Samenleving, School, Jongeren, Stampmedia, Onderwijs, Diversiteit -

Jongeren over diversiteit op school

Diversiteit op school is een veelbesproken thema, waar beleidsmakers zich al langer het hoofd over breken. Maar leeft het onderwerp ook op de speelplaats? Hoog tijd om de hoofdrolspelers van dit diversiteitsverhaal aan het woord te laten: de schoolgaande jeugd.

vrijdag 1 oktober 2010 16:17

Diversiteit gaat – in de brede zin van het woord – om alle mogelijke verschillen tussen mensen: geslacht, huidskleur, sociale achtergrond, seksuele geaardheid, lichamelijke en verstandelijke mogelijkheden, religie en etniciteit. Op een school ontmoeten al deze verschillen elkaar.

Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet wil verschillende jongeren in contact brengen en het samenhorigheidsgevoel versterken. Mooi streefdoel, maar wat denken de scholieren er zelf van? Wie is nu juist anders? Betekent anders-zijn ook buitengesloten worden? Zijn er problemen tussen autochtone en allochtone jongeren? Wat doet hun school en wat moet ze doen?

Om hier antwoorden op te vinden, organiseerde het persagentschap voor jongeren StampMedia een enquête op het internet. 28 jongeren tussen 12 en 19 jaar gaven hun mening over samenleven met ‘andere’ leerlingen.

Wie is anders?

Jongeren willen niet in hokjes denken, blijkt al meteen uit het antwoord van Sara (18 jaar): “Iedereen en niemand is anders. We verschillen van elkaar, maar we blijven ook allemaal mensen.”

Wat maakt iemand dan verschillend? Dertien leerlingen zien een handicap als anders, zeven vermelden een ander geloof en zes een andere huidskleur. Iemand met een andere seksuele geaardheid werd slechts door twee jongeren als anders gezien.

Dat iemand met een handicap het meest als anders wordt bekeken komt volgens de jongeren doordat zij zelf geen beperkingen hebben, en zich dus niet goed kunnen inleven in een leven met een handicap.

“We zijn niet beter maar hebben het veel gemakkelijker”, vindt Nick (18 jaar). “Gehandicapte mensen kunnen niet altijd overal binnen. Dat is discriminerend, maar dat feit maakt hen ook anders dan anderen.” Belangrijk is, dat anders zijn niet negatief is, benadrukken ze. Nina (19 jaar): “Iemand anders heeft mogelijk een ernstige handicap, ik niet. Daarom zijn we anders, maar dat hoeft toch niet slecht te zijn.”

Wie wordt buitengesloten?

In de scholen van de bevraagde jongeren worden leerlingen vooral buitengesloten omwille van hun uiterlijk (twintig vermeldingen) en kledij (twaalf). Verwijzingen naar etniciteit of godsdienst zijn er niet bij. Het land van afkomst scoort zelfs het laagst, met slechts vijf vermeldingen.

“Dit suggereert dat de bevraagde scholieren subcultuur belangrijker vinden dan de etnische cultuur”, zegt Norbert Vanbeselaere, sociaal psycholoog en hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Leuven. “Jongeren, en mensen in het algemeen, willen een positief zelfbeeld. Dat komt mee tot stand doordat ze hun eigen opvattingen als beter beoordelen en zich afzetten tegenover groepen waarmee ze zich niet identificeren. Uiterlijk en kledij zijn triggers van visies of levenswijzen van een andere subcultuur.”

Buitensluiten veroordelen de bevraagde jongeren zeer sterk. “Ik ben daar strikt tegen. Plagen is oké maar als iemand zich uitgesloten voelt, is de grens bereikt”, vertelt Gilles (14 jaar). Achttien respondenten zeggen anderen niet buiten te sluiten. Elke (13 jaar): “Pesten of zo, dat is niet mijn aard!”

Problemen tussen autochtonen en allochtonen?

In de politieke en wetenschappelijke wereld gaat veel aandacht naar het samenleven van autochtone en allochtone leerlingen. Van de 28 geïnterviewde jongeren zeggen 21 dat zij geen problemen ervaren tussen allochtonen en autochtonen op hun school.

Het maakt hen dan ook weinig uit of er meer of minder allochtone leerlingen zouden zijn. “Als het maar mensen zijn waar je plezier mee kunt maken”n vindt Caroline (14 jaar), “Dan doen geloof of huidskleur er niet toe.” Nicky (18 jaar) gaat daarmee akkoord: “Zolang iedereen zich maar gedraagt, is alles oké.” En Nick (18 jaar) zegt: “Hoe meer diversiteit, hoe meer je kan leren.”

De meeste jongeren beseffen dat de omgang met allochtonen een verrijking kan zijn. “Je leert hun cultuur, standpunten en gewoontes kennen”, zegt Ann-Katrien (14 jaar). Je hoeft er daarom niet mee akkoord te gaan, maar hoe meer je erover weet, hoe beter je er over kunt oordelen.”

Wel kunnen er misverstanden ontstaan doordat iedere cultuur zijn eigen gewoontes heeft, geven de jongeren nog mee. Sommigen van hen hebben zelf één of twee buitenlandse ouders, maar er kwamen geen grote verschillen tussen hun antwoorden en die van autochtone leerlingen naar voren.

Wat doet de school?

Het onderwijsplan van Vlaams minister Pascal Smet legt een grote nadruk op de waarde van diversiteit. Toch zeggen 24 van de 28 jongeren dat hun school niets doet om haar leerlingen bij elkaar te brengen, of dat ze er toch geen weet van hebben.

Directeur-generaal van het Vlaams Secretariaat van het Katholiek Onderwijs Mieke Van Hecke reageert verbaasd. “Wij hebben veel aandacht voor diversiteit vanuit het respect voor eigen-zijn. In onze lessen kijken wij naar hoe verschillende groepen omgaan met levensvragen en actuele gebeurtenissen. Er lopen diversiteitsprojecten in onze scholen en we zetten feesten van andere godsdiensten in de kijker. Bovendien worden onze leerkrachten begeleid in het omgaan met diversiteit. We willen de slaagkansen van onze leerlingen zo hoog mogelijk maken, en daarvoor hebben ze een brede kijk nodig.” De andere onderwijsnetten waren niet bereikbaar voor een reactie.

Wat moet de school doen?

Over hoe contact tussen verschillende groepen nog verbeterd kan worden, zijn de jongeren eensgezind. Samen opdrachten volbrengen of leuke activiteiten doen, lijkt hen de beste oplossing. Brecht (17 jaar) wil leerlingen zelf een free podium laten organiseren. Siel (14 jaar) stelt voor om samen naar een fuif te gaan. Voor jongeren is gewoon samenzijn voldoende, want het contact komt dan wel vanzelf.

De Vlaamse Scholierenkoepel is ervan overtuigd dat dit een goede start is. “De onderwijsminister moet wel aandacht blijven besteden aan het thema”, zegt voorzitter Timur Michelashvilli. “Leerlingen vinden dat de school een plek moet zijn voor onderling contact en dialoog. De school moet hen voorbereiden op het samenleven in de maatschappij, wat samenleven in diversiteit betekent.”

© 2010 – StampMedia – Ruud Boeckx

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!