Samenleving, Antwerpen, Stampmedia, Gelijke kansen, Onderwijs, UA, Antwerpen, Allochtonen, Universiteit Antwerpen, Abdelhafid bouddount, Cvo birm, Elders verworven competenties, Evc, Fons geys, Miek stevens, School for life, Stedelijk centrum voor volwassenonderwijs birm, Student focus, Verrekijkers -

Ongelijke kansen in het Antwerpse onderwijs

Een leven lang leren, het is de Europese strategie om van ons continent een vooruitstrevende kenniseconomie te maken. Iedereen een diploma dus. Ook in Vlaanderen is dat al jaren het streefdoel. Maar heel wat mensen vallen uit de boot. Twee projecten in Antwerpen - Student Focus en School for Life - willen daar wat aan doen.

vrijdag 18 juni 2010 10:38

Student Focus, UA

Het aandeel allochtone studenten in het hoger onderwijs neemt toe. Dat is goed nieuws, zou je zeggen. Zeker als je weet dat velen van hen in een kansarm milieu opgroeien. Maar als je de cijfers meer in detail bekijkt, zie je dat het aandeel ten opzichte van het totale aantal allochtone jongeren in Vlaanderen nog heel klein blijft.

Bovendien bleek uit de meest recente studie aan de UA dat slechts een kwart van hen slaagt in het eerste jaar, tegenover 45 procent van de autochtonen. Voorzitter van Student Focus en laatstejaarsstudent sociaal-economische wetenschappen Abdelhafid Bouddount laat zien dat het ook anders kan.

Abdelhafid: “Student Focus stoelt op vier pijlers: instroom, doorstroom, uitstroom en diversiteit. Met instroom bedoelen we: allochtone en kansarme jongeren motiveren om aan de universiteit te studeren. Daarvoor geven we presentaties en zijn we aanwezig op SID-INbeurzen. Op de universiteit staat onze deur altijd open.”

“We verlenen bijstand op alle manieren, in de eerste plaats via bijlessen. Met uitstroom bedoelen we dat we studenten helpen op de arbeidsmarkt. Daarnaast, maar niet minder belangrijk, houden we heel wat culturele uitwisselingsevenementen, zoals theeavonden, filmavonden en etentjes.”

Dat lijkt me heel wat werk. Zijn jullie allemaal vrijwilligers?

“Student Focus is een vereniging van en voor studenten. We hebben zo’n vijftig actieve vrijwilligers, waarvan acht bestuursleden. Alle activiteiten worden in overleg georganiseerd, ook de bijlessen. Iedereen mag die geven, op voorwaarde dat je al eerder slaagde voor het vak. Om de kwaliteit van de lessen te garanderen, geven we de studenten wel een evaluatieformulier mee op het eind van het semester.”

Hoeveel studenten bereiken jullie? En hoe divers is dat publiek?

“Elk jaar zien we zo’n twintig nieuwe studenten bij Student Focus aankloppen. Op grote evenementen, zoals onze debatavonden, komen er gemakkelijk 250 à 300 studenten opdagen. Daar zitten heel wat moslims tussen, maar ook Vlaamse studenten en proffen.”

“In ons bestuur zetelen trouwens drie autochtone studenten. Op initiatief van enkele Thais, organiseren we dit jaar ook een intercultureel etentje. Spontane acties als deze gebeuren wel meer en we kunnen dat alleen maar toejuichen.”

Wat zijn de grootste problemen waarmee studenten worstelen?

“Bij de instroom merken we dat er veel onzekerheid is bij de studenten. We gaan naar secundaire scholen waar 80 procent van de studenten van vreemde afkomst is. Onlangs hielden we in het Koninklijk Atheneum in Antwerpen een presentatie om studenten te overtuigen van hun mogelijkheden. Jammer genoeg voegde een leerkracht eraan toe: ‘Allemaal mooi en wel, maar dit is niet voor jullie weggelegd, jongens en meisjes’.”

Dat is frappant. Gebeurt dat wel meer?

“Ja. We hebben de indruk dat leerkrachten hun maatschappelijke functie niet altijd ten volle beseffen. Allicht zijn ze ontmoedigd door de vele problemen op die scholen, maar dat betekent niet dat ze de toekomst van hun leerlingen mogen wegnemen.”

“Ik heb hetzelfde meegemaakt. In mijn vijfde jaar werd mij aangeraden een technische richting te gaan volgen, maar ik weigerde. Ik volhardde in mijn ASO-opleiding, ging naar de universiteit en zit nu in mijn masterjaar. Waar een wil is, is een weg.”

“Natuurlijk zijn we realistisch. Als je een beroepsrichting volgt, kan je geen opleiding geneeskunde starten. Maar er zijn ook andere haalbare richtingen die je een uitstekend diploma opleveren.”

In hoeverre komen jullie in het vaarwater terecht van andere organisaties zoals de ombudsdienst van de UA of zelfs van de VDAB?

“Onze uitstroomactiviteiten zijn het minst belangrijk omdat we merken dat, wanneer de instroom en doorstroom goed verlopen, de uitstroom meestal ook lukt. Afgelopen jaar organiseerden we wel een interculturele jobbeurs, maar dat kan je nauwelijks concurrentie voor de VDAB noemen.”

“Verder ondervinden we dat veel studenten niet naar de ombudsdienst stappen. Soms zijn ze zelfs niet op de hoogte van die diensten. Bovendien heeft Student Focus een groot aanbod aan bijlessen. Waarschijnlijk bestaan die ook bij de ombudsdienst, maar dan minder toegespitst op ons publiek. We vormen dus een meerwaarde op de bestaande diensten.”

School for Life, SCVO-birm

Het zal je maar overkomen. Je studeert verpleegkunde en gaat daarna aan de slag als verpleger. Niets aan de hand, tot er plots een burgeroorlog in je land uitbreekt. Je moet noodgedwongen vluchten en kan elders een nieuw leven beginnen. Je wilt weer werken als verpleger, maar het beste dat je kan vinden is een baantje als schoonmaker.

Dat is het leven voor veel migranten. Hoewel ze de juiste capaciteiten hebben, vinden ze geen werk of moeten ze vrede nemen met luizenbaantjes. Dat overtuigde Fons Geys, directeur van het Stedelijk Centrum voor Volwassenonderwijs SCVO-birm, en studiebegeleider Miek Stevens van de noodzaak van een nieuw project: School for Life.

Fons: “Het project startte vijf jaar geleden met één doel: Antwerpse hooggeschoolde migranten een tweede kans bieden. Het jaar nadien maakten we het onderscheid tussen hooggeschoolden die na één of anderhalf jaar in de arbeidsmarkt willen stappen, en hooggeschoolden die een hogere opleiding willen volgen.”

“Sinds enkele jaren werken we ook samen met de Artesis Hogeschool om eerstejaarsstudenten met te weinig bagage te ondersteunen. Bovendien willen we nu preventief optreden en laatstejaars van het secundair onderwijs aanmoedigen om via ons begeleidingsprogramma naar het hoger onderwijs te gaan.”

Heeft het feit dat die hooggeschoolde migranten geen gepaste job vinden niet eerder te maken met de erkenning van diploma’s?

“Ook, maar in Vlaanderen is de begeleiding het probleem. In Groot-Brittannië word je bijvoorbeeld gewezen op hiaten in je diploma en hoe je die kan bijspijkeren. In Vlaanderen moet je dat zelf uitzoeken. Ik ben arts, of wiskundeleerkracht: hoe kan ik mijn diploma hier verzilveren?”

“Begin maar te zoeken. Dan kom je bij de VDAB terecht, maar die heeft andere doelstellingen: zij moeten op korte termijn mensen kwalificeren voor de arbeidsmarkt. ‘Een wiskundeleerkracht, die kan aan het werk bij een bank’, maar dat wil die man of vrouw helemaal niet. Die mensen proberen wij te helpen.”

Er bestaat sinds kort ook zoiets als ‘elders verworven competenties’ (EVC).

Miek: “Dat is een groot hiaat in het onderwijs. Men spreekt er veel over, maar het blijft een probleem. Het gebeurt maar al te vaak dat mensen die bij ons enkele vakken hebben gestudeerd of goed onderlegd zijn nauwelijks op begrip of vrijstellingen kunnen rekenen in het hoger onderwijs. Ze worden er steeds van het kastje naar de muur gestuurd.”

Fons: “Wij proberen daar een mouw aan te passen. Zo kunnen studenten die al ervaring hebben in een bepaald vak deelnemen aan de examens van de eerste modules. Slagen zij, dan mogen zij meteen naar de volgende module.”

“EVC’s zijn een heel moeilijk begrip. Ze zijn heel moeilijk te meten. Er is geen duidelijke methode en het wordt overgelaten aan de universiteiten, hogescholen en cvo’s om eigenhandig te beslissen wat meetelt en wat niet.”

Verhogen jullie werkelijk de slaagkansen van de studenten die naar het hoger onderwijs doorstromen?

Miek: “Zeker, ik heb onlangs de resultaten onderzocht en daaruit blijkt dat de 14 studenten die tot de laatste sessies studiebegeleiding hebben gevolgd met mooie cijfers geslaagd waren voor hun vakken.”

“Met enkele studenten Restauratietechnieken hebben we gewerkt aan hun basiskennis wiskunde en scheikunde. Die was echter zeer slecht, waardoor ze ook dit jaar niet zullen slagen. Maar dat is niet erg, Ze stappen volgend jaar opnieuw in en slagen dan wel.”

Hoe komt het toch dat die basiskennis zo slecht is? Is dat een falen van het reguliere onderwijs?

Fons: “Arbeidssocioloog Jan Denys vertelde onlangs op een lezing dat het grootste probleem voor werkzoekenden een gebrekkige basiskennis is van communicatie, Nederlands, wetenschappelijke vaardigheden (wiskunde, fysica en scheikunde) en IT. Daar werken wij al jaar en dag aan. In het secundair onderwijs halen studenten vaak wel de eindtermen, maar in realiteit beschikken ze toch niet over die competenties.”

Miek: “In theorie bereidt het beroepsonderwijs jongeren rechtstreeks voor op de arbeidsmarkt, maar heel wat van hen horen niet thuis in het BSO. Dat komt door het watervalsysteem, waarbij leerlingen die in een hogere richting hun studies aanvatten stelselmatig afvloeien naar lagere richtingen.”

“TSO is een tussenmoot: er komen heel wat mensen in terecht die later een technisch beroep willen uitoefenen, maar er zijn er ook die liever hoger onderwijs zouden volgen. Bij ons kloppen mensen aan die BSO volgden en een zevende specialisatiejaar BSO kiezen om toch door te stromen naar het hoger onderwijs. Tegen de waterval in dus. Dat is het zalmsysteem.


© 2010 – Verrekijkers – Dries Rombouts

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!