Floribert Chebeya (1963-2010), onvermoeibaar mensenrechtenactivist (foto: Radio Okapi)

 

Nieuws, Afrika, Politiek, België, Congo, Mensenrechten, Diplomatie, Tmd, Floribert Chebeya, VSV, Internationale reacties -

Moord op Floribert Chebeya: “Toute la vérité!”

Verontwaardiging en woede. Die gevoelens vatten best de reacties samen op de dood van de bekende Congolese mensenrechtenactivist Floribert Chebeya (1963-2010). Chebeya werd woensdagmorgen 2 juni dood teruggevonden in Kinshasa. In tegenstelling tot de eerste verklaringen van de politie vertoonde zijn lichaam wel degelijk sporen van marteling en geweldpleging. Een overzicht van reacties.

vrijdag 4 juni 2010 22:00

Volgens betrouwbare bronnen in Kinshasa werd Chebeya gewurgd. Zijn lichaam is nog altijd niet vrijgegeven aan de familie wat de speculaties bij ‘radio trottoir‘ (het geruchtencircuit) in Kinshasa doet toenemen dat de autoriteiten veel te verbergen hebben.

Velen zijn het erover eens dat dit écht een moord te veel is. Zonder kleerscheuren zal de regering-Kabila er dit keer maar moeilijk vanaf komen. En dat op nauwelijks enkele weken voor de feestelijkheden van 50 jaar onafhankelijkheid.

‘Onpartijdig en transparant onderzoek’

De hoge vertegenwoordiger van het Buitenlands Beleid van de Europese Unie, de Britse barones Catherine Ashton, vraagt dat er een ‘onpartijdig en transparant’ onderzoek komt naar de omstandigheden waarin Chebeya om het leven is gekomen. Ze is naar eigen zeggen ‘verbijsterd’ door zijn dood. Ashton toonde zich ook erg bezorgd over “de dramatsiche verslechtering van de situatie voor de verdedigers van mensenrechten in Congo”.

VN-secretaris-general Ban Ki-moon roemde Chebeya “als een kampioen van de mensenrechten en de vrede, die terecht het respect afdwong van zijn landgenoten”. Hij vond dat de schuldigen snel moeten worden opgespoord en gestraft.

Namens de Belgische diplomatie heeft ontslagnemend minister van Buitenlandse Zaken, Steven Vanackere (CD&V), donderdag gevraagd dat er een onafhankelijk onderzoek zou komen. Hij heeft de Belgische ambassadeur in Kinshasa, Dominique Struye de Swielande, opgedragen de zaak van nabij op te volgen en te coördineren met de ambassadeurs van de andere EU-lidstaten.

Woensdagavond al, net nadat de dood van Chebeya bekend werd, is de Congolese ambassadeur in Brussel, Henri Mova Sakanyi, in de Karmelietenstraat ontboden om meer uitleg te geven over deze onthutsende zaak.

Wantoestanden aan de kaak stellen

De koepel van de Vlaamse Noord-Zuidbeweging, 11.11.11, steunde tussen 2002 en 2006 het mensenrechtenwerk van Chebeya. “11.11.11 heeft met droefenis kennis genomen van het overlijden van de Congolese mensenrechtenactivist”, vermeldt de website.

Als secretaris van RENADHOC, de Congolese mensenrechtenkoepel, hadden 11.11.11-medewerkers geregeld contact met Chebeya. “Hij stond bekend als iemand die onbevreesd vertelde wat hij te zeggen had. Hij werkte rond zeer gevoelige dossiers en durfde het aan om wantoestanden publiek aan de kaak te stellen. Hij werd reeds verschillende malen gearresteerd, moest onderduiken en werd bedreigd.”

“We zijn diep geschokt door zijn overlijden. Deze gebeurtenis toont nogmaals aan hoe moeilijk de omstandigheden zijn waarin mensenrechtenactivisten in Congo moeten werken. We zien al twee jaar dat hun situatie zienderogen verslechtert. Er heerst een klimaat waarin kritische activisten en journalisten bedreigd, gearresteerd en zelfs vermoord worden.”

“11.11.11 eist een onderzoek naar de omstandigheden van het overlijden van Chebeya, maar wijst erop dat in eerdere moordzaken op mensenrechtenactivisten vervolging van daders en opdrachtgevers uitbleef. We vragen dan ook dat België deze moord niet alleen scherp veroordeelt, maar ook om een ernstig onderzoek vraagt.”

Geen koninklijk bezoek als legitimatie

Velen uit de Congolese diaspora in België, maar ook vertegenwoordigers van de civiele samenleving in Congo, vragen ondertussen dat België het geplande koninklijk bezoek ter gelegenheid van de feestelijke viering van ’50 jaar Congo’ zou annuleren.

In de gegeven omstandigheden zou het ongepast zijn dat koning Albert II het regime van Kabila zou legitimeren met zijn aanwezigheid in Kinshasa, vinden deze critici.

Ook chef-buitenland bij De Standaard, Bart Beirlant, schrijft in een opiniestuk dat het beter zou zijn om de koning thuis te houden. “De beslissing daartoe [het bezoek van de koning] werd vooral op emotionele gronden genomen en te snel bekendgemaakt – zodat zelfs de kans verloren ging om een eventueel bezoek te gebruiken als hefboom om een verbetering van de mensenrechtensituatie af te dwingen.”

“Het bezoek kon alleen nog afgelast worden als er onderweg ‘ongelukken’ gebeurden van Congolese zijde. Eigenlijk zou België na de moord op Chebeya het bezoek van de koning onmiddellijk moeten annuleren, maar daarover hoeven we ons geen illusies te maken. De voorbereidingen zijn al te ver gevorderd, de ‘diplomatieke schade’ zou te groot zijn.” (De Standaard, 4 juni 2010)

Mensenrechten in ‘goed bestuur’

Pierre Brunain, medewerker bij van de Afrika-desk van 11.11.11, stelt in een telefonische reactie dat 11.11.11 er de voorkeur aan geeft dat de Belgische delegatie die eind juni naar Kinshasa gaat de “ernst van de situatie ter sprake zou brengen in dialoog met de Congolese autoriteiten.” 11.11.11 vindt ook dat ‘mensenrechten’ en de bescherming van mensenrechtenactivisten expliciet deel zouden moeten gaan uitmaken van de discussie over ‘goed bestuur’ in het kader van de Belgische officiële ontwikkelingssamenwerking met Congo.  

Benoît Van Maele, de landencoördinator voor 11.11.11 in Kinshasa, was vrijdag de hele dag in vergadering met de vertegenwoordigers van Congolese partners en civiele samenleving over de moord op Chebeya.

Hij wist te melden dat de MONUC, de VN-missie in Congo, aangeboden had om een internationale wetsdokter ter beschikking te stellen bij de geëiste ‘onafhankelijke’ lijkschouwing. Totnogtoe hebben de Congolese autoriteiten de toegang tot het mortuarium, waar het stoffelijk overschot van Chebeya wordt bewaard, strikt afgeschermd. Ook Chebeya’s naaste familieleden hebben het lijk nog niet te zien gekregen.

Duidelijk sporen van geweld

“Zelfs de collega’s van de Voix de sans-Voix hebben Chebeya’s lijk nog niet kunnen zien. Ze zijn wel met een eigen onderzoek gestart. Politiemensen die wat loslippig waren en zijn lichaam hadden gezien, verklaarden dat er wel degelijk sporen van geweld te zien waren, namelijk sporen van handboeien en zwellingen aan zijn hoofd, met bloeduitstortingen aan mond, neus en oren”, aldus Kris Berwouts, directeur van EurAc, het netwerk van Europese NGO’s die samenwerken met partners in Centraal-Afrika.

Kris Berwouts werkte al jaren nauw samen met Chebeya. Vrijdag hield EurAc zijn jaarlijkse vergadering in Brussel. De zaak-Chebeya zal daar zeker druk besproken zijn.

Donderdag 3 juni organiseerde EurAc, samen met de Groene-fractie in het Europees Parlement, een studiedag over ‘duurzame veiligheid en de rol van het leger’ in Congo. Bij de opening van de vergadering vroeg vicevoorzitter van het Europees Parlement, Isabelle Durant (Ecolo), een minuut stilte als eerbetoon aan Floribert Chebeya.

Dossier tegen Numbi

Kris Berwouts brengt de moord in verband met een dossier over de repressie van een religieuze sekte in de provincie Bas-Congo in 2007. Daarbij zijn toen vele doden gevallen en het was toenmalig legerchef, John Numbi, een vertrouweling van president Kabila, die daar het bevel voerde.

Chebeya had zich in dat dossier vastgebeten en zat de verantwoordelijken dicht op de hielen. Dinsdagavond was Chebeya ontboden bij John Numbi, nu in zijn functie van hoofd van de nationale politie. Kort daarna was hij ‘vermist’ en woensdagmorgen werd zijn lijk ontdekt. Is Chebeya in de val gelokt, vragen velen zich af. En is Numbi de opdrachtgever voor de moord? 

Verbijsterd en geschokt

Mensenrechtenorganisatie Amnesty International heeft een oproep gelanceerd tot een ‘grondig, onpartijdig en onafhankelijk onderzoek’ naar de omstandigheden van het overlijden van Chebeya. “We zijn verbijsterd en geschokt door de verdachte dood van deze prominente en gerespecteerde mensenrechtenactivist”, zegt Veronique Aubert, adjunct-directeur van Amnesty’s Afrika-programma.

“In het verleden werd Floribert al gearresteerd en geïntimideerd door de autoriteiten. Het lijkt erop dat hij zijn waardevolle werk nu met zijn leven betaald heeft.”

Chebeya vertelde medewerkers van Amnesty International meermaals dat hij het gevoel had dat de veiligheidsdiensten hem in de gaten hielden. In het afgelopen jaar nam de onderdrukking van mensenrechtenactivisten, journalisten en vakbondsmensen in Congo dramatisch toe, onder meer door illegale arrestaties, vervolging en telefonische bedreigingen. “Chebeya’s dood is een groot verlies voor hele mensenrechtengemeenschap”, zegt Veronique Aubert.

Sfeer werd grimmiger

Ook de Vlaamse sectie van Amnesty International volgde het werk van Chebeya op de voet. Carlos Vandaele, coördinator van het AI-landenteam Grote Meren, had hem persoonlijk enkele keren ontmoet in Brussel en was zwaar onder de indruk gekomen van zijn integriteit en gedrevenheid. Al had Chebeya soms ook kritiek op de aanpak van Amnesty.

Vandaele: “We wisten dat Chebeya gevaar liep. Vanuit het AI-secretariaat in Londen worden acht mensenrechtenactivisten in Congo speciaal ondersteund. Chebeya was er een van. Vanuit het landenteam Grote Meren schreven we brieven naar de Congolese autoriteiten en de ambassade in Brussel om hen te vragen mensenrechtenactivisten beter te beschermen. Je merkte heel goed dat de sfeer grimmiger werd de laatste tijd. De bedreigingen namen toe, de politieke speelruimte verkleint naarmate de verkiezingen van 2011 naderen. Wij werken volgens de ‘guidelines’ die door de EU zijn opgesteld inzake bescherming van mensenrechten.”

Amnesty spreekt zich niet uit of het opportuun is in de gegeven omstandigheden een koninklijk bezoek aan Congo te laten plaatsvinden. Vandaele: “We vinden het belangrijk dat er een krachtig signaal van afkeuring gaat naar de Congolese autoriteiten. Mensenrechtenschendingen mogen niet ongestraft blijven. De straffeloosheid heeft al lang genoeg geduurd. Als de commotie rond de moord op Chebeya daarin verandering kan brengen, is dat al een stap vooruit.”

Barometer van de democratie in Congo

In haar Congo-blog schrijft Colette Braeckman, journaliste bij Le Soir, dat Floribert Chebeya een inspirerend voorbeeld was voor de hele civiele samenleving in Congo. Weinigen hadden zoveel ervaring en zulke integriteit bij het verdedigen van de mensenrechten in Congo als Chebeya.

Al van in de Mobutu-tijd stond hij op de barricaden en nam soms grote risico’s door onrecht en straffeloosheid van de dictator aan te klagen. In het buitenland had hij enorm veel kredietwaardigheid opgebouwd met zijn degelijk onderbouwde dossiers en zijn opstelling boven alle partijpolitiek gekrakeel.

De rapporten en de acties van de Voix de Sans-voix (VSV), de organisatie die Chebeya had opgericht en waarvan hij tot aan zijn onverwachte dood de stuwende en inspirerende kracht was, waren uitgegroeid, schrijft Braeckman, tot een ‘barometer van de democratie’ in Congo. En die barometer kondigde de laatste maanden hoe langer hoe meer zware storm aan.
 
Want Chebeya nam geen blad voor de mond. Hij hield niet van het wollige taalgebruik waarvan de Congolese politici van meerderheid en oppositie zich graag bedienen. Ook niet tegenover de huidige machtbebbers in het presidentieel paleis aan de Congostroom. Hij schuwde ook controversiële politieke onderwerpen niet. Zo had hij zich fel uitgesproken tegen de lopende gemeenschappelijke militaire acties van het Congolese regeringsleger en de MONUC in het oosten van Congo.

Veiligheidsbeleid onder vuur

Vorig jaar verdedigde hij openlijk het standpunt van de toenmalige voorzitter van het parlement, Vital Kamerhe, die het fundamenteel oneens was met president Kabila over het veiligheidsbeleid in het oosten van land. Kamerhe werd tot ontslag gedwongen. Chebeya vond dat Joseph Kabila hoe langer hoe meer dictatoriale trekjes begon te vertonen die hem aan Mobutu deden denken. Ook over het budget dat de Congolese overheid wil gaan spenderen aan de feestelijkheden rond ’50 jaar Congo’ had hij zijn kritische bedenkingen. Congo had andere prioriteiten, vond hij.

Het staatshoofd zelf kwam de laatste tijd meer en meer in het vizier van de VSV. Zo startte de mensenrechtenorganisatie een onderzoek naar de dood in verdachte omstandigheden van Aimée Kabila, een jonge vrouw die zich voordeed als een dochter van Laurent-Désiré Kabia.

Onlangs, bij een bezoek aan de Belgische vrienden van de Ligue des droit de l’homme (de Franstalige tegenhanger van de Liga voor Mensenrechten), maakte hij zelfs zijn plannen bekend om naar het Internationaal Strafhof in Den Haag te trekken waar hij een dossier wilde indienen tegen ‘machthebbers met bloed aan de handen’ om een einde te maken aan de cultuur van de straffeloosheid in het land.

Heilige huisjes

Voor vele waarnemers is het zonneklaar dat Chebeya tegen nogal wat heilige huisje had aangeschopt en zich vijanden had gemaakt tot op het hoogste niveau. Zijn uitschakeling zou velen dan ook goed uitkomen.

Maar zoals de commentaarschrijver van de Congolese krant La Prospérité vrijdag eiste: ‘Toute la vérité’ moet dit keer boven water komen, wie er ook verantwoordelijk is. Congo kan zich niets anders permitteren op de vooravond van zijn 50ste onafhankelijkheidsverjaardag.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!