'Un homme qui crie' van Mahamat-Saleh Haroun
Nieuws, Afrika, Cultuur, België, BOZAR, Recensie, Tsjaad, VISIONAIR AFRIKA, Un homme qui crie, Mahamat-Saleh Haroun -

‘Un homme qui crie’ film van Mahamat-Saleh Haroun in première in BOZAR

In het kader van het schitterende festival 'Visionair Afrika', dat aandacht besteedt aan actuele kunst uit het continent, presenteert de Brusselse BOZAR op 14 september de Belgische première van een film uit Tsjaad: 'Un homme qui crie' van Mahamat-Saleh Haroun. Olivier Barlet, filmcriticus bij de onvolprezen Franse cultuursite 'Africultures', schreef er een boeiend stuk over.

dinsdag 14 september 2010 15:00

‘Un homme qui crie’ van Mahamat-Saleh Haroun kreeg op het recentste filmfestival van Cannes de speciale prijs van de jury. Een meer dan verdiende prijs voor een regisseur die beslist nog van zich zal laten horen.

Adam en Abdel, vader en zoon, spelen een wedstrijdje om ter langst onder water blijven. Van in het begin is de spanning te snijden. Het duurt lang vooraleer de zoon terug boven water komt. Van in het begin is ook het verschil in tijdsbeleving duidelijk. Het is waarschijnlijk niet de eerste keer dat ze het spelletje spelen en dat het nu de zoon is die wint, terwijl de vader langzaam ouder wordt. De zoon leeft nu, is altijd aan het fotograferen, kortom hij verslindt het leven.

Leven danig overhoop

Wanneer hij de plaats van zijn vader inneemt als badmeester, haalt hij diens leven danig overhoop. Zijn vader, wiens leven rond zijn job draait en die vasthoudt aan gewoontes, voelt zich plots zeer oud wanneer hij zijn plaats moet afstaan aan zijn zoon.

Zonder de oorlog die de relatie tussen vader en zoon beïnvloedt en Adam zijn houvast doet verliezen, had alles nog opgelost kunnen worden met een beetje humor. Want ‘Un homme qui crie’ is een drama, maar niet zonder humor. Regisseur Mahamat-Saleh Haroun kruidt zijn film met de nodige dosis humor die de tragiek van het verhaal veeleer versterkt dan afzwakt.

Net zoals Hitchcock gelooft Haroun in de kracht van humor en trivialiteit. Kleine, schijnbaar onschuldige details dragen heel doeltreffend bij tot de opbouw van de spanning, meer dan dramatische muziek of het extreme geweld dat in westerse films over Afrika vaak zo nadrukkelijk aanwezig is. ‘Un homme qui crie’ is niet somber: de humoristische toets zorgt voor ontspanning en geven Adam en Abdel een meer vertrouwd gezicht.

Evenwichtsoefening

Uit deze zeer moeilijke evenwichtsoefening blijkt het meesterschap van deze Tsjadische regisseur die begrijpt hoe de kleine dingen des levens meer zeggen dan zwaarwichtige verklaringen. De suggestie en de onzekerheid brengen ons voldoende uit ons evenwicht om ons in spanning te houden.

In zijn keuzes wordt Adam niet gestuurd door ethische normen of tradities, integendeel. In al zijn besluiteloosheid reageert hij wanneer het te laat is. Hij is allesbehalve rationeel, maar dat neemt zijn morele verantwoordelijkheid niet weg. Dat is de taak die de cineast zich oplegt: hij wil zijn publiek bewust maken, maar zonder lessen te geven.

Hij geeft daarbij voorrang aan de moraal boven rolmodellen, aan het individu boven de groep. De verantwoordelijkheid ligt tenslotte bij iedereen.

‘Un homme qui crie’ ligt daarmee in dezelfde lijn als ‘Daratt’, de vorige film van Haroun. De jonge hoofsrolspeler Atim uit ‘Daratt’ laat zich ook niet leiden door algemeen aanvaarde normen zoals wraak of vergiffenis. Hij is zijn eigen scheidsrechter en gebruikt zijn vindingrijkheid, zijn enige hoop om te ontsnappen uit de vicieuze cirkel van het geweld als gevolg van de jarenlange burgeroorlogen in Tsjaad.

Adam houdt zich evenmin aan de regels. Hij is niet berekend, hij is gewoonweg menselijk, met zijn zwakke en mooie kanten, net zo goed in staat tot het slechtste als het sublieme. En dat gaat uiteraard niet zonder tegenstrijdige gevoelens of schuldbesef.

Paradigma van de vader-zoonrelatie

Adam heeft dezelfde voornaam als de allereerste man op aarde. Het is dan ook deze oorspronkelijke verhouding die op het spel staat. Het paradigma van de vader-zoonrelatie verschilt echter enorm van hetgeen bijvoorbeeld de Malinese regisseur Souleymane Cissé opvoert in zijn film ‘Yeelen’. In beide gevallen vreest de vader dat zijn zoon zijn plaats zal innemen. Cissé maakt van deze archetypische tegenstelling echter het symbool van het noodlottige falen van de overdracht.

In ‘Un homme qui crie’ zijn Adam en Abdel echter de beste vrienden ter wereld. Ze vullen elkaar perfect aan in de leiding over het zwembad tot ze door de nieuwe Chinese eigenares van het hotel als concurrenten tegen elkaar worden uitgespeeld. Als naast de mondialisering en de economische rationalisatie ook de militair-dictatoriale willekeur zijn intrede doet in de figuur van de wijkchef (Emil Abossolo Mbo), wordt alles aan het wankelen gebracht.

Krachttoer van Haroun

Degene die ze ‘champion’ noemen, blijkt machteloos te zijn, net als de kok David die ook niets tegen Goliath kan beginnen. Plotsklaps oud, staat Adam voor een nog dramatischer dilemma, maar in beide gevallen zijn de keuzemogelijkheden beperkt. De krachttoer van Haroun is dat hij er een gewetenskwestie van maakt. Bij Cissé gaat het over een vader die aan zijn plicht verzaakt om zijn kennis van de tovenarij aan zijn zoon door te geven en daardoor een bedreiging vormt voor hem.

We staan hier voor een belangrijke evolutie in de Afrikaanse film: de huidige generatie regisseurs is er niet meer op gebrand de mens aan zijn plicht te herinneren om de toekomst van de (traditionele) gemeenschap te garanderen (de staatsopbouw na de onafhankelijkheid blijft ook na 50 jaar moeilijk om er een positieve balans van op te maken), maar ze wil iedereen voor zijn of haar verantwoordelijkheid stellen. Dit alles in een wereld die steeds harder wordt en in het volle besef van deze trieste balans.

Dit geeft aanleiding tot een individualisering van de probleemstellingen en een nieuwe filmesthetica die nauw samenhangt met de realiteit van de hedendaagse Afrikaanse samenlevingen. De empiristische opvatting is merkbaar doorheen heel Harouns film: het economische gewicht van een toenemende mondialisering wordt gekoppeld aan de militaire controles en de afpersingen waarvan de armste lagen van de bevolking het grootste slachtoffer zijn.

In het geval van Tsjaad en andere Afrikaanse landen in staat van oorlog of burgeroorlog komt daar nog eens de panische angst van een bevolking bij voor het ernstige gevaar dat dreigt: hun overleven. Hoe moet een mens zich gedragen in zo’n onzekere wereld om zijn integriteit te handhaven?

In handen van God

De mensen laten het dikwijls over aan God, maar dat is niet de oplossing: “Ons ongeluk is dat we ons lot in de handen van God gelegd hebben”, verzucht David verbitterd in de film. Het is echter in het hier en nu dat er moet worden gezocht naar oplossingen. Op dit vlak is Haroun niet meer of minder realistisch dan de ‘vader’ van de Afrikaanse film, de Senegalese regisseur Ousmane Sembène: ook voor hem vormde de realiteit een onvermijdelijke context.

Maar terwijl Sembène de toeschouwer een ethische leidraad aanbiedt tegenover de corrupte regeringen, de verstikkende en verouderde tradities van een patriarchale samenleving, hoedt Haroun zich ervoor om hem iets op te dringen. Zijn personages zijn tegenstrijdig, maar ook diep menselijk. Het zijn nooit rolmodellen of ‘helden’ waaraan je jezelf kan spiegelen. Ze zijn vooral de speelbal van de heersende krachten en proberen zich te behelpen in een wereld vol van geweld. Ze staan voor uitdagingen waarop ze vat proberen te krijgen en proberen hun moed bijeen te rapen. Dat is de kern van het probleem van Adam.

Kracht van het beeld

De esthetica van Haroun laat ruimte voor alle standpunten. Het verhaal laat zich niet verleiden tot één slotconclusie, maar laat het leven verdergaan om opnieuw uitgevonden te worden. Djénéba draagt een kind, een toekomstige generatie die Adam en zijn vrouw Mariam zullen verwelkomen en liefhebben. Djénéba herstelt de verstarde tijd. Deze esthetische opening zit ook in de kracht van het beeld, terwijl de film spaarzaam is met dialogen.

Een prachtig travelling shot in een gang achtervolgt Adam en zijn vriend, de kok David, die zich zorgen maken over de oorlog. Hoe meer Adam in de knel zit, hoe meer hij gefilmd wordt in steegjes of voor muren, maar tijdens zijn laatste ontsnappingspoging verruimt het beeld zich. De geluidsband is uitgepuurd, vaak stil om de geluiden van de dreigende oorlog beter te laten doorsijpelen. In de verte klinken sirenes en artillerievuur. De radio ritmeert de dagelijkse spanning. Er wordt veel meer gesuggereerd dan daadwerkelijk uitgesproken.

Licht, decor, kleurenschakering, beeldencompositie, het langzame ritme zetten de woorden extra kracht bij. Het camerastandpunt spreekt in de plaats van het personage, zoals wanneer Adam van achter de gordijnen van het rechtervenster de soldaten zijn zoon ziet vastgrijpen, terwijl zijn huilende vrouw van achter het linkervenster toekijkt.

Maar ook humor is alomtegenwoordig in deze film, zoals in de heerlijke scène waarin de familie rond de tafel zit en vader en zoon geen woord wisselen tot dat de moeder plots weg moet.

Tragikomische tegengewicht

Haroun kan ook rekenen op een virtuoze Marius Yelolo, die hij ook al liet opdraven in zijn film ‘Sexe, gombo et beurre salé’. Hij vormt het tragikomische tegengewicht voor het personage Adam, dat Youssouf Djaoro met een indrukwekkende overtuigingskracht neerzet. Daarmee evenaart hij zijn prestatie in ‘Daratt’ waarin hij gestalte geeft aan een voormalige folteraar uit de Tsjadische burgeroorlog die uitgroeit tot een vaderfiguur.
     
Harouns films lijken veeleer pessimistisch door zijn steeds sterker bewustzijn van de uitwassen in deze wereld. ‘Un homme qui crie’ en ‘Expectations’ eindigen dramatischer dan ‘Bye bye Africa’ en ‘Abouna’, maar zijn nooit verpletterend. Er wordt meerdere malen gehuild in ‘Un homme qui crie’, maar altijd discreet. De film durft dit te tonen, bijvoorbeeld in de indrukwekkende close-up van de vochtige ogen van Adam.

Er wordt in alle eenzaamheid gehuild en deze tranen vinden geen gehoor. De hulpkreet van de Afrikaanse man gaat verloren in een woestijn van onverschilligheid, of erger nog, botst op minachting. “Un homme qui crie n’est pas un ours qui danse”: deze film is het evenbeeld van deze vreselijke zin van Aimé Césaire en speelt in op het paternalisme, het mededogen en de misverstanden die het geweten van een man moeten sussen die vecht om stand te houden tegenover het geweld dat hem wordt aangedaan.

Deze man speelt niet het slachtoffer, maar is een mens van vlees en bloed. Harouns maturiteit en meesterschap is van een dergelijk hoog niveau dat hij zijn doel bereikt zonder het te moeten verdedigen. ‘Un homme qui crie’ is een grootse film, die de Afrikanen op een menselijke manier in beeld brengt. Een menselijkheid die hen jammer genoeg nog te dikwijls wordt ontzegd.

Olivier Barlet

Het oorspronkelijke artikel verscheen in het Frans op de website Africultures Film: Un homme qui crie de Mahamat-Saleh Haroun
par Olivier Barlet – ‘Un homme qui crie’ a été présenté en sélection officielle au Festival de Cannes 2010, le dimanche 16 mai 2010.

(Vertaling uit het Frans door Melanie Adriaenssens)

Dinsdag 14 september 2010 om 20 uur: première van ‘Un homme qui crie’ van Mahamat-Saleh Haroun (in samenwerking met de Tsjadische ambassade in Brussel en enkele filmfestivals) in het Paleis voor Schone Kunsten, zaal M, Ravensteinstraat 23, 1000 Brussel.

Na de filmvoorstelling volgt een gesprek tussen freelance journaliste Anne Feuillière met regisseur Mahamat-Saleh Haroun.
Tickets: 10 euro. 02 507 82 00.

‘Un homme qui crie’ van Mahamat-Saleh Haroun (regisseur en scenario) met Youssouf Djaoro, Diouc Koma, Emil Abossolo M’bo, Hadjé Fatimé N’Goua, Marius Yelolo, Djénéba Koné, Li Heling, Rémadji Adèle Ngaradoumbaye en John Mbaiedoum. Frankrijk-België-Tsjaad, 2010. 92 min. Originele versie met Nl/Fr ondertiteling.

take down
the paywall
steun ons nu!