Staten-Generaal over prijs voor de democratie
Nieuws, België, Lokaal, Prijs voor de Democratie -

Staten-Generaal over prijs voor de democratie

De Prijs voor de Democratie die ieder jaar in Gent op 21 juli uitgereikt wordt, werd dit jaar gedeeld door drie laureaten: de twee Antwerpse organisaties Ademloos en StRaten Generaal, en een Brussels initiatief: de Staten-Generaal van Brussel. Om meer te weten over dit laatste, in Vlaanderen vrijwel onbekend initiatief, gingen wij praten met initiatiefnemer Alain Deneef.

donderdag 22 juli 2010 09:45

Wat was uw reactie toen u vernam dat u co-laureaat bent voor de Prijs voor de Democratie?

Ik was eerst en vooral blij en aangenaam verrast dat wij vanuit Vlaanderen deze belangrijke erkenning krijgen voor een Brussels initiatief. Plaatselijke Brusselse initiatieven krijgen wel enige aandacht in Wallonië, maar zelden of nooit in Vlaanderen. Ook als ze het gewestelijk belang overstijgen.

Ten tweede blijkt hieruit dat de Staten-Generaal een objectieve bondgenoot is van een zekere Vlaamse linkerzijde, die niet meestapt in de Vlaamse mainstream van het bange Vlaanderen dat zich wil afschermen.

Tenslotte hoop ik dat dankzij de weerklank van deze prestigieuze prijs de muur van stilte rond de Staten-Generaal in Vlaanderen doorbroken wordt. Vooral omdat de Brusselse problematiek voor het eerst een thema was tijdens de recente kiescampagne.

N-VA stelde toen voor het Brussels Gewest af te schaffen, iets wat de Brusselaars helemaal niet willen, en de Brusselaars te verplichten een subnationaliteit te kiezen, iets waar wij helemaal van gruwen. Een en ander zal in de komende regeringsonderhandelingen zeker aanleiding geven tot zware discussies.

Naast de zware problemen waarmee Brussel te kampen heeft zou ik willen wijzen op het enorme economisch belang van Brussel voor de andere gewesten en voor België in het algemeen: dit gewest telt 10 procent van de bevolking, maar er wordt 20 procent van de rijkdom van het land geproduceerd. Verder verdienen 350.000 pendelaars hier hun brood (maar ze betalen hun inkomstenbelasting in Vlaanderen of Wallonië).

Hoe is de Staten-Generaal van Brussel gegroeid?

In 2005 stichtte ik samen met onder meer de hoogleraars Eric Corijn (VUB) en Philippe Van Parijs (UCL) Aula Magna (nvdr: zie link onderaan dit interview), een denkgroep over de Brusselse maatschappelijke problemen.

Vrij snel namen wij contact op met Manifesto (een vzw die zicht eerder richt tot de institutionele aspekten van de Brusselse problematiek) en Bruxsel Forum (dat zich via een levendige website tot de bevolking richtte).

Met deze drie organisaties verenigden wij een divers publiek van academici, bedrijfs- en vakbondsleiders en mensen uit de culturele sector, zeg maar het brede middenveld. Met politici onderhouden we wel contacten, maar wij betrekken ze bewust niet bij onze werking.

Eind 2006 deden wij met deze drie verenigingen een oproep aan de medeburgers en aan de politieke verantwoordelijken (“Oproep aan de Brusselaars”), waarin we zeggen niet te aanvaarden dat de toekomst van het land bepaald wordt in gesprekken tussen de Vlaamse en Franstalige politieke partijen en niet tussen vertegenwoordigers van de drie gewesten in dit land.

De tekst wil duidelijk maken dat de bevolking van Brussel niet zomaar kan herleid worden tot “Vlamingen” enerzijds en “Franstaligen” anderzijds. De volledige tekst staat op de website van Bruxsel Forum (nvdr: zie link onder dit interview) en werd online door meer dan tienduizend mensen ondertekend. Dit initiatief vond vrij veel weerklank in de Franstalige media.

Toen vroegen wij ons met de drie verenigingen af hoe wij verder zouden gaan. Ons samenwerkingsverband bestond op dat ogenblik uit drie organisaties die Brussel als enig studie- of actieobject hadden.

Om ons draagvlak te verbreden besloten wij organisaties te betrekken die wel in Brussel en de Brusselaars geïnteresseerd zijn, maar voor wie dit niet de “core business” is.

We contacteerden en kregen uiteindelijk de medewerking van de werkgeversorganisaties, de vakbonden, de milieukoepels Inter-Environment Bruxelles en BRAL (Brusselse Raad voor het Leefmilieu) en de culturele koepels RAB (Réseau des Artsistes à Bruxelles) en BKO (Brussels Kunstenoverleg).

Binnen dit samenwerkingsverband van een tiental organisaties stelden we in maart 2008 een platformtekst op, ondertekend door alle grote namen uit het Brusselse.

Deze tekst “Ons project voor Brussel” bevat naast een analyse van de Brusselse realiteit voorstellen over twaalf punten:

1. een sterke solidariteit tussen personen en tussen gewesten
2. een rechtvaardige financiering van het Brusselse Gewest
3. een ’stadsgewest’ dat de gewestgrenzen overstijgt
4. een verantwoordelijk gewest en een open dialoog tussen de gemeenschappen
5. degelijk onderwijs aangepast aan de Brusselse situatie
6. een coherenter beheer van de stad
7. een cultureel project voor Brussel
8. een opener en meer internationale stad
9. de gelijkheid van burgers en afwijzing van alle discriminatie
10. een actief beschermd milieu
11. een leesbare en transparante stad
12. een constitutieve autonomie voor het Brusselse Gewest.

U kunt de integrale tekst lezen op de website van de Staten-Generaal.

Wat gebeurde met die tekst?

Hij werd aan de pers voorgesteld en kreeg zoals gewoonlijk behoorlijk wat weerklank in de Franstalige media, maar geen enkele aan Nederlandstalige kant.

Op de persconferentie werd ons de vraag gesteld of de universiteiten bij het initiatief betrokken waren. Deze vraag bleek achteraf zeer belangrijk voor het vervolg van het verhaal.

Vóór de publicatie van de platformtekst hadden de initiatiefnemers afgesproken dat het niet bij een tekst kon blijven, maar hoe we verder zouden gaan, was nog niet besproken.

Na rijp beraad kwamen we in juni 2008 tot het voorstel om de Staten-Generaal van Brussel te lanceren. Ons doel was een grondig uitgewerkt eisenpakket rond te krijgen met een breed draagvlak bij de bevolking van het Brussels Gewest.

Wij wilden ook snel werken, om dit eisenpakket ruim op tijd aan de politieke wereld voor te stellen, in de aanloop tot de regionale verkiezingen van juni 2009.

Tegen eind augustus 2008 was ons werkplan al rond. Drie fases werden gepland:

1. het opstellen van grondig uitgewerkte nota’s, door teams van academici, over de thema’s uit onze platformtekst,
2. het organiseren van publieke debatten over deze thema’s
3. het formuleren van slotconclusies door de tien organisaties

De Staten-Generaal werd plechtig boven de doopvont gehouden op 10 januari 2009 in de Beursschouwburg. Op deze zitting werd ons werkplan aan de media en aan de bevolking voorgesteld.

Laat ons even nader ingaan op de drie fases die u vermeldt. Eerst en vooral: hoe kwamen die 16 nota’s tot stand?

Wij vonden het essentieel uit te gaan van wetenschappelijk gefundeerde informatie. Drie specifiek Brusselse universitaire instellingen: VUB, ULB en Facultés Saint-Louis waren bereid op enkele maanden tijd 16 nota’s te leveren die een synthese zouden maken van de bestaande kennis over 16 problematieken.

Ongeveer 90 academici van deze drie instellingen en enkele van andere universiteiten bundelden hun krachten voor deze unieke onderneming. Als je weet dat academici gewoon zijn om op lange termijn te werken, is dat toch een prestatie om u tegen te zeggen.

Deze nota’s werden op verschillende websites gezet om als achtergrondinformatie te dienen voor de publieke debatten die wij in de tweede fase gepland hadden. Voor deze nota’s was er alvast grote belangstelling: elk ervan werd gemiddeld 25.000 keer gedownload.

Hoe werden die debatten georganiseerd?

Eerst even een woordje over ons doelpubliek: wij hadden niet de illusie dat wij “de man in de straat” of de allochtonen in groten getale naar deze debatten zouden krijgen. Wij mikten eerder op wat je “de militanten van het middenveld” zou kunnen noemen.

Dat wij hierin vrij goed geslaagd zijn, blijkt uit de analyse van de gegevens die wij uit de inschrijvingsformulieren haalden. De 16 debatten (twee debatten per week) telden gemiddeld 120 à 130 aanwezigen (minimum 60 en maximum 300). In totaal namen meer dan 2.000 verschillende personen aan de debatten deel, waarvan ongeveer een vierde Nederlandstaligen.

Deze fase werd afgesloten met twee samenvattende debatten met telkens 200 à 250 deelnemers.

En …wat hield de derde fase in?

Zoals gepland kwamen de tien organisaties samen om eindconclusies te formuleren, met de hulp van de drie Brusselse universiteiten.

Dit resulteerde in een rapport van een dertigtal bladzijden, dat op 25 april 2009 publiek werd voorgesteld in het Kaaitheater. Het document werd opgedragen aan de Brusselse jeugd.

Op deze afsluitingssessie werden de lijsttrekkers van de politieke partijen bevraagd.

De Staten-Generaal was een gigantische prestatie: met zoveel energie en efficiëntie georganiseerd en met zo’n mobilisatie. Chapeau ! Maar … heeft het politieke impact gehad?

Tijdens de kiescampagne werden veel van onze ideeën opgepikt. Helaas betekende het regeerakkoord voor het Brussels Gewest geen grote doorbraak voor onze visie. De grootste lacunes betreffen het onderwijs (cruciaal voor de toekomst van Brussel), de link van Brussel met het economische hinterland en de bevoegdheidsverdeling tussen de gemeenten en het Gewest.

Wel is het zo dat de technici die bij de onderhandelingen betrokken waren, ruim gebruik gemaakt hebben van de documenten die wij opgesteld hebben. En wat dit alles op lange termijn zal opbrengen, zal de toekomst uitwijzen.

Wij staan nu voor onderhandelingen voor een federale regering, die voor Brussel misschien nog van grotere betekenis zullen zijn dat die voor de Brusselse regering in 2009. Hoe schat u de situatie in?

Ik (en ongetwijfeld vele Brusselaars met mij) ben zeer bezorgd om de eis voor confederalisme met twee die een groot deel van de Vlaamse politieke klasse voorstaat.

Wij zijn er niet tegen dat een aantal federale bevoegdheden naar een “lager” niveau zouden verhuizen, maar dan eerder naar de gewesten dan naar de gemeenschappen. Sommige bevoegdheden, zoals bijvoorbeeld het onderwijs, die nu bij de gemeenschappen liggen, zouden volgens ons best naar de gewesten verschoven worden.

Tot slot: wat betekent een onderneming als de Staten-Generaal volgens u voor de democratie?

De maatschappij is zo complex geworden dat de politici en de overheid de maatschappij niet meer op doeltreffende wijze alleen kunnen besturen. Ik ben het ermee eens dat de politiek het laatste woord heeft. Maar de inbreng van het middenveld is onontbeerlijk.

Wij danken u voor dit gesprek en wensen u veel succes in uw strijd. 

Dit artikel verscheen eerder op de website van het Links Ecologisch Forum

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!