Vrouwelijke Barefoot-ingenieurs installeren Indiase zonnepanelen in Mauritanië

 

Essay, Nieuws, Wereld, Afrika, Ontwikkeling, Afrika, China, India, Samenwerking, India-Africa Forum -

Olifant volgt de staart van de Draak: India-Afrika

Op de laatste conferentie voor samenwerking tussen India en Afrika benadrukte India in Afrika de focus te leggen op het opbouwen van competenties, training, en de ontwikkeling van de private sector. Volgens Sanusha Naidu zien Afrikaanse afgevaardigden in India meer een partner dan een aandeelhouder. Ze vindt echter dat Afrika India's betrokkenheid kritisch onder de loep moet nemen.

vrijdag 16 april 2010 12:53
Spread the love

Van 7 tot 9 april 2010 vond in de Indiase hoofdstad New Delhi een topconferentie plaats waaraan niet minder dan 12 Afrikaanse staatshoofden, ex-presidenten en regeringsleiders hebben deelgenomen alsook vertegenwoordigers van regionale economische samenwerkingsverbanden.

Voor vele waarnemers was dit duidelijk een antwoord van de Indiase regering op de groeiende economische banden tussen China en Afrika. India wil als ‘groeiland’ immers niet achterblijven.

Onder meer volgende staatshoofden of ex-staatshoofden waren aanwezig in New Delhi: Thabo Mbeki van Zuid-Afrika, Abdelaziz Bouteflika van Algerije, Joseph Kabila van Congo, Mwai Kibaki van Kenia, John Kufuor van Ghana, Yoweri Museveni van Oeganda, Abdoulaye Wade van Senegal, Meles Zenawi van Ethiopia, Tertius Zongo van Burkina Faso en Jakaya Kikwete van Tanzania.

“Om er een effectief partnerschap van te maken, zou een dialoog tussen de burgermaatschappij, regering en zakenwereld een degelijk platform moeten vormen, zodat deze verbintenis anders is dan alle andere.”

Een essay door Sanusha Naidu

Op 15 en 16 maart 2010 was de Confederatie van Indiase Industrieën (CII) – samen met de EXIM Bank of India en met de steun van de Indiase regering – gastheer voor het zesde conclaaf rond het het India-Africa Project Partnership, dat in New Delhi plaatsvond. De titel van de bijeenkomst luidde ‘Het ontwikkelen van synergieën: de creatie van een visie’.

Het conclaaf werd een belangrijke bijeenkomst van bijna 1.000 afgevaardigden. Zo’n 380-tal deelnemers, die 34 Afrikaanse landen vertegenwoordigden, discussieerden er over zakelijke transacties en over 150 investeringen in projecten die ruwweg 10 miljard dollar waard zijn. Het was een van de grootste meetings tussen politieke leiders en topmensen uit de zakenwereld van India en Afrika.

Dergelijke conclaven zijn niet nieuw. Er waren al vijf bijeenkomsten in India en in andere delen van het Afrikaanse continent. Wat deze conferentie echter zo belangrijk maakt, is dat ze gehouden werd als voorloper en grondplan voor de tweede bijeenkomst van het India-Africa Forum die volgend jaar in New Delhi zal plaatsvinden.

Bovendien volgt ze kort op het actieplan dat Afrika en India een week voordien hadden uitgebracht, om de uitvoering van de beslissingen van de bijeenkomst van het forum in 2008 op te volgen en te begeleiden.

Ambities versterken

Het recente conclaaf, dat vorm werd gegeven door de doelstellingen van de top in 2008, legde de focus op vier subthema’s: partnerschap, landbouweconomie, het Afrika van morgen en ecologische ontwikkeling. De bijeenkomst had duidelijk tot doel de ambities van de Indiase publieke en private sector en hun invloed op Afrika te versterken.

Het totaal van de totale handel – zowel import als export – met Afrikaanse landen steeg van 24,986 miljard dollar in 2006-2007 naar 34,663 miljard in 2007-2008. Volgens Jyotiraditya M. Scindia, Indiase staatssecretaris voor Handel en Industrie, nam de handel in 2008-2009 zelfs toe tot 39,542 miljard dollar.

De uitvoer van India naar Afrika steeg van 10,269 miljard dollar in 2006-2007 naar 14,192 miljard in 2007-2008 en 14,813 miljard in 2008-2009. Invoer vanuit Afrikaanse landen naar India nam eveneens toe: van 14,716 miljard dollar in 2006-2007 naar 20,471 miljard in 2007-2008 en verder tot 24,728 miljard dollar in 2008-2009.

Op het conclaaf zeiden officiële vertegenwoordigers dat dit een ‘platform is geworden dat helpt om een langetermijnvisie te ontwikkelen voor een economische verbintenis tussen de Indiase en Afrikaanse economieën’.

Uiteraard bestaat deze langetermijnvisie eruit de handelsstromen tegen 2015 te doen toenemen tot ongeveer 70 miljard dollar, terwijl de top van 2008 nog uitging van een verdubbeling van de handel van 25 naar 50 miljard dollar in 2011.

Olifant volgt de staart van de Draak

De openingsspeech van minster van Buitenlandse Zaken Shri S.M. Krishna was doorspekt met de gebruikelijke clichés over hoe ‘de relatie tussen India en Afrika geëvolueerd was en gegroeid tot een hechte band’. Toch liep er een interessante rode draad die de hele meeting leek te beïnvloeden.

Het werd overduidelijk dat de Indiase vertegenwoordigers hun uiterste best deden om tijdens de meeting meer te praten over de Indiase activiteiten in Afrika, en minder over de ‘Olifant die de staart van de Draak volgt’ in het Afrikaanse continent (een verwijzing naar de aanwezigheid van China in Afrika). Dat was althans de teneur van de speech van staatssecretaris voor Buitenlandse Zaken Shashi Tharoor toen hij het Indiase partnershipsmodel in Afrika presenteerde.

Bij zijn uitleg dat India’s unieke model voor een partnerschap met Afrika draait rond het opbouwen van competenties, training, en de ontwikkeling van de private sector, bevestigde Tharoor uitdrukkelijk dat het engagement van Delhi in Afrika volledig zonder agenda is.

Hij zei ook nog: “We willen geen rechten of projecten opeisen of onze ideeën opdringen in Afrika. Wat we wel willen, is een bijdrage leveren aan het bereiken van de ontwikkelingsdoelstellingen voor Afrika die onze Afrikaanse partners zich hebben gesteld.”

Minister Krishna ondersteunde dit sterk in zijn openingsspeech. Hij bevestigde dat India 19 instellingen zal oprichten om het menselijk kapitaal en de competenties in Afrika verder te ontwikkelen, volgens de beslissingen van de India-Africa Forum Summit (IAFS). Daarbij zijn onder meer instituten voor buitenlandse handel, voor diamant, voor informatietechnologie en onderwijsplanning en administratie. Er komen ook 10 centra voor beroepsopleiding, en vijf instellingen voor stedenbouw’.

Bij al die verholen pogingen om China’s activiteiten in Afrika af te doen als zuiver winstbejag en bij de Indiase relaties in Afrika te focussen op ontwikkeling, werd maar al te duidelijk dat New Delhi de hete adem van de Draak in haar nek voelt. Misschien komt dat wel doordat deze bijeenkomst erg snel volgt op het Bejing Forum over de samenwerkingen tussen China en India, dat in november in Egypte plaatsvond.

Grondstoffen veiligstellen

Nog intrigerender op dit conclaaf was de visie dat de privésector op zich de motor zou kunnen zijjn om de ontwikkelingsnoden van Afrika aan te pakken.

Het zou daarom naïef zijn om te denken dat deze bijeenkomst niet werd ingegeven door handel, opportuniteiten en belangen op vlak van investeringen en ontwikkelingshulp; of misschien zelfs door de behoefte zijn grondstoffen veilig te stellen.

De economie van India zou de komende 25 jaar gemiddeld meer dan 5 procent groeien, en het land zou de derde grootste verbruiker worden van energieproducten tegen 2030. Zijn nationale oliebedrijven zoals de Oil and Natural Gas Corporation, Indian Oil Corporation, Oil India, Essar Oil en Reliance hebben in heel Afrika al grote investeringen gepland.

Met deze maatregelen zal deze tendens zich wellicht nog verder zetten wanneer de sporen van de Indiase bedrijfswereld zicht- en voelbaar worden over het hele continent. De investeringen in Afrika van Indische privébedrijven bedragen ongeveer 5 miljard dollar, en worden hoofdzakelijk gedaan door de Tata Group, Ranbaxy Laboratories en Kirloskar Brothers.

Een overzicht van enkele investeringen

– De Overseas Infrastructure Alliance tekende met de Ethiopische regering een contract om voor 65 miljoen dollar elektrisch materieel te leveren.

Mashuli Gashmani heeft plannen om in Oeganda een commerciële garnalenvisserij te openen ter waarde van 18 miljoen dollar.

– De Ethiopische regering kende Ircon International een contract toe van 31 miljoen dollar voor de aanleg van wegen over een lengte van 120 km.

– Hetzelfde bedrijf, Ircon International, sleepte een concessie in de wacht voor de renovatie van het 600 km lange spoorwegnet van Beira in Mozambique, die klaar was in februari van dit jaar.

KEC International kreeg een contract van 40 miljoen dollar voor de bouw van een energieproject van 132 KV in Ethiopië.

Kamani Engineering bouwt voor 11 miljoen dollar een transmissielijn (een verbinding voor het voortgeleiden van elektromagnetische golven) tussen Zambia en Namibië.

Rites International werkt aan een renovatieproject voor een spoorweg in de provincie Huila in Angola.

Fouress International beheert een krachtcentrale in Oeganda.

Ranbaxy Laboratories werkte samen met het Indiase farmabedrijf Lupin Labs om zijn medicijnen tegen tuberculose op de markt te brengen in Noord- en West-Afrika.

Rites Railway werd aangeduid als adviseur voor de bouw van de weg tussen Adama en Asela, een project dat wordt uitgevoerd door een Chinese firma in Ethiopië.

Kirloskars Brothers verkocht de laatste jaren in totaal voor 75 miljoen dollar waterpompen aan diverse Afrikaanse landen. Het bedrijf berekende dat zijn betrekkingen met Afrika in 2008 al goed waren voor 300 miljoen dollar.

Partner bij ontwikkeling

De Indiase focus op ontwikkeling werd erg gewaardeeerd door de Afrikaanse deelnemers aan de conferentie. Verschillende Afrikaanse afgevaardigden benadrukten dat hun land belangrijke lessen kon trekken uit de ervaringen van India met de ontwikkeling van KMO’s, de groene revolutie en zijn ontwikkeling als kenniseconomie. Het lijkt er dus op dat de rol van New Delhi in Afrika meer gezien wordt al die van een partner dan van een aandeelhouder in het ontwikkelingstraject.

Het is dus duidelijk dat India niet ‘doelloos gaat ronddolen in Afrika’ zoals een Indiase krant suggereerde in 2006. Integendeel zelfs, New Delhi verhoogt zelfs zijn inzet in zijn engagement tegenover Afrika.

Dit werd al duidelijk in januari 2010: Op het moment dat de Chinese ministers van Buitenlandse Zaken en van Handel onder grote persaandacht hun tournee maakten door Afrika, bewogen er zich nog drie diplomaten-toeristen over het continent.

Het waren de Indiase vicepresident Mohammad Hamid Ansari, die officieel een zevendaags bezoek bracht aan Zambia, Malawi en Botswana, de Indiase minister van Handel Anand Sharma, die samen met minister van Olie Murli Deora naar Nigeria ging, en de staatssecretaris voor Buitenlandse zaken Shashi Tharoor in Mozambique.

Het kan dus geen toeval zijn dat India zijn spieren begint te rollen om uit de schaduw van de Draak te geraken. Bij zijn bezoek aan Afrika bleek dit ook uit de commentaar van vicepresident Hamid tegen de pers: “In de richting die de Indiase economie uitgaat, is een belangrijke rol weggelegd voor de privésector, vooral in industriële ontwikkeling”, zei hij tegen reporters.

“Daarbij zal lokale werkgelegenheid gestimuleerd worden. Het getuigt niet van economisch inzicht om arbeiders uit India in te zetten, omdat ons engagement verplichtingen meebrengt. Wanneer we ons wagen aan investeringen, zijn we niet van plan om onze arbeiders, of zelfs de werkgelegenheid van Indiërs op zich, op te dringen. We proberen ons te beperken tot het management en de financiële controle van ondernemingen die een band met India hebben.”

Als dit het geval is moeten wij – als Afrikaanse spreekbuizen, activisten en sociale bewegingen – op de hoede zijn voor wat de Indiase invloed teweeg brengt in Afrika.

We zouden ons moeten afvragen of India effectief iets anders biedt dan China. Of is het meer van hetzelfde? Dat de betrokkenheid van India in Afrika niet hetzelfde is als die van China of andere noordelijke spelers, betekent ook niet dat we ons in slaap mogen laten wiegen door de clichés over zaken doen op een andere manier.

Om eerlijk te zijn lijken de ambities en persoonlijke belangen van India in Afrika minder verdacht dan die van China, maar uiteindelijk gaan ze over dezelfde thema’s: hoe dit de elite in Afrikaanse samenlevingen beïnvloedt, de winstmaximalisatie en, nog belangrijker, de impact op de mate waarin mensen in hun levensonderhoud kunnen voorzien.

Misschien is het niet genoeg om nu te zeggen dat Afrikaanse regeringen hun band met India moeten gebruiken als een onderhandelingswapen tegenover China en andere klassieke actoren. Om er een effectief partnerschap van te maken, zou een dialoog tussen de burgermaatschappij, regering en zakenwereld een degelijk platform moeten vormen, zodat deze verbintenis anders is dan alle andere.

De Indiase regering zou er goed aan doen om lessen te trekken uit de ervaringen van andere spelers op de Afrikaanse markt en economie: de huidige gevoeligheden, bedreigingen en obstakels en hoe je deze situaties kan ombuigen voor ze slachtoffer worden van hun eigen zelfvertrouwen.

De Indiase diaspora is slechts één belanghebbende, maar er zijn er nog andere, die buiten dit bereik vallen en evengoed geraadpleegd zouden moeten worden. Als India echt een heel andere ontwikkelingspartner voor Afrika wil worden, tenminste.

Sanusha Naidu

(Vertaald uit het Engels door Barbara Vandenbussche)

Het originele artikel verscheen op Pambazuka News.

Sanusha Naidu is onderzoeksdirecteur van het ‘Emerging Powers in Africa’-programma van Fahamu. Zij woont momenteel in in Zuid-Afrika.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!