Interview, Nieuws, Wereld, Politiek, Ontwikkeling, Millenniumdoelstellingen -

“Rijke landen dreigen hun geloofwaardigheid te verliezen”

Julie Fueyo Fernandez van Oxfam Solidariteit interviewde Michael Cashman en Leonor Briones over de Milleniumdoelstellingen. Cashman is rapporteur voor de Millenniumdoelstellingen (MDG’s) voor het Europese Parlement. Briones is de coördinatrice van Social Watch Azië.

dinsdag 7 september 2010 13:01

De Millenniumdoelstellingen dreigen niet gehaald te worden. Nochtans werden ze weinig ambitieus genoemd…

Michael Cashman: De Millenniumdoelstellingen zijn inderdaad niet ambitieus genoeg. Het zijn minimale doelstellingen. Maar zelfs die verplichtingen komen we op dit ogenblik niet na. We hebben nog slechts 5 jaar om ze te halen. En enkele doelstellingen dreigen niet gehaald te worden, dat klopt.

Leonor Briones: Daar sluit ik me bij aan. De Millenniumdoelstellingen zijn in feite niet voldoende. Het gaat wel om engagementen die de regeringen zijn aangegaan voor de Verenigde Naties en de hele wereld. We moeten die regeringen dus blijven herinneren aan hun verplichting om ze te realiseren. Bovendien zijn de Millenniumdoelstellingen een handig middel om de prestaties van de regeringen te evalueren.

Is het nog mogelijk om de Millenniumdoelstellingen te realiseren tegen 2015?

M.C.: Absoluut. In de politiek mag de druk nooit verminderen. Als je er zelf niet in gelooft, hoe kan je dan aan anderen vragen om je te steunen? Hoe kan je de lidstaten van de EU of van de G20 dan aanmoedigen om hun wettelijke en morele verplichtingen na te komen?

L.B.: Ik denk dat het moeilijk zal worden om de Millenniumdoelstellingen te halen. Door de wereldwijde financiële crisis en de opeenstapeling van natuurrampen, is de armoede in vele landen alleen maar toegenomen. En dan praten we nog niet over de bestuursproblemen.

Heeft de EU in de strijd met de crisis niet vooral haar eigen hachje willen redden?

M.C.: Zeker niet. Als dat waar was, zouden we slechts een Europese markt zijn, zonder waarden. Wij zouden niet de eerste leverancier van ontwikkelingshulp zijn. Dit gezegd zijnde, is het wel waar dat de situatie veel rooskleuriger was toen de regeringen hun financiële verbintenissen aangingen. Vandaag worden ze zwaar onder druk gezet om de geldstromen intern om te leiden. De Europese staten hebben zich geëngageerd om een percentage van hun Bruto Nationaal Inkomen (BNI) te besteden aan ontwikkelingshulp. Als die inkomsten dalen, daalt ook de bijdrage voor ontwikkelingshulp. De crisis is dus een gedeelde last. Voor de ontwikkelingslanden is de crisis bovendien een dubbele last: de rijke landen hebben de crisis veroorzaakt, maar de gevolgen zijn veel zwaarder voor de ontwikkelingslanden.

Het is waar dat vele Europese landen hun belofte nog altijd niet zijn nagekomen om 0,7% van hun BNI aan ontwikkelingshulp te besteden. Het Europese Parlement heeft deze landen geïnterpelleerd. In bepaalde landen, zoals Engeland of België, is deze belofte nu een wettelijke verplichting geworden. Ik zou dit graag zien gebeuren in alle 27 lidstaten. Daarnaast moeten ze ook extra middelen vrijmaken om de klimaatverandering aan te pakken en de gevolgen ervan te verminderen.

L.B.: Je eigen hachje redden, dat is een natuurlijke reflex. We hebben effectief een daling in de ontwikkelingshulp gevoeld en soms ook een verandering van strategie. De ontwikkelingslanden hebben het gevoel dat ze zelf hun plan moeten trekken bij deze crisis.

Is de realisatie van de Millenniumdoelstellingen niet vooral de verantwoordelijkheid van de ontwikkelingslanden?

M.C.: Er moet in de eerste plaats een algemene coherentie zijn. De EU moet haar beleid aanpassen dat in tegenspraak is met haar positieve inspanningen op het vlak van ontwikkelingshulp. Aan de andere kant moeten we de begunstigde landen aanmoedigen tot goed bestuur: ze moeten de corruptie bestrijden, belastingen innen, de publieke dienstverlening versterken,…

We moeten ervoor zorgen dat ontwikkelingslanden beschouwd worden als een deel van de oplossing, niet als het probleem. Het volstaat hun een mandaat te geven om de Millenniumdoelstellingen te realiseren en ook de middelen ter beschikking te stellen om daarin te slagen. Dit vereist de participatie van alle burgers. De ontwikkelingslanden moeten rekenschap afleggen aan hun bevolkingen, via het parlement, de media, enz. Dat is waar democratie om draait. Meer democratische en verantwoordelijke regeringen zullen veel beter in staat zijn een economie uit te bouwen waarin de burgers kunnen floreren.

L.B.: Het gaat hier om een gedeelde verantwoordelijkheid van de ontwikkelingslanden en de rijke landen. We schuiven de verantwoordelijkheid nogal makkelijk op de ontwikkelingslanden. Maar als we er niet in slagen de Millenniumdoelstellingen te halen, dan komt dat door een gebrek aan financiële middelen. We hebben enorme schulden en een budgettair tekort omdat we onze producten niet meer kunnen verkopen. De vraag van de rijke landen is immers gedaald. De discussie over wie nu de verantwoordelijkheid draagt, dateert al van bij de creatie van de Millenniumdoelstellingen. De rijke landen zeiden toen: doelstellingen 1 tot en met 7, dat is jullie probleem, doelstelling 8 (het opleggen van beperkingen op de vrijhandel die de onrechtvaardige gevolgen ervan moet tegengaan) is ons probleem. Ik ben het daar niet mee eens. Wij zijn allemaal verantwoordelijkheid voor de realisatie van alle doelstellingen. En wat die fameuze doelstelling 8 betreft, hoe ver zijn we daarmee eigenlijk gevorderd?

Deze doelstelling toont goed aan dat geld alleen niet volstaat om de Millenniumdoelstellingen te verwezenlijken. We moeten ook een coherent beleid hebben….

L.B.: Het al dan niet realiseren van Millenniumdoelstelling 8 bepaalt het succes van de andere doelstellingen. In deze doelstelling ligt de oplossing voor veel obstakels in ontwikkelingslanden. Er moeten financiële middelen vrijgemaakt worden door het probleem van de schuld op te lossen, we moeten een wereldwijde consensus bereiken over het probleem met de internationale vrijhandel, enzovoort.

M.C.: Meer coherentie in ons beleid, daar vecht ik elke dag voor. Wij moeten ons gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB), de visserij, ons handelsbeleid, de belastingsparadijzen… hervormen. Alles wat de positieve effecten van ontwikkelingshulp negatief beïnvloedt.

Hulp is geen wondermiddel. Het is het amalgaam van beleidsterreinen dat telt. Geldstromen naar ontwikkelingslanden verzekeren, dat is goed. Maar als we tegelijkertijd teveel produceren en een exportsubsidie verlenen om die overproductie naar ontwikkelingslanden te sturen, ondermijnen we hun economie en verhinderen we de boeren om van hun opbrengst te leven. Daarom moeten we het gemeenschappelijk landbouwbeleid hervormen: we moeten in staat zijn om de producenten een duurzame en voorspelbare prijs te garanderen.

Ten slotte moet de coherentie globaal zijn: er moet coherentie zijn tussen wat Rusland, China of de Verenigde Staten doen. Het beleid van de EU maakt deel uit van een mozaïek.

Denkt u dat de handelsakkoorden van de EU de realisatie van de Millenniumdoelstellingen beïnvloeden?

L.B.: Zeer zeker. Deze akkoorden zijn vaak unilateraal; ze zijn voordeliger voor de rijke landen dan voor de ontwikkelingslanden.

M.C.: Een goed partnerschapsakkoord (EPA) moet evenveel opbrengen voor de EU als voor haar partners. Dat is op dit moment niet het geval. Als wij een opening van de markten vragen, moeten wij ook onze markten openstellen. We mogen niet enkel de markten van anderen exploiteren.

Zijn budgetsteun en ‘budget tracking’ volgens u de juiste middelen om een efficiënt gebruik van de hulp te garanderen?

M.C.: Het is niet dé manier, maar wel een van de manieren waarmee resultaten geboekt worden. Een andere is bijvoorbeeld de samenwerking met het maatschappelijk middenveld en met ngo’s die resultaten boeken met hun projecten. Daarmee bedoel ik niet alleen een infrastructuur, maar ook de diensten die daarbij horen.

L.B.: Budgetsteun is veel efficiënter dan specifieke projectsteun. Ten eerste is het een manier om vertrouwen en respect te geven aan de begunstigde landen. We kennen hen een budget toe dat ze kunnen gebruiken daar waar zij het nodig achten. We geven hen ook meer flexibiliteit, terwijl bij projectsteun elke cent naar een zeer specifiek project gaat. Budgettaire steun moet natuurlijk wel gecontroleerd worden door het maatschappelijk middenveld.

In de Filippijnen doet Social Watch al drie jaar aan ‘budget tracking’ bij projecten in de gezondheidszorg en het onderwijs. Ik denk dat dit toezicht nog zal toenemen. Het is een logische ontwikkeling: eerst tracht je de overheid te overtuigen om meer te investeren in bepaalde sectoren. Eens ze beloven dit te doen, wil je je ervan verzekeren dat ze de plannen ook werkelijk uitvoeren. Wij hebben het recht en de plicht om te controleren op welke manier dat geld wordt uitgegeven.

Rijke landen gaan voortdurend engagementen aan waar ze zich niet aan houden. Riskeren ze hun geloofwaardigheid niet te verliezen?

M.C.: Als wij onze beloftes niet houden, dan kan ons dat op termijn al onze morele of wettelijke legitimiteit kosten in de wereld. Het zijn de kiezers die ervoor moeten zorgen dat de lidstaten zich aan hun beloftes houden door ze in wetten te gieten. Bovendien zorgt het gebrek aan zekere en voorspelbare financieringen voor problemen in ontwikkelingslanden, want zij kunnen hun investeringen niet plannen. En dat ondermijnt al het gedane werk.

L.B.: Dat is zeker. Daarom streven wij ernaar onze regeringen en ons maatschappelijk middenveld te doen inzien dat ze niet noodzakelijk moeten rekenen op het medelijden en de goede wil van rijke landen. Wij kennen immers de grens van wat rijke landen kunnen doen. Bovendien hebben zij hun voorkeuren. Het is heel normaal dat de voorkeur uitgaat naar de armste landen, want daar kunnen zelfs met weinig middelen spectaculaire resultaten geboekt worden.

Maar om de landen met een gemiddeld inkomen, in Azië bijvoorbeeld, vooruit te helpen, zijn er grotere sommen geld nodig. In absolute cijfers hebben we meer armen in Azië. Toch verkiezen de rijken landen te investeren in de kleinste landen. Ook hebben ze een soort schuldgevoel ten opzichte van de Afrikaanse landen. Het zijn ex-kolonies en de oude koloniale machten voelen zich verplicht de exploitaties uit het verleden te vergoeden.

Ik zeg niet dat wij meer hulp verdienen dan de Afrikaanse landen, maar, weet je, arme mensen zijn arme mensen, waar dan ook in de wereld.

Julie Fueyo Fernandez

(Dit artikel maakt deel uit van Globo 31: De Millenniumdoelstellingen, gewikt en gewogen)

____________________________________________________________

Wie zijn Michael Cashman en Leonor Briones?

Michael Cashman is een Brits lid van het Europese Parlement sinds 1999. Voor hij zich bij de Labour Party aansloot en zich in de politiek gooide, was hij een acteur. In het Parlement viel hij op door zijn strijd tegen de discriminatie van minderheden in de Europese Unie. In 2007 werd hij verkozen tot ‘Parlementslid van het jaar’ en kreeg hij de prijs voor gerechtigheid en fundamentele rechten. In 2010 is hij speciaal rapporteur voor de Millenniumdoelstellingen voor de Ontwikkelingscommissie van het Europese Parlement.


Professor Leonor Briones is coördinatrice van Social Watch Azië en richtte Social Watch in de Filippijnen op. Social Watch is een netwerk van meer dan 100 organisaties en individuen die strijden tegen armoede, voor een gelijke verdeling van de rijkdom en voor het respecteren van de mensenrechten. Als specialiste in ontwikkelingshulp presenteerde Briones een alternatief budget aan de Filippijnse regering in 2009. Dat budget voorzag meer ruimte voor sociale basisvoorzieningen. Leonor Briones maakt deel uit van de ‘W8’, een groep van 8 vrouwen die Oxfam samenbracht. Zij trekken de wereld rond om meer aandacht te vragen voor de toegang tot sociale basisvoorzieningen.


dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!