Foto www.flickr.com/photos/thivierr

 

Verslag, Colombia, Rebellen, FARC, Soacha, President Uribe, Escobar, Tmd -

Burgers sterven voor regeringsimago in Colombia

Fernando Escobar, een nederige Colombiaanse functionaris, legde het grootste schandaal uit de Colombiaanse geschiedenis bloot: de moord op 2.000 jongeren door het leger om hun heldendaden in de oorlog tegen de rebellen meer kleur en faam te geven. Ondanks tal van bedreigingen blijft hij zijn onderzoek verder zetten.

donderdag 1 april 2010 13:56
Spread the love

Escobar is medewerker van de ombudsman van de aan Bogota grenzende provincie Soacha, waar hij een onderzoek voert naar misdaden van de staat. Hij werd al verschillende keren bedreigd, maar blijft zoeken naar de waarheid over de laatste 19 verdwenen jongeren uit zijn provincie.

Volgens VN-vertegenwoordiger Philip Alston zijn de doden van Soacha slechts het topje van de ijsberg in een zaak van koelbloedige moorden door het regeringsleger in Colombia.

Uniformen van rebellen

Rekruteerders van het leger misleidden de jongeren met valse beloftes van werk en brachten ze naar een zone waar de rebellen actief zijn. Daarna lichtten ze regeringssoldaten in over de precieze locatie, zodat die de jongens om het leven konden brengen. Soldaten en officiers deden de lijken uniformen van de rebellen aan, en legden er wapens bij om te bewijzen dat ze gewapend stierven.

Voor deze macabere opvoering kregen de militairen een extra vergoeding, een medaille en een mooie militaire carrière cadeau. Het hele schouwspel werd opgezet als toonbeeld van de politiek van president Alvaro Uribe om de bevolking te beschermen en de democratie veilig te stellen. De vertegenwoordiger van de VN legde een klacht neer wegens: “het koelbloedig vermoorden met voorbedachte rade van onschuldige burgers.”

Valse positieven

In het militaire jargon noemt men rebellen die in de strijd worden gedood ‘positieven’, en is die dood een voorbeeld van militaire efficiëntie. De dode burgers die worden voorgesteld als leden van het rebellenleger FARC krijgen het eufemisme ‘valse positieven’ opgeplakt.

Alston verwerpt het gebruik van die term omdat het een “blinde technische term is om een praktijk te beschrijven die gekenmerkt wordt door het moorden in koelen bloede van onschuldige burgers met voorbedachte rade, met als doel zich te verrijken.”

De VN-vertegenwoordiger kaart ook aan dat de families van de jongens lijden onder “een systematische vijandigheid van het leger, inclusief doodsbedreigingen.”

De aanklacht van de betrokkenen was fundamenteel om dit schandaal bloot te leggen en te bewijzen dat de militairen niet alleen jongens van Soacha vermoord hebben, maar ook honderden of misschien wel duizenden in de rest van het land.

Dankzij zijn volharding kreeg Escobar minister van Defensie Juan Manuel Santos zo ver dat hij een eind aan deze praktijken beval. Hoewel de top van het leger nu zegt dat de onwettelijke executies zijn gestopt, beweert het centrum voor onderzoek van educatie voor het volk (CINEP) dat de staatsdelicten gewoon doorgaan. Dit prestigieuze onafhankelijke instituut bevestigt dat sinds november 2008 tot eind december 2009 er nog negen dossiers van valse ‘positieven’ gekend zijn.

Hetzelfde profiel

De functionaris heeft zich tot doel gesteld de mensenrechten te verdedigen in een gemeenschap van meer dan een half miljoen inwoners die getekend lijken door het noodlot. Het onderzoek loopt verder in een streek die lijdt onder geweld, met of zonder uniform.

Escobar vertelde de krant ‘La Vanguardia’ dat hij een vermoeden kreeg van de onwettige executies toen verschillende moeders hem vertelden over de verdwijning van hun zoons. Al hun kinderen hadden hetzelfde profiel: jong, mannelijk, uit arme families, zonder werk of enige opleiding.

De lijken werden enkele dagen later gevonden in een put in Ocaña, 100 km buiten Bogota. “Er wordt geen enkel gevolg gegeven aan de aanklacht van de verdwijningen. De autoriteiten negeerden alles. Ze zeiden dat het belachelijk was om het leger te beschuldigen van moord. Uribe, de president, kleineerde de moeders toen hij zei dat “deze jongeren geen koffie gingen plukken”, legt Escobar uit.

Concrete feiten

De ombudsman kan geen aanklacht indienen zonder concrete namen en feiten over de verdwijningen. Maar de moeders waren te bang om te praten. Tot één van hen, Luz Edilia Palacios, in september 2008 verklaarde dat haar zoon vermoord was. Ze ontkende formeel dat hij een rebel was, zoals het leger beweert. De klacht van Luz Palacios leidde tot de eerste concrete vaststelling van de ‘valse positieven’.

“De zoon van Luz Palacios en zijn vriend werden misleid door rekruteerders die hen werk aanboden”, zegt Escobar. “Daags nadien werden vier lijken van jongeren getoond die volgens het leger rebellen waren, gedood in een gewapende strijd.” Hij overtuigde met deze verklaring andere families om ook klacht neer te leggen.

De officiële klacht bij het openbaar ministerie en de organisatie ter verdediging van de mensenrechten bracht de zaak bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en zo tot bij de pers. De minister van Defensie gaf het bevel om een eind te maken aan de moorden.

“Zes dagen na het indienen van de klacht werd ik al met de dood bedreigd. Binnen de 16 maanden ontving ik negen bedreigingen. Ik kreeg brieven, werd uitgescholden aan de telefoon  en er werd me gezegd dat ik me op het ergste moest voorbereiden,” zegt Escobar die vastberaden de ingeslagen weg wil blijven volgen.

Vloek

De families wilden niet praten omdat er een vloek wordt uitgesproken over al wie banden had met de mensen die door het leger waren omgebracht. De functionaris overtuigde hen om de feiten toch formeel aan te klagen.

Hij stuurde de ombudsman een lijst van elf dossiers over de jongens uit Soacha die volgens de officiële versie stierven in verschillende militaire acties. Zeven van hen hoorden bij families die verhuisden voor het geweld, slachtoffers van gewapende conflicten. Zij verlieten hun geboorteplaats en zochten heil in de stad Bogota, waar ze in lamentabele toestand leven.

Dankzij deze formele klachten kwam de zaak in de media. Het leger houdt vast aan hun versie dat de dode jongens in Soacha terroristen waren. “We hebben aangetoond dat dit een harde, onaanvaardbare, wrede, schandalige realiteit is,” aldus de woordvoerder van de ombudsman.

“Nadat onze klacht in de media van Bogota kwam, kwamen er andere feiten naar boven in het land van deze vervalste werkelijkheid. Zo werd dit schandaal over de valse positieven blootgelegd, een eufemisme uitgevonden door de militairen om niet het woord ‘moord’ te moeten gebruiken.”

De gruwel achter de term

Escobar dringt erop aan dat de benaming ‘valse positieve’ als willekeurige term wordt bestempeld, een term die de werkelijkheid verdraait om te voorkomen dat deze praktijken worden aanzien als onwettelijke executies zoals beschreven in het internationaal strafrecht.

De mensen in Colombia werden er zich van bewust dat een ‘vals-positieve’ een jongere is, vermoord door het leger, belast met valse beschuldigingen. “Mensen hebben nu een duidelijk idee van de gruwel achter deze term”, aldus Escobar.

“Dankzij de klachten die de ombudsman van Soacha heeft neergelegd en de getuigenissen van moeders konden we de interesse wekken van de aanklagers en de nationale en internationale publieke opinie. Voor mij zijn ze steeds geloofwaardig geweest”, zegt Escobar, die reeds lang ambtenaar van justitie is en voorheen advocaat aan de balie was. “Eindelijk startte de officier van justitie een onderzoek.”

Met de steun van het openbaar ministerie kon de ombudsman de zaak van de vals-positieven laten verplaatsen van de militaire rechtbank naar de gewone rechter, zodat die de zaak kan onderzoeken met de grootst mogelijke onpartijdigheid. Het openbaar ministerie heeft 53 militairen beschuldigd van de moorden in Soacha.

Volgens Escobar begint het proces naar verwachting binnen enkele dagen. In andere delen van Colombia zijn al militairen veroordeeld voor het doden van onschuldige jongeren. Vorige week zijn er straffen uitgesproken voor valse positieven in het departement Antioquia,

in de Cauca-vallei is het proces tegen andere officieren al ver gevorderd. Door juridische haarkloverij (omdat het proces niet begonnen was in de 90 dagen na het formuleren van de klachten) werden 48 soldaten die betrokken waren bij de moorden van Soacha vrijgelaten zonder proces. Het leger houdt hen nu in quarantaine.

Angst voor represailles

Volgens Escobar werden nog vele valse positieven niet gemeld uit angst voor represailles tegen de families. Die angst is begrijpelijk. De moeders van Soacha worden permanent bedreigd. Dat vertelde ook Carmenza Gómez Romero in ‘La Vanguardia’. Militairen doodden haar zoon Victor Haar andere zoon, John Nilson, werd vermoord door criminelen toen hij de moord op zijn broer onderzocht.

“We hebben meldingen van moorden op jongeren uit Soacha, Bogota en Aguachica (Cesar), een gebied in de buurt van Ocaña”, zegt de woordvoerder van de ombudsman. Die is als vice-president van de Nationale Federatie van ombudsmannen van Colombia een campagne begonnen voor ambtenaren die geen klachten durven neerleggen. “Nadat zij contact met ons opnemen, nemen zij vaak het risico wel.”

“We willen weten wie verantwoordelijk is voor deze afschuwelijke misdaden, en we willen weten wie er moet veroordeeld worden. Het instituut van het leger van Colombia staat vandaag onder vuur, niet alleen enkele militairen, maar het hele militaire apparaat. Dit is een zeer ernstige zaak.”

De moorden van zo veel jonge mensen, die het leger als rebellen bestempelde, trekken de juistheid in twijfel van de cijfers die president Uribe gebruikt om de vooruitgang te bewijzen in zijn politiek om de democratie te vrijwaren en de bevolking te beveiligen. De ombudsman zal nu zelf bepalen welke cijfers echt zijn en hoeveel leugens er in de statistieken zijn geslopen.

Nationaal debat

De openbaringen van de gruwel rond de valse positieven bracht een nationaal debat op gang over het beleid van Uribe rond democratische veiligheid. “Zijn er nog meer onschuldige mensen vermoord?” vraagt Escobar zich af.

Volgens het rapport van de VN moedigde het beleid van beloningen aan de militaire overheid om de guerrilla te bestrijden en te elimineren het leger aan om burgers te vermoorden. In tegenstelling tot wat de regering volhoudt, vermoedt Alston dat de moorden niet de verantwoordelijkheid zijn van enkele rotte appels van de krijgsmacht.

Hij betoogt dat het ondenkbaar is dat de moorden werden uitgevoerd door slechts een handvol soldaten. Volgens de VN-vertegenwoordiger bewijzen de grote schaal van de moorden en de geografische verspreiding in heel Colombia het groot aantal betrokken militaire eenheden, en dus ook het feit dat de moorden “min of meer systematisch werden uitgevoerd door het merendeel van het leger.” Met andere woorden: de massale betrokkenheid bewijst dat de Colombiaanse strijdkrachten staatsmisdrijven pleegden.

Escobar vertelde de krant La Vanguardia dat hij teleurgesteld is door de onverschilligheid waarmee het Colombiaanse volk reageert op zo veel onschuldige doden. “We verwachten meer solidariteit van de Colombiaanse samenleving.”

“Zoveel moorden op jonge mannen werden zonder veel reactie uitgevoerd. De ernstigste schendingen van de mensenrechten werden na lange tijd, na pijnlijke rouw in gesloten kring, eindeloos stil en verzwegen verdriet van de families die het slachtoffer waren van deze excessen, een thema van de mensenrechtenorganisaties.”

“Wij gingen de uitdaging aan om de zaak van valse positieven aan het brede publiek duidelijk te maken, om zo te bewijzen dat er geen absolute onverschilligheid is in dit land. We voelen ons een beetje eenzaam, ver weg van de staat die zegt dat ze zich misbruikt voelt door ons. De families hebben nog steeds veiligheidsproblemen. Er zijn bij ons weten al elf bedreigingen tegen acht moeders geuit,” zegt de woordvoerder van de ombudsman een beetje verbitterd.

Moed en doorzettingsvermogen

Voor Escobar zijn de moeders een toonbeeld van moed, inzet en verantwoordelijkheid om het onderzoek naar de waarheid te kunnen beginnen en verder te zetten.

“Het vroeg en vraagt veel moed en doorzettingsvermogen om misdadigers niet vrijuit gaan. Logisch dus dat die moeders diep verontwaardigd waren en hevig protesteerden tegen de vrijlating van veel soldaten die betrokken waren bij de moord op hun kinderen. Men zou verwachten dat justitie snel en doeltreffend zou handelen, wat helaas niet gebeurde.”

De woordvoerder betreurt dat de staat geen enkele vergoeding gaf aan de moeders die zeer arm zijn, maar heelder dagen actief strijden om de nagedachtenis van hun zoon te zuiveren. “Voor ons is het nu belangrijk om de moeders te organiseren, tegemoet te komen aan het gebrek aan economische middelen, maar ook om de samenleving verder in te lichten.”

“Wij willen dat de groep soldaten die rijk werden door deze praktijken niet verder uitbreidt en dat zij hun geïnde extra soldij niet behouden. De kwestie van de valse positieven gaat veel verder dan de tragische gevallen van deze moeders, hoewel ze een zeer belangrijk referentiepunt zijn voor Colombia om te weten wat er gebeurd is en hoeveel valse positieven er werkelijk bestaan.”

Verantwoordelijkheid

Over de mogelijke verantwoordelijkheid van president Uribe voor de moorden wil Escobar zich niet uitspreken. “Als ambtenaren zijn wij niet bevoegd om hier uitspraken over te doen. Daar kunnen we ernstige disciplinaire problemen mee krijgen.”

Bij een ontmoeting vroeg president Uribe aan Escobar waarom volgens hem deze feiten van de valse positieven werden gepleegd. “Ik vertelde hem dat er twee belangrijke hypothesen zijn. De ene is dat de moord op onschuldige burgers een winstgevende bezigheid was voor de militaire eenheden.”

“Een tweede mogelijkheid is dat ze werden georganiseerd door infiltranten van de drugskartels. Zij varen wel bij de valse cijfers die het leger kan voorleggen, omdat ze dan met rust worden gelaten.”

“Er zijn echter nog andere hypothesen. Daarom is het belangrijk dat het onderzoek naar de echte waarheid wordt verder gezet, zodat deze gruwelijke gebeurtenissen zeker niet opnieuw kunnen gebeuren.”

Uit het Latijns-Amerika Dagboek van Joaquim Ibarz, correspondent in Latijns-Amerika voor de Catalaanse krant La Vanguardia, Barcelona, 23 maart 2010.

(Vertaling uit het Spaans door Rein Remaut)

take down
the paywall
steun ons nu!