Essay, Nieuws, België -

Slechts 5,8 procent allochtonen op kieslijsten (update)

Als allochtonen worden gediscrimineerd op de arbeids- en woningmarkt of in het sociale leven dan klinkt er terecht protest. Als zij ondervertegenwoordigd zijn op de kieslijsten van Kamer en Senaat is het verbazingwekkend stil. De afwezigheid van allochtonen is nochtans schrijnend. Dat concludeert socioloog Jan Hertogen na een grondige analyse van de kieslijsten.

woensdag 19 mei 2010 17:26

Voor grafieken en tabellen bij deze bijdrage, zie BuG 126 – Politieke discriminatie allochtonen

Update 19-05-2010: Omdat het totaal aantal kandidaten voor Antwerpen en O-Vl. te laag in de  tabellen was ingebracht  verhoogt de noemer en worden de percentages iets lager zonder impact evenwel op de vastgestelde  tendensen, het ziet er alleen nog iets minder roos kleurig uit. Aangepaste cijfers en percentages worden in schuine druk vermeld.

Tabel en commentaar Onderzoeksgegevens Minderhedenforum

De toetsteen: 275 allochtone kandidaten en 27 verkozenen in Vlaamse kieskringen
 
In het boek De gekozen politieke elite doorgelicht van Fiers en Reynaert uit 2006 wordt helder uitgelegd hoe het kiessyteem haar vertegenwoordigende functie vervult in België. Er zijn 150 zetels te verdelen of 1 zetel per 71.106 inwoners van België (laatst gekende officiële bevolkingscijfer op 01/01/2008).

“Omdat de zetels per provincie op basis van het aantal inwoners wordt toegewezen tellen ook de inwoners van vreemde nationaliteiten die geen stemrecht hebben, mee”. De parlementaire vertegenwoordiging representeert dus de gehele bevolking, ook de -18 jarigen en wie geen stemrecht heeft. Voortgaande op de 1.529.606 allochtonen (zie BuG 125 – Inwoners van Vreemde Afkomst) in de Vlaamse provincies en Brussel-Halle-Vilvoorde, de Vlaamse kieskringen zeg maar, zouden er, bij een representatieve vertegenwoordiging, 27 allochtone verkozenen moeten zijn en van de 1.272 kandidaten (effectieve en plaatsvervangende mandaten samen voor de acht volledige lijsten) 275 van allochtone afkomst.

Dat is uiteraard een scherpe toetsteen om de democratische deelname van allochtonen of hun uitsluiting ervan te meten. Doordat de kandidatenlijsten gekend zijn heeft npdata de allochtone kandidaten per partij geturfd langs naamherkenning, een techniek die voor 95% een representatief beeld geeft, in geval van twijfel moest zowel voor als achternaam ‘vreemd’ zijn en wie correcties heeft kan ze melden, dan worden de tabellen en grafieken onmiddellijk aangepast. Tabellen met de getelde aantallen zijn hieronder in bijlage toegevoegd.

De vreemdelingen zijn al uitgesloten

Vooreerst heeft 9,1% van de bevolking in de ‘Vlaamse’ kiesomschrijving Brussel inbegrepen, geen stemrecht, in Vlaanderen 5,8% en in Brussel alleen al is dat 28,1%. Meer dan een kwart van de bevolking kan zich zelfs niet aanbieden in het stemhokje. Zij worden wel mee vertegenwoordigd omdat het aantal mandaten berekend wordt op basis van het inwonersaantal. Dat is een extra reden om na te gaan in welke mate de inwoners van allochtone oorsprong op kandidatenlijsten aanwezig zijn.

Niet dat hierbij de ‘etnische stem’ voor de handliggend zou zijn of dat enkele allochtonen best allochtonen vertegenwoordigen, ook, mannen kunnen best vrouwen vertegenwoordigen, maar enige ‘representatieve’ aanwezigheid kan geen kwaad, zeker als het om bevolkingsgroepen gaat wiens belang niet altijd adequaat gediend wordt. De politiek moet, zoals bij de politie, de ambtenarij en de tewerkstelling ook de samenstelling van de samenleving weerspiegelen.

Of is het om het even hoeveel vrouwen er in het parlement of de regering zetelen? Of verantwoordelijke posities innemen in onderneming en samenleving?  Voor de allochtonen is er niet alleen een glazen plafond, maar ook een stalen.

Een groeiend bevolkingsaantal accelereert de discrepantie in allochtone vertegenwoordiging

Doordat er 150 effectieve volksvertegenwoordigers zijn, vertegenwoordigen zij jaar op jaar méér inwoners maar alsmaar minder de allochtonen, gezien de bevolkingsgroei praktisch uitsluitend geleverd wordt vanuit de Belg geworden migratie en de vreemdelingen. Een stagnatie van het aantal vertegenwoordigers betekent dan een feitelijke achteruitgang.

Ook het relatief hogere kinderaantal wordt relatief gezien minder vertegenwoordigd in de mate geen equivalentie is tussen aanwezigheid op de kandidatenlijsten en in de bevolking. Integendeel, er zouden relatief gezien méér allochtonen op de lijsten moeten staan omdat zij méér kinderen van -18 jaar representeren.

Aantal allochtone kiesgerechtigden in de Vlaamse kieskringen

Door het wegvallen van de vreemdelingen wegens geen stemrecht kan de indruk ontstaan dat de allochtone stem in feite niet zoveel meer voorstelt. Een berekening van het aantal stemgerechtigde allochtonen laat evenwel wat anders zien:
 
In Vlaanderen zijn er 328.170 kiesgerechtigden van allochtone afkomst. Dit is 7,2% van het aantal kiesgerechtigden, die mede 13,3% inwoners van vreemde afkomst moeten vertegenwoordigen op het politieke niveau. In Brussel, als deel van BHV, zijn er 295.007 allochtonen van +18 jaar die stemgerechtigd zijn, dat is 52,4 procent van het aantal kiesgerechtigden voor 67,9% Brusselaars van vreemde afkomst in de bevolking.

Dit percentage ligt zo hoog omdat er veel 28,1 procent vreemdelingen zijn in Brussel die niet kunnen stemmen, de noemer wordt daardoor kleiner en het percentage van vreemde afkomst dat op de politiek kan wegen veel hoger. Alleen trekken de Vlaamse partijen, behoudens SP.A en N-VA (jawel) met elk 3 kandidaten, Groen! met 2 en PVDA met 13 zich dat niet echt aan en de CD&V denkt met 1 allochtone kandidaten het te redden, alsof Brussel een Vlaamse stad is waarbij de inwoners van vreemde afkomst volledig aan de Franstaligen partijen moeten overgelaten worden.

Voor het aantal kiesgerechtigde allochtonen in alle gemeenten, arrondissementen, provincies en gewesten in België voor de federale verkiezingen zie tabellen in Portaal Vreemde afkomst en kiesgerechtigden per gemeente in België

74 allochtone kandidaten op 1.272 kandidaten op de kieslijsten van de 8 partijen

De vaststelling is duidelijk: 74 allochtone kandidaten op 1.272 of 5,8 procent van de kandidaten, terwijl hun aanwezigheid in  de bevolking, Brussel inbegrepen, 21,6 procent bedraagt (13,3 procent in het Vlaams gewest, 67,9 procent in Brussel). De discriminatie van allochtonen in het maatschappelijke leven is nergens zo groot als in de politiek, de hoogmis van de democratie,  waar zij maar 27 procent van de kandidaten vertegenwoordigen in vergelijking met hun aanwezigheid in de bevolking. Voor de senaat ziet het er evenmin goed uit: 19 kandidaten van allochtone afkomst op een totaal van 351 kandidaten of 5,4 procent, een vertegenwoordigingsgraad van 26 procent of 1 op 4.

Vergeleken met hun aanwezigheid in de bevolking komen de allochtonen dus 201 kandidaten te kort op de kieslijsten voor de Kamer en 57 voor de Senaat. Hoeveel decennia zal het duren om hier een evenwicht te krijgen? Zo lang als voor de vrouwen?

Allochtone verkozenen in 2003 en 2007

In 2003 heeft de federale verkiezing geleid tot twee allochtone  verkozen effectieven in de kamer en twee in de senaat voor de Vlaamse kieskringen, in 2007 tot drie verkozenen in de kamer en één in de senaat, zie BuG 66. Dit komt neer op vier procent van de rechtstreeks verkozen effectieve mandaten. Nu zijn er 5,8 procent allochtone kandidaten maar of dit ook tot 5,8 procent verkozenen zal leiden is maar de vraag.

Verschillen in  allochtone kandidaten per kieskring

De kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde omvat Brussel en ook daar worden de Vlaamse lijsten afgemeten aan de allochtone aanwezigheid. In onderstaande grafiek worden de kieskringen geordend naar allochtone aanwezigheid in de bevolking met daarnaast het percentage allochtonen op de kieslijsten. Voor de tabel met de aantallen allochtone kandidaten per kieskring en partij voor Kamer en Senaat zie onderaan in bijlage.

De equivalente vertegenwoordiging in Leuven samen met BHV en West-Vlaanderen laten de grootste discrepantie zien, Oost-Vlaanderen, Limburg en Antwerpen en Oost-Vlaanderen komen dichter bij een representatieve vertegenwoordiging.

Wanneer de twee gegevens,  percentage allochtonen op de kieslijst en percentage allochtonen in de bevolking in verhouding tot elkaar gesteld worden dan krijgen we de ‘representativiteits- of vertegenwoordigingsgraad”, de mate waarin het percentage allochtonen op de kieslijsten equivalent is aan hun percentage in de bevolking.

In Oost-Vlaanderen zijn allochtonen voor 51 procent gerepresenteerd op de kieslijsten, dat komt vooral omdat Groen! vier en LDD en Open VLD twee allochtonen op hun kieslijsten hebben staan. Limburg met 1/2 van he aantal allochtonen en Antwerpen met 1/3 scoren alles bijeen nog boven het gemiddelde, West-Vlaanderen, ook al zijn er het minste allochtonen, heeft maar 18 percent allochtone vertegenwoordiging op de kieslijsten.

De grootste kieskring met een zwakke vertegenwoordiging van allochtonen op Vlaamse kieslijsten is Brussel-Halle-Vilvoorde. met slechts één op vijf allochtonen, een oud zeer voor ‘Vlaamse’ kieslijsten in Brussel. Vooral BHV brengt het gemiddelde voor de Vlaamse kieskringen terug op het erg lage 27procent, nog geen één derde vertegenwoordiging van allochtonen op de kieslijsten in vergelijking met hun aanwezigheid in de bevolking.

5,8 procent allochtone kandidaten maar grote verschillen per partij

PVDA steekt er bovenuit maar van de grote partijen weerspiegeld de SP.A het best de samenstelling van de bevolking. Zoals in 2007 willen zij zich verzekeren van een maximale (allochtone) stem in de steden en dat heeft hen in 2007 geen windeieren gelegd. Groen! is een goede tweede terwijl CD&V de kop aanvoert van de achterblijvers. Maar om alles in z’n juiste verhouding te zien is het best de vertegenwoordigingsgraad te berekenen, dit wil zeggen het percentage allochtone kandidaten in verhouding tot hun percentage in de bevolking.

Percentage equivalente vertegenwoordiging allochtonen per politieke partij

De interessantste toets en waarvoor allicht het meeste interesse bestaat is de mate waarin de diverse Vlaamse partijen allochtonen op hun kieslijsten plaatsen. PVDA is met 74 procent vertegenwoordigingsgraad buiten categorie, en vooral SP.A met 40 procent en Groen! met 36 procent gaan in de richting van equivalente allochtone vertegenwoordiging en houden het gemiddelde van 27 procent nog enigszins recht. CD&V, NVA, Open VLD met 15 procent en LDD met 12 procent bengelen aan de onderste regionen van de allochtone vertegenwoordiging op hun kieslijsten. Vlaams Belang heeft 6 procent vertegenwoordiging, extreemrechts is ook in de migratie aanwezig en zou ook bij hen een groeiende factor kunnen worden.

Noch de ‘etnische stem’ noch de ‘groepsvertegenwoordiging’ wegen in deze ventilatie door maar een representatiever palet van kandidaten in vergelijking met hun aanwezigheid in de bevolking is toch een essentieel onderdeel van de democratie. Wie niet op de kandidatenlijsten staat kan ook niet verkozen worden, en dat is politieke discriminatie.

Moest de PVDA-lijst niet meetellen dan zou de vertegenwoordiging van allochtonen op de kieslijsten nog geen kwart bedragen van hun aanwezigheid in de bevolking.

In de Senaat van hetzelfde laken een broek

Voor de Senaat is er een opvallende verschuiving: hier is het SP.a die voluit inzet op de allochtonen. Zij presenteren een lijst die, zelfs met inbegrip van BHV en de allochtone aanwezigheid in Brussel, het allochtone aandeel in de bevolking respecteert. Ook Groen! verdubbelt in de Senaatslijsten het aandeel allochtonen in vergelijking met de Kamer. Het gemiddelde zakt hier al naar 26 procent of één vierde en de N-VA, LDD, Open VLD, VB en ook CD&V blinken uit door nul kandidaten van allochtone afkomst op hun kandidatenlijsten met opvolgers inbegrepen, die toch uit 39 plaatsen bestaat.

Een vraag is dan ook hoelang het ACW het zal nemen dat een belangrijk deel van haar achterban, de allochtone arbeiders, bediende en werklozen politiek niet van de partij zijn in een partij waarmee zij toch ‘geprivilegieerde’ relaties hebben.

De allochtone vertegenwoordiging in Antwerpen, Limburg en BHV per partij

In de kieskring Antwerpen is er 35 procent vertegenwoordiging van allochtonen in vergelijking met hun aanwezigheid in de bevolking. Met 29 procent is de CD&V hier iets sterker aanwezig met evenwel een (over)vertegenwoordiging van allochtone kandidaten van 103% voor de SP.a. Blijkbaar zijn er toch ‘rijpe’ allochtonen, in tegenstelling tot de stad Antwerpen waar allochtonen door Patrick Janssens bewust uit het schepencollege werden gebannen, wegens onrijp, zo wist hij recent aan de burgemeester van Rotterdam Aboutaleb te melden. Groen! met 44 procent en N-VA met 29 procent komen sterk(er) uit de verf.

In Limburg trek de grote vertegenwoordiging van allochtonen bij PVDA op hun lijsten het gemiddelde fors omhoog. Enkel Groen! en SP.A komen evenwel boven de helft allochtonenvertegenwoordiging uit. CD&V trekt hier weer de lijst van de achterblijvers. Hoe lang zal het ACW hier nog ‘lijdzaam’ toezien?

Tot slot nog een beeld dat de ernst van de toestand, maar niet het hopeloze illustreert: de kieslijsten weerspiegelen minimaal de allochtone aanwezigheid in Brussel, die zich meer en meer naar de Vlaamse gemeenschap oriënteert, en via interne migratie in Vlaanderen zal komen wonen. De spiegel is wit en bewasemd. Zelfs N-VA is nog het sterkst aanwezig maar SP.A en Groen! lossen de rol en CD&V voert opnieuw de staart aan. Of Chabert hier gelukkig mee is, is maar de vraag. En geeft PVDA met 93 procent vertegenwoordigingsgraad, tegenover 22 procent voor SP.A, N-VA en Groen! het perspectief voor de toekomst aan?
 
Voor aanvullingen, opmerkingen of voorstellen: info@npdata.be
  
Jan Hertogen is socioloog

take down
the paywall
steun ons nu!