Drang naar democratie komt uit Turkse samenleving zelf
Opinie, Nieuws, Wereld, Turkije -

Drang naar democratie komt uit Turkse samenleving zelf

Zondag is in Turkije een referendum gehouden over een nieuwe, meer democratische grondwet. "De suggestie dat alle positieve ontwikkelingen in Turkije aan ‘Brussel’ te danken zijn, is erg paternalistisch tegenover het rijke binnenlandse debat dat momenteel aan de gang is", schrijft Hilmi Kaçar.

zondag 12 september 2010 11:27

De huidige grondwet werd ingevoerd door de militaire junta, kort na de coup van 12 september 1980. Herziening ervan is sindsdien een heet hangijzer in de Turkse politiek. De regerende AKP diende dit jaar in het Turkse parlement een wetsontwerp in voor de hervorming van de grondwet. De amendementen haalden niet de nodige tweederde meerderheid, waardoor een referendum is uitgeschreven.

Op zondag 12 september, precies 30 jaar na de staatsgreep, mag de bevolking zich direct uitspreken over het pakket grondwetwijzigingen. De drang naar een betere democratie wordt breed gedragen. Talloze journalisten, schrijvers, juristen en andere burgers spreken zich openlijk uit tegen ondemocratische structuren. Ze eisen ook respect voor minderheden en andersdenkenden.

De suggestie van de tegenstanders dat de nieuwe grondwet vooral dient om de greep van de moslimdemocratische AKP te versterken, is te kort door de bocht – ook al kun je kritiek hebben op bepaalde aspecten en de stijl van premier Erdogan. Langzaam maar zeker wordt Turkije een sterkere democratie, waar diverse stromingen – niet alleen de AKP – van kunnen profiteren.

De voorgestelde wijzigingen zijn onder meer bedoeld om de staatsstructuur meer in lijn te brengen met de Europese standaarden. Opmerkelijke veranderingen zijn o.a. de onderwerping van de beslissingen van de Hoge Militaire Raad (YA?) aan rechterlijk toezicht. Ook de immuniteit van voormalige coupplegers wordt opgeheven, waardoor ze strafrechtelijk vervolgd kunnen worden. De militairen kunnen voortaan berecht worden bij burgerlijke rechtbanken, maar burgers kunnen niet langer bij militaire rechtbanken. Daar in het lopend gerechtelijke onderzoek naar de ‘Ergenekon’-zaak al actieve en gepensioneerde militairen vervolgd worden voor coupplannen, zal dit amendement vooral het gezag van de burgerlijke rechtbanken vergroten.

Voorts zal de militaire administratieve rechtbank alleen nog geregeld worden door het principe van de onafhankelijke rechterlijke macht in plaats van ‘militaire noodwendigheid’. 

Vele deskundigen zijn ervan overtuigd dat bijvoorbeeld de nieuwe samenstelling van het Turkse Constitutionele Hof, Turkije dichter bij de Europese standaarden brengt. Naast de president, zal nu ook het parlement enkele rechters kunnen benoemen (3 van de 17). Vermeerdering van het aantal rechters zal wellicht meer pluralisme binnenbrengen. De huidige voorstellen hebben al positieve commentaar opgeleverd bij de Europese Commissie en de Raad van Europa, op voorwaarde dat de rechters politiek onafhankelijk zullen kunnen werken.

Het wordt voortaan ook moeilijker om volksvertegenwoordigers – bijvoorbeeld van Koerdische signatuur – uit hun ambt te ontzetten. Het pakket bevat ook meer vrouwen- en kinderrechten en bescherming van de privacy. Verder wordt het verbod op algemene stakingen opgeheven. Deze maatregel omvat zowel politieke en economische stakingen, als solidariteitsacties.

Ambtenaren zouden eindelijk CAO’s kunnen onderhandelen. Uiteraard is het voorgestelde hervormingspakket nog onvoldoende om een reële democratie te garanderen. Zo blijft bijvoorbeeld de landelijke kiesdrempel van 10%, die een werkelijke weerspiegeling van de kiezers in het parlement verhindert, nog steeds onaangeroerd.

Er speelt zich duidelijk een vinnige machtstrijd af. Het feit dat de hervormingen onder meer de ruime politieke invloed van het leger indammen, is een doorn in het oog van het conservatief-kemalistische establishment, de adepten van het strenge laïcisme en Turks-nationalisme. De republiek heeft nooit enige vorm van democratische controle op het leger gekend.

Het Turkse leger ontleent zijn politieke macht aan de sleutelrol die het speelde bij de strijd voor de onafhankelijkheid en de oprichting van de republiek in de nadagen van WO I. Maar er mag er ook op gewezen worden dat Westerse machten tijdens de Koude Oorlog het militarisme bestendigd, en de democratie zware schade toegebracht hebben. In het kader van de Koude Oorlog en drie militaire staatsgrepen werd onder meer de Turkse politieke linkerzijde hevig onderdrukt.

De steun van de kemalisten voor een centrale rol van het leger, is een logische consequentie van een gedateerde elitair-jacobijnse overtuiging dat het seculiere karakter van de staat alleen met ondemocratische middelen verdedigd kan worden.

In het debat over het constitutioneel referendum lijken weinigen dan ook in staat afstand te nemen van de politieke polarisatie die het land momenteel in haar greep heeft. Deze polarisatie wordt verder aangescherpt door het oplaaiende geweld van de Koerdische afscheidingsbeweging PKK. Turkije maakt momenteel een diepgaand transformatieproces door.

Enerzijds zie je een Turkije dat economisch groeit en bloeit, razendsnel moderniseert, onder de huidige regering belangrijke stappen onderneemt naar meer democratie en zelfbewust optreedt in de internationale arena. Maar ook een Turkije dat diepgaand verdeeld is, worstelt met zijn kemalistisch erfgoed en nationale identiteit, waar complottheorieën welig tieren en bijna alle media in een welbepaald kamp zitten. Daarbij is de Koerdische kwestie nog steeds de achilleshiel van het land.

Een belangrijke vaststelling bij dit alles is dat de drang naar een betere democratie grotendeels vanuit de Turkse samenleving zelf komt. Die is niet uitsluitend het gevolg van ‘Europese druk’, zoals we in Westerse media al te vaak lezen. De suggestie dat alle positieve ontwikkelingen in Turkije aan ‘Brussel’ te danken zijn, is erg paternalistisch tegenover het rijke binnenlandse debat dat momenteel aan de gang is. 

Zoals in zoveel andere landen heeft ook de Turkse democratie rake klappen gekregen, iets wat in de eerste plaats de Turken zelf aan het herstellen zijn. Het overgrote deel van de bevolking ziet overigens ook geen enkel heil in een grotere invloed van de islam op de organisatie en het beleid van de Turkse staat. Het diepgewortelde secularisme maakt aldus een afglijden naar ‘theocratie’ nagenoeg onmogelijk.

Vandaag zitten in Turkije de ondemocratische tendensen duidelijk in de verdrukking. Kwaliteitskranten van uiteenlopende strekking stellen alle taboes en heilige huisjes ter discussie. Met de regelmaat van een klok worden schandalen binnen het leger en gezagsdepartementen aan het licht gebracht. Helaas wordt in Europa de reikwijdte van deze democratische opleving onvoldoende gewaardeerd.

Door eindelijk – zoals beloofd – volop ‘ja’ te zeggen aan de Turkse toetreding, zou de Europese Unie deze evolutie kunnen versterken en verankeren. Het omgekeerde speelt in de kaart van hen die blijven teren op wantrouwen, verzuring en haat, van uiterst-rechtse elementen in het leger tot Koerdische of islamitische extremisten. En zoals als vaak geargumenteerd: Turkije heeft de EU enorm veel te bieden op economisch, geopolitiek en cultureel vlak.

Hilmi Kaçar is wetenschappelijk medewerker aan de Vakgroep Geschiedenis aan de Universiteit Gent

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!