Nieuws, Economie, Samenleving, België, Stampmedia, KHLim, C-mine, Games, DAE, Entertaiment, GriN, Howest, Ketnet Kick, Larian Studios, Tax shelter, Timothy Vanherberghen, Triangle factory, Ubisoft, Wim Wouters -

Waar blijft de Vlaamse Super Mario?

Er valt tegenwoordig handenvol geld te verdienen met games. De kleine Vlaamse game-industrie betekent echter weinig tot niets op wereldvlak. Zij heeft te kampen met een reeks obstakels die haar bloei belemmeren. Welke zijn die problemen en hoe zijn ze op te lossen?

vrijdag 29 oktober 2010 16:25

Games zijn niet langer een nicheproduct, volgens het cliché enkel bedoeld voor eenzame tienerjongens en hopeloze nerds. Games zijn een volwaardig onderdeel van de mainstream entertainmentindustrie geworden met een omzet van vele miljarden euro’s en een gigantisch publiek.

Ook in België doen games het goed. Volgens cijfers van de ‘Belgian Entertainment Association’ brachten games 228 miljoen euro op in 2009. Dat is meer dan de muziekindustrie en maar net minder dan de filmindustrie.

Het leeuwendeel van de opbrengst uit de Belgische markt stroomt momenteel naar buitenlandse bedrijven. Slechts een minieme fractie gaat naar de kleine Vlaamse gamesector.

Grof geld

De Vlaamse gamesector betekent internationaal weinig en loopt achter op onze buurlanden. Ter vergelijking: het Franse Ubisoft is het vierde grootste gamebedrijf ter wereld. Het Britse Rockstar Games is de primaire ontwikkelaar achter de populaire Grand Theft Auto-franchise, Nederland kan zich roemen op de Killzone-serie, enzovoort.

Vlaanderen zou nochtans gebaat zijn met een sterke game-industrie. Het is een bedrijfstak die grof geld in het laatje kan brengen en die bovendien nog veel groeipotentieel heeft.

De troeven van de Vlaamse economie liggen in dienstverlening, een hoog kennisniveau en technologische innovatie. Investeren in games speelt daar goed op in. Momenteel trekken ook veel getalenteerde game-artiesten en ICT-mensen weg naar het buitenland.

Turbulente regeringsvorming

Daarom vragen de Vlaamse game-ontwikkelaars om een ‘tax shelter’ voor games. Dat is een fiscale maatregel waardoor investeerders een belastingvrijstelling krijgen op het bedrag dat door hen werd besteed.

Het kan lonen bijvoorbeeld fiscaal aftrekbaar maken. In Canada heeft een tax shelter de gamesector in Vancouver en Montreal op korte tijd explosief doen groeien. Een Belgische variant zou een stevige opkikker betekenen voor Vlaamse ontwikkelaars.

Er was een voorstel van resolutie in het Vlaams parlement in 2008. Het drong aan bij de federale regering om de bestaande ‘tax shelter’ voor audiovisueel werk uit te breiden naar games.

De suggestie kreeg gehoor bij de federale regering en het dossier lag op de debattafel. Er waren ook budgetten voor research naar games ingeschreven in de begroting. Helaas stak de economische crisis een stok in de spaken.

Het debat is nog niet afgerond, maar een turbulente regeringsvorming en de begrotingstekorten hebben de prioriteiten voorlopig elders gelegd.

Digitale distributie

Zelfs met tax shelter blijven de nodige budgetten hoog, en dat geldt zeker voor grote producties. De meeste ontwikkelaars moeten daarom aankloppen bij een uitgever. Die schiet hen geld voor de productie van de game voor en verzorgt meestal ook de marketing.

Het nadeel is dat de uitgever vaak met het grote geld gaat lopen. De ontwikkelaars moeten het zelf meestal stellen met royalty’s na aftrek van het voorschot van de uitgever.

Bovendien eist de uitgever vaak ook de rechten op sequels en spin-offs van de game op. Dat leidt tot een afhankelijke en zwakke positie voor de ontwikkelaar.

Het alternatief is games onder eigen beheer uitgeven. Dat gebeurt meestal via digitale distributie: een online winkel als Steam, Xbox Live, de App Store van de iPhone en de iPod Touch, enzovoort. Een eigen website is ook mogelijk.

Websites bieden hun games soms gratis aan en leven van advertenties. Een ontwikkelaar kan op die manier een uitgever grotendeels tot volledig wegcijferen en meer geld in eigen zak steken. De moeilijkheid is om opgemerkt te worden tussen alle anderen.

Mond-tot-mond reclame wordt dan zeer belangrijk, bijvoorbeeld via sociale netwerken. Facebook is trouwens ook een dankbaar gameplatform. Iedereen kan er gratis zijn game publiceren en het is ideaal voor viral marketing.

Bijklussen

Een andere manier om meer onafhankelijkheid te verwerven, is één of meerdere kleinere projecten te doen. Kleinere studio’s werken hiervoor ook vaak samen. De opbrengst kan een ontwikkelaar helpen grote producties te financieren en de tijd ertussen te overbruggen.

Een voorbeeld hiervan is Larian Studios en Ketnet Kick (2004), een online 3D-game voor kinderen in coproductie met de VRT. Zulke projecten moeten ook niet altijd games zijn. Het Antwerpse GriN maakte voor het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten een 3D-reconstructie van de Rubenszaal en de educatieve game PING voor het Koning Boudewijnfonds.

Overlevingskansen

De Vlaamse game-sector zou ook een duwtje in de rug krijgen mocht de Vlaamse overheid een handje helpen in de vorm van een (pre)productiefonds. Dat fonds zou tussenkomen voor een deel van de (pre)productiekosten.

De overlevingskansen van zowel nieuwe als bestaande ontwikkelaars zouden zo aanzienlijk verbeteren. Het is mogelijk om onder bepaalde voorwaarden steun te ontvangen van het Vlaams Audiovisueel Fonds.

Volgens Wim Wouters van GriN moet de game dan wel gebaseerd zijn op een reeds bestaande film, boek of ander werk. Originele ideeën zouden dus in de kou blijven.

Management

Vlaanderen heeft verder nood aan een periferie van kleine gamebedrijfjes waar beginnende talenten ervaring kunnen opdoen. Subsidies en steun alleen zijn echter niet genoeg. Voor een extra boost kan men terecht bij incubatoren, organisaties die jonge gamedesigners samenbrengen en begeleiden.

Een game-incubator zou onder andere een goedkope vestiging bieden voor starters, een plaats om ervaring op te doen en begeleiding geven om tot een succesvol gameproject te komen.

Een eerste incubator is al actief aan de Hogeschool West-Vlaanderen (Howest) in Kortrijk. Een tweede bevindt zich op C-Mine in Genk, hoewel die een bredere focus heeft en niet enkel met games bezig is. Beide bieden aansluiting met respectievelijk de opleidingen DAE van de Howest en de Media & Design Academie van de Katholieke Hogeschool Limburg.

De incubatoren kunnen beginnende bedrijfjes ook begeleiden met de meer zakelijke kant van ondernemen. Veel jonge starters zijn wel talentvolle game-ontwikkelaars, maar geen zakenmensen.

Grotere studio’s kunnen projectmanagers in dienst nemen om dingen als contracten, onderhandelingen en planning te regelen. De kleintjes moeten het echter zelf leren, wat wegens gebrek aan ervaring problematisch kan zijn. De incubatoren kunnen hen begeleiden en helpen tot een strak businessplan te komen.

Het onderwijs kan hiervoor ook al een aanzet geven met een keuzevak management binnen de gespecialiseerde opleidingen.

Beginnen

Het belangrijkste om als jong beginnend gamebedrijf in Vlaanderen in het achterhoofd te houden, is vooral realistisch blijven.

“Je moet niet te hoog mikken. Klein beginnen kan positief zijn”, meent Timothy Vanherberghen, mede-oprichter van startend gamebedrijf Triangle Factory.

Grote producties zijn weggelegd voor grote ontwikkelaars. Het is als starter beter om onderaan op de ladder te beginnen, gaandeweg ervaring op te doen en zo door te klimmen naar de top. “Je kunt niet verwachten om onmiddelijk iets als Modern Warfare of Mario op de markt te kunnen werpen. Ken je limieten.”

© 2010 – StampMedia – Nils Deputter

===

Opleidingen voor game-ontwikkelaars

De game-industrie is een hoogtechnologische en gespecialiseerde sector. De dagen van in je eentje als amateur een game in elkaar boksen vanuit je slaapkamer zijn voorbij. De sector heeft nood aan specialisten en dus aan doelgericht onderwijs.

Er zijn voldoende multimedia-opleidingen in Vlaanderen, maar voorlopig slechts één bachelor specifiek voor games: Digital Arts and Entertainment (DAE) aan de Howest in Kortrijk.

“Het niveau van de opleiding is vrij hoog”, meent Timothy Vanherberghen, afgestudeerd in DAE in 2009. Een mooi bewijs daarvan zijn de deelnames van DAE-studenten aan de Microsoft Imagine Cup, een internationale competitie voor ICT-talenten.

Zij raakten in de drie jaar dat de categorie Game Development ondertussen georganiseerd wordt telkens in de finale.

Professioneel materiaal

Andere opleidingen bieden ook de mogelijkheid om iets met games te doen. Een voorbeeld is Communicatie & MultimediaDesign, een opleiding binnen de Media & Design Academie van de Katholieke Hogeschool Limburg.

Die is wel breder van opzet. De module Play omvat bijvoorbeeld alle mogelijke manieren waarop mensen kunnen spelen. Dat kunnen videogames zijn, maar ook meer tastbare en fysieke dingen als speelkaarten, bordspellen, laser tagging, interactief studiemateriaal, enzovoort.

Sinds dit cursusjaar biedt Syntra Limburg een opleiding Gamedesigner en game-ontwikkelaar in de campus van Hasselt. Een opleiding die aanslaat, want er zijn al meer dan 130 inschrijvingen.

De cursisten krijgen de beschikking over werkruimtes met professioneel materiaal, met als kers op de taart een Motion Capture-studio. Hiermee kan elke lichaamsbeweging van een acteur in een pak met sensoren geregistreerd worden door een computer.

Dat kan gebruikt worden om digitale personages realistisch te doen bewegen. Syntra investeerde 1,3 miljoen euro in de nieuwe cursus, met financiële steun van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) en het Hermesfonds van de Vlaamse overheid.

Specialiseren

Dat wil niet zeggen dat er geen verbetering mogelijk is. De Belgische taalwetgeving maakt doceren in het Engels moeilijk. Veel specialisten uit de gamesector kunnen ook niet doceren wegens diplomavereisten en loonbarema’s.

Onderfinanciering en trage procedures belemmeren de groei van nieuwe opleidingen. Met een versoepeling en stroomlijning van de wetgeving zouden we al een heel eind opschieten.

Verder is er nood aan een Master in Game-Development om studenten nog verder te laten specialiseren. Er bestaat wel een Advanced Master in e-Media | Game Development aan Group T in Leuven. Die is echter duur en vereist een masterdiploma.

Studenten met een bachelor-diploma moeten daarom een schakeljaar doen. Aangezien er geen gamespecifieke master bestaat, is dit vaak veeleer een stap terugzetten om vooruit te kunnen komen.

© 2010 – StampMedia – Nils Deputter

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!