Nieuws, Cultuur, Antwerpen, Stampmedia, Theater, Jan Decleir, Jorgen Cassier, Koen Van Kaam, LUCIFER, Theater Zuidpool -

Sympathie voor de duivel in Theater Zuidpool

Theater Zuidpool gaat op 2 december in première met LUCIFER van Vondel. Een theaterstuk uit 1654 dat barst van de Bijbelse verwijzingen en metaforen: wie waagt zich daar nog aan? Waaghalzen van dienst zijn Jorgen Cassier en Koen van Kaam, twee theatermakers die Vondel gemoedelijk ‘Joost’ noemen.

vrijdag 26 november 2010 16:30

De afgelopen maanden gonsde het van de activiteit in Theater Zuidpool. Er kwamen professoren over de vloer om de acteurs geschiedenislessen te geven. Het toneelstuk beschrijft hoe Lucifer – een rol die vertolkt wordt door Jan Decleir – afgunstig wordt op de mens. Als God beslist dat de mens de onbeperkte heerschappij krijgt op aarde, komt Lucifer in opstand. Gods straf is niet mild, Lucifer wordt omlaag gegooid en belandt in de hel. Hoogmoed komt voor de val, maar nu blijkt in de repetities dat het toneelstuk over veel meer gaat dan (enkel) dat.

Meesterwerk

Waarom dit stuk? Koen Van Kaam: “Het verhaaltje zelf is eigenlijk peanuts. Het is een stichtend fabeltje over hoogmoed, maar het is verpakt in de vorm van een wondermooie piëta, zoals in een kathedraal. ’Joost‘ kon zoiets doen slagen, zijn tekst klinkt als een huis, fantastisch. Alleen al het feit dat Lucifer weet dat zijn beslissing zijn eigen ondergang betekent, maar het tóch doet, is voor mij al een reden om het op te voeren. Het is een gevoel dat ik aan mijn medemens zou blijven doorgeven omdat het een waardevol gevoel is.”

Fuck you

“Het conflict begint eigenlijk omwille van twee verschillende dingen”, zegt Van Kaam. “De mens is nog maar net een dag oud en de engelen hebben al zoiets van: ‘Hmm, wat heeft God daar nu zitten maken?’ Er is nog geen sprake van een conflict, maar de engelen zijn een beetje achterdochtig: ‘God is weer bezig geweest met iets.’ Eén van de engelen gaat even een kijkje nemen op het aards paradijs en wanneer hij terugkomt, brengt hij verslag uit: ’Ja, dat is daar dus ik weet niet hoe schoon, hé! Echt waar, amai, die Eva, wauw zo schoon! En die mensen die kunnen poepen!’ De engelen zijn danig onder de indruk. Maar dan krijgen ze te horen dat ze gedegradeerd zijn en dat de mens promotie maakt. Vanaf dan is de mens in de ogen van de engelen een ‘aardwurm’. Lucifer, de mooiste, de grootste en de meest getalenteerde engel, wordt zonder reden aan de kant gezet. Dat is waar het om draait.”

Cassier: “Lucifer is echt wel dé man in de hemel. God zegt dat zelf. Lucifer zegt dat hij er voor gaat zorgen dat alles in de hemel geregeld is, ze sluiten een deal. En twee minuten later krijgt Lucifer een ‘fuck you’ van God. Hij vraagt uitleg, maar God antwoordt niet. Iedereen zegt tegen hem: God heeft u niet nodig.”

Neen zeggen

Van Kaam: “Vondels tekst is een mooie metafoor voor wat er nadien gebeurt. Eigenlijk is lucifer een metaforisch personage, de gast die voor de eerste keer neen zegt. Een eeuw later staat Frankrijk op zijn kop om diezelfde reden. Met de Verlichting zien we voor de eerste keer het antropocentrisch denken van de mens. Het toneelstuk van Lucifer werd in Amsterdam al na twee opvoeringen verboden. Op dat moment was er een grote strijd aan de gang tussen protestanten en katholieken. Protestanten hadden het meeste macht in Amsterdam en zij vonden dat het afbeelden van de hemel ongepast was. Waarop ‘Joost’ natuurlijk moet gedacht hebben: ‘Maar ik heb het over de mensen, niet over de hemel’. (lacht)”

Cassier: “Het universele zit hem ook in de heel kleine dingen, zoals beslissen om te kiezen voor jezelf. Daarnaast zie je in het stuk ook dat er pas spanning komt wanneer er contradictie is. Jan Decleir zei van het begin: ’Ik vind het pas interessant wanneer de duivel erbij is. Dan komt er pas leven in de brouwerij’.”

Gaza

Van Kaam: “Als je enkel de tekst leest, zal het niet zo toegankelijk zijn. Maar als je het opgevoerd ziet, is het een zeer waardevolle vertelling over het onrechtvaardigheidgevoel en in welke mate je bereid bent om daar offers voor te brengen. Ik hoop dat een gemiddelde 18-jarige die naar het nieuws kijkt en ziet dat er nu weer hekken worden gebouwd in Gaza hetzelfde voelt. Haat voor het vreemde. Het gevoel van onrechtvaardigheid, het gevoel van onmacht tegen een totale willekeur waar je niets tegenin kan brengen. Het toch doen, ook als je van tevoren weet dat je die strijd zal verliezen.”

Cassier: “Al heel snel kwamen we erachter dat het niet vanzelfsprekend is om zo’n tekst overtuigend op scène te zetten. Na een paar hevige gesprekken hebben we beslist om levensgrote poppen te maken die de acteurs bespelen. Dat is veel evidenter om naar te kijken. Als theatermaker geef je zo een signaal: “Het is ook maar een sprookje, een verzinsel.” Tegelijkertijd geven de acteurs leven en adem aan die poppen, net zoals God adem aan ons gaf.”

Wij zijn boze wezens

Cassier: “Ik zou heel graag hebben dat mensen buitengaan met het gevoel: Dit hebben wij verzonnen. Dit is een verzinsel van ons. Wij mensen zijn echt wel ingewikkelde wezens.”

Van Kaam: “De esthetische ervaring van de tekst en de voorstelling in zijn geheel is absoluut niet het einddoel, louter het middel. Wat ik hoop dat er gebeurt, is dat je haat ziet ten opzichte van iets vreemds, maar dat je verplicht wordt om het ook te begrijpen. Dat zadelt ons natuurlijk op met de moeilijkheid dat we moeten accepteren dat we boze wezens zijn.”

Première op 2 december 2010 – Voorstellingenreeks:  2-4, 8-11, 15-18, 21-23 december om 20u in Theater Zuidpool, Lange Noordstraat 11, 2000 Antwerpen, 03.232.81.04
Tickets reserveren via info@zuidpool.be.

© 2010 – StampMedia – Marieke Van Cauwenberghe

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!