Ananasplantage in de buurt van Itaberaba, Bahia

 

Nieuws, Economie, Milieu, Brazilië, Cerrado, Salvador da Bahia, Stadswoestenij, Plattelandswoestijn, Itaberaba, Ananas -

Plattelandswoestijn of stadswoestenij?

Mijn kinderoren spitsen zich telkens opnieuw bij typische Braziliaanse uitdrukkingen: ‘Limpar a roça’ (het terrein opkuisen), ‘Limpar o ônibus’ (een autobus overvallen en de passagiers hun geld afhandig maken), ‘Matar a sede’ (de dorst ‘doden’); ’Matar a fome’ (de honger doden; eten dus); ‘Matar a saudade’ (heimwee een plaats geven), ‘Matar o tempo’ (de tijd doden; kennen wij ook), etc

maandag 2 augustus 2010 12:45

Terwijl mijn bus tussen Salvador da Bahia en Itaberaba in panne valt, wordt in Itinga een bus ‘gekuisd’. Jonge rovers verplichten de passagiers al hun geld en waardevolle bezittingen af te geven. De buschauffeur moet zijn GSM inleveren. Hij zegt dat hij er eerst zijn chip met gegevens wil uitnemen. De man wordt ter plekke doodgeschoten. Limpo.

In Itinga wonen, zoals in zovele Braziliaanse favela-achtige buurten, tienduizenden mensen die de plattelandswoestijn ontvlucht zijn. Met veel verwachtingen op een beter leven komen ze dikwijls in een stadswoestenij terecht. Natuurlijk geeft het ‘opkuisen’ van zo’n bus een akelig en onveilig gevoel. Natuurlijk is zo’n moord een verschrikking, maar vanuit welke (al dan niet collectieve) wanhoop en vanuit welke kwetsuren gaan jongeren over tot zulke onmenselijke daden?

Naarmate we met onze bus de buitenwijken van Salvador da Bahia verlaten hebben, des te schraler het landschap wordt. Diverse vormen van de Caatinga (1) lossen elkaar af.

Vernietigende ontginning en monocultuur

In Itaberaba praten we met één van de ‘vaders’ van de ananas-invasie en –monocultuur, gebaseerd op heel veel gif. Hij is trots dat ze in deze streek van de semi-árido (half-woestijn) met een aangepaste ananassoort een ‘duurzame’ economie konden opbouwen.

Ja, dat woord ‘duurzaam’ wordt alweer gebruikt, terwijl de streek door de vernietigende ontginning en monocultuur nog meer naar een echte woestijn aan ’t evolueren is. Terwijl hier ananas de baas is, heerst verderop in Bahia de soja.
 
Sojawoestijnen. Ananaswoestijnen. Suikerrietwoestijnen. Katoenwoestijnen. Eucalyptuswoestijnen. Na verloop van tijd gewoon: woestijnen.

Het leven in Itaberaba valt om 15 uur stil. Doodstil. Nee, het is geen Goede Vrijdag. Jezus sterft niet aan het kruis. Om 15 uur begint immers de match Brazilië-Noord-Korea. Wekenlang zorgt de Wereldbeker voetbal in Zuid-Afrika voor nationalisme-opstoten. Wereldwijd.

De bal als baken van identiteit

Bert Wagendorp, columnist bij de Nederlandse Volkskrant schrijft: “Het Oranjegevoel geeft ons weer een beetje de illusie één volk te zijn, met een gezamenlijk beleefde droom. Het gevoel dat verbindt en verbroedert. Het is een vriendelijke vorm van nationalisme, bij gebrek aan oorlog en andere sterke symbolen van nationale eenheid. De Engelse sportsocioloog Richard Giulianotti noemt voetbal ‘één van de grote culturele instituties die de nationale identiteit vormgeven en bijeenhouden’, en elk WK bewijst weer hoe waar dat is, niet alleen bij ons.” (…)

“Door ons Oranjevertoon laten we de rest van de wereld zien wie we zijn en wat we zijn. Het is een verzoek om erkenning en een vorm van zelfbevestiging: wij doen er heus nog wel toe. De Oranjegekte toont ook onze twijfel, ons minderwaardigheidscomplex en hoe we ten prooi zijn aan verwarring over onze identiteit. De bal als baken – erg stevig is het niet.”

Hoe moet ik dit naar Brazilië vertalen? Ik weet het niet. Wat ik wel hoor, is dat bij elk doelwit Itaberaba davert van het vuurwerk. De straten zijn doods tijdens de match, maar stromen vol na de overwinning. Ongeveer iedereen heeft een T-shirt aan. In de nationale kleuren, groen en geel, en met het nummer van de favoriete voetballer.

Festa junina en voetbal

De straten hangen vol snippers met de nationale kleuren. Er treedt deze weken een wonderlijke versmelting op van de ‘festa junina‘ (nvdr: een week feest rond het religieuze patroonsfeest van Sint-Jan-de-Doper, São João, op 24 juni) met de World Cup. Zo’n versmelting moet het geseculariseerde Nederland helaas ontberen. Of is voetbal met zijn rituelen en symbolen ook een vorm van religie?

Tussen de ananassen moet ik terug denken aan een gesprek met drie jonge vrouwelijke religieuzen. Ze zijn juist vanuit de deelstaat Pernambuco in Itinga neergestreken. Hun optie is om gewoon tussen de arme mensen de hitte van de woestenij te ondergaan. Een contemplatieve en werkende aanwezigheid, misschien met het effect dat enkele bloemen in de woestenij gaan bloeien.

Eén zuster komt uit de deelstaat Piauí en groeide op in een geëngageerde familie binnen de strijd om grond. Een MST-familie. Een andere komt uit de deelstaat Maranhão. Ze vertelt over de ruwe invasie vanuit ‘het zuiden’, door de ‘Gaúchos’: “De mensen beginnen te lamenteren. Ze vinden geen vruchten meer. Het waterpeil zakt. De hitte neemt toe. Ze worden meer door slangen gebeten dan vroeger. Het is alsof de woestijn begint op te rukken.”

Als kippen dicht op elkaar

Momenteel worden in Itinga honderden woningen neergepoot. In het kader van het federale regeringsprogramma ‘Minha casa, minha vida’ (mijn huis, mijn leven). Interessant en goed, maar zoals elders in Brazilië zijn het betonwoestijnen. Als kippen zitten de gezinnen dicht op elkaar. Aan bomen of wat groen werd niet gedacht.

Is een ‘ecovila‘ (ecologisch gebouwd huis) dan toch alleen voor de middenklassers en voor de elite weggelegd? In 2012 is het Copa do Mundo (WK voetbal) in Brazilië. Salvador zal dan blinken. De armen samen gezet in Itinga. Salvador limpo.

Hoeveel bussen zullen er nog moeten worden ‘gekuist’ voor er iets fundamenteels aan het oprukken van de stadswoestenij wordt gedaan?

Luc Vankrunkelsven, Itinga, Bahia, 17 juni, Internationale woestijndag en dag tegen de droogte

Luc Vankrunkelsven is medewerker bij Wervel vzw. Hij schreef al verschillende boeken over duurzame landbouw en soja in Brazilië.

(1) De Cerrado (Braziliaanse savanne) en de Caatinga (droger gebied in het Noord-Oosten met typische schrale begroeiing) omvatten samen ruim 30 procent van het Braziliaanse grondgebied. Beide ecosystemen zijn niet als ‘património nacional’ erkend. Dus niet beschermd.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!