Ico Maly van Kif Kif pleit voor een politieke benadering van 'samenleven'
Essay, Nieuws, Samenleving, Racisme, België, Islam, Ico Maly, Kif Kif, Diversiteit, Intercultureel samenleven, Tmd, Vrije meningsuiting, Multiculturaliteit, Inburgering, Wij-en-zij-cultuur, Cultureel conflict, Waarden en normen, Rechten, Universele mensenrechten, Islamofoob -

Harmonieus samenleven in ongelijkheid?

Van links tot rechts wordt 'samenleven' gezien als een belangrijk goed, een nastrevenswaardig doel waar niemand iets op tegen kan hebben. Het lijkt in die zin een apolitiek concept te zijn. Ico Maly van Kif Kif analyseert hoe en in welke context samenleven gehanteerd wordt. Hij eindigt met een pleidooi voor een gepolitiseerd concept van samenleven.

donderdag 28 oktober 2010 17:50

Naar een gepolitiseerd concept van samenleven

Samenleven roept positieve connotaties op. Samenleven en dan vooral, goed samenleven, daar kan niemand iets op tegen hebben. Het concept heeft dan ook de schijn van neutraliteit mee. Van links tot rechts wordt samenleven gezien als een belangrijk goed, een nastrevenswaardig doel waar niemand iets op tegen kan hebben. Het lijkt in die zin een apolitiek concept te zijn. Nochtans duikt samenleven om de haverklap op in het politieke discours van de meest uiteenlopende partijen. In dit artikel analyseren we hoe en in welke context samenleven gehanteerd wordt. Ik eindig met een pleidooi voor een gepolitiseerd concept van samenleven.

Inburgeren en de harmonieuze samenleving

De roep om beter samen te leven weerklinkt luid vandaag de dag. Het samenleven is iets waar we blijkbaar niet goed meer in zijn, iets dat georganiseerd, gestimuleerd of geflankeerd moet worden. Samenleven gaat blijkbaar niet vanzelf. Als het concept voorkomt in het politieke discours of beleid, dan merken we dat het veelal gaat over bepaalde nefaste vormen van samenleven. Het gaat dan over samenlevingsproblemen.

Zo verkondigde de Duitse bondskanselier Angela Merkel (CDU) onlangs nog voor de hele wereld: “Maar het credo Multikulti (multicultureel) is helemaal mislukt. We leven nu naast elkaar en we zijn er blij om”, aldus Merkel. “Deze benadering is mislukt, helemaal mislukt.” (1)  Ze voegde er nog aan toe: “Duitsland mankeert geschoolde werkkrachten en kan daarom niet zonder gastarbeiders. Maar die moeten zich integreren en zich de Duitse cultuur en waarden eigen maken”. (2)

Opvallend is dat samenleven heel vaak aangehaald wordt als het over allochtonen, moslims in het bijzonder gaat. Dit idee, dat er een soort crisis is in het samenleven en dat dit veroorzaakt wordt door ‘de cultuur van De Ander’, is lang het monopolie geweest van extreemrechts. Die tijd ligt al lang achter ons. Vandaag is het ‘inburgeren’ van ‘de Ander’ als voorwaarde tot het harmonieus samenleven wijdverspreid. Het is een vaststaand onderdeel van het beleid en de politieke retoriek geworden.

Zo stelde Marino Keulen, toenmalig Vlaams minister van Inburgering: “Deze nieuwe cursus Maatschappelijke Oriëntatie geeft de inburgeraar inzicht in allerlei praktische zaken en leert hem of haar de waarden en normen die in Vlaanderen nodig zijn om het samenleven in diversiteit mogelijk te maken”. (3)

Uit dit citaat leren we behoorlijk wat. Ten eerste, is samenleven volgens de voormalige minister pas mogelijk als de nieuwkomers kennis hebben van ‘de waarden en normen die in Vlaanderen nodig zijn’. Dit impliceert dat er zoiets bestaat als ‘Vlaamse waarden en normen’ en er dus geen tegengestelde waardenpatronen zijn in onze samenleving.

Een socialist heeft bijgevolg dezelfde waarden als een liberaal, een katholiek dezelfde als een atheïst, een werkgever dezelfde als een werknemer. Die hebben echter verschillende waarden en normen dan de nieuwkomers, de allochtonen, kortom iedereen die hier niet geboren is, of wiens ouders hier niet geboren zijn.

De tweede veronderstelling in dit stuk, is de aanname dat net omdat alle Vlamingen dezelfde waarden en normen delen, zij goed zouden kunnen samenleven. De nieuwkomers (zo gaat men er vanuit) delen die waarden niet, vandaar de crisis in het samenleven.

Ten derde leert dit citaat ons dat volgens de minister de inburgeringscursussen ervoor zullen zorgen dat dat samenleven mogelijk wordt. Samenleven is dus een kwestie van waarden en normen aanleren. En iedereen moet die waarden en normen niet alleen kennen en onderschrijven, maar ook in de praktijk brengen.

Bovendien wordt duidelijk dat samenleven volgens de toenmalige minister van Inburgering de verantwoordelijkheid is van het individu: “We hebben eerst de focus gelegd op een beleid dat de individuele bagage geeft aan een nieuwkomer om aan te sluiten bij onze samenleving. Het integratiebeleid moet nu het samenleven in diversiteit in wijken en dorpen, in verenigingen en op werkvloeren, zo harmonieus mogelijk laten verlopen.” (4)

Ook hier leren we opnieuw enkele zaken. Ten eerste past dit citaat in het algemene beleid van gelijke kansen: wij investeren in u (we leren je waarden en normen, Nederlands en hoe je moet solliciteren), het vervolg is aan u. Als de nieuwkomer eenmaal het inburgeringstraject doorlopen heeft, is het aan hem om zijn toekomst zelf te maken. Haalt hij het niet, dan is het zijn schuld. Wij hebben gedaan wat we konden, is dan de boodschap. De structuur van onze samenleving blijft buiten schot, daar is blijkbaar niets verkeerds aan.

Daarnaast leren we dat het doel van dit beleid het uitbouwen van een ‘harmonieuze samenleving’ beoogt. Dat is blijkbaar een maatschappij zonder conflicten, waar mensen hand in hand harmonieus samenleven als individuen “(…) in diversiteit in wijken en dorpen, in verenigingen en op werkvloeren (…)”.

Harmonieus samenleven en het ‘culturele conflict’

Het beeld dat hier opdoemt van die harmonieuze maatschappij is een waanbeeld. Immers, elke maatschappij is een bonte verzameling van mensen en groepen die allen verschillende waarden en normen aanhangen, maar nog belangrijker: die allen tegenstrijdige belangen hebben. De democratie is trouwens het systeem bij uitstek om die belangen een plaats te geven. Die realiteit wordt volledig uitgewist. Het harmonieus samenleven wordt in de officiële inburgeringsretoriek in gevaar gebracht door de culturele verschillen. Er is blijkbaar maar één mogelijk conflict en dat is het cultureel conflict. Zonder dat, zouden we in die harmonieuze samenleving leven.

Het is dus ‘De Ander’ die schijnbaar dat harmonieus samenleven ondermijnt. Het beleid ter zake is het inburgeringsbeleid. Deze retoriek impliceert het idee van België of Vlaanderen als een homogene natie met een set aan waarden en normen die door iedereen gedeeld wordt.

De Liberales-collega’s van Marino Keulen spreken dan over een set ‘basisregels’ die iedereen moet onderschrijven. Hoewel niemand precies kan zeggen wat die basisregels dan zijn, duiken ze om de haverklap op. Dat is iets vreemds, wij hebben immers geen basisregels. Wij hebben de grondwet en andere wetten en daar moet iedereen zich aan houden.

Het idee dat iedereen zich aan bepaalde basisregels of waarden moet houden, is een nieuw gegeven. Een gegeven dat talloze problemen oplevert als je de sociologische realiteit als vertrekpunt neemt in plaats van het geïdealiseerd beeld over onszelf. Als we dat doen, dan zien we dat al die hooggestemde waarden geen realiteit zijn voor alle autochtonen, toch worden zij niet ingeburgerd. Er wordt gewoon van uitgegaan dat zij die waarden delen.

In dergelijke samenlevingsretoriek wordt de sociologische realiteit doodleuk ontkend. Enkel de allochtonen, concreet bedoelen ze ‘de moslims’, delen deze basisregels of waarden a priori niet en net hierdoor is ons samenleven blijkbaar niet meer harmonieus.

Het beleid focust dan ook in grote mate op deze a priori vastgestelde culturele conflicten. Het laat dus alle andere conflicten en tegenstrijdige belangen uit beeld. Er wordt met geen woord gerept over racisme als een bom onder het samenleven. Net zoals ongelijkheid, de economische realiteit en zo vele andere bronnen van conflict schijnbaar bijkomstigheden zijn.

Deze conflicten en tegenstrijdige belangen worden allen toegedekt met de mantel der liefde. In die zin is dergelijke retoriek en beleid in se apolitiek, want het samenleven wordt een verantwoordelijkheid van elk individu en enkel van de individuen. De politiek heeft blijkbaar geen rol meer te vervullen in dat samenleven, tenzij de juiste waarden en normen aanleren. Sommigen moeten dus net iets meer verantwoordelijkheid opnemen dan anderen. De moslims moeten worden zoals wij, dan komt het wel goed met dat harmonieus samenleven.

Dit is zeer duidelijk een politiek-ideologisch verhaal, immers een diepere blik op onze samenleving leert ons dat die samenleving vol conflicten en tegenstrijdige belangen zit. En dan hebben we het nog niet over de zeer uiteenlopende waarden en normenpatronen die ook bij autochtonen realiteit zijn. Dergelijke retoriek ontslaat de politiek van haar kerntaken, namelijk om zelf te bouwen aan een context die samenleven mogelijk maakt.

‘De Ander’ als bom onder het samenleven

Vandaag is dit culturaliserend verhaal over de harmonieuze samenleving wijdverspreid. Het lijkt een simpele feitelijke beschrijving van de realiteit. Samenleven staat dus onder druk, door de moslims, door de vreemdelingen. En daar moet iets aan gedaan worden. Vanuit linkse hoek werd dan het samenleven gepromoot, de sociale cohesie moest dringend gestimuleerd worden en dat op een positieve manier.

Dan gaat het over wijkfeesten, BBQ’s of zelfs televisieprogramma’s. Herinner bijvoorbeeld het programma ‘SAM’ op Eén, dat geheel gewijd was aan samenleven, het verbinden van mensen. De televisie als een instrument om het samenleven te organiseren, veel structurele resultaten hoeven we daar niet van te verwachten.

Tot voor kort hekelde de rechterzijde van het politieke spectrum dan het ‘geitenwollensokken’-gehalte van het beleid rond samenleven. Harde actie is hun oplossing. Allochtonen moeten assimileren, onze waarden en normen aanvaarden, zoniet dan kunnen ze maar beter ophoepelen.

Dat is nu ook, zij het wat milder geformuleerd en zonder het uitdrijven-gedeelte, de stem van Luckas Vander Taelen (senator voor Groen!). Toch niet meteen een extreemrechts politicus. Hij heeft er net een boekje  over geschreven (5). Volgens hem wordt het samenleven bemoeilijkt doordat zij ‘andere waarden en normen’ hebben en dat wij onze superieure waarden en normen niet genoeg opgedrongen hebben.

Het probleem van het samenleven is een cultureel fenomeen, aldus Vander Taelen: “Het is de verdienste van links geweest om meer aandacht te vragen voor discriminatie en sociale achterstand. Het probleem ligt jammer genoeg dieper: we zijn bang geweest om onze waarden op te dringen aan allochtonen. Die waarden zijn mij echter te dierbaar om ze verloren te laten gaan.” (6)

Vander Taelen suggereert hier twee zaken. Ten eerste dat links inderdaad meer aandacht gevraagd heeft voor sociale achterstand en discriminatiebestrijding. Maar ook dat die benadering gefaald heeft, want “het probleem ligt jammer genoeg dieper” (7).  Vander Taelen betreurt dit en vraagt zich af: “Waarom durven wij niet opkomen voor wat eigenlijk essentieel is: respect voor de wetten en de waarden van het land waarin wij leven?” (8)

De oplossing ligt dus niet in de eerste pijler (gelijkheid, antidiscriminatie, onderwijs en werkgelegenheidsbeleid), maar in het “opdringen van onze waarden aan allochtonen” en net dat heeft links nagelaten te doen, aldus Vander Taelen.

Blijkbaar gaat Vander Taelen er vanuit dat die ‘traditioneel linkse analyses en voorstellen’ eigenlijk gerealiseerd zijn, hoe kan je anders stellen dat ze niet afdoend zijn en dat het echte probleem het culturele probleem is. De echte oplossing is dus ‘respect voor de wetten’ afdwingen en de waarden van het land laten respecteren. Dat is blijkbaar het tovermiddel, dan komt alles in orde.

Nu, over het eerste gegeven is iedereen het eens, ook die verdomde linkse intellectuelen. Niemand betwist dat de wetten voor iedereen gelden en dat de wet moet worden afgedwongen.

Het tweede deel van zijn oplossing is echter problematisch, onze waarden opdringen. Dit uitgangspunt lijkt zeer sterk op dat van de liberalen die dan spreken over een set ‘basisregels’ van onze samenleving die niet geaccepteerd worden door de ‘moslims’. En ook de SP.A drukt op de noodzaak om gedeelde waarden en normen te hebben en ziet in het inburgeringsbeleid de belangrijkste hefboom om dit te realiseren. Dat klinkt misschien goed, maar het gaat wel voorbij aan het ‘karakter’ van die waarden.

Rechten, waarden en de samenleving

Waarden en normen staan centraal in het debat over het samenleven, en dan vooral de schijnbaar tegengestelde waarden en normen van ‘de Ander’: de moslim. Opvallend daarbij is het steeds weerkerend setje van onze waarden, ook al mogen die niet zo genoemd worden. (9) “Onze universele waarden” dus, die ‘de Ander’ niet deelt, zijn een selectie uit de mensenrechten. We horen dan allerlei verwijzingen naar de gelijkheid tussen man en vrouw, de scheiding van kerk en staat, vrije meningsuiting en democratie … Allemaal heel mooi en nobel, maar waar blijven die andere rechten? En waarom worden die nu opeens waarden genoemd in plaats van rechten?

Het eerste wat dus opvalt, is de selectiviteit in rechten. De hoeksteen van elke democratie, namelijk dat iedereen gelijk is en onontvreemdbare rechten geniet (artikel 2 van onze grondwet) (ongeacht afkomst, politieke overtuiging, religie, … ), is blijkbaar vergeten of toch minder belangrijk. Meer nog stemmen als die van Geert Wilders in Nederland en het Vlaams Belang bij ons willen die het liefst afgeschaft zien.

Ook het recht om niet gefolterd te worden, duikt zelden op (omdat de VS dan onze waarden niet meer zouden delen?).  Artikel 9 lijkt in België zelfs vloeken in de kerk geworden. Dit recht houdt namelijk in dat eenieder recht heeft op: “(…) vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst; dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen, zowel in het openbaar als privé zijn godsdienst te belijden of overtuiging tot uitdrukking te brengen in erediensten, in onderricht, in praktische toepassing ervan en in het onderhouden van geboden en voorschriften.” (10)

Het recht op een vrije meningsuiting wordt wel om de haverklap geciteerd. Gemakshalve wordt echter steevast slechts het eerste deel van dat artikel geciteerd. Het tweede deel van artikel 11 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) stelt immers dat er grenzen zijn (zoals oproepen tot haat) aan dit recht. Dat behoort blijkbaar niet tot onze ‘universele waarden’.  Verschuiven we onze blik nu van het EVRM naar de universele verklaring van de mensenrechten, dan wordt de selectiviteit van ‘onze waarden’ nog groter. 

Artikel 22 bijvoorbeeld van die universele verklaring stelt dat elk lid van een gemeenschap recht heeft op maatschappelijke zekerheid. Gezien de cijfers over armoede in onze samenleving, is dat recht absoluut geen realiteit. Over artikel 23 wordt zo mogelijk nog minder gesproken, namelijk dat iedereen recht heeft op werk, rechtmatige en gunstige arbeidsvoorwaarden en op werkloosheidsvergoedingen.

Het tweede dat in het oog springt, is de invulling van die mensenrechten. Het geval met de vrijheid van meningsuiting is al langer gekend. Ook daar merken we een zeer eenzijdige invulling: islambashen en zelfs onversneden racisme vallen blijkbaar onder de vrije meningsuiting, radicale islamitische websites moeten echter zo snel als mogelijk offline gehaald worden. Benno Barnard mag een lezing geven onder de titel: “Weg met Allah, leve god”, maar als Sharia4Belgium dan ‘Leve Allah’ (Allah Akbar) roept, is dat een aanslag op de vrije meningsuiting.

We zijn met zijn allen terecht verontwaardigd als er een vrouw gestenigd wordt in Saoedi-Arabië. We zijn echter veel minder verontwaardigd over de folteringen van het Amerikaanse leger. Laat staan dat we het christendom als een barbaarse godsdienst gaan beschouwen. Gelijkheid is dan wel een van ‘onze waarden’, in de samenleving is daar tot op vandaag weinig van te merken. Democratie moet volgens het Westen de regel worden, maar als de Palestijnen in Gaza dan de ‘foute partij’ Hamas verkiezen, boycotten we hen.

We hebben dan wel de mond vol van principiële waarden, in werkelijkheid bewijzen we ze in het beste geval lippendienst, in het slechtste geval ondermijnen we ze. Waarden worden herleid tot opinies. Kortom niemand betwist dat de mensenrechten een belangrijk goed zijn, maar dat is enkel het geval als we die rechten effectief laten gelden.

Vandaag leren nieuwkomers in de inburgeringscursussen al deze hoekstenen van onze samenleving, de dag dat ze zich echter in onze samenleving bewegen en werk zoeken, of een huis dan komen ze al snel tot een andere conclusie.

Culturalisering van waarden en problemen: een vicieuze cirkel

Als je Vander Taelen en velen met hem mag geloven, zit het in hun cultuur. Dat klinkt op het eerste zicht misschien als een aannemelijke analyse. Als we er echter een minuut bij stilstaan, dan wordt het duidelijk dat dit wel heel kort door de bocht is. Immers dat zou dus willen betekenen dat hun ouders hen zo opvoeden. Als je dat discours mag geloven, dan voeden allochtone ouders hun kinderen op tot straatjochies die met plezier spuwen in het gezicht van ongelovigen of handtassen stelen.

De andere optie is dat die cultuur een soort monolithisch en statisch blok is dat biologisch gereproduceerd wordt. Die mistoestanden zijn dan zogezegd ‘normaal’ in ‘hun cultuur’. Dat is enkel maar te boekstaven als onzin. Vanuit de sociale wetenschappen en de antropologie weten we ondertussen al lang dat cultuur een dynamisch gegeven is dat steeds in verandering is.

‘Allochtonen’ groeien hier op, ze gaan hier naar school en ze gaan hier werken. Concreet houdt dat natuurlijk in dat ze hier gesocialiseerd worden, ze hebben dus culturele elementen mee uit de opvoeding, maar ook uit onze scholen, onze samenleving, onze media, … enz. Hun cultuur is dus niet Marokkaans, Turks of Congolees, maar is een hybride mengeling van culturele elementen die ze van huis uit meekrijgen en van zaken uit onze samenleving maar ook bijvoorbeeld uit de hiphopcultuur in de VS. 

Kortom als we het over ‘hun’ cultuur hebben, dan moeten we minstens evenveel kijken naar ‘onze samenleving’ als naar ‘hun opvoeding’. Die jongeren zijn het product van onze samenleving, zolang we dit banale feit niet erkennen, zullen we de bal blijven misslaan. Met alle gevolgen van dien, maar daar kom ik later op terug.

De eerste suggestie, namelijk dat hun ouders hun kinderen opvoeden als zogenaamde ‘kut-Marokkaantjes’ is zo mogelijk nog wereldvreemder. Het hoeft u toch niet te verbazen dat alle ouders het beste willen voor hun kinderen. Ook allochtone ouders willen niet dat hun kinderen opeens hangjongeren worden, auto’s molesteren, drugs verhandelen, … 

Dat zijn zeer evidente zaken, maar helaas moeten ze blijkbaar nog altijd expliciet gemaakt worden. In het huidige discours wordt niet alleen de universeel menselijke aspecten ontkent, ook zou onze samenleving daar voor niets tussenzitten. Het ontbreken van die algemene maatschappelijke context in de analyse van allerhande samenlevingsproblemen zorgt niet alleen voor het opdrijven van die samenlevingsproblemen, het zorgt ook voor een ‘selffulfilling prophecy’.

In wezen vertellen die aanhangers van de botsende culturen ook hoe ‘de Ander’ zich moet gedragen, welke waarden ze moeten aanhangen. Iedere keer dat een autochtone intellectueel vertelt dat ‘de essentie’ van de islam botst met ‘onze waarden’, versterkt hij ook bij moslims het beeld dat die islam zus en zo is, maar ook dat wij hen niet moeten. De kans dat dit discours bij hen ook geïnternaliseerd geraakt, is niet ondenkbaar, dat leert de geschiedenis ons. En dat is de evolutie die we nu al jaren met lede ogen zien gebeuren.

Als Etienne Vermeersch tegen een gesluierde moslima zegt dat als ze de hoofddoek draagt, ze ook homofoob moet zijn, predikt hij hetzelfde discours als de door hem en zijn companen zo verguisde islamfundamentalisten. Immers Vermeersch ontkent elke interpretatieruimte binnen de islam. En keer op keer wordt die boodschap versterkt. Keer op keer wordt het wij-en-zij-denken er terug ingelepeld als een feitelijke beschrijving van de realiteit. Hoe langer we dit volhouden, hoe groter de kans dat het ook effectief realiteit wordt. Het is dus van cruciaal belang om te vertrekken vanuit de complexe realiteit in onze analysemodellen. En die realiteit is de geglobaliseerde samenleving waar we in leven.

De ongemakkelijke realiteit van het samenleven

Die realiteit is dus dat we vandaag leven in een geglobaliseerde wereld. Dat houdt in dat vooral onze economie op een wereldwijde schaal opereert en vooral geleid wordt door het dogma van de winstmaximalisatie. Dat vertaalt zich in een bikkelharde concurrentie tussen verschillende bedrijven en uiteindelijk ook tussen de werknemers van die bedrijven. Die concurrentiestrijd wordt bovendien steeds heviger en lageloonlanden trekken hier aan het kortste eind.

Maar ook in het rijke Westen zien we de gevolgen daarvan: de laatste decennia vertrekt het ene bedrijf na het andere naar andere landen. De bedrijven die hier blijven, overleven van de ene herstructurering naar de andere. Die realiteit is er niet beter op geworden sinds het uitbreken van de financiële en later de economische crisis.

Steeds meer ontslagen, steeds meer werkloosheid en armoede zijn er het gevolg van. Bovendien zien we dat iedereen getroffen wordt door die crisis, maar sommigen nog meer dan anderen. Vooral de allochtonen zijn hier het slachtoffer van: het zogenaamde LiFo-principe (Last in, First out). Kijken we naar de cijfers van het laatste jaar dan zien we dat de werkloosheid bij autochtonen met een procent gedaald is, hun allochtone collega’s zien zich echter geconfronteerd met een stijging van meer dan 9 procent.

Ongeacht alle hooggestemde retoriek over onze waarden, is de realiteit vandaag dat we leven in een ongelijke samenleving. De kloof tussen de haves en de have nots wordt steeds groter. Een derde van de jongeren in Brussel groeien op in armoede, zo kopte De Standaard op dinsdag 12 oktober 2010. (11)  In sommige wijken loopt dat op tot de helft van de inwoners.  In de arme sikkel van Brussel is 40 procent werkloos.

Hoewel het bruto nationaal product per inwoner in het Brussels gewest dubbel zo hoog is als het Europees gemiddelde, betekent dat helaas niet dat die rijkdom ook eerlijk verdeeld is. Integendeel, de kloof tussen rijk en arm wordt steeds groter. Het aantal mensen dat leeft van een vervangingsinkomen stijgt jaarlijks.  Dat zal bovendien niet snel veranderen, want ook over het onderwijs  horen we vrij schokerende berichten. De regel vandaag is, hoe jonger, hoe slechter geschoold. Dat zadelt ons dus op met een groot probleem voor de toekomst.

Deze dramatische realiteit mag dan wel uitgesprokener zijn in onze hoofdstad, ook in de rest van Vlaanderen moeten we niet te hoog van de toren blazen. 55 procent van de mensen met Marokkaanse roots en 59 procent van de Turkse Belgen leven onder de armoedegrens. Zes op de acht uitzendkantoren discrimineren, aldus de VRT-reportage van VOLT.

De realiteit op de huisvestingsmarkt is al niet beter, volgens een andere reportage van dit programma zouden 9 op de 10 vastgoedkantoren discrimineren.

Als allochtonen dan toch aan werk geraken, worden ze niet zelden geconfronteerd met het dominante discours. Dit gaat dan over hoofddoeken tot en met terrorisme. Ze moeten zich constant verantwoorden, verdedigen en duiden: “hoe is dat bij jullie?”-vragen zijn schering en inslag. Ze moeten zich verantwoorden voor ‘hun achterlijke religie’. En als ze geluk hebben, krijgen ze te horen: “maar voor mij zijt gij geen allochtoon hoor, gij zijt een Belg”.

Dat is dus de realiteit waar veel allochtonen in leven. Hoeft het gezegd dat dit niet meteen een rooskleurige realiteit is. Wij mogen dan wel hoog van de toren blazen over ‘onze superieure waarden’, zij zien daar in de realiteit bitter weinig van. Ze leven niet zelden in precaire situaties. Als ze werk zoeken, botsen ze vaak tegen torenhoge muren aan.

Hetzelfde overkomt hen als ze een huis zoeken, als ze ’s avonds uitgaan, maar ook in ons onderwijs. Ze voelen zich niet zelden beschouwd als tweederangsburgers, of zelfs een gevaar voor de samenleving. Hun toekomstdromen worden nog tijdens hun schoolloopbaan vaak de kop in gedrukt. En het echte verhaal begint maar op het moment dat ze werk zoeken. Over deze realiteit horen ze zelden iets in onze media of bij monde van onze politici.

Integendeel, ze horen de verwijten, de beschuldigingen en de labels: “het ligt aan hen”. Onze samenleving is perfect. Hoeft het in deze context te verbazen dat sommigen van die jongeren er de brui aan geven, dat nog anderen een aversie kweken ten aanzien van onze samenleving, dat sommigen ervan uit gaan dat hier geen toekomst meer is, …

Hoe langer hoe meer hoor ik verhalen van allochtone jongeren die hun studiekeuze al afstemmen met het idee dat ze hier ooit zullen buiten gejaagd worden. Andere jongeren die moedeloos worden en het nut  van voortstuderen niet meer inzien: “want ze moeten ons toch niet”. Dat zijn dramatische evoluties, en erger nog ze worden nauwelijks onderkend door onze politici, journalisten en beleidsmakers.

Naar een gepolitiseerd concept van samenleven

Wat bijna alle politieke strekkingen vandaag lijken te delen in hun analyse, is dat er een tekort is aan homogeniteit. Een tekort aan gedeelde waarden, gedeelde basisregels en afspraken. Samenleven in dat discours kan dan maar harmonieus zijn als ook ‘zij’ die waarden kennen en onderschrijven. Niemand lijkt nog stil te staan bij de globale context waarbinnen dat samenleven plaatsvindt.

Nochtans zijn daar redenen te over voor. Dan gaat het over flexicurity, neoliberalisering, de individualisering, de economische crisis, de opkomst van de dienstenmaatschappij, de afbraak van allerhande sociale projecten, de ontmanteling van allerhande sociale beroepen (postbodes, wijkagenten, conducteurs, …) die mee de sociale cohesie in stand hielden, de oorlogen in het Midden-Oosten, de opgang van racisme en islamofobie in het bijzonder, de afbraak van het (allochtone en interculturele) middenveld …
 
Als we deze realiteit als uitgangspunt nemen voor een beleid over samenleven, dan dringt zich een heel ander perspectief op dan het “opdringen van onze waarden”. Meer nog, dan is het “opdringen van onze waarden” een deel van het probleem. We moeten die waarden of misschien beter deze rechten realiseren, in plaats van ze op te dringen. We moeten tonen dat we het menen en dat we principieel achter die waarden staan en ze ook ten uitvoer brengen.

Dat is iets helemaal anders dan doen alsof die waarden ‘bij ons’ gedragen zijn, dat ze realiteit zijn. Dan zitten we in een gemeenschappelijk verhaal, waarbij we trachten om het recht op zekerheid, op werk, … enz. te realiseren. Dat houdt dan in dat een samenlevingsbeleid focust op het daadkrachtig en structureel bestrijden van ongelijkheid, van armoede, van racisme, … 

Het is een beleid dat inzet op de kerndomeinen van het samenleven. Een beleid dat niet alleen hoop en toekomstbeelden vooruitschuift voor iedereen in onze samenleving. Maar ook een beleid die de realiteit van zowel allochtoon als autochtoon als vertreksbasis neemt en die tracht te verbeteren.

Had Vander Taelen deze realiteit en een dergelijk  beleid onderschreven, had hij in plaats van opiniestukken en boeken te schrijven die ‘hen’ opzadelen met de schuld, gekozen om vanuit zijn politieke functie als senator die ongelijke realiteit te veranderen. Hij heeft immers macht (beperkt, maar toch …) om zaken in de samenleving te veranderen, om de voorwaarden te scheppen om harmonieus samen te leven.

Een samenlevingsbeleid, is een politiek beleid. Dat houdt in dat de politiek de verantwoordelijkheid moet nemen om die samenleving te structureren als een rechtvaardige samenleving. Een samenleving waar iedereen gelijke rechten en toekomstperspectieven heeft.

Het gaat er dus om, om een samenleving te creëren die onze ‘universele’ rechten voor iedereen in die samenleving laat gelden. En dat is een politiek beleid dat ver verwijderd is van BBQ-cheques en waarden opdringen. Het gaat om een politieke keuze om met alle mogelijke middelen gelijkheid te realiseren. Hoog tijd dat we hier werk van maken.

Ico Maly

Ico Maly is medewerker bij Kif Kif en is auteur van het boek ‘De Beschavingsmachine, wij en de islam’ (Uitg. EPO, Antwerpen, 2009).

Deze analyse was de basis voor de inleiding voor de Open Forumdag van de Raad Intercultureel Samenleven Kortrijk.

Bronnen

(1) De Morgen: 17 oktober 2010: Merkel: “Multicultureel model in Duitsland is mislukt”
(2) De Standaard: 17 oktober 2010: Merkel vindt Duitse multicultureel model ‘totaal mislukt’
(3) Marino Keulen: Keulen sluit 15000 inburgeringscontracten af
(4) Marino Keulen, 23 januari 2009: Keulen laat etiket “allochtoon” achterwege
(5) Luckas Vander Taelen, 2010: Berichten uit Brussel, leven in de hoofdstad” Houtekiet / Linkeroeveruitgeverijen
(6) Luckas Vander Taelen, 30 september 2009: De getto’s van Brussel. Moeten we bang zijn om onze waarden op te dringen? In De Standaard
(7) Luckas Vander Taelen, 30 september 2009: De getto’s van Brussel. Moeten we bang zijn om onze waarden op te dringen? In De Standaard
(8) Luckas Vander Taelen, 30 september 2009: De getto’s van Brussel. Moeten we bang zijn om onze waarden op te dringen? In De Standaard
(9) Zie hoofdstuk 4 van Maly, I. 2009: De Beschavingsmachine, wij en de islam, EPO
(10) Artikel 9 – Vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst van de EVRM
(11) De Standaard, 12 oktober 2010: Rijke stad, arme inwoners. Ook grote verschillen tussen Brusselse gemeenten

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!