Theodore Dalrymples beeld van de 'onderklasse' is niet zo onschuldig (foto: Wikimedia Commons)
Nieuws, Wereld, Samenleving, België, Recensie, Bankencrisis, Bart de wever, Tmd, Boekrecensie, Theodore Dalrymples, Onderklasse, Linkse intelligentsia, 'Leven aan de onderkant. Het systeem dat de onderklasse in stand houdt', Bourgeois intellectuelen -

De niet zo onschuldige ‘hiaten’ in Dalrymples boek over de ‘onderklasse’ – uit ons archief

Theodore Dalrymples boek 'Leven aan de onderkant. Het systeem dat de onderklasse in stand houdt'. Een boek om te vergeten, ware het niet dat Dalrymple de inspiratiebron blijkt te zijn van politieke succesboy … Bart De Wever (N-VA). Misschien de moeite om het nog eens te bekijken. Het vertelt wellicht iets meer over De Wever dan de uitzendingen van de 'Slimste mens' ooit zullen doen.

vrijdag 10 december 2010 14:45

Enkele jaren geleden kreeg ik Theodore Dalrymples boek ‘Leven aan de onderkant. Het systeem dat de onderklasse in stand houdt’ ter recensie aangeboden. Het gebeurde voor de wereldwijde bankencrisis en de verwoestende effecten ervan op de levens van miljoenen mensen. Ik vond het toen al een waardeloos boek. En na de crisis, blijkt het helemaal een prul te zijn.

In 2001 verscheen in de VS ‘Life at the Bottom. The Worldview that Makes the Underclass’. Het is het werk van een Engelse psychiater Theodore Dalrymple (pseudoniem van Anthony Daniels) die “werkt in een gevangenis en een daar vlakbij gelegen ziekenhuis in een grote achterstandswijk van een grote stad (blijkt Birmingham te zijn) in Engeland”.

Door de ongezouten uitspraken veroorzaakte het boek enige deining en verkoop. Het belandde ook op de Nederlandstalige markt. De vertaling werd grotendeels verzorgd door criminoloog Chris Rutenfrans die een inleiding (waarbij hij in een voetnoot nog even vermeldt dat hijzelf een pamflet heeft geschreven tegen euthanasie) voor de Nederlandstalige uitgave schreef: “Het beste boek dat ik ooit gelezen heb over criminaliteit en criminologie en een frontale aanval vormt op de cynische hypocrisie”. Dat beloofde.

Autoriteit

Dalrymple schrijft vanuit zijn autoriteit als psychiater die de ellende kent van en werkt in de ‘onderklasse’. (“De afgelopen tien jaar heb ik tienduizend mensen ondervraagd”). Het procédé in het boek is eenvoudig: er worden per hoofdstuk een aantal ‘vertegenwoordigers’ van de onderklasse aan het woord gelaten, er worden uitspraken gereproduceerd en daaraan worden conclusies verbonden.

Het boek heeft dus zeker geen wetenschappelijke waarde. De lezer moet als ‘waar’ aannemen wat wordt verteld. De sociologische indeling van de Britse maatschappij in drie categorieën: Britse intelligentsia, een middenklasse en een onderklasse is een ‘innovatie’ die je als lezer maar als vaststaand moet beschouwen.

Er wordt in het boek niet met voetnoten, verwijzingen of statistieken gewerkt. Het leest dus lekker weg, maar dit heeft als nadeel dat de lezer geen greep heeft op het waarheidsgehalte van het 250 pagina’s tellende geschrift.

Realiteit

Dit alles neemt niet weg dat nogal wat vaststellingen die het boek bevat ook de realiteit zijn, niet alleen in Engeland. Alhoewel het boek nergens echt definieert wat we nu eigenlijk onder de term ‘onderklasse’ moeten verstaan (er is wel een soort beschrijving – zie verder), is voor iedereen de groeiende armoede tegelijkertijd met een ongebreidelde toename van rijkdom voor een ‘toplaag’ waarneembaar.

Armoede die in vele gevallen van generatie op generatie wordt overgeleverd, maar waarbij toch ook nieuwe groepen uit de ‘middenmoot’ van de sociale ladder naar beneden tuimelen. Is dat de in het boek veelvuldig vermelde ‘onderklasse’? Blijkbaar niet, want de schrijver betwist dat er in landen zoals Engeland nog werkelijke armen zijn: “er zijn armen omdat ze simpelweg minder hebben dan de rijken”. Er zijn volgens de auteur mensen die in ellende leven, niet in armoede. Vanwaar komt die ellende?

Dalrymple schrijft terecht: “Iedereen weet dat werkloosheid, vooral als die permanent is, buitengewoon destructief is”. Dalrymple schrijft ook terecht: “er is gewelddadigheid, er is seksueel geweld, er is een probleem met de scholingsgraad van hele groepen afgestudeerden”. Maar wat zijn de oorzaken van de werkloosheid, al dat geweld, de schoolmoeheid?

Onderste laag

Op het einde van het boek wordt onrechtstreeks een tipje van de sluier gelicht onder wat we moeten verstaan bij de term ‘onderklasse’. Dalrymple vertelt. Een producent van de BBC wilde een “onverbloemde documentaire maken over de onderste laag van de samenleving (een derde van de bevolking), over het massale (en toenemende) analfabetisme en éénouderschap, het massale (en toenemende) voetbalvandalisme, geweld en druggebruik, de enorme losbandigheid en massale afhankelijkheid van de bijstand, over de totale hopeloosheid”.

Hij wilde “zich concentreren op de atomisering van het gezin, die zo krachtig was bevorderd door de progressieve wetgeving, de verzorgingsstaat en de culturele houding sinds eind jaren vijftig”. Dat moest een documentaire worden over de ‘onderklasse’.

Oorzaken

Wat zijn de oorzaken van dit alles? Neoliberalisme misschien? De ongebreidelde macht van economische groepen? De economische concurrentieslag die de intermenselijke verhoudingen aantast? Het terugdringen van sociale verworvenheden? De groei van precaire arbeid? Het opgefokte arbeidsritme en de flexibiliteit die de gezondheid, de
gezinsverhoudingen en de sociale verhoudingen aantasten?

De (dikwijls willekeurige) fabriekssluitingen en delocalisaties? Monetair beleid en bezuinigingspolitiek? Het afbrokkelen van de macht van nationale staten en het ontbreken van een democratische greep op internationale beslissingsorganismen? …

Niets van dit alles komt voor in het boek. Volgens Dalrymple zitten de problemen immers niet in de maatschappij, maar in de hoofden van de mensen. De Engelse titel is dan ook adequater dan de Nederlandse: ‘The Worldview that makes the Underclass’. De ideeën, de inzichten, de meningen, de visies, dààr zit het kwaad. Die veroorzaken (‘makes’) een onderklasse. En die verderfelijke ideeën worden de mensen door andere mensen aangepraat.

Wie zijn die andere mensen? Wie is daarbij de grote boosdoener, degene die de mensen op foutieve ideeën heeft gebracht? Het antwoord van het boek is: … de intellectuelen.

Meestal wordt bedoeld de linkse intelligentsia, soms de bourgeois intellectuelen, soms gaat het over al wat progressief is. Want: “het is niet de maatschappij, maar de geest die de boeien smeedt die mensen vastketenen aan hun ellende”.

De ideeën van de progressieve intellectuelen hebben volgens de auteur nefast ingewerkt op de Britse maatschappij. Het onderwijs is naar de haaien, het gezin kapot, de armen blijven zich wentelen in hun ellende, misdaad wordt vergoelijkt (‘zero intolerance’), het culturele leven is neerwaarts gericht, alle waarden worden gerelativeerd, drugs worden getolereerd en de seksuele revolutie is een ramp …

Allemaal de schuld van ‘de geest’, dus. Niets economisch, niets maatschappelijks. It’s all in the mind.

Bezige bij

Dalrymple geeft in zijn boek geen oplossingen voor de door hem aangekaarte problemen. Maar er zit wel een impliciete boodschap in het boek: weg met de oorzaken van de huidige ellende. Dus weg met het de geesten vergiftigende gedachtegoed van het linkse intellectuelendom.

“Allemaal de schuld van ‘de geest’, dus. Niets economisch, niets maatschappelijks. It’s all in the mind”

Dat is dan de boodschap van een erg bezige bij. Zoals we al eerder vermeldden, zou de schrijver naar eigen zeggen de afgelopen 10 jaar tot tienduizend mensen hebben geïnterviewd. Maar dat is niet alles. “Enorme aantallen mensen, duizenden, mogelijk tienduizenden hebben me verteld dat er tegen hen waarschijnlijk geweld en andere misdrijven zullen worden gepleegd waarbij ze zich niet beschermd voelen door politie, justitie en rechterlijke macht.”

Naast boekpublicaties (onder andere ook een novelle) is Dalrymple een gedreven artikelschrijver (op een website stonden er enkele jaren geleden 1.169 te downloaden) en werkt hij mee aan verschillende nationale en internationale kranten en tijdschriften (alle hoofdstukken uit het oorspronkelijke boek ‘Life at the bottom’ zijn tussen 1994 en 2001 als artikel verschenen en nu dus gebundeld), geeft interviews, polemiseert en heeft meer dan de halve wereld afgereisd. Die mens leeft meer dan drie levens. Of … vertelt niet altijd helemaal de waarheid.

Hiaten

Maar ondanks al die inzet, ervaring en onmiskenbaar schrijverstalent blijft de zwakke schakel van het boek de onbewezen stellingen, feiten, conclusies uit (geselecteerde?) verhalen. De hiaten. Wat niet is neergeschreven, lijkt me op zijn minst zo belangrijk als hetgeen er wel in staat (zie eerste wat ik schreef onder ‘oorzaken’).

Wanneer we in het hoofdstuk ‘Het doet pijn dus ik besta’ lezen dat “de oorzaak van de criminaliteit onder de blanke bevolking van Engeland voor elke redelijk oplettende waarnemer volmaakt duidelijk is, namelijk het tatoeëren van de huid. Een langzaam werkend virus wordt met de tatoeëernaald in het lichaam gebracht en vindt zijn weg naar de hersenen” dan had ik daarbij toch graag de vermelding van enige wetenschappelijke ondersteuning gezien. En niet alleen daarbij.

Want, is het écht zo dat het denken het zijn bepaalt?

Frank Maerten

Theodore Dalrymple, Leven aan de onderkant. Het systeem dat de onderklasse in stand houdt, Uitgeverij Het Spectrum, 2004.

ISBN 90 274 9917 9

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!