Foto Zoriah

 

Interview, Nieuws, Wereld, Haïti, Politiek, NGO's, Refugees International -

Haïti: een ‘gangster’s paradise’?

Na de aardbeving in Haïti berichtten kranten- en televiesbijdragen stelselmatig over machete-zwaaiende lynch- en plunderbendes. Recent was er opvallend veel aandacht voor het seksueel geweld tegen vrouwen. Is Haïti een 'gangster's paradise' ? DeWereldMorgen.be vroeg het aan Patrick Duplat van de NGO Refugees International die onlangs de situatie ter plaatse ging onderzoeken.

woensdag 14 april 2010 14:53
Spread the love

Meteen na de aardbeving in Haïti berichtten de meeste media in bijzonder duistere termen over de onveiligheid in het zwaar getroffen Caraïbische eiland. Terzake/Het Journaal suggereerde op 15 en 19 januari dat door de “massale plunderingen” door “jongeren met machetes” de onveiligheid op een overweldigende wijze de overhand nam. In buitenlandse kwaliteitsmedia zoals The Washington Post, BBC en The New York Times circuleerden gelijkaardige verhalen over “herhaalde scenes van wetteloosheid”, zoals het Engelse The Times op 17 januari haar lezers meedeelde. 

Na de verhalen over de plunderingen en lynchpartijen in Haïti verschenen recent opvallend veel berichten in vooral de buitenlandse media – de binnenlandse zijn Haïti al lang vergeten – over seksueel geweld in de talrijke vluchtelingenkampen. “Elke nacht brengt gruwel”, schreef The New York Times op 25 maart naar aanleiding van het bericht van Amnesty International over verkrachtingen in Haïti. Gelijkaardige berichten van Human Rights Watch en andere NGO’s werden eveneens door heel wat internationale kwaliteitskranten zonder enige vorm van kritische reflectie overgenomen.

Hoe onveilig is Haïti daadwerkelijk? DeWereldMorgen vroeg het aan Patrick Duplat van de NGO Refugees International (RI) die enkele weken na de catastrofe dagenlang Haïtianen interviewde voor het RI-rapport ‘From the Ground Up’.

In de eerste weken na de aardbeving hadden de media de mond vol over lynchpartijen, jongerenbendes en massale plunderingen. Was Haïti daadwerkelijk een plunder- en lynchparadijs toen u het land bezocht?

“Die indruk had ik helemaal niet. Hoewel heel wat mensen op straat sliepen, leken de Haïtianen zich relatief veilig te voelen. Dat kwam vooral door het sterke gemeenschapsgevoel, dat altijd al een kenmerk van de Haïtiaanse samenleving geweest is. In de nasleep van de aardbeving was de solidariteit nog sterker dan gewoonlijk: iedereen probeerde te helpen. Ik zag enorm veel goodwill en was er extreem door geroerd. Ikzelf had ook geen gevoel van onveiligheid toen ik met de ‘tap-taps’ – het openbaar busvervoer – of met taxi’s in Haïti rondreed om er met de bewoners en hulpverleners te praten.”

Het beeld van de Haïtianen in de mediaberichtgeving meteen na de aardbeving was dus niet correct?

“De vele verhalen over geweld waren in elk geval overdreven. Als je naar de media luisterde na de aardbeving kreeg je onvermijdelijk de foute indruk dat de situatie in Haïti een criminele chaos was waarin een grote groep van Haïtianen het op een plunderen had gezet. Dat beeld was niet correct. Plunderingen en lynchpartijen waren randfenomenen, en geen massafenomenen.”

Wat voor een effect had de eenzijdig negatieve verslaggeving op de hulpverleners ter plaatse? Echt op hun gemak konden ze zich daardoor niet voelen, neem ik aan?

“Een grote groep hulpverleners had de boodschap van de media goed begrepen: die ging direct na hun aankomst naar de VS-soldaten om er bescherming te vragen. De eerste reactie van vele hulpverleners was: ‘ik ben nog nooit in Haïti geweest en ik heb gehoord dat het een angstaanjagend land is, begeleid me alstublieft bij het uitdelen van mijn tenten.’ Ik heb zelf gezien hoe hulpverleners onder begeleiding van zwaarbewapende militairen in een ziekenhuis van Artsen Zonder Grenzen opdoken. Zulke situaties zijn natuurlijk door niemand gewenst. De NGO’s hadden meteen contacten moeten leggen met de lokale organisaties in plaats van met de militairen. De Haïtiaanse basisorganisaties hadden kunnen helpen bij het uitdelen van de hulpgoederen omdat zij hun gemeenschappen het beste kennen. En ze hadden ook de veiligheid van de hulpverleners kunnen garanderen, als het al nodig zou zijn.”

Haïtianen werden in de eerste weken na de aardbeving grotendeels genegeerd als actieve partners in de hulpverlening: was dat ook een resultaat van de angst die door de media werd gevoed?

“Dat is goed mogelijk, al spelen ook andere aspecten een rol, zoals bijvoorbeeld het slechte distributiesysteem van de NGO’s en de Verenigde Naties waarin lokale Haïtiaanse organisaties nauwelijks een rol speelden. De VN reageren eigenlijk altijd op dezelfde manier op een noodgeval, of die nu in Haïti of ergens anders plaatsvindt. De culturele en sociale contexten worden veelal genegeerd. Dat leidde er in Haïti toe dat de VN de concrete maatschappelijke situatie van Haïti – de hoge organisatiegraad van de Haïtianen bijvoorbeeld – gewoon over het hoofd zagen. Dat was een gemiste kans, zeker in de onmiddellijke nasleep van de aardbeving.”

Wijst de constante vraag naar militaire ondersteuning en het naïeve geloof in de berichtgeving ook niet op een gebrek aan professionele kennis over Haïti en rampenscenario’s in het algemeen door heel wat NGO’s?

“Vooral bij de kleinere organisaties die in grote getalen in Haïti aanwezig waren, is dat echt een probleem. In de Haïti-crisis is het erg opvallend dat er naast de traditionele NGO’s zoals Artsen Zonder Grenzen en Oxfam een uitzonderlijk grote groep van kleine hulpgroepen en privépersonen hun diensten aanbieden in Haïti. Ik kwam tijdens mijn interviews in Haïti bijvoorbeeld een doctor uit Arkansas tegen die door zijn kerkgemeente werd gefinancierd. Honderden hulpverleners zakten af naar Port-au-Prince zonder enige vorm van ervaring in humanitaire hulpverlening. Die hadden de daver op het lijf omwille van de negatieve berichtgeving. Hoe goed die groepjes en privépersonen het ook allemaal bedoelen, het leidde er uiteindelijk toe dat de militairen stelselmatig bange NGO’s en niet de hulpbehoevende Haïtianen begeleidden en beschermden.”

In de internationale media werd er de laatste weken ook regelmatig over seksueel geweld bericht, gegangmaakt door organisaties als de uwe: u bombardeerde het zelfs tot één van de topproblemen in uw bericht. Hoe rijmt u uw eigen rapport met een recente enquête van Oxfam waarin 1.700 Haïtianen duidelijk maakten dat het gebrek aan behuizing, voedsel en jobs de centrale problemen zijn en niet het geweld tegen vrouwen?

“Het Oxfam-rapport verrast me niet: voedsel, behuizing en jobs behoren inderdaad tot de centrale thema’s na de aardbeving. Niettemin viel het tijdens mijn interviews met vrouwen die geen bescherming hadden van een mannelijke verwanten op dat zij zich bijzonder onveilig voelden.“

Vindt u dat uw interviews representatief genoeg zijn om van een topprobleem te spreken? Worden hier geen voorbarige conclusies getrokken?

“Het is uiteraard wachten op organisaties die een systematische peiling doen over de veiligheidsaspecten in de kampen. Maar als ik hoor wat andere ngo’s in meetings in Washington vertellen, kan ik enkel concluderen dat seksueel geweld écht een probleem is dat dringend aangepakt moet worden.”

Er lopen bijna 20.000 militairen rond in Haïti. Treden zij als politiemacht op tegen het al dan niet stelselmatig voorkomende geweld tegen vrouwen?

“De Amerikaanse soldaten patrouilleren nauwelijks in de kampen, en zeker niet ‘s nachts: de veiligheid van de burgerbevolking behoort eigenlijk niet tot hun takenpakket. MINUSTAH (de VN-blauwhelmen in Haïti, nvdr.) heeft ook al geen mandaat om de burgerbevolking te beschermen. Hoewel zwaar gedecimeerd in aantal, moet de Haïtiaanse politie nog steeds de veiligheid van de bevolking garanderen. Er is dus momenteel een veiligheidsvacuüm wat seksueel geweld betreft. Dat probleem moet dringend worden aangepakt. Maar het zijn Haïtiaanse organisaties en instituties die dat moeten doen, niet het Amerikaanse leger.”

In uw rapport bent u opvallend positief voor het Amerikaanse leger. Smeert u als Washington-gebaseerde NGO stroop aan de baard van de Amerikaanse regering of zijn er daadwerkelijk gegronde redenen om het leger te loven? Heel wat activisten vinden namelijk dat de militaire machtsontplooiing in Haïti de plaatselijke bevolking stelselmatig criminaliseert en de hulpverlening belemmert.

“Ik ben er nog steeds van overtuigd dat het sturen van troepen grotendeels positief was. Er bestaat momenteel geen enkele andere organisatie – en zeker niet binnen de VN – die kan garanderen dat er binnen enkele uren tijd tonnen hulpgoederen en honderden hulpverleners een catastrofegebied zoals Haïti kunnen binnenstromen.”

“De logistieke macht van de militairen is vooral belangrijk omdat het institutionele zenuwstelsel van Haïti zwaar getroffen is. Dat is bijvoorbeeld het grote verschil met het duidelijk welvarender Indonesië, waar de overheidsinstanties na de tsunami verder konden werken. In Haïti hebben de overheden nauwelijks nog organisatorische slagkracht. Daarom nam het Amerikaanse leger onder toezicht van de Haïtiaanse regering en de Verenigde Naties het commando over. Of dat per se met zwaarbewapende soldaten moest gebeuren, is dan weer een andere vraag. Aan machtsvertoon was er alvast geen gebrek, dat is duidelijk.”

Vindt u het niet bedenkelijk dat het Amerikaanse leger zo’n grote rol speelt: militairen zijn toch geen hulpverleners?

“Ik denk niet dat het controversieel is als een leger wordt ingezet in eigen land. Moeilijk wordt het pas als er een buitenlands leger aan te pas komt, zoals dat in Haïti het geval is. Dat roept natuurlijk vragen op, vooral omwille van de nefaste rol die het Amerikaanse leger in de geschiedenis van Haïti speelde. We moeten daarom enorm kritisch blijven, vooral over de methodes en de efficiëntie van het Amerikaanse leger in Haïti. Moesten er echt zoveel troepen worden gestuurd? Moesten de soldaten tot op de tanden bewapend zijn? Stoorden de militairen de hulpverlening af en toe meer dan dat ze ze hielpen? Dat zijn allemaal vragen waarover we moeten discussiëren. Maar dat het Amerikaanse leger in Haïti werd ingezet, is op zich een positief gegeven, vooral omwille van haar logistieke kracht. Daar blijf ik bij.”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!