Nieuws, Cultuur, België, Recensie, Wallonië, Musée des Arts Contemporains, Le Grand Hornu -

Tentoonstelling in Hornu streelt herinneringen na de dood

De dood is misschien het enige levensfeit dat democratisch is. Dat is het thema van de sublieme tentoonstelling in het Waalse Musée des Arts Contemporains op de oude mijnsite van Le Grand Hornu. Directeur Laurent Busine verweeft kunstwerken van internationaal gerenommeerde artiesten met anonieme overblijfsels van menselijk bestaan. Een tentoonstelling vol gevoelige en warme weemoed.

maandag 12 juli 2010 12:20

Uit alle windstreken komen ze: Waalse, Vlaamse, Italiaanse, Poolse, … De 3.500 namen op vergeelde etiketten van koekendozen. Blikken dozen opgestapeld tegen de berookte muur van de oude hooischuur in Hornu.

Boxen die tegen een stoot kunnen en die eens hun smakelijke inhoud verorberd, gerecycleerd worden tot ‘armemensenkluis’. Een doos voor onder bed of in een schuif met belangrijke documenten. Dit object uit onze collectieve memorie en kindertijd is dan de samenvatting van een mensenleven.

Rond herinneringen weeft de Franse kunstenaar Christian Boltanski zijn creaties. Herinneringen aan mensen in diverse vormen: kledij, vragen, dozen, …

Boltanski werd in 1944 geboren in Parijs. Zijn vader was een Joodse intellectueel die door zijn (katholieke) vrouw in hun Parijse appartement verborgen werd … met Christian als gevolg. Mensenlevens en mijmeren daarover zijn een constante in het werk van Boltanski.

Koekendozen

Deze koekendozen zijn wel dichtgemaakt. Wat zit erin? Dat laat Boltanski over aan de individuele verbeelding. Wat zijn de schatten achter de naam op de typische schoolschriftetiketten? Wie was/is (want niet elke persoon is overleden) de man/vrouw op de foto?

Daarover zegt Boltanski: “Ik denk dat benoemen heel belangrijk is. Gewoon zeggen dat er 5.000 mijnwerkers waren, is niet juist, niet rechtvaardig. Je moet ze allemaal bij hun naam noemen. Het gaat niet om een anonieme groep; het gaat om individuen. Onze huidige wereld is post-menselijk aan het worden. Daar moet je tegen ingaan. En om dat te doen, moet je telkens opnieuw naar voren halen dat elke mens bestààt.”

Zondagse kleren

In 1997 begon Boltanski aan ‘Les Régistres du Grand-Hornu’ dat nu het topstuk van het Musée des Arts Contemporains is. Het imponerende werk was een ‘bestelling’ van directeur Laurent Busine: “Wat mij in het werk van Boltanski het meest ontroert, zijn de foto’s van mensen in hun zondagse kleren op de mijnwerkersboekjes. Als mensen een officiële foto moesten geven, sneden ze die meestal uit een bestaand cliché, een communie- of trouwfoto bijvoorbeeld. Ze gaven het enige beeld dat ze van zichzelf hadden, een beeld dat haast niet te rijmen valt met wat ze gingen doen.”

“Als ik die mooie meisjes zie, netjes gekleed en met linten in hun haar, dan denk ik aan het feit dat ze na enkele maanden in de mijn helemaal kapot waren, afgestompt door het harde werk. En toch heb ik van Joséphine geen andere afbeelding dan het beeld van een schoonheid waarmee ze onbewust voor eeuwig wilde worden geassocieerd.”

Echt engagement

Die maatschappelijke betrokkenheid als cadeau verpakt in een esthetisch en poëtisch omhulsel is kenmerkend voor Laurent Busine.

Bij de opening van het museum wou hij de aversie tegen hedendaagse kunst temperen en de buren van de voormalige mijnwerkersite bij het project betrekken.

Buren die het wilden, kregen ook een nieuwe ‘identiteit’ en/of eretitel als ‘Voisin du Musée’. Medewerkers gingen bij de mensen in hun kleine sociale woningen met (handelbare) kunstwerken en een verstaanbare verklaring over het moderne artefact.

Buren zijn nu nog gratis welkom in het museum dat elke eerste woensdag van de maand gratis toegankelijk is.

Mijnwerkersite

Daarom is het tentoongestelde werk van Bertille Bak ook zo ontroerend. De Franse kunstenares tekende bijzonder nauwgezet de ‘Coron’, de mijnwerkershuisjes van Cité n° 5 van Barlin. Huisjes in baksteen met een voordeur en een venster zoals ze er nog – soms verfraaid – staan rond het museum van Le Grand Hornu in de buurt van Mons.

Baks grootmoeder werd in zo’n sociale woonwijk geboren. Haar kleindochter wil de herinnering aan die plek, die voor haar vol herinneringen zit, bewaren. Met respect, enorm observatievermogen en zin voor detail heeft ze met haar zwarte bik elke baksteen getekend. Een monnikenwerk.

Chique én volks

Hetzelfde eerbetoon voor anonieme levens zweeft door de hele tentoonstelling. Naast gerenommeerde – chique? – artiesten als Giorgio De Chirico, Giuseppe Penone, Luciano Fabro, Thierry De Cordier (een doodshoofd dat zowel ontzettend mooi als griezelig is), David Claerbout, Douglas Gordon, José Maria Sicilia plaatst Busine meteorieten, relieken, haarlokken van overledenen, kermis- en familiefoto’s.

Er is geen hiërarchie; schone kunsten moeten zich waarmaken tegenover ‘volkskunst’. Wat blijft er op het netvlies hangen? Het beeld van een vakantiefoto? Of de confrontatie met een universeel kunstwerk? Wat blijft er over van een mens? Enkel stof en as? Herinneringen?

Wereldpatrimonium

Of dozen? Want de tentoonstelling ‘A toutes les morts, égales et cachées dans la nuit’ eindigt in de grafkelder van de familie De Gorge die de mijn in Hornu uitbaatte en begin 19de eeuw dit prachtige, harmonieuze complex vanuit een paternalistische bezorgdheid bouwde.

Het bouwkundig geheel van bijna 200 jaar oud, wacht overigens om toegevoegd te worden aan de lijst van wereldpatrimonium van de UNESCO. Geschiedenis en hedendaagsheid zijn schitterend verweven in Hornu en daar is deze tentoonstelling eens te meer een voorbeeld van.

Laurent Busine: “In zekere zin zijn het begin en het einde van deze tentoonstelling – ‘Les Registres du Grand Hornu’ en de crypte van de familie De Gorge – een samenvatting van wat deze tentoonstelling probeert duidelijk te maken: dat mensen mensen zijn, en gelijk … Maar één ding is duidelijk: geen leven is meer waard dan een ander leven. Het tegengestelde beweren, zou ongepast zijn. Dit is geen tentoonstelling over de dood …”

“Dit is een tentoonstelling over de beelden die ieder van ons vanuit zijn eigen overtuiging, geloof of filosofie vooruitwerpt in een tijd die hij hoe dan ook niet kan kennen. De vraag die hier ‘in beeld wordt gebracht’ is niet ‘wat geloof ik dat mij na de dood te wachten staat’, maar ‘welk beeld, welke herinnering ga ik nalaten en hoe en hoelang – een dag, duizend jaar? – zal dat blijven voortleven?”

De tentoonstelling ‘A toutes les morts, égales et cachées dans la nuit’ is tot 10 oktober te zien in Mac’s, Musée des Arts Contemporains, in Hornu, tel 065 65 21 21, www.mac-s.be.

Elke dag worden voor de bezoekers gratis rondleidingen georganiseerd. En de catalogus is een kleine ‘missaal’ voor kunstliefhebbers. Tegelijkertijd loopt er ook een tentoonstelling van de fantasierijke juwelen van de Antwerps-Joodse kunstenaar Daniel von Weinberger.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!