Een niet-empirische impressie van de exponentiële stijging van reünie-groepen -en artiesten

 Een niet-empirische impressie van de exponentiële stijging van reünie-groepen -en artiesten

Essay, Nieuws, Cultuur, Cultuur, Muziek, Tmd, Reünies -

Reünies, symptoom van bloedarmoede in winstgerichte muziekindustrie

Onlangs werd bekend dat de Britpopgroep Pulp een reünie organiseert. Op de site van de band verschijnt een slideshow met daarop belangrijke en minder belangrijke levensvragen in witte letters. Veel van deze vragen symboliseren perfect wat er zoal gedacht kan worden bij de steeds groter wordende golf muzikale reünies, die opnieuw aanzwelt met de eerste aankondigingen voor de festivals van 2011.

woensdag 10 november 2010 21:39

Bezoekers van het Primavera Sound Festival in Barcelona en Wireless in Londen zullen we niet gauw horen klagen. Pulp staat voor intelligente en charismatische pop dat in Lady Gaga-tijden nog kan vasthouden aan een ziel.

Wat we evenwel niet meteen hoeven te verwachten van Jarvis Cocker en co, is een nieuw album. Zoals aangekondigd op de website van Primavera Sound, zal de band “de nummers spelen die iedereen wil horen”. Dit klinkt bekend in de oren, na een decennium van steeds talrijker wordende reuniëtournees.

JUKEBOX

De moeder van alle reüniebands, Pixies, kondigde het exact zeven jaren terug aan. Daarvoor bestonden reünies natuurlijk ook, maar meestal niet in de vorm waarop we ze vandaag kennen. Vaak ging het om éénmalige bijeenkomsten, genre Pink Floyd in 2005 of Led Zeppelin in 2007. Een laatste keer knallen en samen spelen met de vrienden, vaak voor het goeie doel. Natuurlijk kan daar ook geld mee verdiend worden, maar het is een peulenschil in vergelijking met wat een volwaardige tournee opbrengt.

De Pixies-bandleden geven dat ook zonder schroom toe. Hun cyclus van wereldtournees duurt al sinds het voorjaar van 2004, en tussenin doen Kim Deal en Frank Black nog eens hun eigen ding. Pixies komt tezamen als festivalorganisatoren of concertpromotoren hen een voorstel doen om een reeks optredens te geven. Geld is daarbij de enige drijfveer.

Maar niet getreurd, de band vindt dit ook wel leuk. Hoewel ze versteend lijken te staan op het podium, is de livereputatie die werd opgebouwd sinds de reünie zowaar sterker dan die van vroeger. Pixies fungeerde met name op festivals als een luxe-jukebox, waarbij het in één uur tijd vaak 30 nummers bracht, tot groot jolijt van oude én nieuwe fans.

De eerste jaren werd vooral een set met de meer bekende nummers gespeeld, maar toen die eerste grote wereldtournees afliepen en festivalpodia smeulend werden achtergelaten, moest er een nieuw concept gezocht worden.

Na een tijd van enige stilte, ging Pixies weer touren en zich meer op zaaloptredens concentreren. Losse festivalverschijningen zaten er ook tussen, maar er was niet echt een lijn meer te trekken in de tour. Zo openden ze Vorst Nationaal vorig jaar met een half uur B-kantjes. De fans malen er niet om want hun muziek blijft heel goed aanslaan. Toch is het duidelijk dat dit eindeloos uitmelken van de reünie moest leiden tot een heruitvinding van het concept zélf, waarbij Pixies als het ware reünies van reünies organiseren, om toch maar weer samen te kunnen spelen en dus ook een mooie bron van inkomsten te hebben.

$

Uiteraard draait het om geld. Pixies mogen dan de enige zijn die het zo expliciet toegeven; vaak genoeg hebben reünies haast geen andere aanwijsbare reden, behalve de cheque na een jaartje festivals afromen. Skunk Anansie, The Libertines, Pulp, Faith No More, verschillende versies van Kyuss, Smashing Pumpkins, Crowded House, The Jesus & Mary Chain, Leonard Cohen en vele andere teren in de eerste plaats op de eigen legende en de markt die er voor handen lag met live-optredens. Want toegegeven, al deze namen hebben een ongelofelijke reputatie opgebouwd, meestal gesitueerd vanaf het begin van de jaren ’90. Spek naar de bek voor een jong (festival)publiek dat nooit de kans had om hen te live zien, én oudere mensen die verlangen naar beter tijden. 

Toch heeft dit ook z’n grenzen. Waar hernieuwde faam en inkomsten een eerste aanzet kunnen vormen om terug samen te komen, leidt het touren en met name het succes van zo’n reünies vaak ook tot nieuw werk van bands en artiesten. Meestal gaat het om materiaal van inferieure kwaliteit, gezien de oorspronkelijke context en dynamiek niet zomaar terug kunnen komen. Maar het is op zich een belangrijke reden om te kunnen blijven doorgaan als reünieband, zonder dat het publiek een eindeloze ‘greatest hits show’ na een tijdje moe raakt.

VARIANTEN

Dat reünies -al dan niet via nieuw materiaal- uitgemolken worden, is een feit voor het grootste deel van de te noemen voorbeelden. Maar er zijn ook bands en artiesten die het subtieler aanpakken.

Zo is er Portishead, misschien wel de bekendste triphopband, die in 1999 met een burnout te maken kreeg en besliste om te pauzeren. Acht (!) jaar later kwam een nieuw album uit, Third. Hun beste werk ooit, dat leidde tot een reeks fantastische optredens en de belofte dat een vierde plaat niet zo lang op zich zal wachten. In elk geval ging het technisch gezien nooit om een reünie, maar om een band dat z’n tijd nam.

Op die manier kon Portishead vermijden dat de indruk van geldraperij gewekt werd, en verloor de band niet aan artistieke reputatie en persoonlijkheid. Ze hadden eerder al kunnen samen komen (er was even sprake van in 2005), maar wachtten liever af om het werk goéd te doen.

Andere reünies ontstaan omtrent bijvoorbeeld de verjaardag van het uitbrengen van een legendarisch album. Slint wachtte in 2007 niet eens op een jubileum voor hun legendarische postrockmonument Spiderland.

Andere bands, zoals Sonic Youth, gaan niet eens uit elkaar om dit soort optredens te geven. 20 jaar na het uitbrengen van Daydream Nation, stond de mythische noiseband het album integraal te spelen in de Pukkelpopmarquee.

Het lijkt er zelfs op dat bands die nu splitten, automatisch ook de optie van een eventuele toekomstige reünie open laten. at.the.drive-in was daarin voorzienend, door de geniale term ‘indefinite hiatus’ al in 2001 te gaan gebruiken. Krijgen we straks opnieuw een fusie van The Mars Volta en Sparta?

Ongetwijfeld de meest lamentabele reünies zijn deze van veredelde coverbands. De knettergekke Billy Corgan, die naast onbekende huurlingen enkel Jimmy Chamberlain kon overtuigen om opnieuw Smashing Pumpkins te vormen, of ook Alice In Chains zonder Layle Staley. Het bevindt zich op het randje van wat nog met een oorspronkelijke bandnaam mag aangevangen worden.

Niet zelden leidt dit tot teleurstellingen en vooral het afkalven van een aanvankelijk ongenaakbare reputatie. Zonde voor de muziekgeschiedenis is dat, en zonder twijfel één van de voornaamste nadelen van reünies.

RODE DRAAD

Het is duidelijk dat de boom in de industrie van de livemuziek een katalysator was voor de vele reünietournees. Geld, opnieuw, als beweegreden en vaak ook als excuus om iets meer te doen dan enkel optreden. Bovendien zorgt nieuwe media ervoor dat ‘oude’ muziek veel makkelijker z’n weg vindt naar jongeren die er nog niet mee in contact kwamen. Het vormt een opening in de markt, zoveel is duidelijk.

Maar moderne technologie en communicatie zijn niet de enige reden dat reünies zo makkelijk verkocht worden. Of het nu gaat om een halfslachtige, opportunistische of oprechte herstart, er is ook puur muzikaal gezien een vraag naar. Bands zoals het eerder genoemde Portishead en The Prodigy zijn daar het beste voorbeeld van. Deze groepen verdwenen nooit helemaal, maar werden inactief toen het publiek wat uitgekeken was op hun muziek en ze zelf inspiratie mankeerden. Beide bands brachten meer dan vijf jaar later dan toch een album uit, en wat bleek? Ze werden groter dan ooit, en de volgende platen volgen elkaar dan in sneltempo op. The Prodigy blijft één van dé festivalhits en Portishead stak zowaar voormalig ‘grote broer’ Massive Attack voorbij. Maar in essentie gaat het hier nog altijd om een geluid uit de jaren ’90, weliswaar goed geconserveerd na een periode ‘in de koelkast’.

ARMOE TROEF

En zo komen we tot de kern. Livenation en consoorten maken dan misschien wel maar al te makkelijk gebruik van reünies; geef ze eens ongelijk. Men weet dat er vraag naar is, en dat jongeren steeds makkelijker de weg vinden naar de spreekwoordelijke platenkast van hun ouders. Toch is het feit dat dit vandaag makkelijker kan, door de groeiende live-industrie en het internet, verre van de reden op zich. Het medium kan immers niet tevens het volledige verhaal vormen.

Eind 2009 publiceerde de muziekpers eindejaarlijstjes voor het hele voorafgaande decennium. Daarbij viel op dat het na 2005 meestal armoe troef was: Arcade Fire, Editors, Sigur Ros of Gorillaz en The National vormden zeldzame lichtpuntjes in een zee van ééndagsvliegen, gitaarbandjes, opgeblazen hypes en poppy éénheidsworst.

Ikzelf groeide nog geen tien jaar terug op met bands als Queens of the Stone Age, The Mars Volta, Radiohead ten tijde van Kid A en Amnesiac, de prille Strokes en White Stripes, Tool (Lateralus), dEUS in z’n originele bezetting, en ga zo maar door. Wat deze namen gemeen hadden, is dat ze minstens één keer bovenaan De Afrekening stonden begin vorig decennium. Deze ‘heilige lijst’ van Studio Brussel wordt gestemd door luisteraars en vormt een goeie steekproef van wat vandaag in ‘alternatieve’ milieus leeft.

Werpen we anno 2010 een blik op De Afrekening, dan is het voor velen moeilijk om te beslissen of er moet overgegaan worden tot lachen dan wel wenen. Of een combinatie van beide. Inderdaad, er is haast niks alternatiefs meer aan; het kan zowel een playlist van MNM vormen.

Over smaken moet niet teveel gediscussieerd worden, maar objectief gezien valt er zonder twijfel vast te stellen dat zenders als StuBru een regressie naar mainstreammuziek vertonen. Gevolg is dat er meer mensen luisteren en een breder publiek bereikt wordt. Maar oorspronkelijke luisteraars, die vaak al wat langer meedraaien, blijven op hun honger zitten. Diegenen die niet afhaken, samen met jongere luisteraars, krijgen op die manier muziek te horen die als alternatief bestempeld wordt, maar dat in de praktijk nooit geweest is.

VACUÜM

Terug naar de reünies. De affiches van festivals worden elk jaar commerciëler, door het feit dat ook radiozenders en media commerciëler worden. Zo wordt door de muziekindustrie erg goed omgesprongen met het fenomeen van downloaden. Alternatieve en ondergrondse muziek is makkelijker dan ooit bereikbaar, maar krijgt op de radio steeds minder een forum, waardoor het ook niet noodzakelijk hoger op affiches komt te prijken. Hét doel van de muziekbusiness is en blijft om een zo groot mogelijk publiek en dito winst te bereiken, en daar slaagt het via nieuwe middelen ook in. Op die manier verandert niks aan de essentiële krachtsverhoudingen in de muziekwereld. Combineer dit met een gebrek aan muzikale vernieuwing, en je snapt perfect waarom P!nk op Werchter mag headlinen zonder bekogeld te worden met bierbekertjes.

Tegelijk hebben nieuwe generaties jongeren ook hun eigen muziek en bands gevonden: electro-dance, trance, gitaarpop à là Kings of Leon en zelfs dubstep zijn fenomenen van ‘onzen tijd’. Dus is er toch geen verschil met vroeger? Toch wel; de vergankelijkheid enerzijds en vooral het schrijnende gebrek aan persoonlijkheid van deze nieuwe fenomenen.

Ga maar na: Kings of Leon wil het nieuwe U2 worden en begint daar ook in te slagen. Dit betekent dat de band haar oorspronkelijk geluid compleet overboord gegooid heeft. Het wordt niet meer verbonden met een tijdsgeest, laat staan een subcultuur. Hetzelfde met elektronische muziek: het evolueert constant. Vroeger was techno dé opkomende niche, terwijl je het nu met Vermassens spreekwoordelijke vergrootglas moet gaan zoeken op… I Love Techno. Breakcore was in 2008 volledig in. Zien we daar nu, op een sporadische Belgische passage van Venetian Snares na, nog iets van terug?

Hippie, punk, new wave, grunge, post-grunge -en Britpopgeneraties zijn fenomenen die in onze tijd geen equivalent kennen. Dat is goed én slecht tegelijk. Goed, omdat het hokjesdenken definitief verdwenen is. Slecht, omdat het ook betekent dat de muzikale output en met name de vernieuwing vandaag ondermaats zijn. In het begin van vorig decennium leek het nog goed te gaan komen, maar uiteindelijk is gebleken dat de grootste vernieuwing er komt van artiesten en groepen die minstens al 20 jaar bezig zijn.

Het is dit vacuüm dat precies zo goed opgevuld wordt door reüniebands. Waar we steeds minder memorabele albums kunnen vinden, valt over de hoeveelheid goede, legendarische, ronduit vette optredens de laatste jaren niet te klagen. Ten minste toch voor mensen die te jong zijn om 20 jaar geleden al naar optredens geweest te zijn. 

Eén en ander komt ook door het succesverhaal van veel ‘oude’ bands die nooit uit elkaar gingen: Pearl Jam, R.E.M., Radiohead, Tool en consorten houden de boel vandaag goed recht en zijn iconen over generaties heen. Vroeger gingen legendarische bands vaak niet langer dan een decennium mee, net genoeg om het symbool van een generatie te worden. Dat dit nu anders is, illustreert het eerder genoemde verhaal: geen hokjes meer, maar ook het feit dat die bands zo groot blijven wegens gebrek aan beter. Gelukkig brengen velen onder hen nog steeds sterke en vernieuwende albums uit.

Toch voldoet dit steeds minder vandaag de dag, en zal de vraag naar reünies blijven groeien zolang er geen grensverleggende albums uitkomen en er iemand opstaat die met alle gangbare trends breekt. Maar goed, de ‘oudjes’ doen het niet slecht en zorgen meestal ook voor de betere live-ervaring.

GLAS HALF VOL

Daarom ben ik blij met Pulp. Met Rage Against The Machine en in de toekomst vermoedelijk ook met Primus, at.the.drive-in, Kyuss (inclusief Josh Homme) en nog vele andere schitterende namen die opnieuw gaan optreden.

De geest van toen terughalen gaat niet, maar dat maakt voor jonge mensen als mezelf niks uit, want die geest maakten we toch nooit echt mee. Muziekliefhebbers, zelfs de ouderen onder ons, zullen blij zijn met reünies, los van op welke basis ze plaats vinden. In de huidige muzikale woestenij vormen ze niks meer en niks minder dan oases.

Tenslotte kan het glas ook gezien worden als halfvol: de dag dat reünies ophouden hebben we vermoedelijk te maken met een nieuw muzikaal tijdperk en voeren jonge wolven opnieuw de toon. Vooralsnog blijven we in een periode waarin muzikanten en artiesten in volle midlifecrisis boven hun jongere erfgenamen uittorenen. 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!