Nieuws, Cultuur, België, Recensie, Taal -

Bestaat er een Belgische taal?

‘Foert’ is een woord dat zowel door Nederlandstalige als door Franstalige Belgen wordt gebruikt. Een typisch Belgisch woord, dus. Nu is het zelfs officieel opgenomen in het ‘Dictionnaire des Belgicismes’ van prof. Michel Francard (UCL).

woensdag 8 september 2010 12:59

Een ander pas verschenen boek dat de ‘Belgische taal’ voor het voetlicht haalt, is ‘Comment parler le Belge’ van Philippe Genion. En ook de Engelse journalist Alex Taylor schreef een guitig boek over hoe je verliefd kunt worden op talen. Misschien geschikte nazomerlectuur voor politici.

‘La Belgitude’ noemde schrijver Pierre Mertens en een aantal Franstalige Brusselse intellectuelen (vooral uit de kringen rond de ULB) ooit de eigenheid van dit koppig surrealistische landje. Magritte was in de eerste plaats dan ook geen schilder (ondanks zijn nu bekende posterschilderijen). Magritte was een taalkunstenaar die jongleerde met woorden en begrippen, en pas in tweede instantie met beelden. Ook Marcel Broodthaers was eerder een – mislukte – dichter dan een beeldenmaker. En ook Jacques Brel was een taaltovenaar die met woorden in de beeldtraditie trad van dit ‘Plat Pays’ – de Lage Landen bij de Zee.

Taalmoes

Die taalhybriditeit zit duidelijk in de Belgische taal verweven, zowel in haar Noordelijke als in haar Zuidelijke taal variant. In de nieuwste Larousse, het referentiewoordenboek van de Franse taal, werd zopas het woord ‘Ket’ opgenomen. Ket is een duidelijk Nederlandstalig Brussels woord dat staat voor een straatjongen.

Als een typisch Brussels woord is het ook opgenomen in het boek van Philippe Genion ‘Comment parler le Belge – et le comprendre – ce qui est moins simple’ met een fonetische ondertitel ’coman parl’ leu bèlchhh é le comprentt’,s’ki est mouin sainp’. 

Taal proeven

Genion noemt zichzelf een ‘épicu-tout’ in plaats van een ‘épicu-rien’. En een levensgenieter is de wijnkenner, en vooral -liefhebber, rockmuzikant, radiomaker, culinair criticus, organisator van festivals en evenementen in elk geval. Taalsmullen hoort er zekers bij; zoveel is duidelijk in zijn boek dat barst van de ‘bonhomie’ (goedmoedigheid, nvdr). Dat gaat van het woord ‘cassonade’ (donkerbruine suiker) die in Frankrijk amper gekend is, tot Cécémel, en ‘Comme Chez Soi’, het sterrenrestaurant. Zijn uitsmijters zijn ‘Tof, c’était quand même bon, hein ket?’, ‘dikke nek’ en ‘drache’ of ‘rwetatpanse’, dat Genion als een ‘transcommunautair’ woord bestempelt. In de jaren 1980 werd het gebruikt op Vlaamse rockfestivals waar ruig volk voor standjes van verkopers van ‘erwtenpensen’ vond dat het woord klonk als een fonetische verbastering van ‘kijkt naar uwen buik.’ 

Taalsmaak 

Met veel appetijt bijt die boekje zich vast in die ‘belgitude’-atmosfeer, waarbij Genion een sneer geeft naar die Fransen die zelfs geen ‘dubbele v’ (of: ‘w’) kunnen uitspreken. Een ‘Wallon’ is geen ‘Vvallon’. Of het woord ‘Bruxelles’ dat niet met een ‘x’ kan worden uitgesproken, maar op zijn Nederlands, als ‘Brussel’, vermits het van het Germaanse ‘Broek’ (bruoc) of moeras en ‘sala’ nederzetting komt.

Taaloverheersing 

Franstalige Belgen zetten zich dus af tegen wat jarenlang de hegemonie van de Franse cultuurtaal is geweest. ‘Parler Belge’ is geen schande meer, wel integendeel. Het is een eigenheid. Dat is zeker de bedoeling geweest van de ploeg rond professor Michel Francard van de UCL(Université Catholique de Louvain). Op een wetenschappelijke manier werd de specificiteit van de Belgische taal nagevlooid.

Sinds 2000 worden typisch Belgische woorden aan verschillende mensen ter beoordeling voorgelegd, om na te gaan welke woorden op dit ogenblik in Franstalig België gebruikt worden. Om opgenomen te worden in het woordenboek, moesten 30 % van de testpersonen het woord gebruiken, en 50 % van de beoordelaars moesten het kennen. Sommige woorden werden op basis van die normen geweerd, wegens te lokaal. Ook hedendaagse woorden drongen binnen; specifieke woorden zoals GSM die in Frankrijk eerder als ‘portable’ worden aangeduid. 

Taalleningen 

En natuurlijk staan er ook leenwoorden uit het Nederlands in het woordenboek. De makers van het woordenboek erkennen dat Brussel in oorsprong een Nederlandstalige (géén Vlaamse) stad was en dat daarvan ook woorden en uitdrukkingen in het ‘Belgenfrans’ doorgesijpeld zijn. Zelfs Spaanse woorden zitten zowel in het Belgisch Nederlands als het Belgisch Frans. Zou het niet jammer zijn om het woord ‘pagadder’ te veronachtzamen? Een ander voorbeeld van zo’n leenwoord is ‘blinquer’ dat van het Nederlandse ‘blinken’ komt. 

Taalspek   

‘Le Dictionnaire des Belgicismes’ is van dat soort leentjebuur doorspekt. Een ander voorbeeld is het woord ‘kipkap’. Noch in Frankrijk, noch in Nederland, bestaat het woord dat ook in Franstalig België (hoewel minder in Wallonië, behalve in de grensgebieden) wordt gehanteerd. In Frankrijk wordt voor kipkap ‘tête pressée’ gebruikt en in Nederland geldt het woord ‘hoofdkaas’. ‘Kipkap’ staat zowel voor charcuterie ‘gegeten met cornichons’(zegt de Dictionnaire) maar ook in de betekenis van ‘faire du kipkap de quelqu’un’ (iemand in mootjes hakken): “si je ne m’étais pas retenu, j’aurais fait du kipkap avec ce zievereir”. ‘Zievereir’, nog zo’n leenwoord uit het Nederlands. En verder : waterzooi, vogelpik, ket, klette, kriek…

Jammer vindt Michel Francard dat het Belgische woord ‘friture’ terrein heeft verloren ten voordele van het Franse ‘friterie’. Want ‘Friture’ beschouwt hij als een stuk patrimoinium  Het leven van een taal is het leven van mensen.

Taalemoties

De smaak van een Belgische croissant, dat is Alex Taylors oudste herinnering aan Brussel. Voor de meertalige Engelse journalist waren talen een sleutel om begrepen te worden, om je goed te voelen in je vel. “Ik voelde me gevangen: een klein jongetje dat wist dat hij homo was, maar dat niet kon uiten in dat Engelse geboortedorpje. Talen waren een paspoort om naar andere gebieden te gaan. Ik kon dat niet aan mijn ouders uitleggen. Het was iets anders. Onbewust begreep ik dat ik elders wel zou kunnen leven zoals ik écht was. Het beroemde televisieprogramma ‘Spel zonder grenzen’ met al die deelnemende landen, vond ik fantastisch, want ’t was een venster op de verscheidenheid van Europa toen al. Die fantastische menagerie van Europa.”

Taalliefde

Verliefd, dodelijk verliefd op taal is Alex Taylor, een levend symbool van een goed-in-zijn-vel zittende Europeaan. Taylor is al zijn hele leven bezig met taal, niet alleen als leraar, gedurende een tiental jaar aan de Ecole Normale Supérieure, maar ook als televisiemaker. Hij is werkelijk ‘Mister Europe’: eerst las hij nog de editorialen uit de Belgische pers op de Franse radio en was zo de spreekbuis van dit landje, later werkte hij voor France 3, Arte, BBC , RFI, … en becommentarieert nu de actualiteit op France Inter…in alexandrijnen.

Taal = sociaal 

Met zijn typische Britse ‘tongue-in-cheeckhumor’ kijkt Taylor met een gulzige nieuwsgierigheid naar taalfenomenen. Taal is daarbij ook sociaal vermits het een uiting is van een mentaliteit en van een maatschappij.
In het Mandarijns, de taal die het meest gesproken wordt over de hele wereld, bestaan de woorden ‘ja’ en ‘neen’ niet. Chinezen zeggen dus nooit ‘nee,’ maar vertalen hun negatief antwoord in een soort verwarrende bevestiging.

In Japan kende men tot begin 20ste eeuw geen woord voor ‘liefde’. Liefde bestond gewoon weg niet. Huwelijken waren immers gearrangeerde overeenkomsten tussen families. Dat leverde wel een probleem op met de vertalingen van de 19e eeuwse Victoriaanse romans die smachtten van liefde.

Taalgevoelig

Voor Taylor, die opgroeide in een typisch Engelse omgeving, is er ook niks verkeerd aan door de bakkersvrouw bediend te worden met het woordje ‘liefje’. There, you go, Love!  De uitsmijter ‘Meine Liebe’ zou echter compleet ongepast worden beschouwd in Berlijn, waar Taylor nu deeltijds woont. De uitdrukking ‘to fall in love’ of ‘tomber amoureux’ , dat is voor de nuchtere Brit toch wel wat lastig: ‘vallen door de liefde’! Hoe kan iets negatiefs verbonden worden aan het tintelende gevoel van vlinders in de buik?

Als een monkelende buitenstaander kijkt Taylor naar taal en omgangsvormen: de 60 verschillende woorden voor sneeuw die de Inuït kennen en het Engelse woord slush voor de bruine vieze sneeuwsmurrie, het gebruik van het woord ‘hebben’ en ‘zijn’, de afwezigheid van een woord voor water in het Japans…

Taalminnaar(s)

Doordat Taylor zo vrolijk huppelt en hinkstapspringt, dartelt hij zelfs met het Nederlands: ‘glimlachen’ in zijn olijke manier van taalspelen is dat ‘stilzwijgend blinkend lachen’ en niet ‘in het vuistje lachen’ zoals het Franse woord ‘sourire’, of ‘chuckle’ in het Engels dat nog een klankkleur bij krijgt.

‘Talen hebben me meer de ogen geopend, dan ze mijn mond hebben geopend’, zegt Alex Taylor, nu meer dan 50 jaar nadat hij als elfjarige knaap zijn eerste Franse taalles kreeg en hij zich erom verbaasde dat het Franse woord ‘oui’ uitgesproken wordt als het Engelse woord ‘we’. Hij stond versteld over de woorden ‘solidaire’ en ‘tendresse’, die niet aan de overkant van de White Cliffs over Dover worden gekoesterd. Nadien kende Taylor andere minnaars zoals het Italiaans met het hoogdringende woord ‘precipitevolissimevolmente’ (zo snel mogelijk), of het Spaans, waarin een vrouw ’embarazada’ (belemmerd) is als ze zwanger is.

Taalbuitelingen 

De polyglot kreeg het idee om dit boek te schrijven toen er een ‘zwangere’ stilte viel op een Parijs diner en iemand zei: ‘Un ange passe’. Maar toen een van de gasten vroeg hoe men die uitdrukking vertaalde naar het Engels, moest hij het antwoord schuldig blijven en zei hij ietwat ironisch: ‘de engelen komen niet op bezoek bij Engelstaligen wanneer we elkaar niks meer te zeggen hebben.’

Dit dartelen met woorden, uitdrukkingen, sferen en ambiance stimuleert alleen maar de verdraagzaamheid, creativiteit, nieuwsgierigheid en een guitige zin voor humor die nauw aansluit bij het Belgische surrealisme. Taylors grootmoeder zei ooit over de talen van het continent: ‘daar spreekt men vreemd buitenlands’. Bewuste meertaligheid en (Taylors) verliefdheid op talen groeien misschien ooit uit tot … Europees of andersglobalistisch dadaïsme. Non peut-être? Jamaar nee!
 

Referenties:

‘Dictionnaire des Belgicismes’ van Michel Francard met G. Genion, R Wilmet, A. Wirth, is een uitgave van De Boeck-Duculot, Brussel, 2010 
 
‘Bouche bée, tout ouïe…ou comment tomber amoureux des langues’ (alles gehoord en met open mond verliefd worden op talen), van Alex Taylor, is een uitgave van JC Lattès 2010; www.editions-jclattes.fr; ISBN 978-2-7096-3069-6

Comment parler le Belge et le comprendre ; ce qui est moins simple van Philippe Genion is een uitgave van Points, Paris in de série ‘Le gouts des mots’2010, isbn978-2-7578-1812-1

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!