EU2020 onder de loep
Nieuws, Europa, Europa, EU, Barosso, EU2020, Europees Parlement -

EU2020 onder de loep

Op 7 april geeft Europees Commissievoorzitter José Manuel Barroso tekst en uitleg aan het Europees Parlement bij de conclusies van de jaarlijkse Lentetop van de Europese Raad van eind maart. Maar wat moeten we ons voorstellen bij EU2020?

zondag 4 april 2010 21:37
Spread the love

De jaarlijkse Lentetop van de Europese staats- en regeringsleiders (Europese Raad) van 25 en 26 maart stond in het teken van de 2020-strategie: een ambitieus plan om van Europa tegen 2020 een betere plek te maken. Op het programma stond eigenlijk ook de opwarming van de aarde en de lessen die de EU zou trekken uit de mislukte bijeenkomst van Kopenhagen. Maar door de Griekse crisis viel dat puntje bijna helemaal weg.

Eigenlijk bracht de Top drie grote conclusies met zich mee. Ten eerste is er de Duitse eis om strenger op te treden tegen landen die de normen uit het Stabiliteitspact schenden. Dit pact stelt dat het begrotingstekort van een lidstaat niet groter dan 3% mag zijn. Dat Duitsland vandaag met een stok achter de deur zit, heeft uiteraard zijn historische wortels. De Duitsers stemden er destijds mee in om hun sterke Duitse Mark in te ruilen voor onze huidige eenheidsmunt, de euro, op voorwaarde dat de landen die zouden meedoen met die euro zouden voldoen aan een aantal strenge voorwaarden. Het komt er vooral op neer dat ze hun begroting op orde houden. Deze voorwaarden werden gebundeld in het Stabiliteitspact. Geen wonder dat zij hieraan, volgens sommigen obsessief en krampachtig, blijven vasthouden.

Ten tweede is er het ballonnetje opgelaten voor een ‘economische regering’ op Europees niveau. Het is misschien wel te omschrijven als een mechanisme waarbij Europa kan ingrijpen in de begrotingsmethode van de nationale lidstaten: hun belastingsbeleid, hun prioritaire uitgaven, hun tewerkstellingspolitiek, enzovoort. Misschien krijgt Europa er in de toekomst effectief meer greep op. Dat ballonnetje is dan wel opgelaten, en Herman Van Rompuy krijgt de verantwoordelijkheid om een en ander verder uit te werken. Maar waar en wanneer de ballon precies lucht zal verliezen en zal dalen, dat is dan weer koffiedik kijken.

En ten slotte is er dus de opvolger van de befaamde Lissabon-strategie, namelijk EU2020.

Volgens de Lissabon-strategie moest de Europese Unie tegen 2010 de ‘meest competitieve kenniseconomie’ van de wereld zijn. Dit idee werd uiteengezet bij de eeuwwisseling met een licht wijzigende focus vijf jaar later. Vanaf 2005 spitste deze strategie zich toe op de Europese competitiviteit in de wereldeconomie. Deze strategie was echter niet afdwingbaar.

Lidstaten werden misschien wel gestimuleerd om vooruitgang te boeken, maar konden niet gestraft worden als zij de doelstellingen niet haalden. De EU bezit nochtans mogelijkheden genoeg om lidstaten op de vingers te tikken: het Europees Hof van Justitie zou in actie kunnen komen, en eventueel geldboetes opleggen. Maar over de Lissabonstrategie kreeg het Hof niet veel te zeggen. Men koos voor softere methodes om lidstaten te stimuleren: er zouden goede voorbeelden uitgewisseld worden, scoreborden worden opgesteld, en via een name-and-shame-strategie zouden de ‘slechte presteerders’ publiek te kijk worden gezet. Maar blijkbaar volstond dat allemaal niet om de lidstaten tot meer inspanningen te bewegen.

Slim, inclusief en duurzaam

EU2020 is volgens de officiële retoriek slimme groei, inclusieve groei en duurzame groei. Anders gezegd: het is een reeks doelstellingen om de Europese groei te stimuleren wat op zijn beurt een hoge(re) levensstandaard genereert voor alle Europese inwoners én als het even kan met een zorg voor het milieu.

Deze visie is omgezet in een set van vijf concretere prioriteiten. Deadline: 2020. Tegen die tijd moet ¾ van de bevolking tussen de 20 en 64 jaar een job hebben, gaat 3% van het BNP van de EU naar onderzoek en ontwikkeling (R&D), moet de kwaliteit van het onderwijs de hoogte in, moet er ingezet worden op armoedebestrijding en moeten de klimaatdoelen, namelijk 20 of zelfs 30% minder CO2-uitstoot, gerealiseerd worden.

Volgens de Europese Commissie zijn het thema’s die allemaal een Europese dimensie hebben, en dus maar beter samen worden aangepakt. De vergrijzing van de samenleving is immers niet enkel een probleem dat zich stelt in bijvoorbeeld België. Als de problemen gemeenschappelijk zijn, dan kunnen ze ook beter op Europees – overkoepelend – niveau aangepakt worden.

Concreet

Uiteraard klinkt dat allemaal ontzettend nobel, maar hoe doe je dat nu?
Vooreerst worden de vijf overkoepelende Europese doelen nu vertaald naar nationale doelstellingen. In Europees vakjargon heet dit de ‘Open Coördinatie Methode’ (OCM). Op Europees niveau worden een aantal benchmarks vastgelegd en de nationale lidstaten vullen zelf in hoe zij die nu het best kunnen verwezenlijken, rekening houdend met hun eigen nationale context. De Europese Commissie en de Europese Raad houden evenwel de naleving ervan in de gaten.

De EU suggereert een aantal vlaggenschipinitiatieven, waar alle lidstaten inspiratie uit kunnen putten. De Europese lidstaten kunnen de doelstellingen van EU2020 verwezenlijken in het kader van hun innovatie- of onderwijsbeleid of door in te zetten op een politiek inzake energiever(ge)bruik, industrie, vaardigheden en jobs, ICT en armoedebestrijding. Hoewel de aanpassing en de implementatie zich dus situeert op nationaal niveau, is er nog altijd de Europese controletoren. In de 2020-strategie wordt trouwens expliciet gesteld dat de eindcontrole bij de Europese Raad ligt, dus bij de staats- en regeringsleiders. Of: het hoogste politieke niveau in de Unie.

De EU verwacht de nationale voorstellen tegen de volgende Top in juni. Die zullen onder de loep worden genomen en er zal teruggekoppeld worden naar de ‘algemene Europese doelstellingen’. In het najaar van 2010 dan presenteren de lidstaten hun nationale hervormingsprogramma’s. Of deze timing haalbaar is, valt nog af te wachten. Het is lang niet zeker of de vertaling van de Europese doelstellingen naar nationale doelstellingen in juni al zal rond raken. Maar EU2020 wordt niet enkel via de Open Coördinatiemethode (en dus door de lidstaten) gerealiseerd.

Er zijn ook beleidsdomeinen die nu al onderhevig zijn aan harde Europese wetgeving. Deze domeinen krijgen een hernieuwde invulling binnen die vijf prioriteiten. Slim, inclusief en duurzaam binnen het domein Landbouw bijvoorbeeld wordt vertaald naar een duurzame, productieve en concurrerende landbouwsector. Hier opteert Europa voor groei- en werkgelegenheidspotentieel in de plattelandsgebieden, wordt gestreefd naar eerlijke concurrentie, een betere ontwikkelde infrastructuur en een bestendige rol in de wereld.

‘BE’2020

België riep een aantal weken geleden een superministerraad bijeen om alle beleidsniveaus met de neus in dezelfde richting te plaatsen. Iets wat premier Leterme trots definieert als ‘samenwerkingsfederalisme’. Want we kunnen er niet om heen, ook als het om Europese zaken gaat zoals de invulling van de 2020-strategie moeten we rekening houden met onze staatsstructuur.

Zo zijn economie en onderwijs geen federale bevoegdheden en zijn het respectievelijk de gewesten en de gemeenschappen die hier met voorstellen op de proppen moeten komen. Dit is trouwens iets uniek, want België is de enige Europese lidstaat waarbij ook de regio’s consequent mee aan tafel schuiven wanneer beleidsonderhandelingen op Europees niveau gevoerd worden. Na die superministerraad is België naar buiten gekomen met het document ‘Van crisis naar groei’ waarin het de prioriteiten van EU2020 overgiet met een Belgisch sausje. R&D staat centraal, evenals de activiteitsgraad en de CO2-uitstoot, jongeren zonder diploma worden  aangemoedigd en er wordt ingezet op armoedebestrijding. Een eerste aanzet binnen die strategie was het voorstel om 65-plussers onbeperkt te laten bijverdienen. Een kleine kanttekening: het gaat om dossiers met een geringe budgettaire impact. Die dossiers worden in de volgende weken en maanden zorgvuldig geselecteerd.

Dat ziet er allemaal goed uit, toch?

De Europese Unie is traditioneel verdeeld in eurosceptici en fervente aanhangers van meer Europa, zoals bijvoorbeeld Guy Verhofstadt, huidige voorzitter van de Liberale fractie in het Europees Parlement. Vooral wie gelooft in de Unie is deze keer diep ontgoocheld. Er is bijvoorbeeld over de algemene streefcijfers geen sluitende consensus. De Europese Commissie had precieze cijfers naar voor geschoven over het aantal vroege schoolverlaters dat moet worden teruggedrongen of het aantal mensen dat uit de armoede moet gehaald worden. Maar die cijfers zijn gesneuveld tijdens de Lentetop.

België en Spanje, tevens partners in het huidig roterend trio-voorzitterschap, vonden de cijfervoorstellen van de Europese Commissie nochtans goed en hadden de EU2020 liever nog iets meer afdwingbaar gezien. Duitsland daarentegen plakte liever geen algemeen richtcijfer op bijvoorbeeld armoedebestrijding. De Duitsers zijn van oordeel dat landen in de eurozone die een overschot hebben op hun begroting hierin kunnen investeren, anderen leven beter niet boven hun stand. De streefcijfers voor armoede en schoolverlaters staan dan ook niet meer in de eindtekst vermeld.

Groene politici vallen zuchtend achterover. Waarom is een groen economisch model niet gebruikt als dé hefboom om die doelstellingen te verwezenlijken? Het zou de pure definitie van het begrip ‘duurzaamheid’ eer aan doen.

Maar ook het middenveld laat zijn stem horen. Volgens VVSG (Vereniging voor Vlaamse Steden en Gemeenten) is er bijvoorbeeld te weinig focus op de multi-governance aanpak. Zij kaarten het groeiend belang aan van de lokale besturen. Innovatie zonder aandacht voor lokale en regionale ontwikkeling is volgens hen nefast. Daarnaast vrezen ze een te felle nadruk en investering in hooggekwalificeerde arbeid waardoor de aandacht voor laaggeschoolde arbeid in de vergeetput zou kunnen belanden.

Zij beweren dat eveneens de randvoorwaarden bij long life learning, een cruciaal aspect van de visie op onderwijs, niet in kaart gebracht zijn, zoals bijvoorbeeld betaalbare kinderopvang, mobiliteit en talenkennis. Tot slot achten zij de krappe timing voor de consultatie bij de nationale regeringen een rem op de mogelijkheid om een breed draagvlak te creëren om zo het succes van EU2020 te kunnen garanderen.

Zwakte de Griekse crisis EU2020 af?

Het draagvlak voor de EU2020-strategie kreeg al een deuk door de Griekse schaduw over de Top. Zoals altijd en overal speelt de buitenlandse context een niet onbelangrijke rol in binnenlandse beslissingen. Binnen de Europese Unie krijgt dat een bijzondere dimensie.

De lidstaten waren vlak na de economische wereldcrisis geconfronteerd met een aantal uitdagingen om structureel herstel te garanderen. EU2020 kon daar in principe op inspelen, door een nieuw plan op iets langere termijn naar voor te schuiven.

Maar het acute karakter van de Griekse crisis gooide roet in het eten. Duitsland is nu nog meer overtuigd van het Stabiliteitspact en lijkt geen duimbreed te willen toegeven. Armoedebestrijding, onderwijspolitiek en tewerkstellingsmaatregelen: allemaal goed en wel, maar dit kan en mag volgens Duitsland dus niet ten koste gaan van de begrotingspolitiek. Sociale opvang voor armen als begrotingspostje als diezelfde begroting dreigt te ontsporen is dus not done.

In de Europese politiek hebben de Duitsers de voorbije decennia vaak het voortouw genomen: ze wilden over het algemeen een sterker Europa, met krachtige instellingen en ambitieuze doelstellingen. Maar Angela Merkel zit niet meer op die lijn. Duitsland wil zijn eigen gang gaan, en gelooft blijkbaar steeds minder in het nut van Europese samenwerking. Hier en daar wordt Merkel vergeleken met Margaret Thatcher en dat is niet als een compliment bedoeld”, aldus Hendrik Vos, hoogleraar aan het Centrum voor EU-studies, UGent.

Duitsland lijkt een korte termijnlogica te prediken of zelfs lichtjes gewag te maken van een ‘politiek-mandaat-redenering’. Op lange termijn participeren die groeiende groep armen toch immers helemaal níet meer in de economie en wat gebeurt er dan? Nederland en Finland delen nochtans de Duitse opinie. België, Frankrijk, Luxemburg en de Europese Commissie staan aan de andere kant in dit debat. Dat is op zich niet verwonderlijk. De traditionele visies drijven boven. De respectievelijk laatste vier ijveren al langer dan vandaag voor een sociaal Europa.

Is er reden tot fundamenteel pessimisme? Dat is nu ook bij de haren getrokken. Een kenmerk van de Europese dynamiek is dat de juiste crisis op het juiste moment voor een succes of vertraging kan zorgen. Het gaat altijd moeizaam in Europa, maar uitstel is niet per definitie afstel. Of het zou de eerste keer zijn binnen de EU-geschiedenis.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!