Aleida Guevara en de 500.000 geschrapte publieke jobs
Opinie, Nieuws, Wereld, Politiek, Cuba -

Aleida Guevara en de 500.000 geschrapte publieke jobs

David Dessers reageert op het interview dat DeWereldMorgen.be publiceerde met Aleida Guevara, dochter van Ernesto 'Che' Guevara.

donderdag 7 oktober 2010 14:46

Op 25 september was Aleida Guevara te gast op Manifiesta, het festival van het weekblad Solidair. Aleida is de dochter van de legendarische revolutionair Ernesto ‘Che’ Guevara, ze is actief als kinderarts op Cuba en als ‘dochter van’ ook een PR-vrouw van het Cubaanse regime, die de wereld afreist om overal te spreken op solidariteitsmeetings. DeWereldMorgen.be publiceerde een interview met de Guevara-telg en daarin sprak ze het bericht van de Centrale van Cubaanse Arbeiders (CTC) tegen als zou de Cubaanse overheid 500.000 overheidsjobs schrappen tegen maart 2011. Bovendien etaleert ze een autoritaire kijk op de rol van de pers in een socialistische samenleving, wat haar er toch niet van weerhield om in straffe bewoordingen tekeer te gaan tegen de Westerse “medialeugens”. 

Kritiek leveren aan het adres van de Cubaanse overheid, de dochter van Che of el lider maximo himself, het levert je vaak de ban op van een schare amigos de Cuba, die voor alles wel een antwoord klaar hebben. Vandaar dat ik spontaan de behoefte voel om me een beetje in te dekken: ja, het handelsembargo tegen Cuba is een schandaal en moet opgeheven worden, nee, je hoeft geen politieke voorwaarden te stellen aan je solidariteit met het socialistische eiland en ja, wij kunnen heel veel leren van de experimenten die op Cuba plaatsvinden. Meer nog, de laatste tijd wijst Cuba zelfs een weg om relatieve welvaart te combineren met een hele kleine ecologische voetafdruk. En nog een toemaatje: de biecht van Fidel over de anti-homopolitiek in de jaren 60 en 70 was exemplarisch. Danneels en de paus kunnen een puntje zuigen aan zo’n openlijke zelfkritiek. Dit in de hoop dat ik hiermee niet meteen in het kamp van de contrarevolutie beland.

Mediazwendel

We citeren even Guevara over de 500.000 overheidsjobs die geschrapt zouden worden: “De Westerse media pakken met dergelijke straffe statements uit om de indruk te wekken dat het socialisme niet werkt. Het is niet waar dat de Cubaanse regering een half miljoen mensen zomaar op straat heeft gezet. Het is ergerlijk om te lezen hoe ze de uitspraak van Fidel Castro – tijdens een informele ontmoeting zei hij dat het Cubaanse model niet werkt – zo buiten zijn context halen”, zegt Guevara en noemt dit soort van quotes “medialeugens die soms subtiel en soms grotesk zijn.” Volgens haar heeft Fidel met zijn uitspraak ‘dat het Cubaanse model niet werkt’ nooit willen zeggen wat men hier graag de lezers wil doen geloven. “Laat me eens verduidelijken waarop deze uitspraak sloeg. Ten eerste zei hij dat tijdens een informeel gesprek. Ten tweede bedoelde hij dat het Cubaanse model niet noodzakelijkerwijze ergens anders zou werken. Dat wil zeggen dat ons model een unicum is. Hij zei dat in vergelijking met de situatie in Venezuela en andere Zuid-Amerikaanse landen”.

Ziedaar de grote mediazwendel. Fidel deed een controversiële uitspraak tijdens een “informeel gesprek”, die helemaal verkeerd geinterpreteerd werd. En het feit dat de Cubaanse overheid 500.000 overheidsjobs zal schrappen tegen maart 2011 is “niet waar”. Wat is er nochtans in de praktijk gebeurd?  In een interview dat het Amerikaanse maandblad The Atlantic – een conservatief maandblad rond internationale politiek en cultuur – op 8 september publiceerde met Fidel, werd hem de vraag gesteld of het Cubaanse model nog steeds geexporteerd diende te worden. Hij repliceerde: “Het Cubaanse model werkt zelfs niet meer voor ons.” Na publicatie van de quote stelde Castro dat hij verkeerd geïnterpreteerd werd en dat hij het tegenovergestelde bedoelde. Dat komt dus behoorlijk overeen met de uitleg die Guevara eraan geeft. De journalist in kwestie, gesteund door anderen die tijdens de ontmoeting aanwezig waren, beweren dan weer dat je de uitspraak van Castro moeilijk verkeerd kon interpreteren. Zij beweren dat Castro duidelijk een ballonnetje wilde oplaten, dat echter zoveel opschudding veroorzaakte dat het meteen tegengesproken diende te worden.

Mocht dit echter het enige zijn, dan spraken we allicht gewoon van een media-incidentje, waarbij het woord van Castro – “verkeerd geïnterpreteerd” – tegenover het woord van de journalist van een conservatief maandblad geplaatst wordt. Toch lijkt er meer aan de hand dan dat. Ook broer Raul deed een maand eerder reeds uitspraken die in dezelfde richting gaan. “Belangrijke beslissingen die een structurele en conceptuele verandering inhouden”, zo stelde de Cubaanse president Raul Castro op 1 augustus 2010 de maatregelen voor aan de Nationale Volksvergadering, die de raad van ministers genomen had om het aantal jobs in de publieke sector te verminderen, jobs die als “overtollig” werden omschreven. Hij noemde dat een “actualisering van het economische model”. Op 14 september, enkele dagen na de publicatie van het interview met Fidel in The Atlantic dus, kregen die plannen concrete vormen met de aankondiging van de Centrale van Cubaanse Arbeiders (CTC) dat er vijfhonderd duizend publieke jobs zullen geschrapt worden tegen maart 2011. In haar verklaring rechtvaardigt de Centrale deze beslissing door te wijzen op de “noodzaak om de productie en de kwaliteit van de diensten te verhogen, de enorme sociale uitgaven te verlagen en de ongepermitteerde gratis diensten en buitensporige subsidies te elimineren”.   Minstens tachtig procent van de actieve bevolking op Cuba krijgt een loon uitbetaald door de overheid, oftewel vier miljoen vierhonderd duizend mensen. Raul Castro meent dat 1 op 4 hiervan overtollig zou zijn. De hervorming die nu wordt aangekondigd, schrapt dus ‘slechts’ de helft van de overtollige jobs en velen vrezen dat het dus om een eerste stap zou gaan van wat hoe dan ook de grootste economische hervorming van de Cubaanse economie sinds de jaren ’60 zal worden.

Risico op groeiende ongelijkheid

Het is eigenlijk onbegrijpelijk dat Aleida Guevara deze grote hervorming gewoon afschildert als een soort van medialeugen. Door te beweren dat “het niet waar is”, leren we niets, maar dan ook niets bij over het waarom van deze hervorming en waar het met Cuba naartoe zal gaan. En dat terwijl aan te nemen valt dat de Cubaanse overheid om uiteenlopende redenen vanalles zal ondernemen en stimuleren om te vermijden dat al deze mensen in de werkloosheid terecht komen. Net als over de quote van Fidel, kan je over de quote van Guevara discuteren. In het interview zegt ze dat het “niet waar is dat de Cubaanse regering een half miljoen mensen zomaar op straat heeft gezet”. Nu, om eerlijk te zijn, dat beweert ook niemand. Het is nog niet gebeurd, maar het gaat in de komende maanden wel gebeuren. Alleen zal dit gepaard gaan met het aanmoedigen van allerhande vormen van privaat en coöperatief ondernemerschap om die mensen zelf een inkomen bij elkaar te laten harken. Dat is een vorm van privatisering of liberalisering, Nieuwe Economische Politiek (voor wie dat nog iets zegt) of hoe je het ook wil noemen. 

De CTC stelde het als volgt in haar verklaring van 14 september: “Jobmogelijkheden zullen verhoogd en uitgebreid worden met nieuwe vormen van niet-publieke tewerkstelling, zoals het huren van land, coöperatieve en zelfstandige tewerkstelling, die in de komende jaren honderdduizenden mensen werk zullen bieden.” Hoe je het ook draait of keert, er zal dus meer ruimte gecreëerd worden voor de opstart van private zelfstandige activiteit op het eiland. Het schoolvoorbeeld zijn de kapperszaken, die geprivatiseerd zullen worden. Om meerdere redenen kijken nogal wat gewone en linkse mensen met bekommernis naar deze evolutie. Uiteraard vrezen velen dat de omvang van de ontslagen zo groot is, dat al deze mensen onmogelijk opnieuw aan de slag kunnen gaan, wat tot een nieuwe opdeling in de maatschappij kan leiden. Raul Castro had al lang aangekondigd dat hij de economie van Cuba grondig wilde hervormen, maar de omvang en het bruuske karakter van deze hervorming doen toch vele mensen schrikken. Ook draagt de grotere ruimte voor het private initiatief – zelfs zonder arbeidsuitbuiting – het risico op een groeiende ongelijkheid in zich, dat spreekt voor zich. Of het nu volgens Guevara “waar” is of niet, er worden 500.000 werknemers van de overheid ontslagen en ze worden via allerhande wegen aangemoedigd om in de toekomst hun eigen boontjes te doppen.

“Kritiek mag het volk niet schaden”

Dat een journaliste van DeWereldMorgen.be zich niet kritischer opstelt in een dergelijk interview, is teleurstellend. Een beetje jammer voor een website die zich terecht voorneemt om het kritische buitenbeentje van de media te zijn – en daar overigens vaak ook wonderwel in slaagt. Op het vlak van journalistiek, klinkt de visie van Aleida Guevara over media in een socialistische samenleving toch ook wel wat twintigste eeuws in de oren. Een citaat: “Kijk, men doet zijn uiterste best om Cuba als een dictatuur voor te stellen. Maar dat klopt niet. In Cuba is er ruimte voor kritiek, maar we hechten meer waarde aan constructieve kritiek. Dit soort kritiek is juist goed om te groeien en er beter van te worden”. Volgens haar moet kritiek oplossingsgericht zijn en het volk niet schaden (een begripvolle tussenwerping van de journaliste van DeWereldMorgen.be). “Als je kritiek geeft moet je de situatie goed kennen. Als men zomaar in het wilde weg kritiek geeft, dan verdenken we die mensen ervan een dubbele agenda te hebben. Sommige mensen doen zich voor als journalisten maar ze hebben geen journalistiek diploma en ze werken freelance. Tijdens een schoolbezoek zien ze een kapotte stoel. In plaats van zich af te vragen waarom de stoel kapot is, trekken ze snel de conclusie dat in het socialisme de stoelen kapot zijn en dat niemand ze herstelt. Dit soort artikelen wordt helaas vlotjes aangekocht. Zulke journalisten leveren op die manier diensten aan de grote mogendheden. Een berichtgeving zonder onderzoek is niets waard”. 

Misschien klinkt zo’n redenering wel heel normaal in de oren van mensen die ervan uitgaan dat een socialistische samenleving niet bestand is tegen tegenspraak en persvrijheid. Zij zullen aandragen dat je meteen een vijfde colonne van in journalist verklede contra-revolutionairen binnenlaat als je te ver gaat in het toelaten van kritiek. Maar er schuilt een bedenkelijke en erg autoritaire logica achter datgene wat Guevara beweert over de rol van journalisten. Wie zal immers bepalen wat aanvaardbare of constructieve kritiek is en wat niet? En waarom zou een wervend socialistisch project meteen omvergeknald worden door wat radicale, liberale kritieken? Wie bepaalt wie een dubbele agenda heeft en wie niet? Wie bepaalt wie een echte journalist is en wie niet? Socialisten in de 21ste eeuw moeten net radicaal breken met een dergelijke etatistische visie op de rol van de pers in een niet-kapitalistische samenleving. Er zijn al vele aanzetten gegeven om dat op een andere manier te organiseren. Niet-commerciële persinitiatieven zouden al naargelang hun aantoonbare groep lezers (abo’s of hits) kunnen rekenen op subsidies om hun werking te professionaliseren. Op die manier krijg je een onafhankelijke, niet-staatsgebonden en niet-commerciële pers van onderuit. Het is slechts een ballonnetje. Ook de gemeenschapsmedia van onderuit in Venezuela vormen een interessant experiment. De partijkrant die uiteindelijk het officiele staatsorgaan wordt en alle andere berichtgeving in de prak rijdt, kan onmogelijk nog een model zijn voor het socialisme van de 21ste eeuw.

Cuba blijft een interessant politiek experiment, waar we ook vandaag nog veel van kunnen leren. Het is echter met vele touwtjes verbonden met het socialisme van de 20ste eeuw: eenpartijsocialisme, met een grote sociale geborgenheid, maar een gebrek aan burgerrechten en –vrijheden. Aleida Guevara moet tot nader orde beschouwd worden als een woordvoerster van een regime en verdient dus op zijn minst een kritische aanpak bij een interview. Het zou haar eigen pleidooi trouwens enkel maar ten goede komen.

David Dessers

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!