Samenleving, België, Gentse Feesten Debatten, Gentse Feesten 2010 -

De uitdaging van de islam en de multiculturaliteit voor het progressisme

De titel van dit debat op de Gentse Feesten laat vermoeden dat de discussie controversieel en geanimeerd zal zijn. Donderdag werd duidelijk dat je over dit thema met een tafel vol progressieven toch grondig van mening kunt verschillen. DeWereldMorgen geeft u de essentie van het debat.

maandag 26 juli 2010 18:54

Voor het debat van start kan gaan, vertelt Eric Goeman dat het panel door omstandigheden grondig gewijzigd werd. De Nederlandse publicist en cultuurcriticus Cyrille Offermans en Lucas Catherine, auteur van meerdere boeken over de islam, moesten zich laten verontschuldigen voor dit debat. Selahattin Koçak daagde niet op. Maar Eric Goeman vond professor Jan Dumolyn nog vlug bereid om mee te debatteren. Socioloog Ludo De Witte kwam vandaag naar het debat luisteren, maar ook hem sleurde Eric op het podium.

Het botert niet tussen links en het muliticulturele

“Tussen links en het multiculturalisme botert het al een tijdje niet. Niet alleen biedt links geen analyse en visie op het multiculturele dossier, het formuleert ook geen antwoorden op de vragen en aanvallen die de rechterzijde opwerpt. Het hele dossier is een deel van de opleving van alle vormen van rechts denken.”

De Gentse professor Sami Zemni was bijzonder streng voor links, dat “op een bepaald moment het vrije marktmodel niet meer in vraag durfde stellen. Daardoor kreeg rechts vrij spel. Links liet het socio-economische terrein braak liggen. In de plaats daarvan kwam het bedrijven van politiek, het ‘beheren’ en hier en daar wat marktcorrecties.” Hij omschrijft dit als ‘een uitgelezen kans voor rechts’.

De culturalisering van maatschappelijke problemen

“De geopolitieke chaos van het begin van de eeuw (9/11 en de gevolgen ervan) kwam ongeveer gelijktijdig met de gewaarwording van wat de Duitse filosoof Sloterdijk het globaliseringsdrama noemde. Traditionele maatschappijvormen die op losse schroeven komen te staan, worden niet vervangen of aangevuld door nieuwe verbanden. De mens wordt dus vooral gekenmerkt door een morele paniek.” Politiek rechts begreep beter dan links de zoektocht van de mens. Dit leidde tot hun politieke winst.

“We zien een duidelijke culturalisering van maatschappelijke problemen. Volgens die visie zijn die problemen enkel te wijten aan culturele factoren en de cultuur van de ander, in dit geval dus de islam.”

Het cultureel dossier vormt een uitgelezen strijdperk voor rechts. “Gebaseerd op een simplistisch nieuw realisme zou links verantwoordelijk zijn voor allerlei samenlevingsproblemen door verregaande vormen van culturele permissiviteit en cultureel relativisme. De ‘malaise van de multiculturaliteit’ zou ingegeven zijn door een naïef links geloof in de maakbaarheid van mens en maatschappij.”

“Links zou niet hebben willen inzien dat de integratie en het multiculturalisme mislukt zijn. Van dit ongenoegen konden liberaal rechts en nieuw rechts (Dedecker en Geert Wilders), conservatief rechts (N-VA, Trots op Nederland) en klassiek extreemrechts (het Vlaams Belang) zeer gemakkelijk profiteren.”

Twijfelend tussen een nieuw ‘flinks’ discours, een ‘weg met het pamperbeleid’, en een onduidelijk pedagogisch verhaal heeft links het debat veel te veel uit handen gegeven.

Elementen van een progressieve houding

Zemni ziet twee uitdagingen voor progressieven. In de eerste plaats moeten ze een progressieve houding aannemen ten opzichte van mensen in onze maatschappij die in hun maatschappelijk ageren een plaats en rol wegleggen voor religie. Zemni pleit voor een andere houding in het spanningsveld tussen religie en maatschappelijke actie. In het verleden moest links zich verzetten tegen de invloed van religie. Vandaag gaat het om een ander debat.

Ten tweede pleit Zemni voor een consequent verzet van links tegen de oprukkende islamofobie. Hij omschrijft dit als een sfeer die aanleiding geeft tot het discrimineren van een groep in onze maatschappij – de islam – op basis van godsdienst. Het is ook een geopolitieke kwestie, nu de islam de plaats lijkt te hebben ingenomen van het communisme voor de val van de muur.

Pistes voor links

1. Links moet een eigen algemeen beleid hebben ten opzichte van de islam, weg dus van het discours van rechts. Maar links moet zich ook weghouden van de zogenaamde ‘islamofilie’. Zoals Danny Neudt het stelde: “van een progressieve intellectueel wordt niet gevraagd dat hij de islam of de moslims zou beminnen, wel dat hij zich politiek verzet tegen de achterstelling en uitsluiting van de moslims”.

2. Kritiek op de islam is zeker mogelijk, soms zelfs wenselijk. Het is wel belangrijk dat er een zekere nuance wordt aangebracht, dat het debat niet gevoerd wordt in te veek zwart/wit-termen. We moeten een realistische houding aannemen en een meer wetenschappelijk beeld krijgen van de moslims in onze maatschappij. Links moet haar eigen politieke strijd voeren, vertrekkend vanuit de eigen praktijk. Links mag geen steun verlenen aan het zeer twijfelachtige selectieve opkomen voor ‘de vrijheden’ door rechts.

3. Links mag de multiculturele kwestie niet zien als het belangrijkste debat, maar moet zich richten op kwesties als het verdiepen van de democratie, economie, tewerkstelling of huisvesting. Doorheen al deze thema’s loopt wel het multiculturele verhaal.

4. Links moet af van de klassieke idee van integratie. Dit is een voedingsbodem voor het wij/zij-denken en mondt uit in stigmatisering.

5. Links mag geen steun verlenen aan conservatieve maatschappijopvattingen of angsten voor de zogenaamde islamisering van Europa. Een progressieve visie op de maatschappij moet centraal staan. Moslims die hun geloof beschouwen als een privéaangelegenheid kunnen gerust meevechten voor de progressieve idealen. Maar daarbij moet gezegd worden dat de privatisering van godsdienstaangelegenheden pas mogelijk is indien de maatschappelijke vrijheden op een juiste en correcte manier worden gehanteerd.

6. Links moet uitgebuite sociale groepen actief helpen organiseren. Collectieve strijd is hét instrument om emancipatorisch te werken. De collectieve strijd, vooral dan de nieuwe collectieve initiatieven, fungeren als sociale laboratoria.

7. Racisme en discriminatie zijn een werkelijkheid. Racisme is niet een of andere slechte eigenschap, maar wel een ideologie, een soort vervormde spiegel. Links moet racisme aanklagen zonder te culpabiliseren. Een ideologie, zoals het racisme, is een maatschappelijke structuur.

8. Niets kan progressieven verhinderen om onjuistheden aan te klagen, zoals die stupide fatwa’s die soms opduiken en dergelijke meer.

Het linkse kader is volledig anders dan de rechtse kaders die moslims culpabiliseren. We mogen aanklagen dat er problemen zijn met de positie van de vrouw in bepaalde landen. We mogen uiteraard de positie en behandeling van gastarbeiders in Saoedi-Arabië aanklagen. Het Midden-Oosten en Noord-Afrika hinken achterop door een complex geheel van redenen, en de islam zal daar ook wel een rol in spelen. Het simplisme van ‘botsende culturen’ dient echter niet om die mensen te helpen, maar stigmatiseert hen.

Links versus flinks

Eric Goeman: “In de inleiding viel zeer vaak het woord links. Dit is een zeer breed begrip, dat veel verschillende zaken bevat. De afkalving van de sociaaldemocratie, sedert zwarte zondag feitelijk, gebeurt toch vooral in die wijken waar er met moslims samengeleefd wordt. ‘In de wijken gaan luisteren’, dan hangt het natuurlijk af van naar wie je luistert. Zo krijg je een ‘flinks’ beleid. En daar zit een probleem in.

Zemni: “Links doet het historisch gezien goed in die wijken, maar nu gaat  dat verloren omdat ze tegenwoordig de ongelijkheid niet meer aankaart, en het kapitalisme niet meer in vraag stelt. Sociale onrechtvaardigheid aankaarten kun je niet zonder een strijd tegen discriminatie.”

“Veel mensen voelden zich verwaarloosd door het debat, juist doordat het systeem niet langer in vraag wordt gesteld. Er moet in die wijken vooral een politiek alternatief opgebouwd worden, samen met de wil een specifiek doel te bereiken. Dan verloopt het samenleven gemakkelijker.”

Beheer en Humanisme

Rik Pinxten wil het debat open trekken door een internationaal perspectief toe te voegen.

“De crisis van links is onder andere ingegeven doordat links zich geroepen voelde om medebeheerder te zijn of zelfs beheerder. Dit leidde tot een soort boekhoudersbeleid dat geen politiek voerde, maar bestuur. ‘Goed bestuur’, weet je nog. Dit is allemaal zeer merkwaardig.”

“Sinds de val van de muur is er een verschuiving van de macht, ook van de economische. We zien op het vlak van mentaliteit en welvaart een verlies van superioriteit van het Westen. En wij kunnen daar niet mee om. Links kan daar niet mee om. Besturend links is aangeschoten wild geworden.”

“Dan over de islam. Ik noem mezelf links humanist. Dat is een steeds moeilijker positie. Humanisme gaat over de mens en de mensheid, de gehele mensheid. Een wij/zij-positie is dus per definitie uitgesloten. Daarom ben ik links humanist. De gewoonten, de structuren moeten veranderen en herbekeken worden.”

Rik Pinxten kant zich tegen de mentaliteit van sommige humanisten die er van uitgaan dat nu ‘de katholieken verslagen zijn’, ook moslims aan de kant moeten worden geschoven.

“We moeten proberen de mensen te organiseren, mensen van zeer diverse invullingen samen te laten praten en het debat organiseren en uitlokken. Er is nu eenmaal één mensheid. Als we niet systematisch de dialoog aangaan, dan blijven we in hokjes zitten en spelen we het rechtse spel mee.”

Eric Goeman ziet in zijn eigen omgeving de laatste jaren een verandering optreden. Veel mensen, vrijzinnigen, sociaaldemocraten, die vroeger op de barricade stonden tegen het Vlaams Belang, hebben blijkbaar een grens bereikt. Vooral het hoofdoekendebat ziet hij als een duidelijk keerpunt.

Anekdotes

Jan Dumolyn schetst aan de hand van enkele anecdotes wat veel mensen ervaren als het probleem met de islam en de diversiteit in onze samenleving. Zo vertelt hij over een vriendin van hem, die lang actief was bij Brugse Jongeren Tegen Racisme. Zij wandelde kortgerokt en goedgemutst in de Brusselse Brabantstraat (vlakbij het Noordstation) en werd er door mannen met baarden aangesproken op haar voorkomen. Haar reactie hierop: ‘zij moeten zich toch aanpassen aan ons, en niet andersom?’

Dat er problemen zijn, moet je niet ontkennen of minimaliseren, vindt Dumolyn. “Ik ben zelf ook al overvallen aan het Brusselse Zuidstation. Maar ik heb daardoor niet op het Belang gestemd. Ik wil wel strijden voor het recht op een kort rokje in de Brabantstraat. We hebben het recht verworven dat godsdienst een privéaangelegenheid is.”

Ico Maly: “Het lijkt mij evident dat niemand zich moet aanpassen. Het is het recht van mensen om een mening te hebben over diepe décoltés, maar mensen daarvoor lastigvallen is weer een stap te ver. Vrijheid moet centraal staan.”

“Je ziet in het discours een duidelijk kantelmoment op 11 september, toen de linkerzijde is meegestapt in het wij/zij-denken. Dit discours is niet onbelangrijk, het kleurt ook onze percepties.”

“Laat mij ook een anekdote vertellen: ik zat onlangs op een trein, in de buurt van een Marokkaans gezin. Op een gegeven gebeurt er iets, wat weet ik niet, maar ik hoor die man ‘gij dom wijf’ zeggen tegen de conductrice. Zij antwoordt daarop: ‘bij jullie kun je misschien zo tegen je vrouw spreken, maar bij ons doet men dat niet’. Wat zie je hier gebeuren? Hij maakt inderdaad een boertige, ongepaste opmerking. En zij culturaliseert die.”

“Perceptie is een merkwaardig iets, en werkt langs beide kanten. Belgen worden vaak gezien als in ‘de helaasheid der dingen’, een bende bierzuipende marginalen.”

Dit gezegd zijnde houdt Maly een duidelijk pleidooi om links te laten terugkeren naar haar roots, de sociaaleconomische analyses. ““We moeten inderdaad in de wijken gaan luisteren en de mensen opnieuw gaan politiseren. Zij hebben de wapens niet meer in handen om actief te zijn in de politiek. “

Zemni: “De anekdote die Jan Dumolyn vertelt over de Brabantstraat, dat is geen kwestie van de multiculturaliteit hier. Je ziet dat ook elders. Ook daar lopen mannen met baarden rond die mensen aanspreken, een groep van oerconservatieven, die vooral uitgesproken conservatief is in man/vrouw-verhoudingen. In Tunis, Cassablanca en Lagos zie je dat ook. Dit heeft niets met integratie te maken, maar met een machtstrijd binnen de islam.”

Rituele verontschuldigingen

Sociologe Saddie Choua: “Wij moeten ons altijd verontschuldigen over wat er misgaat in de islam. We moeten hier debatteren over hoe we moeten omgaan met de islam als links, dat is het thema van het debat. We moeten ons niet eerst verantwoorden over allerlei mistoestanden. Dat is bijna een ritueel geworden, altijd eerst verontschuldigen.”

“We moeten kijken naar de essentie en ons niet laten gebruiken als ‘usefull idiots’. Anders effenen we het pad voor meer racisme en islamofobie. We moeten meer politieke analyses maken.”

“Het is zeer gemakkelijk om in wij/zij-termen te denken. Er is maar één wij/zij-denken: ‘zij’ zijn de onderdrukkers in deze maatschappij. Als links zich laat afleiden, dan kabbelt het systeem vrolijk verder.”

De onverschilligheid van links

Ludo De Witte: “Ik denk dat links niet bestaat als het over islam en moslims gaat. Links is cultuurrelativistisch, hoor je vaak, en bepampert de moslims. De correctere term is ‘onverschilligheid’, onverschilligheid voor wat er met moslimminderheden gebeurt.”

De Witte beschrijft de discriminatie van moslimminderheden op de arbeidsmarkt en in het onderwijs. Hij ziet een zeer groot probleem en pleit voor verplichte quota bij aanwervingen.

Over de anekdoten die eerder werden gegeven stelt hij dit gaat om ‘’afgeleiden van een sociaaleconomische situatie van achterstelling” die logischerwijs tot aberratie leiden. “”Dat is de sociologische evidentie zelve.”

Jan Dumolyn stelt dat links een probleem heeft om het verschil te zien tussen de complexe achterliggende analyse en datgene wat men dagelijks ervaart.

“Neem bijvoorbeeld de perceptie van het hoe rellen beginnen. De politie pakt een drugsdealer op, dan beginnen de vrienden daarvan rond te bellen en binnen de kortste staat er een hele meute.”

Enerzijds zie je hier het linkse verhaal over de slachtoffers van de maatschappij. Anderzijds zie je drugsdealers met molotovcocktails. Dat is toch complex. We kunnen dat sociologisch verstaan en plaatsen, maar mensen die die analyses niet maken worden er wel dagelijks mee geconfronteerd.”

Een ander voorbeeld is agressie van allochtone jongeren tegen homo’s. “De ene minderheid wordt aangepakt door een andere minderheid. Dat is een complex verhaal. Als je dan homo bent en je wordt aangevallen vanwege je geaardheid, dan stem je voor het Vlaams Belang.”

“Mensen als Sarah Bracke en Nadia Fadil spreken over ‘gay nationalists’ en stellen dat die mensen maar niet in de buurt van moslims moesten gaan wonen. Maar zo eenvoudig is het verhaal niet. Cultuur en ervaring zijn ook reëel en ze vertalen dat in een bepaald discours.

KBLux versus de Sjakosj

Pinxten vertelt dat hij regelmatig speelstraten organiseert. “Niet sensationeel maar toch, het werkt.”Hij maakt een vergelijking met twee politieke daden van Leterme: het klasseren van het KBLux-dossier, wat gewoon een diefstal is op grote schaal, en de redding van de banken.

Terzelfdertijd is er de discriminatie van jongeren in de scholen, en zijn er talloze jongeren die zonder diploma naar de arbeidsmarkt worden gestuurd. Dumolyn: “Een sjakos die gestolen wordt, dat vindt zo’n vrouwtje veel erger dan de diefstel door de banken.”

Rik Pïnxten: “Dan hebben we een serieus probleem. Discriminatie is toch zeer erg, wat kunnen we daaraan doen? Die jongeren zijn toch niet van nature boeven.”

Ico Maly: “Ik hou niet van hiërarchie in slachtoffers, ik denk dat we een rechtenperspectief moeten hanteren. Ik verdedig rechten. Beide daden zijn even erg.”

“Ons discours klopt, maar we verkopen het niet. En we gaan dan maar een ander discours hanteren omdat dat wel verkoopt’. We moeten zorgen dat we ons discours kunnen veralgemenen. Als we de analyse maken van hoe het komt dat er criminaliteit is, leggen we uit dat die strijd overal dezelfde is. De commerciële media laten dit niet toe. Op Phara wordt dit debat niet gevoerd.”

Lokale initiatieven

Zemni: “We moeten blijven hameren op de diagnose. Onze media werken dit niet uit, maar er zijn heel wat initiatieven die goed werk leveren; dagelijkse dingen die geen nieuwswaarde hebben.”

“Een betoging van 600 jongeren uit Molenbeek bijvoorbeeld, die niet akkoord gingen met de gang van zaken in hun wijk. Buiten DeWereldMorgen en een Brussels krantje heeft geen enkel medium hier aandacht aan gegeven.”

“Er zit geen schot tussen de wijken, je moet die mensen aanspreken in de wijken waarmee je bepaalde samenlevingsproblemen kunt aanpakken.

Zijn bepaalde anekdotes nu werkelijk zo belangrijk dat je er constant over moet praten?

Daarnet sprak Dumolyn over Butler (Judith Butler, die schreef over ‘gay nationalism’), zij klaagde aan dat een heleboel mensen die niets te maken hebben met homorechten nu plotseling de homorechtenvlag zwaaien. Dat is wat Butler wou aanklagen.

White Middle Class Males

Jan Dumolyn: “We moeten ons niet laten doen als rechts bepaalde denkbeelden wil gebruiken. We moeten niet bang zijn en ophouden die idealen te gebruiken. Rechts is almaar bezig over de Verlichting en de Franse Revolutie. We mogen ons niet laten doen.”

“Er is daarjuist gesteld dat emancipatie altijd zelfemancipatie is geweest, maar dat was zeker niet altijd het geval. Marx en Engels waren geen arbeiders. De grote bepleiters van de antislavernij waren eigenlijk ook paternalisten.”

“De Gucht zegt van alles, en ik denk wel dat hij oprecht meent wat hij zegt. En Benno Barnard bijvoorbeeld, die weet eigenlijk niets van filosofie en geschiedenis, maar ik ga niet zeggen dat hij provoceert. Hij mag dat zeggen. Zeggen dat je je ergens niet over mag uitspreken omwille van je positie, daar doe ik niet aan mee.”

“Neem nu bijvoorbeeld de organisatie Boeh, Baas over eigen hoofd. ‘De vrouw beslist zelf’, zeggen ze. Maar vroeger zeiden we wel dat het persoonlijke ook politiek is, en plotseling gaan die er van uit dat de vrouw beslist. Als ik daar iets over zeg ben ik paternalistisch, deel van de beschavingsmachine en ga zo maar door.”

“Wij moeten geen nee zeggen tegen de verlichting maar wel de strijd verder zetten. Het is afschuwelijk dat we toestaan dat het Vlaams Belang de verlichting en dergelijke kan misbruiken. We moeten ook spreken over de burger, als deel van een collectief en een sociaal project, maar evengoed een politiek. Dat is zelfs het voornaamste.”

We moeten iets zeggen dat tegemoet komt aan de ervaring van mensen met grootstadproblemen. We moeten daar op antwoorden.”

Dit gezegd zijnde, was het tijd voor een welverdiende pauze.

Saddie: “Ik wil eerst en vooral toch opmerken dat het allesbehalve zo is dat de ‘white male middle class’ niets mag zeggen. Kijk naar het programma: in het begin zaten hier slechts drie allochtonen en maar een enkele vrouw.”

Waarop Eric Goeman reageert dat hij altijd zijn uiterste best doet om het panel zo interessant en gevarieerd mogelijk te maken. “Ik heb Nadia Fadil en Lamrabet gevraagd, maar die konden niet.”

Waarop Saddie uitlegt dat ze dat zeker niet bedoelde, maar gewoon dat er dus helemaal geen boycot is van witte mannen. “Ga maar na wie het debat voert, en wie de boeken schrijft.”

“Als je blijft hameren over wat er allemaal mis gaat in de samenleving, dan gaan we voorbij aan de thematiek van het debat. Het verbaast me dat links het discours van rechts wil blijven overnemen. Als we het willen hebben over rellen, dan moeten we goed weten wat we bedoelen.”

“Ik hou wel van mensen die weigeren zich aan te passen aan een racistisch probleem, gasten die weigeren om zich aan te passen aan het racisme bij de politie. Links moet jongeren niet met de vinger wijzen. Ook in mijn appartementsgebouw is al eens een raam ingegooid en ik heb geen moment het gevoel gehad dat dit tegen mij was gericht.

“Wat moet je doen om bedreigd te worden?”

“Laat ons onderzoek doen naar wat er allemaal misgaat in de maatschappij. Ik heb zelf een film gemaakt over homoseksualiteit en de islam. Mijn zus is lesbisch, en ook mijn ouders komen in die film voor. Toch ben ik nog nooit bedreigd geweest. Ik weet niet wat je moet doen om bedreigd te worden.”

“We moeten de dingen op zijn minst op een eerlijke manier benoemen en goed kijken waar de verantwoordelijkheden liggen. Het heeft weinig zin om te zeggen dat er ergens in een of ander land vrouwen besneden worden, als onze regering op hetzelfde moment zelf betrokken is in misdaden. Het is mijn verantwoordelijkheid om iets te ondernemen tegen onze eigen regering, want daar kan ik iets concreet aan doen.”

“Als een allochtone jongen een homfobe uitspraak doet, dan is dat anders dan wanneer een autochtoon dat doet. Dat komt ook anders in de media. De holebifederatie heeft nochtans onderzoek gedaan naar homofobie, waaruit blijkt dat homofobie bij autochtonen stijgt, en daalt bij allochtonen.”

“We moeten altijd stilstaan bij de gevolgen. Als je dit discours aangaat, dan gaat racisme alleen maar stijgen, meer nog dan wij zelf denken. Racisme is ontstaan om andere landen te koloniseren, niet omgekeerd. Bij islamofobie is dat hetzelfde. Het zijn instrumenten om een bepaald doel te bereiken.”

Ludo De Witte: “Voor de pauze praatten we een half uur lang over zeer banale zaken, reëel maar banaal. Eigenlijk zijn dit de sociologische effecten van de achtergestelde positie van minderheden. Vanuit een progressief standpunt is het duidelijk: de bescherming en veiligheid van personen en goederen is belangrijk, en dat behoort tot de taak van politie en bevoegde diensten.Dit is een klasseprobleem, want voor de betere klasse is dit veel beter georganiseerd dan voor de lagere klassen. Zij hebben private beveiligsfirma’s, eigen veiligheidsinstallaties,… Op criminele daden moet men reageren. Dat is evident.”

De aap komt uit de mouw als we Jan horen zeggen dat het hier niet gaat over de islam maar dat we moeten kijken door de ogen van de burgers. “Dit is onmarxistisch. “

Daarna gaat hij in op het fenomeen van een ontluikend moslimnationalisme onder de moslimminderheden. “Daar staat links huiverachtig tegenover. Je moet de historische analyse maken van wat nationalisme is, of dat nu conservatief, reactionair of progressief is. Die kiemen die er zijn, zijn soms uitgedrukt in organisaties zoals AEL, soms in rellen of uitspraken. links moet de erkenning hiervan omarmen, met politieke eisen rond emancipatie als moslimnationalisme.”

“In de lente van 2002 organiseerde de AEL een grote betoging in Antwerpen. Zeven maanden later was ik bij Dyab Abou Jahjah. Ik was de eerste blanke die was komen luisteren. Dit is een van de tekenen van onze zeer xenofobe, monoculturele samenleving.”

“We moeten een andere houding aannemen tegenover religie. Godsdienst is voor mij opium voor het volk, al gaat het daar voor mij niet om, maar we moeten erkennen dat godsdienst een constructieve of destructieve rol kan spelen. Dat de islam hier en in het Midden-Oosten een positieve rol speelt als coherent cement.”

“Je kan uiteraard kritiek geven op de homofobe opvattingen, maar wat is je punt? Als je dat doet dan krijg je een gecrispeerde reactie aan de andere kant, in plaats van een positieve interactie. We moeten vertrekken vanuit een positieve interactie.”

Ludo: “Ik zeg niet dat de vrouwen- en homobeweging moeten opletten, zeker niet. De vraag is alleen of je dat naar voren moet schuiven als het belangrijkste element in je relatie tot moslimminderheden. Op die manier drijf je eerder een wig. Hoe ga je de moslimminderheden meekrijgen? Dat is een tactische keuze die je moet maken.”

“De Verlichting heeft ons trouwens niet superieur gemaakt. De Verlichting was ook het gevolg van generaties strijdbewegingen, laat ons dat niet vergeten.”

Zemni: “We moeten niet alleen kijken naar politieke formaties. Zeker in Brussel en Antwerpen zie je dat mensen in buurten bij elkaar komen en dat er organisaties zijn van mensen zelf in de wijken. Dit kreeg weinig ruchtbaarheid, maar het zijn wel de sociale laboratoria die verder moeten worden uitgebouwd.”

Identiteitspolitiek

“Laat ons het hebben over identiteitspolitiek, waar de kwestie spiritualiteit een rol in speelt. Voor progressieve mensen krijgt dit een toevoeging: identiteitspolitiek kan progressief zijn als die de interne politiek mogelijk kan maken. Interne kritiek moeten open zijn.”

“In de literatuur wordt vaak verwezen naar de strijd van de Afro-Amerikanen. De jongeren hier, zij kennen die literatuur en bestuderen de strijd en de ervaringen die daar werden opgedaan.”

“Zo lees je over de kritiek die iemand als Bel Hooks heeft op de houding van de Afro-Amerikaanse vrouwen. Ze hebben daar lang over gezwegen om de strijd niet te verzwakken. Maar voor Bel Hooks was dat fout.”

“De jongeren die zich aan het organiseren zijn, kennen hun geschiedenis. Ze weten dat de situatie nu anders is, dat ook de antwoorden anders moeten zijn. Kijk bijvoorbeeld naar het spirituele aspect. Links blijft het daar moeilijk mee hebben. Links zal moeten leren een relatie en een dialoog op te bouwen met de religie als aspect binnen de identiteit.”

Eric Goeman verwijst naar de uitreiking van de Prijs Jaap Kruithof, de meest linkse prijs van België. Die ging dit jaar naar een kannunik, een bevrijdingstheoloog. “Je ziet, het kan dus wel.”

De linkse blauwdruk

Sami Zemni: “We moeten creatiever zijn. Vaak horen we zeggen dat we al een geschiedenis hebben met het katholicisme. We hebben dus een blauwdruk van hoe we moeten omgaan met godsdienst. Maar de islam is een heel andere godsdienst, zodat de strijd anders gevoerd moet worden. We moeten oog hebben voor die diversiteit.”

“Zowel binnen het identitaire als binnen het religieuze denken allerlei mensen na over hoe ze dat kunnen organiseren. Er zijn meer en meer mensen, waaronder theologen, die opstaan, die terug de stem van het volk tegen onderdrukkende heersers willen laten horen. Die mensen zijn er, maar we horen er hier te weinig over.”

De vele opdrachten van links

Eric Goeman werpt op dat we tijdens het socialismedebat van een paar dagen eerder een heleboel taken hoorden van links, dingen die links zou moeten doen. “Hier hoor je nog eens ‘links moet dit doen, links moet dat doen’. Links heeft ongelofelijk veel opdrachten”, verzucht hij.

Rik Pinxten: “Links is veel te lang blijven hangen aan een seculiere invulling tegenover godsdienst en vormen van nationisme. We zijn daar nooit echt uitgeraakt, en dat is een serieus probleem. Is links dan aan het veranderen? Actievormen moeten zeker veranderen. We moeten afstappen van het universeralisme, ‘we hebben een oplossing voor iedereen’.”

“We moeten kijken wat we kunnen doen met religies. Met Opus Dei kun je niets aanvangen, met bevrijdingstheologie wel. Zo moeten we werken. Dat is een ander soort links dan het monolithisch, sterk Europees links denken.”

“Het is vooral een mentaliteitsswitch. We moeten discussiëren met mensen waarmee we het niet eens zijn. Met kleine fundamentalistische groepjes kun je niets doen, ook met fanatieke Blokkers kun je evenmin iets aanvangen. Met de rest kun je zeker wel werken.”

Laat ons na deze debatten de therapiesessie afsluiten en met de mensen in de wijken gaan praten. Dan zijn we bezig met de linkse taken.”

Jan Dumolyn: “Hier worden dingen gezegd die uiteraard evident zijn. Het is natuurlijk absurd dat de Westerse cultuur superieur zou zijn. Ik merk dat we hier te maken hebben met een verkrampte reactie. Als ik bepaalde dingen opwerp, dan krijg je het gevoel dat dat vloeken in de kerk is.”

“Cultuur en identiteit, dat zijn constructies. We mogen dat niet vergeten. Werken met identiteiten is ook niet zo simpel.Het is allemaal niet zo eenduidig. Links heeft zich in het Midden-Oosten compleet laten discrediteren. We moeten de tegenstellingen in die andere cultuur niet onder de mat willen schuiven.”

“Nie neuten maar opbouwen”

Saddie Choua wijst op de stelling van Marx dat religie een vorm van verzet kan zijn. “Marx steunde bijvoorbeeld de katholieke Polen in hun strijd tegen het tsarisme en de katholieke Ieren in hun strijd tegen de Engelsen.”

Je kan het wel jammer vinden dat Marxisten het voortouw niet hebben genomen in het Palestijnse verzet. Ik vind dat alleszins jammer. Hamas is er nu eenmaal, en als je aan de kant van het verzet wil staan, moet je hen steunen. Als je bepaalde mistoestanden vaststelt, ga je dan aan de kant staan neuten over het gebrek aan homorechten in Palestina? Of ga je in bondgenootschap met de holebiorganisaties in Palestina?

De holebifederatie Cavaria, die staan niet te neuten, die gaan praten met moslimsorganisaties en zetten netwerken op. Niets houd je tegen om die thema’s op een correcte manier te bespreken met die mensen.”

Ludo De Witte: “We moeten duidelijk zijn, de Kerk was en is een deel van de heersende klasse, de islam is hier de religie van de onderdrukte klasse. Dat is een heel andere sociaaleconomische realiteit.”

“Een voorbeeld: in 2003 was er het conflict tussen Marokko en Spanje over een klein eilandje. Het Spaanse leger stuurde een vliegdekschip dat bijna groter was dan het eilandje zelf om het terug te eisen. Welnu, maandenlang was dit incident het gespreksthema in de wijken.”

“We zitten hier met een onderdrukte minderheid, waarbij het moederland zich in een koloniale of minstens semikoloniale situatie bevindt. Palestina bijvoorbeeld is nog steeds gekoloniseerd. Als je wil werken aan een betere samenleving, dat kan je als blanke middenklasser je bijdrage leveren door mee te werken aan de boycot van Israel.”

Marketing van links

Ico Maly: “We moeten het hebben over de vrij idelogische zwakte van links. Links heeft weinig inhoud en weinig analyse-elementen. Er is ook het probleem van de beweging: waar zijn we actief? Hoe zijn we actief? Een partij als de SP.a moet terug naar de wijken. Zo dienen we ook bondgenoten te vinden, groepen en bewegingen die actief zijn in het maatschappelijke veld.”

Eric Goeman: “De linkse politieke partijen beheren steeds meer het staatsapparaat en zijn steeds minder dragers van een visie op de samenleving. Er zijn twee zaken: wat gebeurt er op het lokale vlak, waaronder speelstraten en burgerprojecten, en wat gebeurt er op het internationale vlak?”

“Er gebeurt ongelofelijk veel rond vrouwenrechten, rond de islam,… Ze weten het gewoon niet van mekaar. Iedereen vindt elkaar zeer moeilijk. Je zit ook met het tussenniveau van politieke partijen, de staten enzovoort. Ook daartussen is er bijna geen link.”

Jan Dumolyn: “Laat het ons hebben over marketing. Je moet het tegenwoordig goed kunnen verkopen.”

Om in een wijk actief te zijn waar mensen geconfronteerd worden met problemen die het gevolg zijn van grote internationale tendensen, kunnen we kijken naar het voorbeeld van Marijnissen. Die komt niet met een ‘flinks’ verhaal, maar met ‘onze gemeenschap’. We moeten samen werken aan een gemeenschap.

Het gemeenschapsgevoel

“Als mensen asociaal gedrag vertonen, moet je niet afkomen met bootcamps, maar er moet responsabilsering zijn. Er moet werk zijn, deftige behuizing, goeie scholen, maar ook een halt aan ontolereerbaar asociaal gedrag. Dat is een realistisch, socialistisch antwoord.”

Er mag wel wat gemeenschapsgevoel zijn.

Sami Zemni: “Je klinkt nu exact hetzelfde als de iman van Kuregem. Ik bedoel dat niet slecht, dat is gewoon een vaststelling.”

“Als de gemiddelde Mohammed geconfronteerd wordt met een jongere die met stenen smijt, dan is het antwoord of ‘zerotolerantie!’ of ‘naar de moskee!’. In de meeste moskeeën doen ze hard hun best om van de mensen ‘goeie mensen’ te maken. Daar proberen ze binnen een bepaald discours dat gemeenschapsgevoel te maken.”

“De vraag is nu: hoe ga je dat daar als links doen. Ik heb niets tegen moskeeën, maar daar moet je het heil niet van verwachten.  Je moet daar mee uitkijken.”

“We moeten niet pleiten voor blinde allianties met allerlei organisaties, het gaat er om dat we blijven luisteren naar de mensen. Met welke strijdpunten kun je met wie samenwerken?”

“In Brussel, in Gent (maar dan op kleinere schaal), zie je allerlei bewegingen ontstaan. We moeten de jongeren niet gaan demoniseren, maar wel luisteren naar die gasten. Er staan meer en meer stemmen op. Je kan elkaar vinden in die wijken zonder die diversiteit weg te gommen.“

Rik Pinxten haalt het voorbeeld aan Via, Vlaanderen in Actie. Daarin wordt een invulling gegeven van burgerschap, voor alle Vlamingen. “Burger zijn komt hierop neer: ‘We zijn allemaal brave burgers die onze identiteit bepalen als consument’. Dat staat daar dus in. Dat is het bindingsvoorstel dat naar voren geschoven wordt. Daar moet je als progressief zoeken naar alternatieven.”

Ico Maly: “Voor mij gaat het niet zozeer om gemeenschapswaarden, maar over rechten en plichten. De materiële voorwaarden zijn het belangrijkste. De kern blijft het zorgen voor sociale, economische en culturele mobiliteit.”

Saddie Choua: “Het is niet zo dat er straffeloosheid of zo zou zijn. Zo moet het niet voorgesteld worden. Daar moeten we ons dus niet op blindstaren. Als we zoeken naar wat ons bindt, moeten we zeker niet stigmatiseren of mensen uitsluiten. En zeker niet alles en iedereen over dezelfde kam scheren.”

Met deze woorden kwam het debat tot een einde, niet omdat er niets meer gezegd kon worden, maar integendeel: in de wandelgangen ging het debat lustig verder. De vier uur durende debatten lieten nog genoeg vragen en discussiepunten over om nog vele uren te vullen.

take down
the paywall
steun ons nu!