Reportage, Nieuws, Samenleving, België -

Veilig bloed: selectie op basis van afkomst is beledigend

Bij het Rode Kruis Vlaanderen mogen immigranten geen bloed geven indien ze geen vijf jaar in België verblijven. Deze wachtperiode is een voorzorgsmaatregel om het risico op HIV-virus, Hepatitis B en C via bloedtransfusie te beperken. Toch is dat bijna enkel van toepassing op immigranten afkomstig uit niet-Europese ‘lage-inkom landen’.

dinsdag 28 september 2010 16:46

Een Iraanse vorser aan de UGent bood zich als bloeddonor aan bij het Rode kruis te Gent. “Na ruim een uur wachten legde de afnamearts uit dat mijn land tot de risicogebieden behoort voor Hepatitis B en HIV-virus. Om als donor in aanmerking te komen, moet ik vijf jaar in België verblijven”, vertelt de vorser.

De afnamearts van het Bloed Transfusie Centrum (BTC) van het Rode Kruis te Edegem, dr. Jan Carlier, bevestigt het verhaal van de studente. “Het bloed in Vlaanderen is nooit zo veilig geweest. Dat is dankzij onze inspanningen bij donorselectie om de bloedstalen grondig te testen. We streven ernaar om het risico op besmet bloed tot nul te brengen”, vertelt dr. Carlier.

Uit een vergelijking met de bloedtransfusiecentra in Nederland en Wallonië blijkt echter dat alleen in Vlaanderen immigranten in functie van hun afkomst tot vijf jaar moeten wachten voor ze mogen bloed geven.

Bovendien is het uitstelprincipe enkel van toepassing voor de immigranten afkomstig uit niet-Europese ‘lage-inkom landen’. Toch er is geen medisch rapport waaruit blijkt dat de immigranten uit Iran een meer verhoogd risico op HIV hebben dan deze uit het buurland, Turkije.

België kent sinds 1961 een uitgebreide wetgeving op bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong. Deze wetgeving vormt de basis waaraan de bloedtransfusiecentra zich moeten houden. Jaarlijks worden de medische richtlijnen op basis van nieuwe gegevens vanuit o.a. World Health Organization (WHO), UNAIDS en de Belgische Hoge Gezondheidsraad geactualiseerd en bijgewerkt.

Wachttijden in Nederland

Bij nader onderzoek blijkt dat Sanquin, verantwoordelijk voor bloedvoorziening in Nederland geen wachttijd toepast voor Hepatitis B, tenzij er een nauw huishoudelijk contact is geweest. In dit geval wordt een wachttijd van één jaar toegepast. Voor HIV wordt een wachttijd van één jaar toegepast voor mensen afkomstig uit risicogebieden. Belangrijke eis is dat de donor voldoende Engels of Nederlands begrijpt om grondig ondervraagd te worden.

Als dit niet het geval is, moeten de donors langer wachten. Verder geldt dat de nieuwe donoren niet onmiddellijk bloed mogen geven. Zij worden eerst gekeurd en getest waarna een wachtperiode van twee weken geldt voor zij bloed mogen geven. Op die manier worden de dragers van Hepatitis B en HIV uitgesloten. Mensen met een verhoogd risico op HIV moeten dus veiligheidshalve één jaar wachten.

De medische directeur van het Croix Rouge de Belgique, professor Véronique Deneys, zegt dat de verhoogde kans voor het overdragen van Hepatitis B en HIV via bloed gekoppeld is aan risicogedrag van de donoren. “Het is op basis van ondervraging dat men kan besluiten om donoren met wisselende partners en/of druggebruikers uit te sluiten. Het is op basis van risicogedrag en niet op basis van afkomst dat we donoren selecteren. Bijvoorbeeld voor malaria passen we een wachttijd van zes maanden toe voor mensen die uit risicogebieden komen. Hierin volgen we de adviezen van de Hoge Gezondheidsraad. In ieder geval is er geen enkele aanbeveling die bepaalt dat men vijf jaar of zes maanden moet wachten om donoren uit bijvoorbeeld Roemenië [red. recent toegetreden EU-lid] te aanvaarden. We wachten steeds het advies af van de Hoge Gezondheidsraad en Roemenië behoort niet tot een risicogebied. De wet zegt dat “als er risico’s zijn mag er geen bloed worden gegeven”. Wachttijden worden dus niet bij wet bepaald. Daarom hebben we samen met het Rode Kruis in Vlaanderen een werkgroep opgericht, zodat we de criteria voor de donorselectie in het noorden en het zuiden van het land op elkaar kunnen afstemmen”, legt professor Deneys uit.

Professor Deneys wil absoluut niet oordelen over de beslissing van haar collega’s in het noorden. “Elk bloedtransfusiecentrum is verantwoordelijk om voorzorgsmaatregelen te nemen. Het is hun taak om donoren te selecteren want bij eventuele problemen dragen zij de eindverantwoordelijkheid. De perceptie voor risico-inschatting is dus afhankelijk van de vestiging. Mijn collega’s bij het Rode Kruis hebben vast goede redenen waarom ze vijf jaar wachttijd toepassen voor bepaalde groepen donoren”.

Relatie tussen afkomst en risico voor SOA

Dr. Carlier van het Rode Kruis legt uit dat in de ‘hoge-inkom landen’ HIV en andere seksueel overdraagbare ziektes (SOA) vooral gekoppeld zijn aan risicogedrag. Homoseksuelen, mensen met wisselende partners en drugsgebruikers behoren tot de risicogroepen en mogen geen bloed geven. ‘Het is wetenschappelijk aangetoond dat nieuwe gevallen van HIV-infecties vooral bij homoseksuele mannen voorkomen. In de ‘lage-inkom landen’ wordt HIV ook via heteroseksuele weg doorgegeven. “Aangezien we geen zicht hebben op de partnervorming van de donors, mogen de migranten die nog geen vijf jaar in België blijven en uit risicogebieden komen, geen bloed geven”, legt dr. Carlier uit.

Voor de immigrant vijf jaar, voor de partner zes jaar wachten “HIV wordt moeilijker doorgegeven via heteroseksuele weg. De persoon die via deze weg met een besmette persoon verkeert, loopt 1% risico om besmet te worden, terwijl het besmettingsrisico bij een homoseksuele betrekking tien keer groter is. We willen vooral beletten dat besmet bloed in omloop komt via de Belgische partner, indien er een koppelvorming plaatsvindt tussen een Belg en een migrant”, aldus dr. Carlier.

Men gaat er van uit dat de seksuele activiteit van een oudere lager zou zijn. Rekening houdend met een besmettingsrisico van één op honderd keer betrekking, moet de immigrant vijf jaar in België verblijven zodat haar/zijn partner na het zesde jaar veilig bloed kan geven.

“Stel dat de partner vijf jaren met een besmette migrant, afkomstig uit een risicogebied verkeerde. Er bestaat de mogelijkheid dat hij/zij zich pas na het vijfde jaar in de vensterperiode van HIV bevindt. Dat is een periode waarin de besmetting aanwezig is maar niet kan gedetecteerd worden. Om veilig te spelen moeten deze partners vijf plus één jaar wachten voor ze veilig bloed mogen geven”, legt dr. Carlier uit.

Beter vijf jaar dan definitief

Waarom vijf jaar wachten als een acute besmetting van HIV binnen twee weken mogelijk is? Dr. Carlier geeft toe dat deze voorzorgsmaatregel van vijf jaar nogal vreemd klinkt maar het is beter dan volledige uitsluiting. “In de VS worden alle donoren uit Sub-Sahara landen levenslang als donor uitgesloten. Dat is heel kortzichtig en zelfs racistisch want HIV komt ook voor in Zuid-Amerika, Centraal en Zuidoost Azië. Als men zo redeneert, sluit men een grote groep potentiële donoren uit”, aldus Dr. Carlier. Het Vlaamse Rode Kruis volgt deze redenering niet maar uit voorzichtigheid hebben ze deze arbitraire uitstelregel van vijf jaar ingelast.

De Iraanse vorser heeft haar bedenkingen bij deze voorzorgmaatregel van vijf jaar uitstel. “Voor ik naar België mocht komen, heeft de Belgische ambassade mij aan een volledige medische controle onderworpen. Dat is een van de voorwaarden voor het verkrijgen van het visum. Ik vertoon geen risicogedrag voor HIV en alle bloedstalen worden toch grondig getest voor ze worden toegediend. Ik was erg beledigd dat ik geen bloed mocht geven op basis van mijn afkomst”, aldus de vorser. Het medisch attest dat ze voorlegt bevestigt haar goede gezondheid op basis van de richtlijnen van de Internationale Gezondheidsorganisatie (WHO). Toch is ze niet op HIV getest. Volgens de dienst Buitenlandse Zaken is een HIV-test niet vereist voor het verkrijgen van een visum naar België.

Maar niet alle immigranten afkomstig uit ‘lage-inkom landen’ krijgen vijf jaar uitstel. Bijvoorbeeld de immigranten uit ‘lage-inkom landen’ als Bulgarije, Polen en Turkije mogen evenals migranten uit VS en Australië zonder uitstel voor HIV bloed geven. Voor de migranten uit de laatste twee landen geldt alleen een uitstelperiode van 28 dagen voor overdracht van virale ziektes. Voor de Turkse immigranten geldt een uitstelperiode van drie jaar enkel als ze uit grensgebieden met Syrië en Irak komen, de risicogebieden voor malaria.

Immigranten uit Irak en Syrië mogen pas na vijf jaar bloed geven want hun landen zijn ingekleurd als risicogebieden voor HIV en Hepatitis B.

Oproep voor dezelfde selectiecriteria

Zowel de medische directeur van het Rode Kruis in Vlaanderen, Dr. Martin Baeten, als professor Deneys van het Croix Rouge de Belgique benadrukken dat de verschillende wachtperioden afhangen van de risico-inschatting die elke bloedinstelling hanteert binnen haar eigen werking en op basis van hun selectie procedure. “Het is absoluut ongewenst dat dit verschil communautair wordt uitgespeeld. Het Rode kruis is een neutrale instelling en onze werking hangt af van vrijwillige donoren. We moeten niet mopperen over deze verschillen maar we moeten onze snaren op elkaar afstemmen”, zegt professor Deneys.

Deze maand komen de medewerkers van het Rode Kruis Vlaanderen en Croix Rouge de Belgique samen in een werkgroep om deze verschillende wachtperioden voor immigranten met elkaar te bespreken en op elkaar af te stemmen.

Extra toelichting: Hepatitis C versus HIV bij bloedtransfusie

Tijdens de zitting van de Belgische Senaat in april 2010 werd een resolutie ingediend ter herziening van de vergoedingsvoorwaarden voor een betere bestrijding van hepatitis C (HCV) door de Vlaamse politica Nahima Lanjri. Volgens de cijfers die zij in haar voorstel aan de senaat voorlegde, zijn er wereldwijd 170 miljoen mensen besmet met deze gevaarlijke overdraagbare ziekte, in vergelijking met 40 miljoen HIV-dragers. Naar schatting zouden er in België 80.000 tot 100.000 personen met HCV besmet zijn. De geïnfecteerde personen vertonen dikwijls 10 tot 20 jaar lang geen symptomen van de ziekte.

In tegenstelling tot HIV wordt het hepatitis C-virus niet seksueel overgedragen maar door rechtstreeks contact met geïnfecteerd bloed. De vaakst voorkomende besmetting met hepatitis C gebeurt door transfusie van geïnfecteerd bloed of bloedproducten (bijvoorbeeld bloedtransfusie vóór 1992) en door gezamenlijk gebruik van drugsnaalden en –spuiten, door tatoeages en body piercing. In tegenstelling tot HIV (11 dagen) kan men met een NAT-test (Nucleïnezuur Amprificatie Test) bij een acute besmetting het virus pas na 23 dagen in het bloed detecteren.

Deze langere vensterperiode impliceert dat HCV minder snel in het bloed kan opgespoord worden dan HIV. Een besmette persoon die zich in deze vensterperiode bevindt, kan het virus doorgeven aan de ontvanger omdat de laboratoriumtesten dit niet kunnen aantonen. De kans dat via een bloedtransfusie HIV wordt doorgegeven is 1/2.000.000 tot 3.000.000 eenheden. Voor hepatitis C & B is dit 1/200.000 eenheden.

Het land waar de vorser vandaan komt is geclassificeerd onder risicogebieden voor HIV en hepatitis B.

Bronnen:

UNAIDS Rapport 2009

Wetenschappelijk instituut voor Volksgezondheid – HIV/AIDS IN BELGIË: Toestand op 31 december 2009

Senaat zitting 2010: Voorstel van resolutie tot herziening van de vergoedingsvoorwaarden voor een betere bestrijding van hepatitis C
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!