Uit beleefdheid doe ik wat hij me beveelt. Met tegenzin. "Lachen!" Er kan geen lach van af. Heel de vernietiging van dit land en van onze planeet vanwege de vleesgod gaat in dit akelige moment door mij heen

 

Nieuws, Economie, Milieu, Brazilië, Vleescultuur, Foz do Iguaçu, Rio Grande do Sul -

Is het Woord dan toch Vlees geworden?

Foz do Iguaçu, het bekende drielandenpunt Brazilië, Argentinië en Paraguay met de wereldberoemde watervallen. Het gebied waar de oorspronkelijke bevolking, de Guarani, twee keer uit verjaagd is. Luc Vankrunkelsven ziet zich geconfronteerd met de vleescultuur van het zuiden van Brazilië.

vrijdag 23 juli 2010 16:15

 

Een eerste keer werden de Guarani uit het natuurreservaat rond de beroemde watervallen verdreven, want natuurvolkeren horen daar blijkbaar niet thuis, tenzij om er gedwee artisanaat aan de toeristen te verkopen. Nochtans liggen hun voorouders daar begraven.

Een tweede keer toen de streek onder water werd gezet voor de grootste stuwdam ter wereld, de Itaipu. Het mag dan wel een Guarani-woord zijn (itaipu betekent ‘zingende steen’), het aanzwellende water heeft hen gemarginaliseerd.

Op een hoopje werd de oorspronkelijke bevolking samengegooid aan de rand van het immense meer. Veel benamingen zijn hier oorspronkelijk Guarani: Iguaçu (‘groot water’), Paraná (‘grote rivier’) en zoveel andere namen.

In buurland Paraguay is ‘guarani’ zelfs nog de munteenheid. Een munt die hoe langer hoe meer onder de voet wordt gelopen door de sojadollars van de Brasiguaios (1). Ze komen in het weekend met chique wagens in Foz do Iguaçu (‘monding van de Iguaçu in de Paraná) hun roots opzoeken, terwijl vlees en bier à volonté rijkelijk geserveerd worden. Gaucho-muziek en -klederdracht mogen dan niet ontbreken.

Levende aanklacht

Als het enigszins kan, bezoek ik jaarlijks deze oorspronkelijke Guarani-bewoners. Ze zijn een levende aanklacht van wat hier in de loop van vijf eeuwen, maar vooral ook van wat hier de laatste 30 jaar gebeurd is. Ze zitten samen gehoopt met twee verschillende groepen op iets meer dan 200 hectaren.

De bevolking en het aantal leerlingen in het tweetalige schooltje nemen toe. Ondanks alles zijn de voorzieningen en de wetgeving in Brazilië voor de Guarani en de andere inheemse volkeren nog veel beter dan in Paraguay en Argentinië.

Er wordt voor woningen gezorgd (al is het de vraag of ze zo’n woningen eigenlijk wel nodig hebben of willen. Werd hen dat ooit gevraagd?), er is een gezondheidspost en een school. Het programma ‘Fome Zero‘ (‘Honger Nul’) van president Lula da Silva zorgt ervoor dat de leerlingen biologisch voedsel van boeren uit de streek geserveerd krijgen. Er prijkt een centraal huis voor voeding en artisanaat.

Op het inheemse front beweegt er de laatste jaren wel heel wat. Op basis van de grondwet van 1988 en van nieuwe wetgeving onder president Lula beginnen heel wat groepen hun oorspronkelijke gronden opnieuw op te eisen.

Dat geeft uiteraard enorme conflicten met familiale boeren, die soms 80 tot 150 jaar geleden als ‘colonos’ door de overheid een stuk grond werden toegewezen. Ze moesten het gebied ‘koloniseren’, want het was toch maar een woest en leeg land dat om ontginning smeekte.

Onder meer in de zuidelijke staat Rio Grande do Sul staan de oorspronkelijke bewoners en de afstammelingen van Europese immigranten met getrokken messen tegenover elkaar. Ook de officiële erkenning van heel wat Quilombo-gebieden van Afrikaanse afstammelingen van slaven zorgt hier en daar voor de nodige spanningen om grondbezit. Benieuwd hoe dat de volgende jaren gaat evolueren.
 
Wat deze groepen Guarani betreft: bij het weggaan verneem ik dat één groep elders 5.000 hectare grond heeft kunnen bemachtigen. Ze zullen hier dus binnenkort wegtrekken.

Prijsvorming

Onderweg geef ik natuurlijk mijn ogen te kost. Landbouw en voeding scherpen altijd mijn alertheid aan. In het stadje São Miguel do Iguaçu, waar de Guarani verblijven, staat iemand aan de kant van de weg. De auto vol met ananas: 3 ananassen voor 5 real.

Als we de grote stad Foz do Iguaçu naderen, staat er opnieuw eentje: 4 ananassen voor 10 real. Het gaat hier om twee producenten die rechtstreeks proberen te verkopen aan de consument, maar het doet je toch nadenken over de transparantie van de prijsvorming.

Hoe dichter bij de stad, hoe groter de afstand tussen producent en consument, hoe hoger het prijsverschil wordt en hoe minder transparant de hele zaak wordt.

Bij aankomst in het hotel valt via internet het puike dossier van SOMO (Studie- en Onderzoekscentrum Multinationale Ondernemingen, Amsterdam) binnen: ‘Evidence of Unfair Buyer Power Practices by EU Supermarkets in the Food Retail Sector’ (2).

Die ananasboeren proberen ieder op hun manier zoveel mogelijk af te zetten en wat te verdienen. De oplettende toeschouwer ziet wel het verschil, maar het onzichtbare verschil en de grote machtsongelijkheid zit hem vooral bij de supermarkten. In Europa. In Azië. In Afrika. In Amerika. In Brazilië. De WalMarts en de Carrefours die zelfs Nestlé, Kraft en Unilever in de verdediging duwen.

Vlees! Zonder woorden

Omdat er in de buurt van het hotel alleen maar een churrascaria (nvdr: een restaurant gespecialiseerd in grote lappen geroosterd vlees) is, stap ik daar binnen. “Gewoon buffet a.u.b.”. Natuurlijk kijken ze de gringo verbaasd aan: ‘Dit is een vleestent en die vraagt alleen maar naar het buffet!’

Met het doorgaans erg diverse buffet aan groenten allerlei (en wat vlees of vis) heb je in Brazilië ruim voldoende. Het overdadige vlees dat er in lange spiezen aankomt, is eigenlijk een onnodig surplus, maar voor de vleescultuur van Zuid-Brazilië en Argentinië van wezenlijk belang. Zeker in een churrascaria!

Wat ziet mijn oog? Boven de kassa, waar een prompte dame van de klanten het geld ontvangt, hangt niet alleen ‘Nossa Senhora Apareicida’ (de patrones van Brazilië), maar ook een bijzonder uurwerk. De wijzers draaien rond de gemartelde Jezus van Nazareth. Goede Vrijdag dus, hét hoogfeest in Latijns-Amerika.

Mijn maag draait om of zie ik een visioen? Achter de dame met de klok op vijf voor twaalf en onder het liefhebbende oog van Nossa Senhora, is de keuken waar enkele mannen het overvloedige vlees roosteren.

Ik vraag of ik van deze setting een foto mag maken. De ober voelt zich gestreeld in zijn Gauchocultuur en nodigt me prompt uit tussen het vlees: “Ik zal een foto van jou nemen, terwijl jij een groot stuk vlees van een spies afsnijdt.”

Uit beleefdheid doe ik wat hij me beveelt. Met tegenzin. “Lachen!” Er kan geen lach van af. Heel de vernietiging van dit land en van onze planeet vanwege de vleesgod gaat in dit akelige moment door mij heen. De woorden worden me ontnomen.

De proloog van het Sint-Jansevangelie proclameert: “Het Woord is vlees geworden. Het heeft onder ons gewoond.” Het is een universele meditatie waard: de Heilige is geen ongenaakbare, maar huist in het gewone, in het vlees van mensen en dingen. Bij voorkeur bij en in de verarmden.

Hoe heeft de carnivore cultuur deze boodschap begrepen? Wat heeft de Heilige met het vlees van de vernietiging te maken? Het vlees als statussymbool van hen die rijker worden.

Ik zie de wijzer voorbij het hoofd van de Christus gaan. Voorbij de draagkracht van de aarde. De Aarde, Pachamama is (ook) de Christus die gekruisigd wordt.

De overshootday (3) ligt nu al eind september en springt jaarlijks met een week naar voren.  We eten met zijn allen de Aarde op. Letterlijk, omdat we almaar met meer mensen zijn én omdat we met zijn allen almaar meer dierlijke eiwitten eten.

Wanneer zal het Woord klinken en gehoord worden? Het Woord tegen deze gezamenlijke waanzin in.

Luc Vankrunkelsven, Foz do Iguaçu, 17 mei 2010

Luc Vankrunkelsven is medewerker bij Wervel vzw. Hij schreef al verschillende boeken over duurzame landbouw en soja in Brazilië.

(1) Brazilianen die sinds de jaren zestig werden uitgenodigd door dictator Stroesner om Paraguay te ontginnen en vol soja te zetten.

(2) www.somo.nl/publications-en/Publication_3279/view?set_language=en

(3) Overshootday: dag dat de generatiekracht van de aarde overschreden wordt.
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!