Lumumba en Kasavubu onderhandelen met de muitende soldaten in Camp Léopold

 

Nieuws, Afrika, België, Congo, 50 jaar onafhankelijkheid, ANC, Patrice Lumumba, Force Publique, Generaal Janssens, Joseph Mobutu, Joseph Kasavubu -

50 jaar Congo: “Après l’indépendance=avant l’indépendance”, muiterij in de Force Publique

Nauwelijks enkele dagen na Congo's onafhankelijkheid op 30 juni 1960 liep het al grondig fout in het leger. Op 5 juli 1960 braken er opstanden uit in het Camp Léopold en bij het garnizoen van Thysville, het huidige Mbanza-Ngungu. Voor de jonge regering-Lumumba was dat een eerste vuurproef in de lange reeks van neokoloniale bemoeienissen die de volgende maanden alleen nog zouden toenemen.

maandag 5 juli 2010 20:00

Generaal Emile Janssens, de Belgische opperbevelhebber van de Force Publique, het koloniale leger, wilde die ochtend van 5 juli 1960 alle twijfels wegnemen bij zijn ontevreden en muitende manschappen.

Met krijt schreef bij op een schoolbord in het Camp Léopold, het huidige Camp Kokolo in de hoofdstad Kinshasa, de beroemd geworden zin “Après l’indépendance=avant l’indépendance”. Ook al hadden de Congolezen net feestelijk hun onafhankelijkheid van België gevierd, de échte touwtjes, zeker economisch, zouden in handen blijven van het vroegere moederland.

Dat was het scenario dat de regering-Eyskens en de koloniale kringen hadden uitgetekend toen in de loop van 1959 stilaan duidelijk werd dat de onafhankelijkheid van Congo niet langer af te wenden was.

Er zou nauwelijks iets veranderen

Om de orde en rust in het uitgestrekte land na de machtsoverdracht te garanderen, zou het koloniale leger, dat nog was opgericht ten tijde van de Onafhankelijke Congostaat van koning Leopold II, gewoon onder het bevel blijven staan van blanke officieren. Met andere woorden er zou nauwelijks iets veranderen, ook niet na de onafhankelijkheid.

Premier Patrice Lumumba was tegelijk ook minister van Defensie en president Joseph Kasavubu was als staatshoofd – naar Belgisch model – de officiële opperbevelhebber van de strijdkrachten. Maar de echte macht over het leger lag nog altijd bij generaal Janssens. Op 4 juli waren er al enkele kleinere incidenten geweest met ontevreden soldaten die een hogere soldij eisten.

Op 5 juli was het hek echter helemaal van de dam en kwam het tot een regelrechte muiterij tegen de arrogantie van Janssens en zijn blanke officierencorps. Enkele tientallen kolonialen werden gemolesteerd en vrouwen verkracht. Eerst was het Camp Léopold in het centrum van de hoofdstad aan de beurt. Maar toen generaal Janssens versterking wilde sturen om de orde te herstellen, sloeg ook de vierde brigade in Thysville aan het muiten en het plunderen, later gevolgd door nog andere brigades.

De toestand werd erg gespannen en al vlug kwam een vluchtelingenstroom van Belgische kolonialen op gang die het land zo snel mogelijk wilden verlaten. Een geruchtencircuit verspreidde paniek onder de blanken, al dan niet aangewakkerd door de regering en de media in Brussel.

De regering-Lumumba was in spoedzitting bijeen en besliste om de afrikanisering van het leger sneller door te voeren dan aanvankelijk de bedoeling was. Alle Congolese manschappen zouden meteen een bevordering krijgen en de soldij zou met 30 procent worden verhoogd. Blanke officieren en onderofficieren zouden worden vervangen door Congolezen.

Naamsverandering

Een naamsverandering moest die koerswijziging duidelijk maken: l’Armée Nationale Congolaise (ANC). Alleen toen Lumumba hoogst persoonlijk de muitende soldaten in Camp Léopold ging toespreken en smeken om de muiterij in het belang van het land te beëindigen, werd de toestand iets minder gespannen. Op 6 juli had Janssens – zonder de Congolese regering daarvan op de hoogte te brengen – versterking gevraagd van de koloniale troepen uit Katanga.

Toen generaal Janssens zich niet zomaar wilde neerleggen bij de beslissing van zijn minister werd hij zelf prompt de laan uitgestuurd. De Belgische ambassadeur in Leopoldville had Lumumba al gewaarschuwd die maatregel niet te nemen, anders zouden de gevolgen niet te overzien zijn.

Belgische paracommando’s maakten zich ondertussen al klaar om een eerste keer in het onafhankelijke Congo te interveniëren, zonder de toestemming van de regering-Lumumba. Een duidelijke schending van de soevereiniteit die nog maar enkele dagen tevoren plechtig was afgekondigd door koning Boudewijn. Het kwam België op een scherpe internationale veroordeling in de Veiligheidsraad van de VN te staan. Congo verbrak op 14 juli officieel de diplomatieke betrekkingen met Brussel.

Mobutu als westerse garantie

Generaal Janssens werd als opperbevelhebber vervangen door de jonge sergeant Joseph Mobutu, die op dat moment nog het volle vertrouwen genoot van zijn partijgenoot Lumumba. Als intrigant had Mobutu achter de schermen al contacten met de Amerikanen die in hem de ideale figuur zagen om Congo in het westerse kamp te houden als tegengewicht voor de als te radicaal beschouwde Lumumba.

Die positie zou Mobutu de kans geven om zijn machtsgreep voor te bereiden en de regering-Lumumba met alle mogelijke middelen stokken in de wielen te steken. Nauwelijks een week later was de afscheiding van de rijke koperprovincie Katanga onder Moïse Tshombe een feit. De Congolese onafhankelijkheid was in een drama uitgemond. Half september 1960 was Lumumba’s politieke rol uitgespeeld. Op 17 januari 1961 zou hij in Katanga met actieve Belgische medewerking worden vermoord.

Pathos

Generaal Janssens voelde zich door de politici in de steek gelaten, zeker door de laatste minister van Koloniën, August De Schryver (CVP), die hij al in een geheim rapport uit 1959 had gewaarschuwd voor het slechte moreel van de koloniale troepen. De generaal zou later voor het standbeeld van Leopold II op het Troonplein in Brussel met veel gevoel voor pathos tegenover de pers verklaren: “Sire, ze [de politici] hebben uw levenswerk in Congo verknoeid”.
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!