Bloedbad in Sharpeville 21 maart 1960

 

Nieuws, Wereld, Afrika, Zuid-Afrika, ANC, Apartheid, Sharpeville, PAC, Herdenking -

50 jaar Sharpeville: een keerpunt in de strijd tegen apartheid

Vijftig jaar geleden, op 21 maart 1960, was Sharpeville wereldnieuws. De politie van de toenmalige Zuid-Afrikaanse apartheidsregering schoot met scherp op een menigte die vreedzaam betoogde tegen de gehate paswetten. Resultaat: 69 doden en 186 gewonden.

maandag 22 maart 2010 20:14

De bloedige beelden gingen de wereld rond. Voor het eerst zag iedereen die dat wilde het meedogenloze gezicht van de apartheid. Sharpeville betekende een keerpunt in de strijd tegen de apartheid, zowel in het land zelf als wereldwijd.

Het bloedbad in de township zorgde voor de groeiende steun van een publieke opinie die zich hoe langer hoe meer tegen de ‘politiek van gescheiden ontwikkeling’ – zoals het beleid officieel heette – zou keren. 1960 was niet voor niets ook het jaar waarin 17 Afrikaanse landen zich zouden bevrijden van het Europese kolonialisme.

Sharpeville was in de jaren veertig gebouwd als een ‘modeltownship’. Mensen werden van overbevolkte en informele nederzettingen uit de industriële Vaal Driehoek gedwongen naar Sharpeville te verhuizen. Maar al snel werd Sharpeville zelf overbevolkt en gingen de levensomstandigheden er zienderogen op achteruit. Werkloosheid en misdaad scoorden hoog.

Betoging tegen paswetten

Deze omstandigheden maakten de bewoners van Sharpeville extra gevoelig voor buitenparlementaire acties. Vooral het nieuwe en radicale Pan-Africanist Congress (PAC) onder leiding van Robert Sobukwe kende er een grote aanhang. Het African National Congress (ANC) van Nelson Mandela werd gewantrouwd omdat het zo goed als afwezig was in de township.

Een massa van 20.000 betogers protesteerde die 21ste maart voor het lokale politiekantoor tegen de paswetten. Sommigen staken hun pas in brand. De sfeer werd dreigend, maar bleef vreedzaam. Toch raakten politiemannen in paniek en begonnen in het wilde weg te schieten op de menigte. Ook mensen die op de vlucht sloegen, werden in de rug geschoten.

Morele failliet van apartheid

Sharpeville betekende het morele failliet van het apartheidssysteem. Zonder bruut geweld zou het blanke minderheidsbestuur niet meer in stand te houden zijn. 21 maart is nu een officiële feestdag in Zuid-Afrika en werd ook door de VN uitgeroepen als Internationale Dag tegen het Racisme.

Daarom is het extra pijnlijk dat precies 50 jaar na het bloedbad mensen uit Sharpeville weer de straat op gaan. Dit keer betogen ze tegen de democratisch gekozen ANC-regering die volgens hen te weinig heeft gedaan om, in de ruim vijftien jaar na het officiële einde van de apartheid, de levensomstandigheden van gewone Zuid-Afrikanen te verbeteren.

Sharpeville kreeg afgelopen week heel wat cameraploegen en journalisten op bezoek. De township werd grondig schoongemaakt en hier en daar een likje verf gegeven, maar fundamenteel is het leven nog weinig verbeterd voor de meeste inwoners.

Officiële herdenking

Vicepresident Kgalema Motlanthe (ANC) leidde zondag de herdenkingsplechtigheden in Sharpeville. In zijn toespraak herinnerde hij aan het offer dat zovele Zuid-Afrikanen hadden gebracht in de strijd voor vrijheid. Hij vroeg de mensen geduld te hebben. De regering zou prioritair werk maken van huisvesting, onderwijs en veiligheid. Drie terreinen waarop Zuid-Afrika momenteel niet bijster goed scoort.

Oppositieleidster Helen Zille van de Democratic Alliance (DA) zei dat de grondwettelijke rechten van de Zuid-Afrikanen worden bedreigd door de incompetentie en de corruptie van de huidige machthebbers. Door hun aanzetten tot haat spelen ze een gevaarlijk spel, vond Zille.

Bantu Holomisa, leider van de United Democratic Movement (UDM), waarschuwde de regering de noodzakelijke sociaal-economische hervormingen niet over te laten aan de vrije markt. Alleen als iedereen de vruchten van de economie kan plukken, zullen de mensenrechten gegarandeerd zijn, zei hij.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!