sadiki.

‘Verworpenen der aarde’ pikken het niet langer

Hij waarschuwt de politici, ook die van de oppositie, dat politieke spelletjes momenteel niet aan de orde zijn. “Iedereen moet goed beseffen dat de ‘verworpenen der aarde’ vandaag de werkloze jongeren zijn in Sidi Bouzid en andere stadjes die het niet langer pikken dat ze aan de kant worden geschoven zonder toekomst, terwijl een elite zich schaamteloos kan verrijken dankzij de privatisering van de economie.”

Jarenlang heeft Tunesië een systeem gekend dat subsidies verstrekte om een aantal basisproducten en -diensten zoals brood, suiker, brandstof, gezondheidszorg en onderwijs betaalbaar te houden voor de grote meerderheid van de bevolking. Voorts konden minderbegoeden altijd nog wel een beroep doen op de solidariteit van de familiebanden, maar ook dit is aan het verdwijnen.

Schreeuw van een hopeloze generatie

In de bidonvilles, de verarmde wijken aan de rand van de steden, bloeit een parallelle economie, die mensen laat overleven. “De jongeman die zichzelf uit wanhoop in brand stak op 17 december omdat zijn informele handel in beslag werd genomen in Sidi Bouzid, liet een schreeuw horen van een hele hopeloze generatie die niet meer weet van welk hout pijlen maken. Als de president deze schreeuw niet begrijpt en snel ingrijpt, zal het protest alleen maar aanzwellen, welke archaïsche censuur de regering ook meent te moeten opleggen.”

“Zoals vele ontwikkelingslanden stapte Tunesië ook enthousiast op de trein van de liberalisering en privatisering. Vele beschermde sectoren werden opengesteld voor de markt. Bedrijven en toeristische complexen kwamen in handen van buitenlandse firma’s. Een groep van nouveaux riches ontstond die profiteerde van de liberalisering en de hoge commissies die werden betaald. Corruptie was algemeen.”

Winter van ongenoegen in bananenrepubliek

“Nu ook de economische crisis zich laat voelen, staat Tunesië voor een ‘winter van ongenoegen’ en worden alle symptomen van een zieke ‘bananenrepubliek’ duidelijk”, schrijft Larbi Sadiki.

“Wie niet beter weet en wandelt langs de luxueuze kustboulevards, de shoppingscentra en de verzorgde groenvoorzieningen in de toeristische gebieden en de grote steden van het noorden zou de indruk kunnen krijgen van een welvarend en westers land. Wie naar het binnenland reist, de voorsteden bezoekt of het verarmde en uitgedroogde platteland van het zuiden, weet wel beter.”

“Die tweedeling dreigt het land fataal te worden. Als de regering niet snel doortastende maatregelen neemt om de ongelijke ontwikkeling te keren, zal zich dat tegen haar keren. De werklozen zullen zich blijvend laten horen. Hun ongenoegen zou beter ernstig genomen worden in plaats van hen door de politie te laten neerslaan.”

“Misschien is het ook tijd dat Tunesië zich niet meer zo exclusief richt op de Europese Unie. De Tunesische werklozen zijn in de Unie toch niet welkom, misschien kunnen ze beter aan de slag in Libië en de Golfstaten. De civiele samenleving en de politieke oppositie kunnen beter in het land zelf aan vreedzame veranderingen werken dan vanuit het buitenland kritiek te spuien die weinig zoden aan de dijk zet.”

“Wij leven, maar het vaderland sterft”

“Als de regering denkt met 8 miljoen euro het probleem van de achterstelling van het centrum en het zuiden van het land op te lossen, dwaalt ze. Er is een groot fonds nodig dat de zaken structureel aanpakt. Dat kan maar als er dringend een ander beleid wordt gevoerd.”

Sadiki eindigt zijn scherpe analyse met een verwijzing naar het nationaal volkslied, waarin de passage voorkomt “we sterven opdat het vaderland zou leven”. Hij raadt de minister van Ontwikkeling (of beter ‘onderontwikkeling’) en de hele leidende klasse dringend aan om hieraan te denken in plaats van gewoon door te gaan met “wij leven, maar het vaderland sterft”.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!