Bleri Lleshi

 

Opinie, België, Brussel, Dakloos, Daklozen -

Capitaine Haddock et clochard Alain

Bleri Lleshi: "Onlangs kwam ik een dakloze tegen in de wasserette in mijn buurt. Hij vroeg me of het ziekenhuis ver van hier was. Hij bleek midden in de nacht zwaar toegetakeld te zijn door een aantal mensen."

woensdag 31 maart 2010 13:42

Het was niet de eerste keer blijkbaar. En ik weet wel dat dit soort voorvallen vaak plaatsvindt in Brussel. Daklozen worden regelmatig in elkaar geslagen, meestal gewoonweg voor de lol.

Zijn bovenbeen bleek fel ontstoken te zijn. Ik raadde hem aan niet lang te wachten met het na te laten kijken. Zo raakten we aan de praat. Hij had het een beetje moeilijk met het uitspreken van mijn naam en dus besloot hij om mij Capitaine Haddock te noemen omdat ik, zo vond hij, op hem leek.

We zaten te praten over hoe hij op straat was geeïndigd en hoe hij zelfs op straat niet met rust werd gelaten. Tijdens ons gesprek hadden we het ook over de politie en de politiek en wat ze ondernemen voor daklozen.

Het daarop volgend moment haalde hij een collectie euromunten boven. De achterkant van deze munten bleek dezelfde te zijn, het portret van koning Albert II. En dit was niet toevallig ,want hij keek recht in mijn ogen en zei: “Dit is onze koning en wij zouden hem allemaal, het maakt niet uit welke afkomst, kleur of stand, moeten respecteren”. Heel trots stak hij de munststukken weg.  

Ik vond het heel triestig. Ik dacht aan die duizenden Vlamingen die van dezelfde koning niets moeten hebben en hem eigenlijk liefst kwijt zouden zijn.

Nochtans genieten ze alle rechten en voordelen binnen het koninkrijk België, terwijl clochard Alain hier voor mij, diezelfde rechten al lang kwijt is. Wat heeft hij dan aan de koning te danken, dacht ik?

Ik begreep het niet. Uiteindelijk heb ik me ingehouden en er niets over gezegd, want wat heeft het voor zin om hem dat laatste beetje trots dat hem overbleef te ontnemen. 

Brussel zit vol met daklozen zoals Alain. En alsof dit niet genoeg zou zijn, komen er nog bij. Vandaag loopt het winterplan voor extra opvang van daklozen in Brussel af. 350 mensen zullen de nacht opnieuw op straat moeten doorbrengen.

Onder deze groep daklozen zijn ook 12 families. Hun situatie is bekend: sociale uitsluiting, armoede, psychologische en sociale problemen, drank- en drugsverslaving, toenemende agressie, en over de levensomstandigheden hoef ik niet veel te zeggen, want wie via de treinstations in Brussel passeert, heeft het zelf gezien.

Het aantal daklozen is de laatste 30 jaar sterk toegenomen. Er zijn steeds minder banen en meer armen; de afbouw van de welvaartstaat en de komst van groepen zoals mensen zonder papieren en asielzoekers maakt dat om de hoek daklozen te zien zijn. En we zien alleen diegenen die zich zichtbaar tonen. 

De daklozen zijn niet langer blanke mannen uit de middenklasse zoals vaak het stereotype beeld doet denken. Steeds meer jongeren en vrouwen eindigen op straat. Het wordt steeds moelijker voor de mensen om zich een voldoende huishoudinkomen te verzekeren en die te behouden.

Het probleem van de daklozen wordt dus erger. Het dramatische voorval van een aantal dagen geleden in het Zuidstation is hier een voorbeeld van. Het lijkt er niet op dat er een duidelijk antwoord door de overheid op zal komen.

Integendeel, wat de overheden en andere instanties al jaren doen, is een gepingpong van het afschuiven van verantwoordelijkheden. Een conclusie wordt in elk geval duidelijk en dat is dat de overheid dit probleem niet weet aan te pakken of misschien zelfs niet wil aanpakken.

Alleen als een harde winter toeslaat en de onmenselijke toestand van de daklozen voor de voorbijgangers zichtbaar is, dan roept de overheid de solidariteit op van iedereen om het probleem aan te pakken.

Maar zodra de lente terugkomt, gooit ze deze mensen weer op straat, daar waar ze ‘thuishoren’. Want mensen als Alain hebben geen rechten en de overheid voelt zich dan ook niet geroepen om de verantwoordelijkheid op zich te nemen voor mensen zonder rechten. 

Willen we het probleem echter aanpakken, dan moet er samenwerking komen tussen de federale en de lokale overheden, samen met de andere bevoegde instanties. Een samenwerking die tot directe actie leidt.

Er moeten meer middelen worden vrij gemaakt zodat daklozen meer kansen krijgen om hun menselijk, sociaal en financieel kapitaal te verbeteren. Sociale netwerken en sociale interactie zijn belangrijke mechanismen om deze mensen een kans op een gewoon leven te bieden.

Maar wat eerst en vooral aangepakt moet worden, is huisvesting. Het gebrek aan sociale en betaalbare woningen in Brussel wordt al jarenlang aangeklaagd, maar op het terrein verandert er bitter weinig.

De prijzen worden almaar hoger en steeds meer mensen eindigen op straat. Daklozen zullen er altijd zijn, maar we kunnen ongetwijfeld iets doen of tenminste het probleem niet groter laten worden. 
 

Bleri Lleshi is Brussels politocoloog en documentairemaker

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!