Enkele redenen om het migrantenbeleid in Vlaanderen/België te herzien
Opinie, Nieuws, Opinie, Migrantenbeleid, CGKR, Integratiebeleid, Globalisering -

Enkele redenen om het migrantenbeleid in Vlaanderen/België te herzien

Vorige week stelde het CGKR (Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding) zijn Jaarverslag 2009 voor. Dinsdag 11 mei publiceert Le Soir een artikel van Hugues Dorzée over “Les Assises de l’Interculturalité”, waarvan de resultaten echt niet mooi ogen … maar waarbij me vooral het totaal gebrek aan inspiratie opvalt.

dinsdag 11 mei 2010 18:35
Spread the love

Mag ik zo vrij zijn om naar aanleiding van beide evenementen enige overwegingen te publiceren?

Het zou immers geen verwondering wekken als in de periode voor de verkiezingen opnieuw eens iemand (een LDD-denker bijvoorbeeld) op de proppen komt met enig doemscenario over migratiebeheersing, of het tekort eraan. Dus kan het nuttig zijn om vooraf al zakelijk kennis te nemen van enkele Eurostat-cijfers, al was het maar om tijdig de reflectie van enige ernst te voorzien.

Toen in 1989 in overheidskringen over migrantenbeleid nagedacht werd, was de context – denk ik – de volgende: 

1. De invloed van extreemrechts begon toe te nemen en de overheid verwachtte dat het voorstellen van een expliciet migrantenbeleid die opmars zou gaan afremmen.

2. De overheid wou uitmaken of migranten zouden blijven of zouden terugkeren naar hun land van herkomst. (Er bestond in 1989 nog een terugkeerpremie; er werd eind 1989 gekozen voor een resolute scheiding tussen migratie en wat men integratie noemde).

3. Migranten in Vlaanderen werden vooral gezien als laaggeschoolden.

De cijfers die vorige week door het CGKR gepubliceerd werden (en zich baseren op Eurostat), laten zien (a) dat in 2009 44 procent van de nieuwe migranten het land binnenkomt via familiale banden (onder wie ruim de helft met EU achtergrond), (b) dat bijna 15 procent onder hen hoger gekwalificeerde werknemer is en dat er nog eens bijna 14 procent komt voor studieredenen (samen bijna 30 procent, wat staat voor een immigratie van hoger geschoolden), en (c) dat slechts een 8 procent binnenkomt op basis van asiel.

Eerste grote les: de migratie van laaggeschoolden is vervangen door een migratie van vooral hogergeschoolden. Onder de 15 procent hoger gekwalificeerde werknemers nemen Indiërs en Japanners meer dan 60 procent in. Onder de 14 procent die voor studieredenen komen, gaat het in 40 procent van de gevallen om Kameroense, Canadese en Chinese studenten. 30 procent van onze huidige immigratie is een ‘kennismigratie’. Alvast een van de drie contextuele gegevens is dus heel grondig gewijzigd tussen 1989 en 2009.

Tussen 1989 en 2009 is nog een tweede contextueel gegeven grondig veranderd, dat op zichzelf niets met de migratie resp. integratie te maken heeft, maar niet zonder gevolgen of nieuwe kansen kan blijven voor migratie, noch voor integratie: de globalisering.

De globalisering met de faciliteiten en kansen die ze biedt voor migranten om zich – ook beroepshalve – tussen twee of zelfs meerdere landen tegelijk te bewegen. Zoiets heet: internationalisering. Dit creëert voor het land van aankomst zowel als voor dit van herkomst een reeks nieuwe perspectieven.

Als gastland zou België dit soort migranten uitstekend internationaal kunnen inzetten voor netwerking met economische, commerciële en culturele doeleinden. ‘Inburgering’ moet dan aangevuld worden met ‘internationalisering’. (zie Vlaanderen-in-Actie).

Wat ten slotte de opmars van extreemrechts betreft, is ook hier een wijziging ingetreden. Enerzijds is die opmars getemperd. Anderzijds heeft het gedachtegoed dat daarmee gepaard ging, voor een deel, zij het in beduidend zachtere vorm, de aandacht voor authentieke diversiteit doen afnemen en dat bij zo goed als alle politieke partijen.

Dat heeft als gevolg dat de assimilatiedruk enerzijds minder agressieve vormen aangenomen heeft, maar anderzijds een meer veralgemeende praktijk is geworden. Dit kan haaks komen te staan op de ‘internationalisering’ die Vlaanderen zou moeten durven aangaan, en waarnaar zonet verwezen werd.

Ondertussen is het integratiebeleid in Vlaanderen in feite verengd tot een beleid dat vooral gericht is op de niet-EU-gezinsherenigers (iets minder dan 10 procent) én op de 8 procent die binnenkomt via asiel, m.a.w. een beleid dat gericht is op tussen 15 à 20 procent van de in Vlaanderen aanwezige migranten.

Objectief gezien zou dit moeten worden aangevuld met een beleid dat op de internationalisering via immigratie inspeelt.

Conclusies:

   1. We moeten ons de vraag durven stellen of als gevolg van het tekort aan zorg voor de internationalisering niet heel veel positief potentieel voor onze samenleving sterk onderbenut blijft.

   2. De trends wijzen erop dat er zich een vraag opdringt naar een duidelijker beredeneerd migratiebeleid, dat uit drie pijlers zou kunnen bestaan: een zorg voor onze demografie (bv. via familiereconstructie), een zorg voor de behoeften op de arbeidsmarkt (bv. via aantrekken van o.a. hooggeschoolden), en een zorg voor humanitaire engagementen (bv. via asiel).

   3. Het verband tussen migratie en wat we gewoonlijk integratie noemen, moet misschien opnieuw uitgediept worden in het licht van de huidige globalisering.

Ik vermoed dat de overheid er goed aan zou doen om vandaag de denkoefening uit 1989 volledig over te doen, met de lessen in het hoofd uit de jaren negentig.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!