Nieuws, België, Commerciële belangen, Opiniepeilingen, Belga, Persagentschap, IVOX, Recht van antwoord -

Recht van antwoord van iVOX: “Persagentschap Belga smokkelt PR in de kranten”

Enkele dagen geleden onthulde DeWereldMorgen.be hoe het persagentschap Belga met zijn dienst E-Poll balanceert op de grens tussen journalistiek en public relations. We kregen in reactie daarop de vraag naar een recht van antwoord van Steven Deketelaere, managing partner bij iVOX, dat we u graag meegeven. Ook al omdat het in wezen ons onderzoek bevestigt.

dinsdag 28 december 2010 12:50

Recht van antwoord van iVOX aangaande het artikel “Persagentschap Belga smokkelt PR in de kranten”

Hoewel het artikel “Persagentschap Belga smokkelt PR in de kranten” in hoofdzaakslaat op de activiteiten van Belga, kan men niet ontkennen dat de negatieve sfeer ook enigszins – onterecht – overslaat op iVOX. Er wordt bijvoorbeeld gesuggereerd dat het panel van iVOX (waarmee Belga werkt) niet representatief is. Bovendien wordt er eveneens wat verwarring gecreëerd inzake de neutraliteit en de acties van iVOX in deze, door het antwoord van Belga “Ja, inderdaad. Dat hangt af van de vragen en antwoorden die je opstelt”. Alsof de klant de antwoorden al zelf geeft en iVOX vervolgens enkel gaat goedkeuren. Echter, dat is in ’t geheel niet correct.

Ten eerste is het zo dat elke partij die een onderzoek of een opiniepeiling bestelt, bij gelijk welk onderzoeksbureau, steeds de vrijheid heeft om het onderwerp zelf te bepalen uiteraard. In die zin kan hij of zij de resultaten ‘sturen’ als men dat zo al kan stellen. Het is onze rol als onderzoeksbureau – en die nemen wij altijd op – om zo veel als mogelijk te zorgen dat de vragen die men voorstelt, niet suggestief gesteld zijn, dat de antwoordmogelijkheden die worden opgenomen zo exhaustief mogelijk zijn, dat er ook gedacht wordt aan de “geen mening” optie (in plaats van het wat stiefmoederlijke en meer nieuwswaardige want éénduidige dichotome optie “ja/nee”) en dat de vragen inhoudsgeldig zijn (worden de vragen wel goed begrepen?).

Ten tweede is het onze rol om het steekproefkader te bepalen. Wij zorgen immers voor de representativiteit en leveren de resultaten op zoals ze zijn. Deze worden dus geenszins gemanipuleerd – iets dat toch enigszins wordt gesuggereerd in het artikel.

Waar de vrijheidsgraad van een opdrachtgever dan wel weer begint, is dat hij of zij de resultaten op een bepaalde manier kan interpreteren: is het glas halfvol of halfleeg. Ook, de klant kan beslissen wat men in het persbericht gaat opnemen en wat niet. Nu goed, daar ligt de verantwoordelijkheid van de journalisten ook om dat persbericht kritisch te bekijken. Feit is dat dit helemaal niets meer van doen heeft met de activiteiten, laat staan de verantwoordelijkheid van het onderzoeksbureau in kwestie. Daar hebben wij als onderzoeksbureau immers geen vat op, en geen enkel ander bureau heeft daar vat op. Dat is met andere woorden zo voor alle bureaus en ook zo voor alle gehanteerde methoden, online of offline.

Verder is ook de twijfel die het artikel wenst te zaaien eenzijdig over de kwaliteit van online opiniepeilingen en dus niet objectief. Zo wijzen vele academische studies (zie bijv. het artikel van de studiedienst van de Vlaamse Regering “Kunnen telefonische surveys nog representatief zijn nu het aantal vaste telefoonlijnen bij de huishoudens blijft dalen?”1) op de problemen die de klassieke offline methoden hebben omdat bijv. veel mensen niet meer wensen deel te nemen aan een telefonisch interview, geen vaste lijn meer hebben of niet meer wensen deel te nemen aan face-to-face enquêtes met interviewers die thuis langs komen voor een interview van een half uur of langer. De weigeringspercentages bij die methoden nemen dan ook grote proporties aan. Dit kan u bijvoorbeeld zelf nagaan op de website van Febelmar (www.febelmar.be) waar er steeds technische fiches worden gepost bij politieke opiniepeilingen. Het percentage dat nog wenst deel te nemen aan die methoden zakt onder de 15 procent. 85 procent weigert dus pertinent. Dat komt evenwel nergens ter sprake in het artikel, ook al doet het hier een uitspraak zonder enige diepgang ter zake.

Kortom, het gedeelte van het artikel dat handelt over iVOX en over de kwaliteit van online onderzoek is niet geheel objectief. De onterechte insinuaties aan het adres van iVOX betreuren wij daarom ten zeerste.

(1) http://www4.vlaanderen.be/dar/svr/afbeeldingennieuwtjes/methodiek/bijlagen/2010-05-05-SVRWebartikel2010-4-telefonische-surveys.pdf)

Vriendelijke groeten,

Steven Deketelaere
Managing Partner iVOX


Reactie van de redactie

Zoals we in de inleiding aangaven, denken we dat dit recht van antwoord ons onderzoek alleen maar bevestigt. De belangrijkste verdediging van iVOX is immers dat het zeer moeilijk is (lees: zeer duur) om betrouwbare opiniepeilingen te voeren.

Het wordt zelfs moeilijker daar steeds meer burgers zeer weigerachtig staan om hun mening te geven. Een reden te meer dus om zeer voorzichtig om te gaan met opiniepeilingen en de resultaten die ze opleveren, laat staan ze te verwerken tot persberichten en artikels die meegaan in de Belga-stroom.

Wat iVOX in haar antwoord aangeeft, is dat het eigenlijk onmogelijk is om degelijke opiniepeilingen te organiseren binnen een kort tijdsbestek en tegen een commercieel tarief.

Zoals we in ons artikel aangaven:

“Omdat de aandeelhouders (de grote mediabedrijven die tevens de grootste klanten zijn) Belga stiefmoederlijk behandelen, moet het persagentschap steeds wanhopiger op zoek naar andere inkomstenbronnen.

Belga stampte daarvoor enkele ‘corporate services’ uit de grond. “Dankzij die diensten beschikken pr-managers en communicatieverantwoordelijken over een compleet arsenaal aan krachtige en professionele tools voor een optimaal beheer van hun nieuws en communicatie”, zo luidt de verkoopstaal op de website van Belga.”

Het blijkt echter dat degelijke opiniepeilingen tegen een commercieel tarief eigenlijk onmogelijk degelijke en representatieve resultaten kunnen opleveren.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!