Italiaanse delegatie op de Cityzen-bijeenkomst in Marseille (foto: Cesie - Palermo)
Verslag, Nieuws, Europa, Economie, Milieu, Voedsel, Biologische landbouw, Transport, Europese Commissie, Tmd, Wervel, Cityzen, Otesha, Marseille, Duurzame consumptie -

Geëngageerde Europese burgers denken na over duurzame consumptie

Eind september vond in Marseille de eerste bijeenkomst plaats van Europese burgerinitiatieven die mensen ertoe willen aanzetten om op een meer duurzame manier om te gaan met consumptie. De 'Assises européenne de la Consommation Responsable', zoals de bijeenkomst wat pompeus heette, was het resultaat van een jaar lang werk in kleine groepen in tien EU-landen, onder meer in België.

vrijdag 26 november 2010 19:00

In totaal waren ongeveer duizend mensen bij het project betrokken in 2010. Een negentigtal was aanwezig in Marseille om gedurende vier dagen intensief ideeën, actiemodellen en ‘best practices‘ uit de wisselen. Hieruit zou dan een reeks aanbevelingen worden geformeerd voor het Europees beleid. Wervel, de werkgroep voor een rechtvaardige en verantwoorde landbouw, coördineerde de Belgische delegatie in dit Europese project. 

Cityzen is een Europees project dat burgers wil informeren, bewustmaken en oproepen tot verantwoordelijke consumptie. Zo kunnen burgers bijdragen tot een duurzame samenleving. Het project loopt met de steun van de Europese Commissie tegelijkertijd in vijf EU-landen: Frankrijk, Italië, Letland, Hongarije en België. Via participatie van actieve burgers, jongerengroepen, interactie tussen het middenveld, de sociaal-economische partners en de overheid hoopt Cityzen voorstellen uit te werken voor een duurzamer beleid.

De bedoeling van de eerste bijeenkomst in Marseille was de opstelling van een actieplan: het Otesha Action Plan met aanbevelingen voor zowel de consumenten, de lokale en nationale overheden als het Europese beleid. Dit alles past in het door de UNESCO uitgeroepen decennium voor duurzame ontwikkeling (2005-2014), waarin duurzame consumptie een van de acht thema’s is.

Aanbevelingen op drie niveaus

De aanbevelingen gaan over zeven terreinen van (duurzame) consumptie: transport, toerisme en vrije tijd, energie, kleding, voeding, afvalbeheer en stedelijke ontwikkeling en huis- en kantooruitrusting.

Mathieu Decq, directeur van Pistes-Solidaires, de Franse partner van het project en ‘gastheer’ van de bijeenkomst in Marseille, benadrukte in zijn openingsspeech dat de uitdaging enorm is.

“De gezondheid van de wereldbevolking wordt bedreigd door milieuvervuiling. Onze generatie zal de eerste zijn die minder gezond zal leven dan de voorgaande als een gevolg van de vervuiling. Door het overmatig gebruik van pesticiden in de landbouw en de vervuiling door nitraten en zware metalen is onze voeding aangetast. Wat kan de kritische consument doen om de politieke besluitvorming te beïnvloeden en de bevolking bewust te maken van de immense uitdagingen van duurzame consumptie?”

Daarmee was de toon gezet voor vier dagen van discussie en uitwisseling die niet altijd even vlot verliepen.

Otesha, een droom die werkelijkheid wordt?

Otesha is een Swahili-woord dat zoveel wil zeggen als “droom die werkelijkheid wordt”. Het is de naam van grootschalig project dat vooral jongeren uit tien Europese landen betrekt bij duurzame consumtie als strategie om van het lokale naar het globale te gaan en omgekeerd. Het resultaat van deze werkgroepen en acties zou dan uitmonden in het Otesha Action Plan.

De vijf partners in het Cityzen-project kregen elk de kans om hun ervaringen, aandachtspunten, klemtonen en voorstellen voor aanbevelingen voor te stellen.

Voor de Hongaarse organisatie Fekete Sereg Youth Association was het de eerste keer dat ze sinds haar oprichting in 1997 deelnam aan een Europees project. De organisatie is actief in een aantal kleine, landelijke dorpen in de Balaton-regio. Jongeren verlaten hoe langer hoe meer de dorpen om hun geluk te gaan zoeken in de grotere steden.

Via de promotie van lokale producten en ecotoerisme probeert de organisatie jongeren meer te betrekken bij hun gemeenschap. Een educatief spel, gericht op schoolkinderen, moet hen bewust maken van de ecologische kwetsbaarheid van het Balatonmeer en de directe omgeving. Vrouwengroepen en mensen met een handicap (onder anderen doven) werden speciaal bij het project betrokken. Via goede voorbeelden probeert de organisatie de volgende generaties een meer duurzame levensstijl bij te brengen.

De zeepbel die uiteen spatte

De Letse partner in het Cityzen-project is de lokale overheid van de gemeente Gulbene, een fusiegemeente van 25.000 inwoners die 13 vroegere dorpen omvat in een uiterst dun bevolkt gebied in het noordoosten van Letland. Het grootste probleem is de massale plattelandsvlucht waardoor de regio in snel tempo inwoners ziet vertrekken naar de hoofdstad Riga.

De werkloosheid is er hoog (20 procent) en vele mensen kunnen hun lening niet meer afbetalen die ze hadden afgesloten bij Zweedse banken nadat in 2008, door de financiële crisis, een abrupt einde kwam aan een spectaculaire groei van de economie, die – zo bleek achteraf – helemaal niet duurzaam was. Banken hadden mensen leningen toegestaan die ze nooit nog zouden kunnen terugbetalen. Voor velen is het een bitter ontwaken in armoede nadat de zeepbel uiteen spatte. De aandacht voor een meer duurzame ontwikkeling is er dan ook groter dan ooit.
 
Het lokale gemeentebestuur heeft enkele jaren geleden een beleid uitgestippeld om de natuurlijke rijkdommen (bossen en meren maken meer dan 55 procent van de oppervlakte uit) van de regio beter te beschermen en het afvalbeheer efficiënter en ecologischer aan te pakken. De bewustmakingscampagnes gericht op jongeren lijken ondertussen hun vruchten af te werpen.

Op het vlak van landbouw wil de gemeente biologische landbouw stimuleren die nauwer zou aansluiten bij de vroegere landbouwmethodes van voor de collectivisering van de landbouw uit de Sovjet-tijd. Lokale ambachten worden er aangemoedigd en speciale markten georganiseerd.

Een ander probleem waarmee de landelijke en geïsoleerde gemeenschappen worden geconfronteerd, is de alcoholverslaving van vele mensen die aanleiding geeft tot huiselijk geweld en problemen op het werk. De gemeente heeft een plan uitgewerkt om de dorpen onderling met een netwerk van fietspaden te verbinden. En zag dat als een belangrijk aandachtspunt voor het Europees Cityzen-project.

Lokale voedselproductie stimuleren

De Franse partners, onder coördinatie van Pistes-Solidaires, dat vooral in de zuidelijke departementen Var en Bouches-du-Rhone actief is, legden sterk de nadruk op de noodzaaak van meer duurzaam transport. Het gebruik van privéwagens is in Frankrijk nog veel te veel de norm, terwijl het gebruik van het openbaar vervoer of ‘zachte’ transportmiddelen meer zou moeten worden gepromoot. Steden beginnen nu wel met systemen van wagendelen en stellen openbare fietsen ter beschikking.

AMAP ondersteunt kleine onafhankelijke landbouwers die biologische en sociale evenwichten in de productieketen nastreven. Door de creatie van een systeem van ‘voedselteams’ hebben ze een gegarandeerde afzet en stabiele prijzen. Het principe dat voedsel zo veel mogelijk lokaal moet worden geproduceerd, dringt maar moeilijk door bij het ruimere publiek.

Door de grote afstanden tussen de productiecentra en de consumenten is voedsel te afhankelijk geworden van transport en komt zelfs de voedselzekerheid in gevaar. De verkooppunten van de landbouwers aangesloten bij de Filière Paysanne liggen op maximaal 80 km van de productieplaats.

Energie is in Frankrijk een heikel punt. Liefst 77 procent van de elektriciteit is afkomstig uit kerncentrales, 10 procent zou nu uit hernieuwbare bronnen moeten komen. De plaatsing van zonnepanelen en andere alternatieve verwarmingssystemen wordt door de overheid fiscaal aangemoedigd, maar heeft tot sociale scheeftrekkingen geleid.

Een belangrijk aandachtspunt in het duurzaam toerisme is het uitgebreide netwerk van ‘ecotourisme’ dat een groeiend succes kent in landelijke gebieden die tot voor kort werden geconfronteerd met een plattelandsvlucht van jongeren. De Franse groepen pleitten ten slotte voor een langer BTW-tarief voor producten afkomstig uit de biologische landbouw en fairtrade.

Beslagen delegatieleden

Dat de Belgische partners al lang met de thema’s van duurzame consumptie en landbouw bezig zijn, was duidelijk te merken aan de beslagenheid van de delegatieleden. Wervel heeft van bij zijn ontstaan, twintig jaar geleden, altijd al sterk de verbanden beklemtoond tussen de wereldwijde milieuproblematiek, de ontwikkelingsthema’s en de problemen van de landbouw bij ons. Samen met de partners van het Netwerk Bewust Verbruiken, het Netwerk van Brusselse Actoren voor Duurzame Voeding (RaBAD) huizen ze sinds een jaar in een kantorencomplex dat gebouwd werd volgens ecologische principes.

“In een gemiddelde supermarkt in West-Europa waren rond 1960 ongeveer 2.000 voedingsproducten beschikbaar”, stak Luc Vankrunkelsven van wal. Vandaag hebben de consumenten de keuze uit meer dan 15.000 voedingsproducten. Het wordt dus hoe langer hoe moeilijk om te kiezen, zeker voor wie rekening wil houden met milieu- en sociale criteria. Kippen worden gevoed met soja. De monocultuur van soja heeft gewoestende gevolgen voor grote delen van Brazilië. Met de productie van soja is ook het gebruik van pesticiden fors toegenomen.

Tomaten zijn tegenwoordig het hele jaar door beschikbaar door de teelt in verwarmde serres. Ze worden uitgevoerd naar landen waar ze de lokale productie helemaal verdringen. De variëteit aan aardappelen, eeuwenlang het basisvoedsel voor een groot deel van de bevolking van West-Europa, neemt elk jaar af. Overal vind je nu dezelfde soorten aardappelen.

De palmolie die de voedingsindustrie gebruikt, zorgt voor ravages door het verdwijnen van tropische regenwouden in Indonesië. De kans is groot dat onze chocolade gemaakt is door kinderarbeid op plantages in West-Afrika. Labels zeggen meestal weinig of zaaien verwarring bij de consumenten. Betere informatie en onafhankelijke controle op labels is absoluut noodzakelijk om dit te voorkomen.

Voor Wervel is het gebruik van genetisch gemanipuleerde organismen (ggo’s) een bedreiging voor de voedselzekerheid en de biodiversiteit. Op dit moment is er nog te weinig wetenschappelijk onderzoek gebeurd naar de gevolgen van het gebruik van ggo’s in de voeding.

Totnogtoe was de EU veeleer terughoudend om ggo’s toe te laten, maar onlangs werd de beslissing overgelaten aan de lidstaten. Een eventuele ggo-besmetting stopt natuurlijk niet aan de grens, zodat het gevaar op besmetting toeneemt en de consument totaal niet meer weet of in zijn voeding geen sporen van ggo’s zitten. Zelfs biologisch geteelde producten kunnen sporen van ggo’s bevatten.

Als enige delegatie vroeg de Belgische ook speciale aandacht voor het nieuwe gemeenschappelijk Europees landbouwbeleid (CAP – Common Agriculture Policy) dat vanaf 2013 van kracht wordt in alle EU-lidstaten. De basis zou voedselsoevereiniteit moeten zijn, maar het EU-beleid gaat totaal de tegenovergestelde kant op, vindt Wervel onder andere door de massale invoer van soja (o.a. voor dierenvoeding) en de export van vlees.

Onder druk van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) is de vrijmaking van de wereldhandel ook van toepassing op voedingsproducten. De EU moet over een aantal instrumenten kunnen beschikken om een eigen landbouwbeleid te kunnen voeren dat rekening houdt met de voedselsoevereiniteit. Daartoe zijn rechtvaardige prijzen nodig voor producenten en consumenten, moet het principe ‘think global, eat local’ worden toegepast, en moet de import van soja aan banden worden gelegd.

Duurzaam tegen de mentaliteit van de maffia

In Sicilië wisten lokale verenigingen mensen er via basisorganisaties en een druk bijgewoond festival (Alter-native Energy) bewust van te maken dat ze kunnen ontsnappen aan de macht van de maffia. In Palermo controleerde de maffia tot voor kort heel de afvalindustrie. Met films en via vormend forumtheater groeit stilaan het bewustzijn dat het ook anders kan. Het heeft veel te maken met een geleidelijke verandering van de mentaliteit.

Via het Libera-netwerk produceren boeren biologische voedingsproducten op landbouwgronden die in beslag genomen werden van de maffia en bieden dat aan restaurants aan die meedoen aan de ‘slow food’-beweging. Het massatoerisme heeft veel natuurlijke kustlandschappen kapot gemaakt. Als alternatief is er in Sicilië een netwerk ontstaan van eco- en duurzaam toerisme dat de lokale gemeenschappen laat profiteren van kleinschalig toerisme en dat ook in handen blijft van die gemeenschappen.

Magda Culotta, de 25-jarige vrouwelijke burgemeester van het kleine dorp Pollina, maakte deel uit van de Italiaanse delegatie en stond zowat symbool van de hernieuwde energie die uitgaat van de gemeenschappen die hun lot in eigen hand hebben genomen. Ook op het vlak van hernieuwbare energiebronnen is er de laatste tijd enorme vooruitgang geboekt. De Italiaanse delegatie werd gecoördineerd door CE.SIE, the Centre of European Studies and Initiatives in Palermo.

Rondetafeldiscussies

Na de voorstelling van de initiatieven van de diverse partners was het tijd voor de rondetafeldiscussies waarin ideeën konden worden uitgewisseld en de uiteindelijke aanbevelingen voor het Otesha actieplan zouden worden opgesteld.

Een eenvoudige opdracht was dit zeker niet omdat de deelnemers van de partnerorganisaties op erg uiteenlopende terreinen actief zijn, er soms onoverkomelijke taalbarrières ontstonden en niet iedereen even goed op de hoogte was van wat nu eindelijk met die aanbevelingen zou moeten gebeuren. Verwarring troef.

In de rondetafel over duurzaam transport bijvoorbeeld werden zowel aanbevelingen geformuleerd die duidelijk gericht waren op lokale overheden (het aanleggen van fietspaden) als maatregelen die zelfs het Europese beleidsniveau overstegen (invoeren van een belasting op kerosine voor vliegtuigen).

De verwarring werd pas compleet toen bij een eerste poging tot synthese van de aanbevelingen in de plenaire vergadering niemand nog precies wist wat er nu eigenlijk verwacht werd en welke aanbevelingen voor welk niveau waren bedoeld.

In het uiteindelijke Otesha Action Plan zijn volgende aanbevelingen opgenomen:

1) Transport: de civiele samenleving moet de fiets als duurzaam transportmiddel promoten ; lokale overheden zouden meer moeten investeren in de aanleg van fietspaden, het aanbieden van openbare fietsen in steden en de mogelijkheid om een fiets mee te nemen op het openbaar vervoer (combinatie van diverse duurzame vervoersmodi) ; de EU zou een richtlijn moeten uitwerken die lidstaten verplicht een minimum aantal km fietspaden aan te leggen naargelang het aantal inwoners en ervoor te zorgen dat het Europese grensoverschrijdende treinnetwerk blijft beschouwd worden als een ‘openbare’ dienst en dus vanuit overheidsfondsen kan worden gefinancieerd.

2) Toerisme en vrije tijd: de civiele samenleving zal vormen van duurzaam toerisme promoten en bekendmaken en ervoor zorgen dat meer mensen toegang krijgen tot duurzame en zachte vormen van niet-commercieel toerisme die respect opbrengt voor de lokale gemeenschappen, zowel in als buiten Europa ; lokale en nationale overheden zouden toerisme dat duurzaam is extra moeten ondersteunen ; van de EU verwacht Otesha dat het bij de invoering van nieuwe richtlijnen meer rekening houdt met de duurzaamheid van projecten voor toerisme.

3) Energie: omdat elke maatregel die energiebesparing wil bereiken zware investeringen vereist, is het noodzakelijk dat er maatregelen komen om de burgers te ondersteunen die deze inspanningen willen leveren. Ook moeten investeringen in hernieuwbare energiebronnen fiscaal aantrekkelijker worden gemaakt.

4) Kleding: de civiele samenleving zou het gebruik van tweedehandskleding moeten promoten alsook de mogelijkheden uitbreiden voor recycling van oude kleren. Bewuste burgers moeten bij leveranciers aandringen op de beschikbaarheid van kleding met bio- en fairtrade garantie ; de EU moet maatregelen nemen om het gebruik van grondstoffen die in Europa kunnen worden geproduceerd te promoten (bijvoorbeeld hennep als grondstof voor textielproducten), bovendien moet extra aandacht gaan naar de promotie (ook fiscaal) van biologisch geteelde grondstoffen en fairtrade.

5) Voeding: dit is een van de meest essentiële terreinen waarop verandering kan worden doorgevoerd aangezien voeding tot de basisbehoeften behoort van elke burger en uit onderzoek is gebleken dat de meeste Europeanen op dit vlak het meest open staan voor verandering. De vraag naar biovoeding en fairtrade is nog nooit zo groot geweest.

De civiele samenleving zou aan lokaal geproduceerde voeding, volgens de beschikbaarheid naargelang het seizoen, de voorkeur moeten geven.

Producten van buiten Europa zouden aan de normen van fairtrade moeten beantwoorden. Om de (financiële) drempel die nu nog vaak bestaat, weg te werken, moeten voedingsproducten uit de biologische landbouw en fairtrade goedkoper worden. Lokale en nationale overheden zouden speciale bio/fairtrade-cheques kunnen gebruiken om jongeren en minderbegoeden ook de kans te geven om gezondere voedingsproducten te kopen. Bovendien moeten extra fondsen ter beschikking komen voor systemen van ‘voedselteams’ waarbij lokale producenten en consumenten samen overleggen.

Het Europese landbouwbeleid (de belangrijkste uitgavenpost van de EU) moet worden bijgestuurd in de richting van meer duurzame landbouwproductie: kleinschalige landbouw moet de voorkeur krijgen op industriële landbouw; lokale landbouw moet lokale markten van voedingsmiddelen voorzien, transport van voeding moet worden beperkt; alternatieve landbouwmethodes die minder energie en pesticiden nodig hebben, sluiten over het algemeen ook beter aan bij de lokale landbouwtradities die in vele Europese streken zwaar onder druk staan.

De EU moet alternatieven ontwikkelen om de import van soja voor voedingsmiddelen tegen te gaan en tegelijkertijd de productie van Europese bronnen van proteïnen (bijvoorbeeld: lupienen, hennep, klaver) te stimuleren, het voorzorgsprincipe moet de basis zijn om het gebruik van genetisch gemanipuleerde organismen (ggo’s) in voedingsproducten te verbieden: de Europese consumenten hebben het recht om te weten of er ggo’s in hun voedingsmiddelen zijn verwerkt (verplichte labeling).

Experimenten met ggo’s in open veld moeten onmiddellijk worden verboden, onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek moet meer duidelijkheid scheppen over de mogelijke gezondheidsrisico’s van ggo’s in menselijke voeding.

6) Afvalbeheer en stedelijke ontwikkeling: de civiele samenleving moet burgers ervan overtuigen minder afval te produceren, te kiezen voor afvalarme producten en recycling; de EU moet striktere regels opleggen aan de verpakkingsindustrie om minder afval te produceren, producenten en handelaars moeten worden verplicht om leeggoed te hergebruiken en afgedankte goederen terug te nemen voor veilige recycling.

Bij de aanleg van nieuwe woongebieden (steden) moet het verplicht worden dat ook voldoende groene ruimtes worden voorzien.

7) Andere aanbevelingen: Bij de regels voor openbare aanbestedingen moeten producten die als ‘groen’, ‘ecologisch duurzaam’ en ‘fairtrade’ worden beschouwd, de voorkeur krijgen, zelfs al zijn andere producten goedkoper.

De EU zou een extern en onafhankelijk opererend orgaan moeten oprichten om labels voor biologische en fairtrade producten op een Europese schaal te kunnen garanderen.

Dat zou het vertrouwen van de consument in deze labels alleen maar kunnen verhogen. Ten slotte is ook het invoeren van een 0%-BTW-tarief voor producten uit de biologische landbouw het overwegen waard.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!