Opinie, Nieuws, Cultuur, Lokaal, Gent, Gent, S.T.A.M., Stadsmarketing -

S.T.A.M. Gent: waardevol erfgoed of schaamteloze citymarketing?

Goed een maand na de plechtige opening lijkt het Stadsmuseum Gent (S.T.A.M.) in de Bijloke een succes te zijn. Het aantal bezoekers is hoog, en met name onder Gentenaars ligt het museum goed in de markt. Een bezoek bevestigt de goeie kritieken, maar laat ook het vermoeden ontstaan dat er in het S.T.A.M. nogal wat Gentse navelstaarderij is geslopen.

zondag 14 november 2010 16:58

Gentenaars en jongeren mogen bijna gratis binnen, maar gewone toeristen betalen 6 euro. Dit maakt meteen duidelijk wat de voornaamste doelpublieken zijn van het S.T.A.M., wat gezien de demografische samenstelling van studentenstad Gent niet hoeft te verbazen.

Dit museum is best wel indrukwekkend. Maar de recente geschiedenis -en toekomst- van Gent worden nogal éénzijdig bekeken: het minder fraaie komt niet aan bod.

Een stadsmuseum zal voorts ook in de eerste plaats de inwoners zélf aanspreken. De vraag is evenwel niet of, maar wanneer zo’n concept een terugval in bezoekers krijgt. 

Prestigeproject

Een waar prestigeproject is het. Niet alleen het museum, maar de hele Bijlokesite zelf, compleet met trendy tea-room, overdekte fietsparking en water rondom. Het splinternieuwe museum valt al bij het binnengaan in de smaak. Dit is duidelijk geen amateurisme, maar zeer strak geregisseerde citymarketing.

Het museum wordt dan ook beschreven als ‘een erfgoedforum’, en was al gepland sinds de jaren ’90, toen het vroegere historisch museum in de Bijloke verlieslatend begon te worden.

Gent telt ruim een kwart miljoen inwoners, wat meteen ook wordt aangegeven in de eerste van negen zalen die het vaste parcours telt. Een indrukwekkende zaal, met projecties, een maquette van het stadscentrum en vooral een akelig gedetailleerde luchtfoto van Gent en omstreken, tientallen meters in doorsnede.

Elke Gentenaar kan er moeiteloos z’n woonplek terugvinden, en het is makkelijk om een half uur kwijt te raken terwijl je vol bewondering de Gentse haven in miniatuur bekijkt. Het is een zeer goed begin, en net als in vele andere zalen zijn er computers waarbij kaarten van Gent uit verschillende periodes kunnen bekeken worden. 

Een eerste zwakte is echter dat dergelijke interactieve toepassingen vaak nog niet over een Engelse versie beschikken. Dit komt ook terug op veel andere plaatsen doorheen het museum, zelfs bij geschreven uitleg bij voorwerpen en andere stukken Gentse geschiedenis. Ook dit heeft vermoedelijk te maken met het eerder genoemde doelpubliek.

Erfgoed

Vooral het eerste deel van het parcours blijkt erg waardevol, zowel voor Gentenaars als niet-Gentenaars. De geschiedenis van de stad wordt er van prehistorie tot industriële revolutie overzichtelijk en rijkelijk geïllustreerd aan de hand van een indrukwekkende collectie historische voorwerpen, geïllustreerde middeleeuwse boeken en hoogtechnologische installaties. De muren zijn vaak bekleed met levensgrote foto’s en tekeningen, die de sfeer van het museum sterk bepalen.

Soms lijken er wel te veel details te zijn, want tussenin zijn er ook plekken waar je even kan luisteren naar een virtuele gids, en de prachtige zalen van het Bijlokeklooster zelf mogen ook niet vergeten worden. Kortom: je kan er uren in vertoeven en nog altijd niet alles gezien hebben.

Een eerste inhoudelijke zwakte in de permanente collectie is de overdreven aandacht voor het gestolen doek van de Rechtvaardige Rechters. Niet-Gentenaars hebben amper een boodschap aan een hele zaal die op Witse-achtige manier bezoekers wil aanzetten tot het oplossen van dat mysterie. Vaak ontbreken hier ook vertalingen.

Daartegenover staat een gelijkaardige installatie over de Beeldenstorm en een referentie naar de introductie van de boekdrukkunst en de opkomst van de Geuzen. Summier, maar zeer compleet, wordt een cruciaal tijdperk weergegeven, wat zeker voor geschiedkundige leken een meerwaarde betekent.

Stadsmarketing

De zalen gewijd aan de industriële ontwikkeling in Gent blijven origineel uit de hoek komen, rekening houdend met het bestaan van Gentse musea als het MIAT en Huis van Alijn. Nadien verwatert het parcours evenwel: de interessante maar onoverzichtelijke tijdelijke tentoonstelling raakt wat ongelukkig vermengd met het laatste stuk van het museum. 

Enkele legostructuren van bekende Gentse torens kunnen voor kinderen een mooie afwisseling zijn, in hoeverre ze dat al niet vonden via alle interactieve speeltjes. Die vinden we ook in het laatste gedeelte, bijvoorbeeld bij een collectie filmpjes waar je tussen kan navigeren via een futuristisch tablet-achtig scherm. 

Toch is in deze laatste zalen weinig (culturele) meerwaarde te vinden. De aap komt een beetje uit de mouw, aangezien er niet onder stoelen of banken wordt gestoken dat Gent vrie wijs is. Maar wanneer je bijvoorbeeld klikt op een video uit 2005 over de afbraak van een hele wijk in de Brugse Poort, wordt er geen woord gezegd over het protest, en we misten dat beroemde beeld waarin Sylvain een fiets naar zijn hoofd geslingerd krijgt.

Neen, dit is helaas citymarketing zoals we het in Gent wel al langer kennen: van grauwe industriestad naar een leefbare, groene stad met veel levenskwaliteit. Gentrificatie, concentratiewijken, onbewoonbare huurwoningen of het gebrek aan sociale woningbouw wordt hierin uiteraard niet in opgenomen.

Alle kanten van het verhaal? 

Dit museum is best wel indrukwekkend, ook al kostte het een smak belastingsgeld. Het is naast een prestigeproject dus ook een gebouw met veel waarde voor Gentenaars én ‘buitenlanders’. Toch verliest het veel inhoud door het feit dat de recente geschiedenis -en toekomst- van Gent nogal éénzijdig bekeken worden. Een stadsmuseum dat als ‘erfgoedforum’ moet fungeren, zou dan ook alle kanten van het verhaal -inclusief de minder fraaie- moeten laten zien. 

Enkel op die manier kan zo’n museum verder blijven evolueren, zonder dat bezoekersaantallen na een tijd stagneren wegens een te grote focus op Gent als merk. In een stad waar enige navelstaarderij al langer aanwezig is, kan dit immers geen goeie zaak zijn. Noch voor de Gentenaars, noch voor het museum zélf.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!