Rechts komt langs grote poort terug in Catalonië
Verslag, Nieuws, Wereld, Europa, Catalonië, Regionalisme -

Rechts komt langs grote poort terug in Catalonië

De regionale verkiezingen in de Spaanse regio Catalonië leverden het verwachte resultaat op: een overwinning van de nationalistische standenpartij CiU (Convergencia i Unio), die net geen absolute meerderheid oplevert voor oppositieleider Artur Mas. Het absolute wantrouwen in de politiek en het gebrek aan een geloofwaardig alternatief domineerden deze verkiezingen.

zondag 28 november 2010 23:31

De sociaaldemocraten, groenen en vooral regionalisten gaan er fors op achteruit, en de ultrarechtse PP (Partido Popular) wint ook terrein. De opkomst was iets hoger dan normaal, met bijna 50 procent van de stemgerechtigden.

Sinds 2003 was een tripartite van sociaaldemocraten, groenen en Catalaans-nationalisten twee legislaturen lang aan de macht. Deze coalitie hing soms wel van een zijden draadje, door interne strubbelingen. Vooral de eisen van de regionalisten, die zelf een interne split kenden, zorgden voor wrevel. Dit conflict speelde zich over regionale grenzen heen af, daar de sociaaldemocratische minister-president Montilla verantwoording diende af te leggen aan de eveneens sociaaldemocratische Spaanse premier Zapatero.

Estatut

Hét centrale punt van discussie was, zeker vanaf 2006, het nieuwe financieringsmodel voor Catalonië. Dat stond al lang op de agenda, omwille van het feit dat de Spaanse deelregio proportioneel meer inkomsten zag gaan naar Madrid in vergelijking met andere regio’s. Catalonië telt zeven miljoen inwoners en is traditioneel één van de meer geïndustrialiseerde en ontwikkelde regio’s van Spanje. Bovendien huist het miljoenenstad Barcelona.

De Catalaanse regeringspartijen verbonden zich ertoe om een nieuw ‘statuut’ (l’estatut in het Catalaans) voor Catalonië te ontwerpen, zodat het financieringsmodel meer in het voordeel van de Catalanen zou uitvallen. Daarenboven zouden ook een aantal andere bevoegdheden, zoals onderwijs, regionaal treinvervoer en culturele aangelegenheden, gedeeltelijk of volledig overgeheveld worden naar het regionaal bestuur in Barcelona.

Belletje

Inderdaad, de gelijkenis met Vlaanderen is treffend. Hoewel de regionalisering hier al verder gevorderd is, zou een Estatut niet meteen zo’n ingrijpende verandering betekenen voor Catalonië en haar inwoners. Het valt te vergelijken met de mate van regionalisering die we hier al kennen, maar daarbij moet wel gerekend worden dat Vlaanderen als deelregio de meerderheid van een land uitmaakt. Catalonië staat voor min of meer een zesde van Spanje, ook op vlak van economische output.

Ook het politieke landschap kent veel gelijkenissen met Vlaanderen: zowel op vlak van aantal partijen als het programma dat ze vertegenwoordigen. Bij ons is de CD&V even niet de grootste partij, maar de Catalaanse evenknie (winnaar CiU) heeft een erg gelijkaardige agenda en tradities. Echte zuilen mogen er in Catalonië dan niet bestaan; het regionaal parlement leek tot voor kort op veel vlakken een afspiegeling van de Vlaamse evenknie.

Gebuisd

In elk geval kon de nieuwe ‘status’ voor Catalonië er nooit volledig komen. Slechts gedeeltelijke toegevingen kwamen erdoor, omdat Zapatero onder zware druk stond van de rechtste PP in Madrid, die elk aspect van het compromisvoorstel voor het grondwettelijk hof bracht. Dàt hof gaf al aan dat Catalonië zich nooit een ‘natie’ mocht noemen binnen Spanje. Dit betekent dat een Estatut voor Catalonië zoals oorspronkelijk bedoeld, er nooit is kunnen komen.

Eerder dit jaar betoogden om en bij de een miljoen mensen in Barcelona tegen de impasse. Na bijna vier jaar onderhandelen werden immers veel andere thema’s achterwege gelaten en toch was er niet fundamenteel meer autonomie voor de Catalanen. Deze mars had een regionalistisch randje, wat aantoont dat de zaak ginder veel meer leeft dan bij ons. Toch is de gelijkenis tussen de aanslepende Estatut en de Belgische staatshervorming die er maar niet komt, treffend. CiU wist optimaal van de situatie te profiteren, door een stuk van dat regionalistisch ongenoegen vakkundig te recupereren.

Bovendien zien regionalisten hun mening versterkt door het feit dat de economische malaise in Spanje volgens hen aantoont dat Catalonië beter alleen verder gaat.

De voornaamste reden dat de coalitie werd afgestraft ligt evenwel in de ambigue houding van Montilla, die in een spagaat zat tussen Barcelona en Madrid. Teveel toegevingen aan Catalaans regionalisme zouden potentieel een enorme nederlaag betekenen voor de sociaaldemocratie in de rest van Spanje, terwijl hij ook niet ondubbelzinnig de meer centralistische houding van Zapatero kon steunen zonder de Catalaanse regering te laten vallen en veel kiezers te verliezen.

De positie van CiU daartegenover, na een oppositiekuur die het nooit had meegemaakt sinds de dood van Franco, bleek wel consequenter: zij kozen niet zozeer voor radicaal regionalisme, maar wel voor hun traditionele verzoeningspolitiek tussen de verschillende klassen, en dit te overgieten met een ‘communautair sausje’. Wat bij ons bekend staat als ‘financiële responsabilisering’, betekent in Catalonië vooral meer autonomie om de crisis beter te kunnen aangaan. Hierbij niet wordt verteld dat dit een interne devaluatie van jewelste zou inhouden, in concurrentie met andere Spaanse regio’s.

CiU wist zich ook goed te profileren door met name onder jongeren zich voor te stellen als een iets radicalere versie, die wel eens met Estelada’s, vlaggen die Catalaanse onafhankelijkheid symboliseren, durft te zwaaien.

Polarisatie

Deze verkiezing maakt meer dan ooit een einde aan de mythe dat Catalonië altijd een progressief bolwerk is geweest in het anders conservatieve Spanje. Hoewel de paus enkele weken terug inderdaad niet op veel bijval mocht rekenen bij z’n bezoek aan Barcelona, is toch gebleken dat het Catalaans regionalisme veel weg heeft van het ons beter bekende Vlaams-nationalisme. Bovendien haalde CiU in de meer dan 30 jaar van Catalonië als autonome regio meer dan eens de absolute meerderheid.

Het politieke spectrum is dus niet traditionalistisch en katholiek, zoals in andere delen van Spanje, maar kent wel andere conservatieve sociaaleconomische waarden, vaak doorspekt met een soort ‘Catalaans superioriteitsgevoel’.

Esquerra Republicana (ERC) heeft dan wel ‘links’ in haar naam staan; deze N-VA-achtige partij die vroeger tevens een steile opgang kende, heeft al meerdere gevallen van xenofobe uitspraken vanwege hoge partijlieden gekend. De partij maakt ook deel uit van de gemeenteraadscoalitie in het stadje Vic, dat een volledige migratiestop wil invoeren en daarvoor zelfs werd aangeklaagd door delen van de rechterzijde.

Ook de opgang van de PP laat een rechts verhaal zien: de interne migratie zorgt voor een steeds groter wordende Spaanssprekende groep in Catalonië, dat niet hoog oploopt met Catalaans regionalisme, omdat het welvaartsverlies voor de rest van Spanje vreest. Daarnaast blijft het eerder genoemde migratiethema erg actueel, en de PP is een partij die daar sterk op inspeelt.

Dé verrassing van de verkiezingen maakt duidelijk hoe er in wezen een polarisatie onstaat, maar dan wel zonder linkerzijde. De partij van voormalig voorzitter van F.C. Barcelona, Joan Laporta, heet Solidaritat Catalana per la Independència, wat zoveel wil zeggen als ‘Catalaanse solidariteit voor Onafhankelijkheid’. Opnieuw veel progressief woordgebruik, maar de figuur van Laporta is allerminst onbesproken.

Charlatan

Naast corruptie- en andere schandalen in de zeven jaar dat hij voorzitter was van Barça, is Laporta ook een figuur die zich uiterst populistisch gedraagt. In zekere zin valt hij te omschrijven als een ‘kleine Berlusconi’. Vaak werd hij afgedaan als een charlatan, die graag provoceert en de ‘centralisten’ in Madrid met de regelmaat van de klok schoffeert.

In opiniepeilingen zou hij de kiesdrempel niet halen, maar nu lijkt het erop dat vier zetels voor zijn platformpartij er zeker inzitten. Toevallig wordt één dag na de verkiezingen Barcelona-Madrid gespeeld, dé voetbalklassieker die ook bol staat van gevoelige historische en politieke thema’s.

Opmaak

Het is moeilijk om hier veel wijzer van te worden. Rechts komt terug door het falen van wat zogezegd ‘links’ is, terwijl de alternatieven op de mainstreampolitiek zich in het rechtste populisme bevinden en bijna ad hoc op de electorale agenda belandden. Dat is op zich normaal, daar Catalonië worstelt met zichzelf.

De regio speelt steeds minder de rol die het vroeger speelde, en andere deelregio’s van Spanje beginnen zich steeds meer op te werpen als grotere aanbrengers van rijkdom en economische vernieuwing, in zoverre dat vandaag nog mogelijk is. Bovendien hebben thema’s als migratie, corruptie en politieke polarisatie – vaak met referenties naar de Burgeroorlog – zowel in Spanje als Catalonië de situatie danig verzuurd.

Immers, de achtergrond van dit alles is nog steeds een werkloosheid van om en bij de 20 procent, één van de hoogste in Europa. Er zijn nergens in Spanje tekenen van duurzaam herstel, en de ontevredenheid neemt alsmaar toe. Ook de nationale verkiezingen van 2012 dreigen een nederlaag te worden voor de meer progressieve politieke krachten. Misschien net omdat hun rol allerminst onbesproken progressief is geweest.

Dit resultaat is dus een gevolg van het falen van zowel het beleid van Zapatero, als dat van Montilla. Ook het gebrek aan geloofwaardig (links) alternatief in deze tijden van crisis en het compleet wantrouwen in de politiek was cruciaal. Het zorgt er dus voor dat traditioneel Catalaans rechts met verve terug op het toneel verschijnt.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!