Nieuws, Wereld, Journalistiek, De Wereld Morgen, Tmd, De vierde onmacht. Journalisten, politici en critici over media en journalistiek -

Van wie zijn de media? De media zijn van ons

Media moeten in handen zijn van journalisten en gedragen door de samenleving. Dat is wat Dirk Barrez en Han Soete (1) argumenteren in hun bijdrage voor het pas verschenen boek 'De vierde onmacht. Journalisten, politici en critici over media en journalistiek'. Beide auteurs coördineren DeWereldMorgen.be en voegen zo, samen met tal van burgerjournalisten en vrijwilligers, de daad bij het woord.

dinsdag 2 november 2010 09:41

Om de wereld te verbeteren, moet je hem kennen.”

Van de groeiende inkomensongelijkheid en het broeikaseffect tot een falende economie en afwezige politici, het is een lange reis langs de talrijke problemen die de mensheid ontmoet.

Tijdens die onderneming kun je maar beter in het goede gezelschap verkeren van klaar kijkende media. Meer dan ooit moeten we de wereld begrijpen om hem te kunnen verbeteren, om hem socialer, ecologischer en democratischer te maken. Meer dan ooit moeten media ons kompas voor de wereld zijn.

Maar net de jongste decennia zijn de meeste media in de handen beland van grote concerns. En zie, alles wat echt belangrijk is, geraakt ondergesneeuwd in die commercialisering. Vele cruciale maatschappelijke thema’s halen amper of niet de huidige massamedia, zeker niet op een consistente wijze. Aandacht voor oplossingen is nog schaarser.

Deze commercialisering baart steeds meer zorgen. Tien jaar geleden was mediakritiek vooral te horen in de marge van het maatschappelijke debat, onder andere te vinden bij degenen die in het voorjaar 2010 DeWereldMorgen.be hebben opgericht. Intussen is die kritiek meer algemeen verspreid.

Toch blijft de kern van de zaak onbelicht: er is veel te weinig aandacht voor de machtsverhoudingen in de media. En dus ontbreekt de cruciale vraag: van wie zijn de media? Is het wel verstandig om voor degelijke media bijna volledig te vertrouwen op privébedrijven die in de eerste plaats financiële en geen maatschappelijke winst nastreven? We doen dat toch ook niet voor onderwijs of cultuur.

Hoe lang kan men beweren dat de aarde plat is?

Van lokaal tot mondiaal worden we geconfronteerd met zware uitdagingen en grote problemen. We houden daarenboven niet op om onze wereld almaar complexer te maken. Goede kennis en informatie over wat ons overkomt, zijn dus vanzelfsprekend van groot belang. Ze zijn nodig om het publieke debat te voeden, om de maatschappelijke zoektocht naar goede valabele antwoorden te stimuleren, en om de koers te vinden die we best varen.

In de jaren voor de financiële crisis lieten de belangrijkste Amerikaanse media 3600 keer een specialist aan het woord over de woningmarkt. Eén specialist, David Lereah, was goed voor bijna de helft van de citaten. Lereah was toen hoofdeconoom van de National Association of Realtors, zeg maar de lobbyclub van makelaars, een betrokken partij dus. De lieveling van alle journalisten is dus een professionele oplichter die precies deed wat hij moest doen als vertegenwoordiger van de makelaars: de prijzen van de huizen kunstmatig de hoogte in praten.

Media, zeker nieuwsmedia, moeten daarin een grote rol spelen. Althans, ze zouden dat moeten doen. Want jammer genoeg kunnen we voor goede informatie niet op de massamedia vertrouwen. We worden overspoeld door een zee van informatie en nog meer door een oceaan van losse gegevens die talloze media elke seconde uitspuwen. Veelal verdient deze gegevensstroom amper of niet het predikaat ‘informatie’.

Als het over de essentie gaat, laten de massamedia ons in de steek of zetten ons op het verkeerde spoor. Ze gaan in hoge mate voorbij aan wat de wereld echt beroert, en dus aan wat ons leven echt bepaalt.

De praktijk maakt dit snel duidelijk.
Nadat ze zowat als laatste het belang van klimaatverandering hebben ontdekt, presenteren de meeste media – en vele tot vandaag – dit vraagstuk als een debat tussen voor- en tegenstanders. Maar deze voorstelling van zaken is totaal achterhaald. Media ontlopen hier hun eerste plicht, namelijk de waarheid te eerbiedigen. Ze laten vandaag toch ook niemand meer aan het woord die beweert dat de aarde plat is?

Of toch? In de jaren voor de financiële crisis lieten de belangrijkste Amerikaanse media 3600 keer een specialist aan het woord over de woningmarkt. Eén specialist, David Lereah, was goed voor bijna de helft van de citaten. Lereah was toen hoofdeconoom van de National Association of Realtors, zeg maar de lobbyclub van makelaars, een betrokken partij dus. De lieveling van alle journalisten is dus een professionele oplichter die precies deed wat hij moest doen als vertegenwoordiger van de makelaars: de prijzen van de huizen kunstmatig de hoogte in praten.

Bij de financiële crisis zijn het witte raven onder de media die erin slagen die fundamentele vragen te stellen: waarom krijgen grootbanken een blanco cheque om voortdurend de economie te destabiliseren en zich te verrijken op kap van de economie en de samenleving? Als privé grootbanken te belangrijk zijn om failliet te laten gaan – zodat ze zichzelf onttrekken aan de werking van de vrije markt – moet de wereld van het geld dan geen publieke zaak zijn in de handen van overheidsbanken? Van Geert Noels of Marc Devos, alomtegenwoordig in de media, zullen die vragen niet komen.

Al even verblind slagen de massamedia er niet in om belangstelling op te brengen voor de sluipende overval op de inkomens van werkende mensen overal ter wereld. Waarom is het geen voorpaginanieuws, geen opener van het journaal, dat hun aandeel in de welvaart in de meeste landen daalt?

Dat de besluitvorming over dit alles allerminst op de meest democratische wijze verloopt, blijft ook al volledig buiten beeld.

Evenzo de noodzaak om de komende decennia een democratische sociaalecologische economie uit de grond te stampen.

Wat is er nodig?
Over het belang van informatie en mediademocratie

Duidelijkheid verschaffen over zienswijze en uitgangspunten is essentieel. Waarom dus zijn informatie en mediademocratie zo belangrijk?

De democratisering van informatie is cruciaal om elke burger en vereniging van burgers, en alle sociale bewegingen, in staat te stellen actief en met kennis van zaken deel te nemen aan de samenleving en de democratie.

Daarom is het dat overheden en mediabewegingen erover moeten waken dat de samenleving beschikt over onafhankelijke en betrouwbare media. Zij stimuleren tevens degelijke, in de samenleving verankerde media, en dragen zo bij tot meer mediademocratie.

Zo kunnen media ook de functie vervullen van een controlerende vierde macht, van een tegenmacht die onrecht in democratische samenlevingen op het spoor komt en aanklaagt.

Wat te denken van de hoofdredactrice en drie journalisten van Le Vif/L’Express die, na tot twintig jaar trouwe dienst, van dag op dag worden ontslagen en, zonder zelfs maar tijd te krijgen om hun rijke archief van jaren te mogen meenemen, onder begeleiding van veiligheidspersoneel ‘hun blad‘ moeten verlaten. U weet dat niet? Dat kan, vele collegabladen – althans hun hoofdredacteuren – verkiezen daarover niet te berichten.

Voorwaarde voor dit alles is dat media ook zelf democratisch functioneren, dat journalisten over hun volle sociaaleconomische én journalistiekdemocratische rechten beschikken. Zij moeten met andere woorden zowel goed kunnen leven van hun job als hun journalistieke werk op voldoende autonome en dus onafhankelijke wijze kunnen verrichten.

Heel speciaal hebben sociale bewegingen die succesrijk willen zijn en blijven in het forceren van maatschappelijke verbeteringen nood aan autonome bewegingsmedia. Deze herkennen zich in de doelstellingen van de bewegingen, informeren op een onafhankelijke en kritische wijze, en voeden het publieke debat binnen en buiten deze bewegingen.

En wat hebben we?
De legbatterijen van de mediaconcerns

De analyse dat cruciale maatschappelijke thema’s de huidige media niet halen, wordt breed gedeeld. Het onbehagen over het functioneren van onze massamedia is groot. Het was opvallend hoe bij de voorstelling in 2009 van het project DeWereldMorgen.be telkens de overtuiging kwam bovendrijven dat media er maar zeer slecht in slagen om te berichten over wat echt belangrijk is in een democratische samenleving, bijna elke keer opnieuw. Dat was zowel zo bij sociale en maatschappelijke bewegingen, culturele organisaties en NGO’s als bij mensen uit de academische, de journalistieke, de communicatie-, reclame- en bedrijfswereld.

De financiële en economische crisis maakte ook de al langer woekerende mediacrisis veel zichtbaarder. Wat sommigen al meer dan tien jaar zien aankomen, kan niet langer worden ontkend. In vele landen misbruiken tal van winstgevende concerns de economische crisis om hun ‘te dure’ journalisten op straat te gooien, om de prijzen voor fotografen te halveren, om hun freelancers uit te persen en hun redacteurs als in legbatterijen – soms op industriële terreinen ondergebracht – tot maximale knip- en plakproductiviteit en winstgevendheid te drijven.

Op vele redacties blijkt nu overduidelijk dat journalisten in een versneld tempo de zeggingschap over ‘hun’ job en over ‘hun’ media zijn kwijtgespeeld. Wat te denken van de hoofdredactrice en drie journalisten van Le Vif/L’Express die, na tot twintig jaar trouwe dienst, van dag op dag worden ontslagen en, zonder zelfs maar tijd te krijgen om hun rijke archief van jaren te mogen meenemen, onder begeleiding van veiligheidspersoneel ‘hun blad‘ moeten verlaten. U weet dat niet? Dat kan, vele collegabladen – althans hun hoofdredacteuren – verkiezen daarover niet te berichten.

De opmars van de commercie

‘Meer dan ooit is voor de massamedia ook nieuws koopwaar geworden. De grote verliezer daarbij is de journalistieke selectie van wat nieuws is en de journalistieke aanpak van de duiding. Die duiding kwijnt zelfs weg en erger nog, de zoektocht naar de waarheid wordt opgeofferd aan snelheid en commercie.’ Die woorden uit ‘Ik wil niet sterven aan de 20ste eeuw’ (2) zijn elf jaar oud en massamedia onderstrepen steeds sterker dat dit echt geen slogan is.

Later volgde de toevoeging: media dansen al lang op het snijvlak van cultuur en economie, en het is niet makkelijk een evenwicht te vinden tussen die twee. Vanzelfsprekend moeten ook media zwarte resultaatcijfers schrijven, maar het is overduidelijk dat het economische overweegt en domineert. ‘Verkoopt het?’, ‘Is het sexy?’, dat zijn de vragen die worden gesteld, dat is het taaltje dat wordt gebruikt.

De dominantie van het economische denken drijft de journalistiek in de richting van heel wat betwistbare keuzes. Meestal zijn er weinig of geen harde bewijzen of stevige argumenten voor, maar de perceptie leeft dat media zich aan die keuzes moeten houden.

Laten we enkele van die keuzes overlopen. Emoties en snelle, ‘lekkere’ verhalen staan op de eerste rij, hoe triviaal of zelfs onwaar ze ook zijn, zoals de ‘naaktfoto van een kind’ op de computer van kardinaal Danneels. Het resultaat van een bezoek aan de VRT cultuursite Cobra.be. Net zo krijgen sterke beelden, spektakel en allerlei gecreëerde events dikwijls onterecht voorrang. Zo bijvoorbeeld de oeverloze aandacht voor een quiz waarvan de finale zelfs het journaal opent. Er is ook volop prioriteit voor de eigen mensen of voor wat vlakbij is. Het moet ook simpel zijn; een twaalfjarige mag geen nieuwe woorden meer ontdekken; en extreem kort, met nog minder seconden voor een vrouw dan voor een man. Zogenaamd moeilijke onderwerpen en maatschappelijke processen – alles wat echt belangrijk is in het leven – komen er liever niet in en men tracht al zeker niet om ze begrijpelijk te maken, denk aan de mechanismen achter de ongelijke inkomensverdeling en de talloze nefaste gevolgen daarvan. Zwart-witdenken verdient de voorkeur: het is aantrekkelijker te kunnen opdelen in voor en tegen. Die verenging leidt er daarenboven toe dat de journalist verzuimt de waarheid op te sporen. Men verkiest politici tegen elkaar op te laten boksen over al dan niet dalende criminaliteit of belastingdruk in plaats van uit te zoeken wie er echt gelijk heeft.

Opvallend is het fenomeen van de ‘waan van de dag’ waar alle media zich in verliezen en waar al de rest voor moet wijken. Ze krijgen namen als Ronald Janssen en Kim De Gelder. Heel merkwaardig toch hoe media veel meer naar elkaar kijken dan naar de samenleving en de wereld waarin we allemaal leven.

Het zijn ook herkauwers, vooruitkijken is er niet echt bij. En altijd zijn ze te laat: ze zijn de laatste om globalisering te ontdekken, de laatste om de opwarming van de aarde te ontdekken, de laatste om de noodzaak van een sociaalecologische economie te ontdekken. Over de opwarming van de aarde kan je horen: dat is saai, zo verdomd saai. In het minst slechte geval zijn massamedia probleemgedreven, ze zijn zelden of nooit oplossinggedreven.

Schuivende machtsverhoudingen

Media waren vroeger in grote mate in handen van organisaties uit het middenveld, van vakbonden, bewegingen, werkgevers, enzovoort. Zij waren op die manier actief in de maatschappelijke ideeënstrijd en dus in de levende democratie. Het Volk – nu opgegaan in Het Nieuwsblad van de mediagroep Corelio – was bijvoorbeeld van de christelijke arbeidersbeweging, Vooruit en Volksgazet – voorlopers van De Morgen – van de socialistische beweging, De Tijd van de werkgevers. Die twee laatste maken nu deel uit van de Persgroep.

Voor alle duidelijkheid, dit is niet ons ideaalbeeld of de situatie die wij terugwillen. Maar het is meer dan nuttig te weten hoe de eigendomsstructuur van media is geëvolueerd.

Illustratief is dat veel ‘hoofdredacteurs’ in de directies zitten, en niet meer ‘de eerste journalist’ zijn, ze zijn als het ware van kamp gewisseld en verdedigen niet langer hun redacties en hun medium. Als ze dan beweren dat ze met minder journalisten een betere krant kunnen maken, is elke waarheid onvindbaar: of moeten we misschien aannemen dat ze tot dan zo onbekwaam waren dat ze met méér journalisten een sléchtere krant maakten?

De jongste decennia zijn de media massaal ontsnapt aan het middenveld en in de handen gevallen van almaar grotere commerciële mediabedrijven. Voor hen telt in de eerste plaats de winstgevendheid, niet de maatschappelijke of journalistieke kwaliteit. Die trend houdt aan. De Persgroep heeft een pak Nederlandse kranten overgenomen en Corelio heeft via Woestijnvis een stevige voet in huis bij Humo.

Illustratief is dat veel ‘hoofdredacteurs’ in de directies zitten, en niet meer ‘de eerste journalist’ zijn, ze zijn als het ware van kamp gewisseld en verdedigen niet langer hun redacties en hun medium. Als ze dan beweren dat ze met minder journalisten een betere krant kunnen maken, is elke waarheid onvindbaar: of moeten we misschien aannemen dat ze tot dan zo onbekwaam waren dat ze met méér journalisten een sléchtere krant maakten?

Tekenend en triest is hoe journalistieke kennis en ervaring allerminst op prijs worden gesteld en hoe journalisten steeds minder te zeggen hebben op hun redacties.

Al even revelerend is dat echte hoofdredacteurs, zelfs van de meest gezaghebbende kranten, riskeren aan de kant te worden geschoven. Of dat bij een conflict de hoofdredacteur wordt ontslagen en zeker niet de verkoopsmanager. Kijk ook eens hoeveel onafhankelijke media in het web van al te grote mediaconcerns en al te machtige media-eigenaars belanden.

Elk jaar blanco check van 350 miljoen euro voor commerciële media

Er is nog iets heel opvallend. Het commerciële mediamodel dat de jongste decennia groeide, zou steunen op de vrije markt en het privé-initiatief. De waarheid is dat het zakelijke model van de commerciële media volledig zou kapseizen zonder gulle overheidssteun. In België bedraagt die maar liefst 350 miljoen euro per jaar. Om uw krant via de post in de brievenbus te krijgen, legt de overheid er een som geld bovenop die groter is dan wat u zelf betaalt voor uw krant.

Zo krijgen we te maken met een tegenstrijdigheid. Er is hypercommercialisering van vele media. En toch zijn kranten niet mogelijk zonder die enorme subsidies. Uitgevers argumenteren dus onterecht dat zij in de vrije markt actief zijn.

Er is een tweede tegenstrijdigheid. De honderden miljoenen euro manna die overheden uitstrooien over commerciële mediabedrijven, houden vooral een aftandse technologie overeind. Want dat zijn gedrukte kranten hoe dan ook in deze digitale tijden. Al dat manna houdt media dus in grote mate gevangen in het verleden.

Overheden zijn er niet om met belastinggeld concerns te verrijken die lak hebben aan hun journalisten en aan gedegen journalistiek, maar moeten erover waken dat de samenleving beschikt over onafhankelijke en betrouwbare media.

En we stoten op een derde tegenstrijdigheid. Zoveel geld uitdelen, impliceert dat de overheid een zware verantwoordelijkheid voor zichzelf ziet. En toch. Al die steun wordt volledig onvoorwaardelijk gegeven. Dat is onverdedigbaar.

Begrijp dit niet verkeerd. Overheden zijn er niet om met belastinggeld concerns te verrijken die lak hebben aan hun journalisten en aan gedegen journalistiek, maar moeten erover waken dat de samenleving beschikt over onafhankelijke en betrouwbare media. Daar moet de samenleving in investeren. En het zal minder kosten dan die 350 miljoen euro, een bedrag dat overigens volstaat om alle journalisten van dit land een eerlijk loon te betalen.

Trek geen overhaaste conclusies

Vele journalisten beseffen wel degelijk dat het anders en beter moet, velen proberen dat ook met alle macht, alleen botsen ze op journalistieke en mediabazen die hen hun werk niet laten doen, en hen nu zelfs als grof vuil op straat zetten.

Wat journalisten in het algemeen wel aan te rekenen valt, en wat ze vooral zichzelf moeten verwijten, is dat ze – veel meer nog dan de meeste andere beroepsgroepen – slachtoffer zijn van hun individualisme. Dat is voor hun journalistiek werk meestal een goede eigenschap. Maar als werknemers van mediabedrijven waarin de macht steeds verder van hen wegglijdt, ondergraaft het gebrek aan collectief optreden zowel hun job als het algemene belang van een onafhankelijke, degelijke journalistiek.

Wat de jobs betreft: het is ironisch dat berichtgeving over maatschappelijke conflicten en de analyse van de machtsverhoudingen daarachter vandaag nauwelijks aandacht krijg in de media. Zou het kunnen dat vele journalisten niet hebben beseft hoe hun greep op hun media erodeerde? Dat ze niet zagen aankomen hoe hun eigen positie in geval van conflict wel heel zwak werd? Feit is dat in vele andere bedrijven werknemers niet zo met hun voeten laten spelen. Het gebrek aan solidariteit en vakbondskracht dreigt nu zuur op te breken.

Er is iets rot in de staat van de media. Niets beter om dat te illustreren is een politiek commentator die, wanneer zowat de voltallige redactie het oneens is met de directie, van oordeel is dat al die journalisten maar moeten opstappen.

Akkoord, er was in volle mediacrisis het mediaplatform tussen journalistenbond en vakbonden dat enkele spraakmakende acties organiseerde, een debat in de KVS, een 24-urenstaking bij De Morgen, het feest voor de ontslagen De Morgen-journalisten, de gezamenlijke actie press4more van cultuurjournalisten uit diverse media. Allemaal vrij uniek… maar we zijn inmiddels alweer anderhalf jaar verder, zonder echt zicht op een verbeterde machtpositie van journalisten, ook niet bij Humo na een wekenlange staking.

En wat met het ondergraven van het algemeen belang? Media zouden de vierde macht moeten zijn die waakt over de democratie. Maar hoe kan dat wanneer de werknemersrechten en de economische democratie in mediabedrijven veel minder worden gerespecteerd dan in een doorsnee Vlaams bedrijf? Het is gewoon ondenkbaar dat bij een sociaal conflict in een bedrijf als Opel of AB Inbev de werkgever het zou aandurven om de vakbondsafgevaardigde te ontslaan.

In mediabedrijven gebeurt dat dus wel. De boodschap en de verhouding zijn er overduidelijk: journalisten of redacties die de machtsverhoudingen bevragen, zetten zichzelf aan de deur.

Er is iets rot in de staat van de media. Niets beter om dat te illustreren is een politiek commentator die, wanneer zowat de voltallige redactie het oneens is met de directie, van oordeel is dat al die journalisten maar moeten opstappen. Het is zijn invulling van democratie en van de vrije markt.

Begin de machtsbalans te herstellen

Zijn er uitwegen? Zeker. Er zijn er zelfs binnen het bestaande kader, al is dat allesbehalve gemakkelijk.

Op welke redactie ze ook werken, journalisten moeten hun deontologische plichten naleven, te beginnen met de waarheid eerbiedigen en de vrijheid van informatie, commentaar en kritiek verdedigen. Redacties dienen hun ‘mediabazen’ daaraan te herinneren. Hoofdredacteuren moeten deze journalistieke regels (doen) respecteren en – samen met sterke vakbondsdelegaties – waken over goede loon- en arbeidsvoorwaarden voor alle medewerkers.

Als dat niet zo is – en dat is het geval voor vele media – kunnen redacties hun huidige hoofdredacteuren niet langer erkennen en moeten ze zelf hun hoofdredacteuren kiezen. Zo geven ze een krachtig signaal en kunnen ze de machtsbalans beginnen herstellen.

Toegegeven, dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Maar mediademocratie moet beginnen op de redactievloer. Media kunnen niet de informatieve bakens uitzetten voor de democratie en die democratie bewaken, indien ze zelf niet democratisch functioneren. Er zijn grenzen aan farce en dubbele standaarden.

Media in handen van journalisten en gedragen door de samenleving

Zelfs al zou het lukken om de machtsbalans ietwat te herstellen in het voordeel van de journalisten, fundamenteel blijft het probleem dat journalisten en samenleving niet de volle zeggingschap hebben over de media. Het zijn niet hún media. Deze zijn en blijven immers volle eigendom van privébedrijven, en dat zorgt voor een structurele machtsongelijkheid die de positie van de journalisten-werknemers voortdurend ondergraaft en aantast.

Welnu, er moet meer mogelijk zijn. Het kan wel degelijk anders. Want er is geen enkele reden waarom media enkel een zaak zouden zijn van grote privé-concerns. Zeker niet wanneer ze daar in een journalistiek doodlopend straatje terechtkomen en hun financieel-economische keurslijf hen belet de grote veranderingen in onze samenlevingen tijdig te zien en te duiden.

Ten aanzien van de vele problemen die op ons afkomen, is er (opnieuw) een dringende nood aan echt onafhankelijke media en aan autonome bewegingsmedia die de noodzaak van verandering aanvoelen. Die media selecteren en jagen het echt belangrijke nieuws na, stellen de cruciale vragen en vormen de motor van het publieke debat over onze belangrijkste uitdagingen en de oplossingen daarvoor. Dergelijke nieuwe media zullen de volgende jaren het medialandschap fors hertekenen en opnieuw democratiseren.

Eén cruciale basisvoorwaarde moet dan wel zijn vervuld: die media moeten in handen zijn van hun journalisten, en geworteld zijn in en gedragen door de samenleving.

Dat is wat enkele journalisten van Indymedia.be en PALA.be al jaren deelden en in 2009 samenbracht: de analyse van wat de wereld overkomt, van de uitdagingen die ons wachten, en van de structurele onmacht van vele massamedia om de samenleving te informeren over wat er echt toe doet en het maatschappelijke debat daarover te voeden en te voeren.

Dit hoeft niet te verwonderen, want zowel Indymedia als PALA koesterden al jarenlang hun volledige autonomie. En ze gebruikten die om op hun terreinen – economie, werk, globalisering, media, internationaal – hun journalistiek werk in alle vrijheid te verrichten, en daarmee steeds meer mensen te bereiken.

Tegelijkertijd beseften ze dat deze successen onvoldoende zijn ten aanzien van de mediacrisis die volop losbarst. Ze moeten hun ambities fors hoger leggen.

Een alternatief trekt zich op gang

Gewapend met die analyse gaan ze vanaf eind april 2009 langs bij vele sociale en maatschappelijke bewegingen, culturele organisaties en NGO’s. Ze toetsen of die analyse wordt gedeeld en beginnen hun overtuigingswerk om het initiatief van DeWereldMorgen.be te steunen. Omdat de geschiedenis haar rechten heeft, toch even vertellen dat die naam pas bekend raakt bij de lancering op 26 februari 2010 in De Vooruit in Gent. Tot dan is de projectnaam OnsNieuws.be.

Voor de initiatiefnemers is DeWereldMorgen.be een alternatief, niet hét alternatief, laat staan het enige. Natuurlijk moeten er meer autonome media groeien en bloeien, pluriformiteit in de media is een noodzaak. Daarom ook geeft DeWereldMorgen.be zelf expliciet aan dat er waardevolle inhoud elders te vinden is, door bronnen te citeren, en door samen te werken met heel wat inhoudelijke partners zoals tijdschriften, websites of nieuwsagentschappen.

Maar het opzetten van DeWereldMorgen.be als een nieuw algemeen nieuwsmedium is in elk geval uitzonderlijk. Daarom is het dat deze case, hoe jong ook, kort verdient van dichterbij te worden bekeken.

Deze nieuwssite heeft de ambitie uit te groeien tot een onafhankelijk en autonoom massamedium voor een sociale, ecologische en democratische samenleving en economie.
Dit medium is volledig in handen van zijn journalisten, een commerciële mediagroep heeft er niets te zeggen.
Het is gedragen door de samenleving. Die zorgt voor heel veel journalistieke inbreng. Ze verzekert mee het materiële bestaan door steun vanwege tientallen organisaties en nu al honderden individuele steungevers, en ook via overheidssubsidies. Vooral die laatste zijn in vergelijking met de 350 miljoen euro die de commerciële media jaarlijks krijgen heel beperkt.

Een heel gemengde financiering is doorslaggevend

Om uit te groeien tot een massamedium dat werkelijk onafhankelijk en autonoom kan blijven, zal DeWereldMorgen.be zijn inkomsten moeten doen stijgen, en die vooral putten uit heel verschillende bronnen: de lezers, de partnerorganisaties, overheden, maatschappelijk verantwoorde advertenties, webwinkel, evenementen, consulting en andere.

Doorslaggevend is dat de inkomsten stijgen, en vooral dat het om een heel gemengde financiering gaat. De autonomie van een medium – en dus de onafhankelijkheid van de redactie die dat medium in handen heeft – is immers maximaal wanneer de inkomstenbronnen talrijker en meer gespreid zijn dan bij klassieke media die enkel inkomsten halen uit abonnees en advertenties. Neem bijvoorbeeld de tientallen steunende organisaties, nu al veertig in totaal. Zij zitten niet in de raad van bestuur en zijn elk afzonderlijk ten hoogste goed voor enkele procenten van het budget. Dat verzekert de redactie van heel veel autonomie. Geen van hen is immers in een positie – als ze dat al zouden willen – om de redactie te ontmantelen. Dat is een immens verschil met een concern waarvan de topman beslist dat er twintig journalisten buiten moeten, of de hoofdredacteur op straat vliegt, en de redacties maar moeten slikken.

Mediademocratie: een gedeelde verantwoordelijkheid

Voor alles wat echt belangrijk is, werk, cultuur, milieu, vrede, gezin, hebben mensen zich verenigd in bewegingen om hun rechten te veroveren. In onze informatiesamenleving is er nood aan sterke mediabewegingen die niet aanvaarden dat mediaconcerns enkel financiële winst als norm hanteren en informatief ondermaats presteren. Lezers die meewerken en steun geven aan onafhankelijke media-initiatieven als DeWereldMorgen.be en andere versterken zulke mediabeweging.

Zo veranderen mediagebruikers opnieuw de machtsverhoudingen in het medialandschap en dwingen ze de massamedia om degelijke journalistiek te bedrijven.

Allemaal samen hoesten wij met ons belastinggeld massale en onvoorwaardelijke steun op voor commerciële mediabedrijven die het publieke debat elke dag verder verarmen in plaats van verrijken.

Meer nog, autonome media en een sterke mediabeweging vormen een permanente aansporing voor alle journalisten en voor de samenleving om de media opnieuw in hun handen te nemen. Het is deze mediabeweging die greep moet krijgen op de 350 miljoen overheidssteun die de commerciële media elk jaar cadeau krijgen.

Onophoudelijk blijven de geldbronnen naar de commerciële uitgevers stromen. Tot voor kort was er nooit enig debat over de noodzaak van de continuering ervan, of over de omvang, zelfs niet over de voorwaarden.

Iedereen moet weten dat het doel van deze geldstroom, voldoende mediapluriformiteit en kwalitatieve journalistiek, niet wordt bereikt. Allemaal samen hoesten wij met ons belastinggeld massale en onvoorwaardelijke steun op voor commerciële mediabedrijven die het publieke debat elke dag verder verarmen in plaats van verrijken.

Laat er vooral geen twijfel over bestaan. Wij zijn voor een publieke substantiële ondersteuning van democratische media.

Van een mediabeleid dat ten gronde een antwoord zoekt op de vraag “Welk mediabeleid hebben democratische samenlevingen in deze complexe tijd nodig?” is geen sprake. Laat er vooral geen twijfel over bestaan. Wij zijn voor een publieke substantiële ondersteuning van democratische media. Want degelijke media maken is onmogelijk zonder enige vorm van publieke steun.

Dan moet het debat echter ten gronde gaan over wie die honderden miljoenen euro overheidssteun echt verdient. Met andere woorden, welke voorwaarden verbindt de samenleving aan die steun? Goede arbeids- en loonvoorwaarden en strikte garanties voor de journalistieke onafhankelijkheid zijn echt wel het minimum.

En wat is dan de beste wijze om die steun te verlenen? Diverse wegen liggen alvast open.

Er is vooreerst het model dat we in de cultuursector hanteren, met het inschakelen van in principe onafhankelijke en deskundige beoordelingscommissies. Waak er wel over dat er duidelijke criteria zijn en transparante beslissingsprocedures. Vermijd ook zeker een inflatie van verschillende commissies, bijzondere fondsen en speciale prijzen. Want dat zijn even zovele extra sluizen voor journalistieke producties die de onafhankelijke en adequate werking van redacties afremmen. Het zijn redacties en journalisten die moeten beslissen over wat nieuws is en wat duiding behoeft zonder daarin afhankelijk te zijn van externe jury”s.

Dit roept meteen de tweede mogelijkheid op om de steun niet toe te kennen aan de mediabedrijven – zoals nu gebeurt – maar wel rechtstreeks aan de redacties.

Het zal wellicht wenkbrauwen doen fronsen, maar de steun zou zelfs rechtstreeks kunnen worden uitgekeerd aan erkende en actieve journalisten. Die derde mogelijkheid heeft als bijkomend voordeel dat het veel meer technologieneutraal is en er dus geen aftandse technologie nodeloos overeind wordt gehouden.

Een vierde formule is om alle burgers de mogelijkheid te bieden elk jaar een deel van hun belastingen – bijvoorbeeld 200 euro – toe te kennen aan het medium of de media van hun keuze.

Vanzelfsprekend is ook een combinatie van deze modellen mogelijk.

Laat het debat nu echt beginnen, laten we het ernstig voeren, en laten we dan vooral snel tot conclusies komen en daar ook gevolg aan geven. Want voor ons zijn media, net als onderwijs, cultuur of gezondheidszorg, te belangrijk om over te laten aan commerciële bedrijven. Voor ons moeten media in handen zijn van hun journalisten en gedragen zijn door de samenleving. De media zijn van ons.

Dirk Barrez & Han Soete

(1) Beide auteurs wensen hun dank te uiten aan Christophe Callewaert
(2) Dirk Barrez, Ik wil niet sterven aan de XX ste eeuw. Over leven in de 21ste eeuw, Globe, Gent, 1999, p. 218

Bibliografie

Barrez, Dirk, ‘De jacht op kennis en informatieruis’, in: Barrez Dirk, Ik wil niet sterven aan de XXste eeuw. Over leven in de 21ste eeuw, Globe, Gent, 1999, pp. 213–219.

Barrez, Dirk, ‘Media: vierde macht of tweede macht’, in: Barrez Dirk, De antwoorden van het antiglobalisme. Van Seattle tot Porto Alegre, Globe/Mets en Schilt, Gent, 2001, pp. 237–243.

Barrez, Dirk, ‘Een democratische samenleving koestert betrouwbare media’, De Standaard en PALA.be, 24/02/2004.

Barrez, Dirk, ‘Het belang van informatie en van onafhankelijke media – mediademocratie’, in: Dirk Barrez, Van eiland tot wereld. Appèl voor een menselijke samenleving, EPO, Berchem, 2008, pp. 220–229.

Barrez, Dirk, ‘Media brengen slecht nieuws’, PALA.be, 17/02/2009. 

Soete, Han, Custers, Raf en De Bondt, Bruno, Media-activisme, EPO, Berchem, 2004.

Indymedia, Burgermedia. Opmars, ervaringen, bedenkingen, GetBasic/Indymedia Media Reader, 2008.

Indymedia, Crisis in de media, GetBasic/Indymedia Media Reader, 2009.

Bio Dirk Barrez

Dirk Barrez (° Aalst, 1956) studeerde politieke en sociale wetenschappen aan de KULeuven en Etudes des pays en voie de développement aan de UCL in Louvain-la-Neuve. Hij was hoofdredacteur van het maandblad De Wereld Morgen (11.11.11) en is sinds 1989 VRT-tv-journalist. Hij maakte ruim 50 lange tv-reportages en documentaires, schreef talloze artikels en opinies, en is auteur van 13 boeken, o.a. Het land van de 1000 schandalen (1997), Ik wil niet sterven aan de XXste eeuw (1999, tevens eerste e-boek in Vlaanderen met een eigen website), De antwoorden van het antiglobalisme (2001) en Van eiland tot wereld. Appèl voor een menselijke samenleving (2008). Hoofdredacteur van PALA.be, website en nieuwsbrief over onze globaliserende wereld. Bedenker en initiatiefnemer van de samenwerking MO*-Knack. Journalist en coördinator van de nieuwssite DeWereldMorgen.be die hij in 2009-2010 mee oprichtte.

dirk@dewereldmorgen.be
www.dewereldmorgen.be
www.pala.be

Bio Han Soete

Han Soete (Gent, 1968) is internetjournalist, industrieel vormgever en fotograaf. In 1993 studeerde hij af als licentiaat industriële vorming aan het Henri Van De Velde-instituut in Antwerpen. Van 1996 tot 2001 was hij lector website-ontwikkeling en grafische vormgeving aan de Katholieke Hogeschool Mechelen.
Han Soete was (2000 tot 2010) medeoprichter en coördinator van de nieuwssite Indymedia. Tegenwoordig is hij coördinator van GetBasic.be en medeoprichter, fotograaf, journalist en coördinator van de nieuwssite DeWereldMorgen.be.

han@dewereldmorgen.be
www.dewereldmorgen.be

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!