Skinner versus Pavlov
Cultuur, Tmd, Lutz Dammbeck, De Witte Raaf -

Skinner versus Pavlov

Interview van Guido Goossens met Lutz Dammbeck over 1989, Vergangenheitsbewältigung, re-education en de verschillen tussen Oost en West.

dinsdag 21 september 2010 18:08

De bedreiging van de autonomie van het individu, zowel door totalitaire machtsstructuren als door meer subtiele vormen van manipulatie in de zogenaamde ‘open samenleving’, is het centrale thema van de Duitse multimediakunstenaar Lutz Dammbeck (Leipzig, 1948), ooit een van de gangmakers van de independent cinema in de voormalige DDR.

Al vanaf de vroege jaren 80 werkt Dammbeck aan Herakles Konzept, een zich permanent uitdijend gesamtkunstwerk samengesteld uit film, beeldende kunst, dans, muziek en stukken archief. Internationale bekendheid verwierf hij vooral met de documentaire Das Netz/The Net: The Unabomber, LSD and the Internet (2004) over de van terroristische bomaanslagen verdachte Amerikaanse wiskundige Theodore ‘Ted’ Kaczynski, bijgenaamd de Unabomber. In deze film, die wel is getypeerd als een cross-over van een laptoproadmovie en een interviewdetectivethriller, leidt de zoektocht naar de achterliggende motieven van Kaczynski’s daden uiteindelijk tot het blootleggen van een schimmig netwerk, waarin ogenschijnlijk zo uiteenlopende fenomenen als de CIA, behavioristische psychologie, wiskunde, cybernetica, het internet, de LSD-tegencultuur van hippiebands als de Grateful Death, expanded cinema en de ‘dematerialisering van het kunstwerk’, nauw met elkaar verweven blijken te zijn.

Tot het oeuvre van Dammbeck behoren daarnaast onder meer spraakmakende documentaires over de nazibeeldhouwer Arno Breker (Zeit der Götter, 1993), de Leipziger Schule (Dürers Erben, 1995) en het Weens Aktionisme (Das Meisterspiel, 1998). Sinds 1998 is Dammbeck als professor ‘analoge und digitale Bildmedien’ verbonden aan de Hochschule für Bildende Kunsten Dresden, waar hij de studierichting ‘Neue Medien’ heeft opgezet. Hij woont in Hamburg, samen met zijn vrouw, de fotografe Karin Plessing uit voormalig Oost-Duitsland. Dit interview vond plaats op zijn werkkamer aan de Dresdense academie.

GuidoGoossens: Er wordt wel eens gezegd dat de Berlijnse Muur is gevallen in Leipzig. Zonder de massademonstratie die op 9 oktober 1989 in Leipzig plaatsvond, had de Muur er immers vermoedelijk nog wel een tijdje gestaan. Jij bent in Leipzig geboren en hebt er de eerste 38 jaar van je leven doorgebracht. In 1986 heb je de DDR verlaten. Zou je eens kunnen schetsen hoe je de gebeurtenissen van de herfst van 1989 hebt beleefd?

Lutz Dammbeck: Eerlijk gezegd zijn die grotendeels aan mij voorbijgegaan. In de periode van de demonstratie in Leipzig zat ik in West-Berlijn – in 1986 had ik de DDR immers verlaten. Ik was bezig met de opnamen van een film die ik eigenlijk al in de DDR had willen maken: Herakles Höhle (1983-1990), een project dat door de autoriteiten in de DDR werd bestempeld als ‘contrarevolutionair’. De opnamen vonden plaats in de voormalige Italiaanse ambassade, niet ver van de Potsdamer Platz. Het oude Mussolinidecor, totaal vervallen. Het was toen wel al duidelijk dat er iets gaande was. Vrienden zeiden: Heb je al gehoord wat Egon Krenz (secretaris van het Centraal Comité van de SED) heeft gezegd? Maar ik dacht bij mezelf: Wat kan mij dat gezeur van die Krenz nu schelen? Ik heb wel wat anders aan mijn hoofd. Ik kan nu eindelijk mijn film maken. Het heeft me met andere woorden volstrekt niet geïnteresseerd. Dat was in oktober 1989. Tijdens het moment suprême, de opening van de Muur op 9 november 1989, was ik weer thuis in Hamburg. Ik heb de gebeurtenissen samen met mijn vrouw gevolgd op tv. En ik moet toegeven, heel even hadden ook wij het gevoel: Kom, we springen in de auto en rijden naar Berlijn. Veel langer dan een minuut of drie heeft dit gevoel echter niet geduurd. Vrijwel onmiddellijk realiseerden we ons wat de consequenties zouden zijn van dit alles. Namelijk dat al die dingen, waarvan we na ons vertrek uit de DDR hadden gehoopt dat we er voorgoed van verlost waren, als een soort boemerang zouden terugkeren.

G.G.: Voorafgaand aan dit interview hadden we het over een uitspraak van Eduard Beaucamp, de West-Duitse kunstcriticus die al in de jaren 80 samen met onder anderen de verzamelaar Peter Ludwig een vurig pleitbezorger was van de socialistisch-realistische schilderkunst van de Leipziger Schule. In de Frankfurter Allgemeine Zeitung van 19 juli verwijt Beaucamp kunsthistorici met een westerse achtergrond een chronisch gebrek aan belangstelling voor dit soort officiële kunst uit de voormalige DDR. Er zou zelfs sprake zijn van censuur. [1]

L.D.: Wat een onzin! Als je het vergelijkt met willekeurig welke andere lokale schilderschool, is de aandacht voor de Leipziger Schule juist buitensporig groot. Dit soort dingen bedoel ik dus. Dat hele Oost/West-kunstdebat. Dat kunst uit het Westen allemaal flauwekul zou zijn. En dat men daarom beter socialistisch-realistische schilders als Werner Tübke in het museum kan hangen. Was de schilderkunst die in de DDR werd geproduceerd in wezen niet modern, of zelfs een uiting van verzet? Ging het hier niet om een voortzetting van de zogenaamd typisch Duitse schilderstraditie van Menzel, Klinger en Dix? De keerzijde van dit streven om de kunst van het regime te rehabiliteren is dat men alternatieve richtingen, die wel degelijk ook bestonden in de DDR, probeert te bagatelliseren. Ach, dat waren toch geen echte kunstenaars. Daar zaten toch ook veel amateurs en punkers tussen. Hoort dat niet veeleer thuis in de

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!