Opleiding Afghaanse politie is processie van Echternach
Verslag, Nieuws -

Opleiding Afghaanse politie is processie van Echternach

Hebben de westerse inspanningen om de politie in Afghanistan te versterken succes? Volgens Amerikaans onderzoek blijken de meeste nieuwe eenheden niet lang goed te functioneren nadat de buitenlandse adviseurs vertrokken zijn.

woensdag 30 juni 2010 16:16

De VS heeft geen goed zicht op de resultaten van hun steun aan de Afghaanse politie. Het systeem om die resultaten te meten, levert een vertekend beeld op, concludeert een rapport van de Speciale Inspecteur-Generaal voor Afghanistan (Sigar). 61 van de 101 eenheden van de Afghaanse Nationale Politie die volgens de Amerikaanse controles in staat waren om zelfstandig te functioneren, hadden een jaar later alweer hulp nodig, zegt het rapport.

De Sigar-inspecteurs vroegen bijvoorbeeld begin dit jaar een bezoek aan in het politiedistrict van Baghlan-e Jadid in het noorden van Afghanistan. De politie in dat district kreeg van de Amerikanen in augustus 2008 de best mogelijke beoordeling, en bleef perfect scoren tot juni 2009, toen de opleiding werd afgesloten. Maar in februari dit jaar weigerde het Amerikaanse opleidingsteam de Sigar-inspecteurs te begeleiden naar Baghlan-e Jadid omdat de regio “niet veilig” was.

Vertegenwoordigers van de internationale veiligheidsmacht ISAF lieten horen dat er overal in het district opstandelingen rondhingen. Het rapport citeert een niet met naam genoemde ISAF-medewerker die zegt dat de politie in Baghlan-e Jadid dermate “weggekwijnd is dat ze bijna niet meer functioneert”. Volgens een Amerikaanse militair “hebben de meeste agenten geen uniformen en heeft de meerderheid van de agenten geen basisopleiding gekregen.”

“Meteen als we het gebied verlaten, doet de politie gewoon niet meer wat wij vragen te doen”, vatte een Amerikaans team dat Afghaanse politie-eenheden in het noorden van Afghanistan begeleidt voor de Sigar-inspecteurs samen.

Politieacademie

Sigar moet toekijken op de besteding van de miljarden dollars die de VS investeert in humanitaire hulp en heropbouw in Afghanistan. Het rapport over de weinig accurate beoordeling van de Afghaanse politiediensten die met Amerikaanse hulp worden opgeleid, is slecht nieuws voor de Amerikaanse regering.

De VS wil tegen juli 2011 haar troepensterkte in het land beginnen te verminderen. Een van de voorwaarden die daarvoor moet vervuld zijn, is dat er minstens honderdduizend goed opgeleide agenten actief zijn op het platteland.

De Afghaanse politiedienst versterken is al lang een belangrijke doelstelling voor de landen die sinds 2002 de veiligheidssituatie in Afghanistan proberen te verbeteren. De meeste aandacht ging daarbij aanvankelijk naar de opleiding van officieren. Duitsland zetten al in 2002 in Kaboel een politieacademie op, die een vijfjarige opleiding aanbiedt. De VS schakelde in 2003 DynCorp in om voor de opleiding van Afghaanse politie-instructeurs te zorgen.

Tegen 2005 maakte de verslechterende veiligheidsituatie in Kaboel duidelijk dat er meer nodig was. De VS kende DynCorp ook contracten toe om plaatselijke eenheden op te leiden. Die opleidingen bleken echter niet het verhoopte resultaat op te leveren. “Geen enkele eenheid kan alle opgaven aan, 3 procent kan alles aan met steun van de coalitie, 4 procent is maar ten dele inzetbaar en 77 procent is helemaal niet inzetbaar”, concludeerde het Amerikaanse parlementslid John Tierney in 2008 over pakweg 140 van de 433 eenheden van de Afghaanse Nationale Politie die een opleiding hadden gekregen en waarover gegevens beschikbaar waren.

De VS koos toen voor een intensievere aanpak. Agenten uit bepaalde districten worden sindsdien massaal naar andere delen van het land overgebracht voor een opleiding van acht weken. Hun taken worden tijdelijk overgenomen door elite-eenheden van de Afghaanse politie. Na hun terugkeer worden de oorspronkelijke agenten verder begeleid door kleine teams van internationale adviseurs.

Verloop

Volgens de ISAF is die nieuwe aanpak een succes. In streken waar het programma al overal is uitgevoerd, zou één op de vijf eenheden onafhankelijk kunnen opereren. Maar volgens het Sigar-onderzoek zijn die gegevens onbetrouwbaar. Sommige criteria blijken verkeerd gekozen. Eenheden die genoeg voertuigen hebben, krijgen bijvoorbeeld goede punten, terwijl er vaak chauffeurs ontbreken.

Volgens de Sigar-inspecteurs krijgen veel eenheden de wapens en voertuigen niet die ze nodig hebben. Er is ook een groot verloop van agenten, een gevolg van te lage lonen en het gevaar dat uitgaat van de opstandelingen.

Er bestaat ook veel onduidelijkheid. In Afghanistan raken veel rapporten van politie-eenheden zoek, maar ook het Pentagon heeft zijn zaakjes niet op orde. Het Amerikaanse ministerie van Defensie zei in oktober 2009 over een beoordeling te beschikken van 559 politie-eenheden in Afghanistan, terwijl er zelfs in maart dit jaar nog maar 229 eenheden gecontroleerd waren.

Volgens luitenant-generaal William Caldwell IV, het hoofd van de Opleidingsmissie van de Navo in Afghanistan, is het Sigar-rapport “inaccuraat, verouderd en schadelijk”. Maar volgens luitenant-generaal David Rodriguez, de Amerikaanse commandant van de ISAF, is het algemene beeld dat de studie schetst “accuraat”.

Pratap Chatterjee | IPS

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!