60 landen lobbyen voor taks op financiële transacties
Verslag, Economie, Tobintaks -

60 landen lobbyen voor taks op financiële transacties

Een taks op financiële transacties was niet zo lang geleden een wilde droom van andersglobalisten. Maar toen kwam de crisis en plots pleiten 60 landen (waaronder Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië) voor zo'n taks. "Het gaat nu alleen nog om de politieke wil", meent Eric Goeman van Attac Vlaanderen.

maandag 20 september 2010 21:16

Een groep van 60 landen, waaronder België, Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië en Japan, gaan een dezer dagen tijdens de top van de Verenigde Naties over de millenniumdoelstellingen voorstellen dat er een taks wordt ingevoerd op internationale monetaire transacties met de bedoeling fondsen te genereren voor ontwikkelingshulp.

Tijdens een bijeenkomst in Parijs begin september verklaarde de Franse minister van  Buitenlandse Zaken, Bernard Kouchner, dat de groep voor de topbijeenkomst rond de VN-millenniumdoelstellingen tot een gemeenschappelijk standpunt was gekomen.

De ministers berekenden dat de taks jaarlijks tot 35 miljard dollar voor ontwikkelingshulp zou kunnen opbrengen. Kouchner vertelde aan de verslaggevers: “Voor elke 1000 euro zal de taks die wij aanraden 5 cent opbrengen. Het is niet erg veel, maar wel genoeg om vooruitgang te boeken”.

Het globale tekort aan hulp wordt voor de periode 2012-2017 geschat op 340 miljard dollar per jaar (156 miljard voor opvang van klimaatgevolgen in arme landen en 180 miljard voor openbare ontwikkelingsprojecten).

De Franse president Nicolas Sarkozy heeft herhaaldelijk zijn steun betuigd aan het idee, maar de leiders van de Europese Unie hadden het moeilijk om er de Verenigde Staten en andere landen van te overtuigen dit op de G20-agenda te zetten. Tijdens de laatste bijeenkomst in Toronto werd het idee nauwelijks besproken maar Sarkozy benadrukte in augustus dat de behandeling ervan één van de hoofddoelen zou zijn tijdens het Franse voorzitterschap van de G20 in Seoel, in november.

“Wij weten dat er tegen dat idee afkeer bestaat en dat wij de meest bescheiden optie hebben gekozen” zei Soraya Rodriguez, de Spaanse staatssecretaris voor internationale samenwerking. Zij vertelde erbij dat de stuurgroep van 60 landen de taks op wisseltransacties heeft uitgekozen omdat die internationaal het gemakkelijkst te organiseren zou zijn. Die taks die naar schatting jaarlijks tussen 25 en 35 miljard dollars zou leveren, zou geheven worden op transacties in Britse pond sterling, in euro’s, dollars en yen, en zou de ruggensteun van desbetreffende centrale banken vereisen.

Twaalf van de zestig landen (waaronder België onder impuls van toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Yves Leterme) namen de leiding van het project en hebben vorig jaar (oktober 2009 in Parijs) een panel van internationale specialisten aangesteld (waaronder Prof. Lieven Denys die in België al de Tobintakswet schreef) om mogelijke opties uit te tekenen.

Hun rapport gaf een monetaire transactietaks (CTT of Currency Transaction Tax) aan als de te verkiezen optie maar bood ook andere mogelijkheden waaronder een taks op de activiteiten in de financiële sector, een taks op de toegevoegde waarde (btw) bij financiële dienstverlening, een taks op een brede waaier van financiële transacties, en een op het nationale niveau geheven enkelvoudige belasting op monetaire transacties.

Tobintaks

Nadat de VS de goudstandaard hadden opgegeven en de dollar lieten zweven, stelde James Tobin, econoom en Nobelprijswinnaar, in 1972 een kleine heffing voor op geldhandel om het speculeren op korte termijn te ontmoedigen en daardoor vooral een stabiliserend effect op de reële economie te hebben. Zijn idee werd toen volstrekt afgewezen en in het beste geval lacherig ontvangen en bleef ‘slapen’ tot de internationale andersglobaliseringsbeweging ATTAC (Associatief netwerk voor een Taks op financiële Transacties en voor het Aansterken van de Civiele maatschappij) op het einde van de jaren negentig een campagne begon voor de Tobintaks om de “financiële markten te ontwapenen”.

In België wordt de strijd voor een Tobintaks en vandaag een Financiële Transactie Taks vooral gevoerd onder impuls van FAN (Financieel Actie Netwerk) waarbinnen vooral 11.11.11. en Attac Vlaanderen aan de kar trekken. Ook de vakbonden in België zijn altijd voorstander geweest van een taks op monetaire transacties.

Critici hebben gezegd dat om het even welke taks slechts haalbaar zou zijn als alle belangrijkste financiële centra van de wereld die zouden willen heffen. Tot nog toe zijn er geen tekenen dat de VS er enige interesse zouden voor hebben.

“De Amerikanen zijn daarin van het grootste belang; maar wij staan niet alleen”, opperde Kouchner, er aan toevoegend dat de taks er met de steun van de 60 landen mogelijk zou komen.

Talrijke essentiële details moeten nog uitgewerkt worden: wie de inkomsten zou verzamelen en wie deze zou toekennen aan wat voor projecten.

Voor de mondiale sociale bewegingen zijn dit natuurlijk geen details maar het speerpunt van een belangrijk democratisch debat liefst op VN-niveau. Voor het Europees netwerk ENOFAD (European network on Finance and Development) waarin 11.11.11. en Attac Vlaanderen actie zijn is “ontwikkelingshulp” niet het doel van deze taks, maar wel eerst en vooral de regulering en inkrimping van de financiële industrie.

De opbrengsten van de taks kunnen gebruikt worden voor herverdeling van mondiale publieke goederen, ontwikkeling en strijd tegen de klimaatverandering.

Lobby’s van de banken en de bedrijven blijven beweren dat een heffing op financiële transacties deze handel naar andere landen zou verdrijven, dat de handelsvolumes en de liquiditeit zouden verminderen, dat een taks de tewerkstelling in de financiële sector zou treffen en dat die belasting aandeelhouders zou schaden en de wereldeconomie zou afremmen. Zij merken ook op dat een taks moeilijk te innen zou zijn en gemakkelijk te ontwijken.

Deze argumenten zijn telkens opnieuw door allerlei netwerken maar ook door verschillende specialisten en experts weerlegd maar blijven populair bij politici en vooral ministers van Financiën.

Charles Michel, de Belgische minister van ontwikkelingssamenwerking, verklaarde aan het persagentschap Reuters: “Als de politieke wil er is, dan kan het binnen 2 à 3 jaren geregeld zijn”.

Zo hoort u het ook eens van een minister. Het gaat nu alleen nog om de politieke wil.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!