Mendeljefkes van de Zinnekes in Sint-Jans-Molenbeek (foto: Lieven Soete)

 

Opinie, Nieuws, Samenleving, België, Onderwijs, Opinie, Brussels Gewest -

Brussels Nederlandstalig onderwijs en ‘apartheid’

Twee dagen voor de verkiezingen was het een klein berichtje in de kranten. Er komt een absolute voorrang voor Nederlandstaligen in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel! Ik neem aan dat sommige Vlamingen bij de eerstvolgende rellen in Brussel wéér maar eens zullen klagen over de allochtone bandietjes die hun best niet willen doen op school. Johan Leman geeft commentaar.

donderdag 17 juni 2010 12:30

Goedmenend Vlaanderen zal nog enige tijd kunnen janken over de onveiligheid in de Brusselse kanaalzone. En Panorama kan elk jaar een nieuwe uitzending voorzien over hoe slecht de burgemeesters het daar in Brussel wel doen.

Want zie hier de Vlaamse inbreng voor de oplossing van het Brussels ‘probleem’: het aandeel Nederlandstaligen dat voorrang krijgt bij inschrijvingen in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel wordt opgetrokken van 45 procent naar 55 procent.

Daarenboven wordt de ‘verklaring op eer’ van de ouders om aan te geven dat een kind Nederlands kent, voortaan vervangen door een ’controleerbaar bewijs’.

Dat bewijs kan een diploma van een Nederlandstalige secundaire school zijn, een bewijs dat de leerling 9 jaar Nederlandstalig onderwijs heeft gevolgd of een taalexamen heeft afgelegd. Gevolg: je kan er zeker van zijn dat veel allochtone ouders deze bewijzen niet kunnen voorleggen.

Ouderlobbies

Op een ogenblik dat het Brusselse lokaal overlegplatform (LOP) geneigd leek om een 40 tot 45 procent bovengrens als voorrang voor Nederlandstaligen definitief te aanvaarden, omdat de resultaten van haar werking van de voorbije jaren niet zo slecht leken, wordt het Brusselse LOP in snelheid genomen door enige Vlaams-Brusselse ouderlobbies en het resultaat is dat voortaan in Vlaams-Brussel het risico op ‘apartheid’  toeneemt.

Normaal zal het optrekken van het ’bevoorrechtende’ inschrijvingsrecht van Nederlandstaligen in het Brussels Nederlandstalig onderwijs van 45 procent tot 55 procent in de feiten leiden tot een toestand waarin een aantal nu al ‘witte’ scholen hun ‘witte’ toestand definitief kunnen bezegelen.

Het katholiek en gemeenschapsonderwijs legt een stevige basis voor een beperkt aantal grote ‘witte’ concentratiescholen in een stad die wellicht nog slechts 5 à 10 procent Nederlandstalige geboorten kent.

Enkele bekende grote ‘witte’ scholen zullen in een eerste inschrijvingsgolf (“verboden voor anderstaligen”, lees: allochtonen) tot aan 55 procent het beschikbare pakket van Nederlandstalige kinderen opslorpen en onder elkaar verdelen.

Het gemeentelijk onderwijs zal buiten de prijzen vallen

Voor het gros van de andere scholen zal het te verdelen aantal ‘pure Nederlandstaligen’ afnemen. Daar zal het draagvlak voor Nederlandstaligheid afnemen. Het gemeentelijk onderwijs zal buiten de prijzen vallen. En de Nederlandstaligen aan wie de eerste inschrijvingsgolf voorbijgegaan is (omdat ze er onvoldoende van afwisten, of iets te laat in het jaar in Brussel inweken, zullen zich nog meer in de zak gezet voelen).

Het systeem is voor de ‘kenners’ onder de Vlamingen, goede middenklasse en hoger. Ik ben benieuwd of een onderwijsjurist als prof. em. Raf Verstegen die zich jaren geleden liet gebruiken om de voorrangsregel in Brussel juridisch in te kleden, maar me toen al toevertrouwde dat dit hoogst betwistbaar was, dit nu nog altijd zou verdedigen.

Waarom vroeg de overheid hem niet eerst eens opnieuw om advies? De 55 procent symboliek is in deze materie veelzeggend.

Kijk: 45 procent is, gelet op het percentage Nederlandstaligen dat in Brussel woont, als voorrang al heel sterk. Er is geen enkele objectieve reden om het percentage op te trekken, buiten het feit dat enkele begoede Nederlandstalige ouders vorig zo lang moeilijk gedaan hebben totdat hun kind uiteindelijk een plaats kreeg in de school van hun voorkeur – wat hen overigens gegund is.

Ik neem aan dat een aantal mensen die dit moesten opvangen daar nogal wat tijd mee verloren hebben. Maar dat een heel systeem daarom moet worden omgegooid? Dat is straf! De last wordt nu duidelijk gelegd op de schouders van minder begoede allochtone ouders… en uiteraard zullen die geen gehoor krijgen (in tegenstelling tot de begoede Vlaamse ouders).

Rancune tegen Vlamingen

De 55 procent voorkeursbehandeling voor Vlaamse ouders maakt promotie beluste allochtone ouders duidelijk dat ze het mogen schudden. Je zou voor minder een rancune tegen Vlamingen opbouwen.

Had het genuanceerder gekund? Had de overheid meer aandacht en respect kunnen tonen voor de reële genuanceerde Brusselse sociaal-culturele realiteit? Absoluut.

Neem nu bijvoorbeeld het Sint-Jan Berchmanscollege. Als er daar een kleuteronderwijs bestaat, is dit omdat daar ooit ten tijde van minister van Onderwijs Daniël Coens (CVP) Spaanstalige ouders mee gestart zijn, met de steun van Foyer en alléén van Foyer.

Er was geen enkele Vlaamse ouder te bespeuren noch van ver noch van dichtbij om het vuile werk op te knappen: het vinden van lokalen, het ophoesten van de eerste financiële middelen, enzovoort.

Voor Sint-Jan Berchmans had de overheid, met respect voor zijn verleden, veilig kunnen stellen dat het college ook in de toekomst nooit een ‘apartheidsschool’ zou worden. Dat was de reële wens van de jezuïeten (Mgr. Dehovere en anderen) jaren geleden.

Spaanstalige kinderen

Het college heeft via de keuze voor het Spaans biculturele onderwijs steeds de aandacht voor diversiteit binnen de schoolmuren blijven centraal stellen. Toch was een decretale verankering van dit biculturele project dat de aanwezigheid van die Spaanstalige kinderen zou blijven waarborgen (door het toekennen, ook in hun geval, van een beperkte voorrang voor ouders die zich hierop willen inschrijven) steeds onbespreekbaar binnen het LOP of bij de kabinetten.

Voor de Vlaamse ouders mocht voorrang echter wél; voor de stichters van de kleuterschool, de allochtone Spaanstaligen niet. De nieuwe voorrangspercentages zorgen ervoor dat de realisatie van een dergelijk project verder wordt bemoeilijkt, er blijft voor deze kinderen nauwelijks plaats.

(Een soortgelijk scenario heeft zich trouwens enkele jaren geleden, mutatis mutandis, ook ontrold in de Vier-Windenschool in Molenbeek, geen elitaire school (dat weet ik wel): eerst via allochtone kinderen en een bicultureel project een school laten redden en nadien het bicultureel project buiten ‘bonjouren’.)

In feite evolueert het Nederlandstalig onderwijs in Brussel voor een jammerlijk deel door toedoen van het katholiek onderwijs (dat overdrijft met het inroepen van zijn kwaliteitsbewaking van het Nederlands en daarmee eigenlijk het buiten houden van allochtonen viseert, misschien niet als eerste doel, maar dan toch als neveneffect dat het er niet ongraag bijneemt), geruisloos naar een segregerend systeem.

Ik denk niet dat het veel zin heeft om daarover nu een klaagzang aan te heffen… alléén moeten een aantal van de andere scholen die het aankunnen er nu voor zorgen dat ze op hun manier competitiever en assertiever worden tegenover die witte concentratiescholen en dat ze hun leerlingen aantoonbaar beter voorbereiden op een internationaler wordende wereld.

Europese scholen als model

Hun model zouden de Europese scholen moeten worden: dit wil zeggen uitstekende meertaligheid waarborgen (uiteraard op basis van een meer dan behoorlijk Nederlands als hoofdonderwijstaal) en tegelijk de ‘oude’ vaardigheden koesteren (wiskunde, wetenschappen) en op ‘nieuwe’ vaardigheden (op technologisch vlak, en op vlak van internationale en interculturele vaardigheden) focussen.

Vlaanderen is echt te klein, alle stilaan ontsporende eigendunk van sommige Vlamingen ten spijt, om te denken dat de wereld rond zijn ’cocoonende’ navel draait. En om in zo’n alles op zijn weg opzwelgende wereld stand te houden, dààr is het dat jongeren vandaag moeten op voorbereid worden.

Johan Leman

Johan Leman is medewerker bij ‘Foyer’ in Sint-Jans-Molenbeek.

++++

Ter volledigheid voeg ik hier al onmiddellijk een antwoord toe dat me toegestuurd werd op een soortgelijk bericht op de Foyer-site (www.foyer.be), afkomstig van de voorzitter van het LOP-basisonderwijs in Brussel:

Geachte heer Leman, Beste Johan,

Ik vrees dat je ten dele gelijk hebt. Het optrekken van het percentage ‘bevoorrechte’ groepen naar 55 procent is een belangrijk symbolisch punt. Ook volg ik je volledig in je analyse van de ontsporing.

Als voorzitter van het LOP Brussel Basisonderwijs wil ik enkel een aantal punten nuanceren.

In de eerste plaats heeft niet het LOP gezorgd voor het optrekken van dat percentage. De 45 procent was indertijd een afspraak binnen het LOP. Het was een akkoord dat voor 4 jaren werd afgesloten en dat dit jaar zou dienen te worden geëvalueerd.

Vooruit lopend op de evaluatie die we aan het opstellen zijn, en waaraan de vertegenwoordiger uit het Foyer meewerkt, kan ik al stellen dat de laatste 9 jaren het basisonderwijs in Brussel aan het DE-segregeren is.

De huidige beslissing zou dat spijtig genoeg ongedaan kunnen maken. De 55 procent zijn in het huidige geval van bovenaf opgelegd. In concreto, via een amendement op Onderwijsdecreet XX werd dat percentage vastgelegd, tenzij het LOP anders zou beslissen.

Daarnaast legt het geen vast percentage op voor de kansengroepen, hetgeen in het LOP wel werd gedaan. Het blijft daarom belangrijk te streven naar die gezonde mix en de kansen voor alle leerlingen te blijven waarborgen.

Daarom ook dat we de inbreng van het FOYER meer dan ooit nodig hebben in een constructief dialoog met alle betrokkenen in het Brussels Nederlandstalig onderwijs.

Voorts dient te worden opgemerkt dat ons LOP werkt bij consensus. Ook dat weet u wellicht. Als u stelt dat het Brusselse LOP het bicultureel profiel van SJ Berchmans niet veilig wil stellen, betekent dit dat: ten eerste dit punt niet aan de orde is geweest (sinds mijn aantrede is deze vraag nooit opgeworpen binnen het LOP) of ten tweede dat er geen consensus bestaat bij de betrokken onderwijspartners en niet-onderwijspartners. Mijn punt is dat u hier net iets te gemakkelijk schiet op de pianist.

Ik zou het dan ook persoonlijk een spijtige zaak vinden, mocht het Foyer de strijd staken. De kansengroepen dienen nog steeds een minimale vertegenwoordiging gegarandeerd te krijgen en wie weet, kunnen we, in tegenstelling tot onze Vlaamse volksvertegenwoordigers die dit amendement hebben ingediend en die nota bene geen enkele affiniteit hebben met Brussel, tot een realistische en billijke afspraak komen.

In deze tijden van navelstaren is het alle hens aan dek

Met welgemeende groeten,

Dimokritos Kavadias Voorzitter LOP Basisonderwijs Brussel

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!