Effecten van een voorgestelde regionale inkomstenbelasting op de regionale ontvangsten
Essay, Nieuws, Economie, Samenleving, België, Tmd -

Effecten van een voorgestelde regionale inkomstenbelasting op de regionale ontvangsten

Wat houden de voorstellen van Bart De Wever inzake de herziening van de financieringswet in? Een studie van André Decoster & Kris De Swerdt van het Centrum voor Economische Studiën - K.U.Leuven wil meer klaarheid scheppen. We presenteren u graag deze heel informatieve studie. Ze werd aangevuld met antwoorden op een aantal veelgestelde vragen en opmerkingen. (wij plaatsten deze vooraan)

vrijdag 29 oktober 2010 16:44
Spread the love

Een eerste versie van deze studie heeft veel reacties losgeweekt. We voegen daarom hier nog enkele beschouwingen toe die specifiek op die reacties ingaan.

  1. Waarom sommeren de ‘winst- en verliescijfers’ van de drie regio’s niet tot nul?

Omdat wij niet berekenen hoeveel elke regio wint of verliest in vergelijking met de huidige Financieringswet. Wij berekenen enkel de geraamde opbrengsten voor de drie regio’s van een gesplitste personenbelasting, als we enkel de tarieven splitsen. Dat komt erop neer dat we de eerste lijn in Tabel 8 van de nota De Wever herberekenen (waar die geraamde opbrengsten weergegeven worden). In diezelfde tabel volgen daarna andere elementen, zoals een nieuw solidariteitselement, of een verrekening voor Brussel. Die zitten niet in onze berekeningen (wat trouwens ook het verschil uitmaakt met de sp.a-berekeningen; zie 3.)

  1. Gebruiken wij een ander model van fiscale autonomie?

N-VA argumenteert dat zij voor de Financieringswet vertrekken van het belastbaar inkomen, terwijl wij vertrekken van de belastingopbrengst zelf. In deze uitspraak is “vertrekken van” niet specifiek genoeg. Het is juist dat de solidariteitsterm in de nota De Wever gebaseerd is op het verschil in het belastbaar inkomen tussen de regio’s. Dat in tegenstelling met de nu bestaande solidariteitsterm die gebaseerd is op het verschil in belastingopbrengsten. Alleen heeft dit niets te maken met wat wij berekend hebben. De solidariteitsterm komt bovenop de eigen regionale opbrengsten van de personenbelasting. Het zijn deze laatste die wij geraamd hebben. Dat doen we door de feitelijke gemiddelde regionale belastingvoet te gebruiken, die in Vlaanderen hoger is dan in Wallonië en Brussel. In de nota De Wever wordt echter één en dezelfde belastingvoet gebruikt voor all regio’s. Dat is onrealistisch. Tenzij Wallonië zijn belastingen verhoogt, en Vlaanderen ze verlaagt. Kortom, onze paper handelt niet over voor- en nadelen van meer fiscale autonomie, en hanteert dus ook geen ander “model”.

Bovendien zou een echte inschatting van de effecten van de invoering van deze vorm van fiscale autonomie moeten gebaseerd zijn op een model waarin het gedrag van overheden gemodelleerd wordt in reactie op dergelijke verandering van economische omgeving. Op theoretisch vlak is de nood aan dergelijk model duidelijk. Alleen is het verre van evident om zo een model ook werkelijkheidsgehalte te geven. Onze berekeningen bevatten in elk geval geen dergelijke reacties van overheden, laat staan de gevolgen daarvan op de regionale belastbare basis. We denken dat als die gevolgen wel mee opgenomen worden, dat vooral is op basis van veronderstellingen. Dat mag en kan zelfs leerrijk zijn, maar dan moeten die veronderstellingen goed geëxpliciteerd worden.

  1. Waarom bekomen wij een ander resultaat dan de sp.a-studiedienst?

Om twee redenen. Ten eerste, zoals aangehaald in punt 1 hierboven, omdat we ons beperken tot het berekenen van de eigen regionale opbrengsten van de personenbelasting. De sp.a daarentegen heeft het hele voorstel uit de nota De Wever doorgerekend, dus inclusief de solidariteitsterm, en bijkomende elementen zoals de verrekening voor Brussel. Ten tweede omdat we ons op andere onderliggende gegevens baseren. 

  1. Welke data hebben we gebruikt om de berekeningen uit te voeren? En zijn ze daarvoor geschikt?

We hebben een microsimulatiemodel gebruikt (in dit geval EUROMOD). Dat rekent de te betalen belastingen uit voor elk gezin in een representatieve steekproef van de bevolking. Het model laat toe de belastingparameters te veranderen (bvb. te splitsen) en dan te zien hoe de te betalen belastingen veranderen. Aangezien de berekeningen gebeuren voor alle gezinnen in de bevolking, worden dergelijke modellen vooral gebruikt om de verdelingseffecten van een verandering in de belastingen uit te rekenen. Bijvoorbeeld: neemt de ongelijkheid toe of af? Als we de effecten voor alle gezinnen in een regio optellen bekomen we het budgettair resultaat voor een regio.

De onderliggende dataset van het model is

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!