Nieuws, Regeringsleger, Peru, Schadevergoeding, Guerrilla -

Peru stelt vergoeding slachtoffers burgeroorlog uit

Slachtoffers van het geweld tussen het regeringsleger en guerrillastrijders in de jaren 1980 en 1990, zullen nu eindelijk schadevergoeding krijgen, beloofde een minister. Meteen daarna koppelde de president ineens voorwaarden aan de vergoeding. De slachtofferorganisaties nemen dat niet.

dinsdag 27 juli 2010 18:15

Tien jaar geleden eindigde de Peruaanse burgeroorlog, die alles samen twintig jaar duurde. De Peruaanse overheid heeft 76.000 mensen geregistreerd als slachtoffers van het politieke geweld.

In Ayacucho, waar de maoïstische organisatie Lichtend Pad in mei 1980 haar guerrillastrijd begon, woont 35 procent van de rechtstreekse slachtoffers en 42 procent van de families die iemand verloren in het conflict.

Meer dan achthonderd slachtoffers kwamen deze maand naar de hoofdstad Lima om de toepassing van de wet op de schadevergoeding voor de slachtoffers te eisen. Die wet werd vijf jaar geleden door toenmalig president Alejandro Toledo afgekondigd .

Eerste minister Javier Velásquez had een ontmoeting met de leiders van de slachtofferorganisaties. Nadien kondigde hij aan dat er een technische commissie zou worden opgericht die moet bepalen hoeveel en op welke manier de schadevergoeding zal worden betaald. Hij zei bovendien dat de uitbetaling vanaf volgend jaar zal gebeuren en dat er in een fonds met omgerekend 6,5 miljoen euro is voorzien.

Afgesloten

Maar ‘s anderendaags kondigde president Alan García een decreet aan dat de regeling voor schadevergoeding verandert. De uitbetaling zal pas beginnen, zei de president, wanneer de registratie definitief afgesloten is, zonder een datum te bepalen. Bovendien zal er enkel een vergoeding betaald worden zolang daarvoor voldoende middelen beschikbaar zijn.

Die voorwaarden maken de slachtoffers erg bezorgd. “Die veranderingen zijn een obstakel om de betaling zo snel mogelijk te starten”, zegt Filemón Salvatierra, voorzitter van de Regionale Koepel van Slachtoffers van het Politieke Geweld (Coravip), die 87 groepen van slachtoffers verenigt.

Salvatierra, die bij de vergadering met Velásquez aanwezig was, zegt dat “de regering vergeet dat het grootste deel van de familieleden van de slachtoffers boeren zijn, analfabeten, mensen die Quechua spreken, mensen die in extreme armoede leven en hun rechten niet kennen.”

Daniel Roca, voorzitter van de Nationale Koepel van Slachtoffers van het Politieke Geweld (Conavip), blijft in Lima om er zeker van te zijn dat de beloofde technische commissie er komt. “De regering wil de schadevergoedingen pas betalen wanneer het register afgesloten wordt. Maar wat als men nadien de identiteit van nieuwe slachtoffers vindt? Wat gebeurt er dan met hen? Het register moet open blijven. Bovendien heeft de technische commissie 180 dagen gekregen om een rapport op te stellen. Dat is te lang.”

Roca vestigt ook de aandacht op de som die elk slachtoffer zou ontvangen. Die zou minder dan 100 dollar (77 euro) bedragen.

Oudste leden sterven

“De regering heeft niet de politieke wil gehad om de individuele schadevergoedingen te betalen, ook al bestaat er al vijf jaar een wet die dat bepaalt”, zegt Adelina García, voorzitter van de Nationale Vereniging van Familieleden van Ontvoerde, Aangehouden en Vermiste Personen in Peru (Anfasep).

“Terwijl de regering de wet maar niet toepast, beginnen onze oudste leden te sterven zonder ook maar een cent te hebben gekregen van wat hen toekomt. Sinds ik in 2009 voorzitter geworden ben van de organisatie, zijn al tien vrouwen gestorven.” Bijna tienduizend van de geregistreerde slachtoffers, zijn al ouder dan zestig.

Expert Vicky Rojas deed dit jaar onderzoek naar de levensomstandigheden van de 520 leden van Anfasep. Ze stelde vast dat 83 procent ouder is dan 55, dat 64 procent van de vrouwen geen gezin meer heeft en dat 67 procent geen psychologische hulp heeft gekregen om de gevolgen van het geweld te boven te komen.

(IPS) 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!