Essay, Nieuws, Samenleving, Tmd, Kif Kif + Ico Maly + communicatie + multiculturele samenleving + discours + -

‘Communicatie’ in de multiculturele samenleving

"Er bestaat geen machtsvrije dialoog," stelt Ico Maly in dit essay. Alleen als je een boodschap hebt die 'pakt', en als je veel geld kan neertellen voor een communicatietraining, word je gehoord. Paradoxaal genoeg vergroot communicatie op die manier de ongelijkheid in de samenleving. En dat geldt ook voor de verhoudingen tussen culturen...

maandag 30 augustus 2010 10:21

We communiceren er vandaag de dag op los. Bij momenten lijkt communicatie zelfs het enige wat rest in onze samenleving. Hoe vaak stellen politici niet dat ze geen fout gemaakt hebben, maar dat ze ‘het fout gecommuniceerd hebben’, dat ze ‘het zo niet bedoelden’. Ook in het kader van de interculturele samenleving komt communicatie snel bovendrijven. Aan de linkerzijde komt dan vaak het concept van de ‘interculturele dialoog’ in het vizier als oplossing voor allerhande zogenaamde integratieproblemen. Ook de rechterzijde stelt communicatie centraal als het over interculturaliteit gaat. Daar hoort men dan al te vaak dat men ‘taboes wil doen sneuvelen’, de dingen ‘rechts voor de raap’ wil kunnen ‘benoemen’. En al snel gaat het dan natuurlijk over ‘de islam’ en de incompabiliteit van die ‘islam’ met onze democratie. In deze analyse bekijken we ‘communicatie’ en de bijdrage die ze levert aan het debat over de interculturele samenleving. We starten hiervoor eerst met enkele theoretische bespiegelingen over taal, ongelijkheid en de samenleving. Dit laat ons toe om dan diepgaand te reflecteren over de rol van ‘communicatie’ in de verschillende discoursen over de multiculturele samenleving.

Taal-in-actie

Taal, en dan vooral communiceren, is duidelijk een cruciaal gegeven in het politieke veld. Dat is op zich niet nieuw. De impact en de invulling van wat communicatie is in deze gemediatiseerde tijden is echter veranderd in de laatste decennia. In het debat over de interculturele samenleving neemt ‘communicatie’ een zeer prominente plaats in. Opvallend, vandaag de dag, is, dat beide partijen er in dit debat van uitgaan dat taal, communiceren, een cruciale rol speelt. Het ene kamp stelt dat het noodzakelijk is om ‘de dingen bij naam te noemen’, terwijl het andere kamp stelt dat we moeten ‘dialogeren tussen culturen’, willen we dichter bij een oplossing komen. Hoewel deze twee kampen op het eerste zicht twee diametraal tegenovergestelde visies vertolken, hebben ze meer gemeen dan op het eerste zicht lijkt. Meer nog: geen van beide visies biedt een oplossing voor de gestelde problemen.

We lopen hier echter op de zaken vooruit. Om bovenstaande stelling te duiden, is het noodzakelijk om eerst even stil te staan bij de relatie tussen taal, samenleving en ongelijkheid. Vervolgens moet ingezoomd worden op het concept communicatie. Dan pas kunnen we het hebben over ‘communicatie in de multiculturele samenleving’. Dat zullen we dan weer doen door twee verschillende posities in dat debat te analyseren. We zullen die vooral analyseren en beoordelen door te focussen op de bijdrage die deze discoursen leveren tot het uitbouwen van een rechtvaardige interculturele samenleving. We starten, zoals gezegd, met enkele bespiegelingen over taal en samenleving.

Taal als structurend element van de samenleving 

Ik begin met een anekdote die mijn inziens behoorlijk wat draagwijdte kent en goed vertolkt wat bij velen schijnt te leven. Een tijd geleden was ik te gast aan de universiteit van Leuven om er in het kader van het feest van de filosofie in debat te treden over de Vrije Meningsuiting. Meermaals weerklonk daar de stelling bij het publiek en het panel dat “opinies vluchtig zijn”. Eenmaal uitgesproken lijken ze verdwenen te zijn, zonder enige impact op de realiteit. Opinies, taal en communicatie dus, lijken vrijblijvend te zijn. Alle meningen moeten bijgevolg vrij kunnen circuleren in de samenleving. Want zo gaat de redenering, als opinies niet vrij kunnen circuleren verdwijnen ze naar de ‘underground’. Ze worden dan niet alleen onzichtbaar, maar opeens ook potentieel gevaarlijk. Dat is vaak de onderliggende redenering bij al die pleidooien voor absolute en ongebreidelde vrije meningsuiting: de taboes moeten sneuvelen, we moeten nu eindelijk eens onomwonden kunnen zeggen waar het op staat. Dat is gezond voor een democratie, is dan het bijhorende argument. Een waarheid als een koe, zo lijkt het. Maar is het dat wel zo? Is deze gedachte zo onderbouwd als ze op het eerste gezicht lijkt?

Om die stellingen te kunnen beoordelen, moeten we onvermijdelijk eerst spreken over taal, en meer bepaald over de rol van taal in de structurering van de samenleving. Taal is alomtegenwoordig in ieders leven. We spreken constant, we schrijven en lezen e-mails, blogs, rapporten en artikels. In het straatbeeld schreeuwen vitrines, reclameborden en verkeersborden ons toe. Als we op het werk zijn en onze job eens onder de loep nemen, dan merken we dat die job een bij uitstek talige activiteit is, ook als we arbeider zijn. We geven orders of we krijgen er, we mailen er op los, we moeten evaluatie –en functioneringsgesprekken voeren. We hebben team –of stafvergaderingen en schrijven teamverslagen, rapporten of subsidiedossiers. Er moet inhoudelijk afgestemd worden, enzovoort. In elk van deze talige uitingen verbeelden we de wereld rondom ons, maar herscheppen tegelijkertijd ook diezelfde wereld. Taal is constant aanwezig in ons leven en veel zaken die we categoriseren onder ‘dingen doen’ of ‘werken’ betreffen eigenlijk een groot aandeel spreken, communiceren… taal dus.

Kortom, als we vijf minuten stilstaan bij ons eigen leven, dan merken we niet alleen dat we constant taal gebruiken, maar ook dat taal weldegelijk een handeling is. Als we een huis laten bouwen, dan doen we dat door taal te gebruiken. Dan zeggen we tegen de architect, de aannemer en de vele werkmannen hoe we het huis willen. En uiteindelijk, vaak na een lange lijdensweg, staat dat huis daar. Een heel simpel voorbeeld om te duiden dat taal zich weldegelijk uit in handelingen en dus ook zeer duidelijke materiële gevolgen heeft. Taal is niet vrijblijvend, maar heeft duidelijk een constructieve rol in de samenleving.

Taal en ongelijkheid

Taal en taal is echter twee. Het is immers duidelijk dat taal niet los staat van de context waarbinnen ze geuit wordt. Zo is de impact van de taal afhankelijk van de positie van de sprekers. Stel dat je een willekeurige bouwwerf uitzoekt en daar komt vertellen hoe het moet en wat je wenst. De kans dat men je voorstellen zomaar zal vertalen in de realiteit is uiterst minimaal. De impact en de betekenis van taal is dus afhankelijk van de positie die de spreker heeft.  Als een Nederlander zegt “dat hij die Nederlanders beu is” zal dat een heel ander gewicht krijgen dan wanneer een allochtoon diezelfde zin uitspreekt. De betekenistoekenning zal verschillend zijn, net zoals de taxatie ervan. Bij de eerste veronderstelt men dat hij het recht heeft om dit te zeggen, bij de tweede verzeilen we voordat we het weten in het bekende ‘integratieparadigma’: “hij hoort hier niet, hij is niet aangepast”.

De positie die sprekers hebben, wordt op twee niveaus duidelijk, namelijk door talige en niet-talige cues. Starten we bij dat laatste, dan gaat het bijvoorbeeld over de functie die de persoon uitoefent (politicus, politieagent, professor, bouwheer, Opel-arbeider, …). Elk van deze functies geeft meer of minder gewicht aan wat de persoon uitspreekt. Als er een professor over DNA komt spreken in een duidingsprogramma dan zal dat meer gewicht krijgen dan wanneer Mohammed met de pet dit komt doen. Opvallend is wel, dat de mening van Jan met de pet over de interculturele samenleving doorgaans meer waarheid toegekend

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!